---
title: "Belastbaarheid · Hof van beroep te Gent, 3 oktober 2006"
description: "Belastbaarheid. Hof van beroep te Gent (België), 3 oktober 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastbaarheid-hof-van-beroep-gent-2006-10-03-8d52"
lang: "nl"
---

# Belastbaarheid · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

3 oktober 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

57 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 03.10.2006

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent, 5be kamer - terechtzitting van 03-10-2006**

**Na tussenarresten d.d. 21.10.2003 en 27.04.2004**

Nr. **2002/AR/902**

in de zaak van :

**S. O.**, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, met kantoren te …, …,

**appellante van een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 4****e** **kamer, d.d. 15.01.2002,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **M. M.**, advocaat te … (…), …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW­Ontvangkantoor te Oostende, wiens kantoren gevestigd zijn te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **D. S. L.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Gezien het tussenarrest d.d. 21.10.2003 van de 5 e bis kamer van het Hof van beroep te Gent;

Gezien het tussenarrest d.d. 27.04.2004 van de 5 e bis kamer van het Hof van beroep te Gent;

Gezien het arrest nr. 57/2005 d.d. 16.3.2005 van het Arbitragehof;

1\. De geïntimeerde voert aan dat de door haar belaste handelingen van de Stad Oostende te dezen niet werden verricht als overheid in de zin van [artikel 6 eerste lid BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) en van artikel 4.5 van de Zesde Richtlijn nr. 77/388/EEG Raad 17.5.1977

De geïntimeerde voerde deze betwisting reeds vóór het tussenarrest van deze kamer van dit Hof van 27.4.2004, betwisting die bij dit tussenarrest reeds werd beslecht in de zin dat de Stad … de belaste werkzaamheid uitoefende als overheid (zie dit tussenarrest, tweede blad, cijfer 1).

Deze met gewijsde beklede beslissing omtrent dit geschilpunt dient door het Hof geëerbiedigd te worden, en er zou niet in de door de geïntimeerde gewenste zin kunnen beslist worden zonder het gewijsde van het tussenarrest van 27.4.2004 te schenden.

2\. Bij het vermeld arrest van 16.3.2005 zegt het Arbitragehof voor recht :

> "
>
> [Artikel 6, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) schendt de artikelen 170, § 1, 10 en 11 van de Grondwet. "

In zoverre de geïntimeerde steunt op [artikel 6 derde lid BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) en het in uitvoering van deze bepaling genomen KB nr. 26 van 2.12.1970 om te doen aannemen dat hij terecht belasting heft, kan hij hierin niet gevolgd worden.

Als rechtscollege dat de prejudiciële vraag heeft gesteld dient het Hof van beroep zich te voegen naar dit arrest van het Arbitragehof (artikel 28 Bijz. wet van 6.1 1989 op het Arbitragehof).

Er kan geen toepassing gemaakt worden van de ongrondwettelijke bepaling van [artikel 6 derde lid BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) en het erop steunend KB nr. 26. Het bestreden dwangbevel kon er niet rechtsgeldig op steunen.

3\. In ondergeschikte orde, in de hypothese dat de Stad … de handelingen in casu wel verrichtte als overheid, voert de geïntimeerde aan dat toepassing dient te worden gemaakt van [artikel 6, tweede lid BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6). Een behandeling van de appellante als niet-belastingplichtige zou in belangrijke mate concurrentieverstorend werken ten opzichte van exploitanten van jachthavens die geen publiekrechtelijke lichamen zijn, aldus de geïntimeerde.

In het bestreden dwangbevel wordt vermeld dat het gegrond is op het proces­verbaal van 13.12.1999. In dit proces-verbaal (en evenmin in het dwangbevel zelf) is geen sprake van de concurrentievervalsing vermeld in [artikel 6, tweede lid BTW­wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6). De belastingplicht wordt als volgt gestaafd in het proces-verbaal :

> "Op grond van artikel 1, eerste lid, 1°, vijfde streepje van het Koninklijk Besluit nummer 26 van 2 december 1970 met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde, genomen in uitvoering van [artikel 6 van het BTW­wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6), moet het gemeentebestuur van …, ondermeer voor de uitbating onder bezwarende titel van de jachthaven in de … als belastingplichtige worden aangemerkt."

Hierbij is geen sprake van concurrentievervalsing.

Integendeel gaat het in artikel 1, eerste lid, 1°, vijfde streepje van het KB nr. 26 om een geval waarin de in [artikel 6 eerste lid BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) vermelde lichamen steeds als belastingplichtige worden aangemerkt. In die omstandigheden, moet worden aangenomen dat het artikel 1, eerste lid, 1°, vijfde streepje van het KB nr. 26 genomen is in uitvoering van [artikel 6 derde lid BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6), dat voorziet dat de Koning de handelingen bepaalt waarvoor, voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn, de vermelde lichamen steeds als belastingplichtige worden aangemerkt.

Dit is in overeenstemming met de Zesde Richtlijn. Immers, het geval voorzien bij artikel 1, eerste lid, 1°, vijfde streepje van het KB nr. 26 (d.i. "de levering van goederen en het verrichten van diensten in het kader van een exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens") is ook opgenomen in bijlage D, cijfer 4 van de Zesde Richtlijn, bijlage die uitdrukkelijk betrekking heeft op de gevallen waarvoor de vermelde lichamen in elk geval belastingplichtige zijn (zie artikel 4.5 van de Zesde Richtlijn en het opschrift van bijlage D van deze richtlijn).

De concurrentievervalsing is, als juridische dan wel feitelijke overweging die aan de belastingschuld waarvoor het dwangbevel werd uitgevaardigd ten grondslag ligt (in de zin van artikel 3 van de wet van 29.7.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen), duidelijk afwezig in het dwangbevel en in het proces-verbaal van 13.12 1999.

Aldus voert de geïntimeerde met deze concurrentievervalsing thans nieuwe juridische argumenten en feitelijke gegevens aan, niet ter ondersteuning van hetgeen in het proces-verbaal en het dwangbevel reeds was vastgesteld en vermeld met betrekking tot de in het dwangbevel opgenomen belastingschuld, maar die volledig nieuwe motieven uitmaken die grondig verschillen van de motieven opgenomen in het proces-verbaal bijlage bij het bestreden dwangbevel en die de motieven in dit proces-verbaal niet ondersteunen.

Dergelijke nieuwe motieven kunnen thans niet meer rechtsgeldig ingeroepen worden, en in de plaats gesteld van de oorspronkelijke motieven van het dwangbevel of als bijkomend motief beschouwd worden. Artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 vereist immers dat de motieven in de akte zelf zouden opgenomen worden. Dit houdt meteen ook in dat dergelijke nieuwe motieven, voor het eerst opgenomen in een proces-verbaal van na het dwangbevel, niet kunnen geacht worden deel uit te maken van de motieven van het dwangbevel.

De vermelding in het proces-verbaal, bijlage bij het dwangbevel, dat het KB nr. 26 werd uitgevaardigd in uitvoering van [artikel 6 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6), zonder nadere verwijzing naar enig onderdeel van deze bepaling, houdt niet in dat de geïntimeerde hierbij de concurrentieverstoring als motief van het dwangbevel had vooropgesteld. Hierbij is het ook zonder belang dat de bedoelde concurrentieverstoring ook in artikel 4.5, tweede lid van de Zesde Richtlijn is opgenomen, nu dit niets wijzigt aan het feit dat het motief van de concurrentieverstoring niet opgenomen is in het dwangbevel of in de bijlage.

Volledigheidshalve moet worden opgemerkt dat de geïntimeerde zich hoe dan ook ten onrechte beroept op de directe werking van artikel 4.5, tweede lid van de Zesde Richtlijn, nu enkel de belastingplichtige dit kan doen tegenover de belasting heffende overheid, en niet de belasting heffende overheid zelf tegenover de belastingplichtige (vergelijk o.m. met HvJ, C-192/94, d.d. 7.3.1996, inzake van El Carte Inglés SA tegen Cristina Blázquez Rivero, meer bepaald cijfers 15 e.v.).

4\. Rekening houdend met wat in de vermelde tussenarresten reeds werd beslist en met hetgeen voorafgaat, dient het bestreden dwangbevel te worden vernietigd.

Het incidenteel beroep van de geïntimeerde, in zoverre het gericht was tegen de motieven van het bestreden vonnis, werd reeds ontoelaatbaar verklaard.

Gezien het dwangbevel dient te worden vernietigd is het incidenteel beroep in zoverre gericht tegen de kwijtschelding van de boete ongegrond

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF,** recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen;

Verklaart het hoger beroep gegrond;

Verklaart het incidenteel beroep in zoverre gericht tegen de kwijtschelding van de boete ontvankelijk doch ongegrond;

Doet het bestreden vonnis teniet, behoudens waar het de vordering van de appellante ontvankelijk verklaart;

Opnieuw wijzende, verklaart de vordering van de appellante gegrond, en vernietigt het dwangbevel (RCIV nr. …) op 15.12.1999 uitgevaardigd door **E. D. D.**, e.a. inspecteur a.i. van het BTW-ontvangkantoor te Oostende;

Veroordeelt de geïntimeerde tot terugbetaling van de eventueel reeds ingehouden sommen ter voldoening van de belastingschuld vermeld in het vernietigde dwangbevel;

Veroordeelt de geïntimeerde tot de kosten van beide aanleggen, in hun geheel als volgt begroot :

• aan de zijde van de appellante : op … EUR dagvaarding en rolstelling + … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep + … EUR aanvullende rechtsplegingsvergoeding heropening der debatten + … EUR aanvullende rechtsplegingsvergoeding heropening der debatten, hetzij in totaal … EUR;

• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep + … EUR aanvullende rechtsplegingsvergoeding heropening der debatten + … EUR aanvullende rechtsplegingsvergoeding heropening der debatten, hetzij in totaal … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer bis**, recht doende in burgerlijke zaken, op **DRIE OKTOBER TWEEDUIZEND EN ZES**,

Aanwezig de Heren :

**G. T.**, Raadsheer, waarnemend Voorzitter, alleenrechtsprekend,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **G. T.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 10 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Historische btw-aftrek, Niet belastingplichtige rechtspersoon](https://juriel.be/nl/rechtspraak/historische-btw-aftrek-belastingplichtige-rechtspersoon-hof-van-beroep-brussel-2022-09-13-905e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Opdrachthoudende vereniging, Emanatietheorie, Diensten verricht aan autonome gemeentebedrijven](https://juriel.be/nl/rechtspraak/opdrachthoudende-vereniging-emanatietheorie-diensten-verricht-rechtbank-antwerpen-2022-10-07-bc48) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Opdrachthoudende vereniging, emanatietheorie, diensten verricht aan autonome gemeentebedrijven](https://juriel.be/nl/rechtspraak/opdrachthoudende-vereniging-emanatietheorie-diensten-hof-van-beroep-antwerpen-2024-10-11-0c82) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen -Terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/terbeschikkingstelling-stalling-rijtuigen-aard-onroerende-rechtbank-brussel-2023-11-10-4388) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Levering van goederen, Maatstaf van heffing, Tegenprestatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/levering-goederen-maatstaf-heffing-tegenprestatie-hof-van-beroep-luik-2025-02-19-5149) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Organisatie evenementen, Terbeschikkingstelling materiaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-organisatie-evenementen-terbeschikkingstelling-hof-van-beroep-gent-2025-09-16-56a0) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/motivering-proces-verbaal-innings-invorderingsregister-rechtbank-brussel-2024-02-06-94f3) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Historische btw-aftrek, Belastingplicht -Diensten van advocaten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-historische-btw-belastingplicht-cassatie-brussel-2024-01-11-f3e4) 1 gemeenschappelijke bepalingen
