Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 09.03.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Hof van beroep te Gent; 5e kamer - terechtzitting van 09.03.2010
Nr. 2009/AR/307
in de zaak van:
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Gent, inde persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Aalst, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9300 Aalst, Graanmarkt 1,
appellant,
hebbende als raadsman mr. V. A. E., advocaat te …, …
tegen :
L. – V. I. en Co A. BVBA, met maatschappelijke zetel te …, .; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,
geïntimeerde,
hebbende als raadsman mr. V. Y., advocaat te …, …
spreekt het Hof het volgend arrest uit :
1. Procedure
Bij verzoekschrift van 5 februari 2009 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent, zesde kamer, op 18 november 2008 werd uitgesproken. In het bestreden vonnis werd als volgt uitspraak gedaan.
Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond.
Zegt voor recht dat het bestreden dwangbevel nietig is in die mate dat het bedrag van € … ten titel van rechten niet verschuldigd is en dat het bedrag van € … ten titel van boete niet verschuldigd is.
Veroordeelt verweerder dienvolgens tot terugbetaling van het bedrag dat door hem reeds zou geïnd zijn ten nadele van eiseres op bedragen van € … (ten titel van niet verschuldigde rechten) en van € … (ten titel van niet verschuldigde boete), vermeerderd met de moratoire intrest overeenkomstig artikel 91, § 4 W.BTW en dit te rekenen vanaf de inning ervan tot op de datum van volledige terugbetaling.
Veroordeelt verweerder tot het betalen der gedingkosten in zijn hoofde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en in hoofde van eiseres begroot op € … rechtsplegingsvergoeding.
Het hoger beroep strekt ertoe het bestreden vonnis teniet te doen en van het Hof te bekomen dat het de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde als ongegrond afwijst.
De geïntimeerde vordert de bevestiging van het bestreden vonnis. De geïntimeerde vraagt tevens dat het Hof de appellant zou veroordelen tot het betalen van de gerechtskosten van de beide aanleggen, telkens vastgesteld op … euro.
De partijen werden in openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en conclusies.
2. Feitelijke gegevens
De geïntimeerde heeft tussen 4 december 2001 en 7 maart 2002 aan de NV TSPS uit …, wegens aan dat bedrijf verstrekte boekhoudkundige diensten vijf facturen uitgereikt, genummerd 300, 301, 381, 431 en 477.
Op 31 maart 2002 reikte de geïntimeerde aan de NV TSPS een creditnota uit met de volgende vermelding ANNULATIE F.300/301/381/431/477. Op de (negatieve) maatstaf van heffing van … euro werd een bedrag van … euro BTW gecrediteerd.
Dat bedrag werd opgenomen in vak 64 van de BTW-aangifte van de geïntimeerde voor het tweede kwartaal 2002.
De geïntimeerde heeft daarna, op 10 juni 2002, toch nog de NV TSPS gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde of invordering van de facturen met nummers 301, 381 en 431. De Rechtbank van Koophandel kende bij vonnis van 12 december 2002 aan de geïntimeerde een provisie toe van … euro, zijnde het bedrag waartoe de geïntimeerde haar vordering in conclusie provisioneel had beperkt.
De NV TSPS moet tegen dat vonnis hoger beroep hebben ingesteld voor het Hof van Beroep te Gent, 7de kamer bis (rolnr. 2003/AR/0439), maar op 12 september 2003 werd tussen de contractanten een dading afgesloten waarin met betrekking tot de facturen met nummers 300, 301, 381 en 431 akkoord gegaan werd om het geschil te beëindigen mits de NV TSPS aan de geïntimeerde een saldobetaling van … euro tot slot van de rekening zou doen. Daaraan werd gevolg gegeven door de vrijgave van dat bedrag afkomstig van geconsigneerde gelden.
Ondertussen, op 18 augustus 2003, had de appellant bij de geïntimeerde een controle gehouden. De controleambtenaar oordeelde (onder andere) dat de geïntimeerde ten onrechte de BTW in aftrek had gebracht met betrekking tot de hoger vermelde creditnota (inbreuk op artikel 77, § 1 W.BTW). Bij gebrek aan akkoord in verband met de voorgestelde regularisaties, maakte de controleambtenaar op 24 november 2003 een proces-verbaal op waarin hij (onder andere) het gecrediteerde bedrag aan BTW (… euro) terugvorderde meer een bedrag aan boete van … euro. Als motivering werd het volgende genoteerd :
Ingevolge artikel 77, § 1 van het BTW-wetboek kan de belasting, die geheven werd van een dienst slechts teruggegeven worden :
1° wanneer ze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is;
2° wanneer aan de medecontractant een prijsvermindering is toegestaan;
3° wanneer de leverancier zijn medecontractant crediteert wegens terugzending van verpakkingen die voor het vervoer van geleverde goederen hebben gediend;
4° wanneer de overeenkomst voor de levering van het goed of de uitvoering van de dienst verbroken is;
5° wanneer de overeenkomst minnelijk of door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing vernietigd of ontbonden is;
6° wanneer het geleverde goed binnen zes maanden na de levering of de intracommunautaire verwerving van een goed door de leverancier is teruggenomen zonder dat één van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft gekregen;
7° wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan.
Ik heb vastgesteld dat de volgende creditnota, welke werd uitgereikt aan de NV TSPS, niet voldoet aan de hierboven opgesomde voorwaarden;
Op het ogenblik is er nog steeds· een gerechtelijke procedure lopende zonder dat er tot op heden een definitieve uitspraak door de rechtbank is geweest. De teruggevraagde BTW op 31 maart 2002 werd ten onrechte opgenomen in vak 64 van de BTW-aangifte van het tweede kwartaal 2002.
Creditnota uitgereikt op 31 maart 2002 ten bedrage van … + … € BTW.
Bij gebrek aan vrijwillige betaling van de bedragen die in het proces-verbaal .verschuldigd werden verklaard, heeft de appellant op 4 december 2003 voor diezelfde bedragen, meer wettelijke interest op de boeten en meer de vervolgingskosten een dwangbevel uitgevaardigd (RCIV-nr. …). Het dwangbevel werd op 9 december 2003 geviseerd en uitvoerbaar verklaard en met een aangetekende brief van 10 december 2003 aan de geïntimeerde betekend.
Op 13 april 2005 heeft de geïntimeerde tegen dat dwangbevel verzet aangetekend voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent.
De zesde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent heeft in zijn vonnis van 18 november 2008 geoordeeld zoals hoger vermeld. De eerste rechter oordeelde dat het proces-verbaal van 24 november 2003 geen afdoende motivering bevatte.
Het is tegen dat vonnis dat de appellant hoger beroep heeft ingesteld.
3. Grieven en argumenten van de partijen
3.1. Standpunt van de appellant
De appellant voert aan dat het proces-verbaal, anders dan de eerste rechter oordeelde, wel voldoende gemotiveerd is. De appellant beroept er zich op dat de betreffende creditnota zelf geen verduidelijking bevat omtrent de redenen die aanleiding zouden kunnen geven voor de creditering van de facturen; hij zou slechts tijdens de controle te horen hebben gekregen wat de achterliggende reden was en toen bovendien vernomen hebben dat er een invorderingsprocedure was ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde. De eerste rechter zou, door te stellen dat het proces-verbaal een meer uitgebreide motivering moest bevatten, de bewijslast op dat punt omgedraaid hebben; het zou aan de belastingplichtige zijn om weer te geven welke redenen tot crediteringaanwezig zijn.
Volgens de appellant was het voor de geïntimeerde ook duidelijk, gelet op de uitleg die zij zelf aan de controleambtenaar gegeven had, dat deze laatste bedoelde dat de gecrediteerde facturen nog het voorwerp uitmaakten van een procedure voor de rechtbank tussen de geïntimeerde en de NV TSPS. De verwijzing naar de hangende procedure zou volstaan hebben om weer te geven dat de geïntimeerde in het tweede kwartaal van 2002 geen creditnota kon opmaken wanneer die procedure in 2003 nog hangende was.
Ten gronde stelt de appellant dat de geïntimeerde zich weliswaar op een dading beroept, maar daarvan geen enkel bewijs voorbrengt.
Verder stelt hij dat het feit dat een dading zou zijn aangegaan in 2003 in elk geval niet kan verantwoorden dat al in het tweede kwartaal van 2002 een creditering plaatsvond van facturen waarop die dading betrekking heeft, te meer op 10 juni 2002 voor die facturen nog een invorderingsprocedure werd gestart.
3.2. Standpunt van de geïntimeerde
De geïntimeerde stelt dat het proces-verbaal onvoldoende gemotiveerd werd omdat een dwangbevel slechts regelmatig zou zijn wanneer het door zijn inhoud of door het proces-verbaal waarnaar het verwijst, het voorwerp van de eis doet kennen en het de belastingplichtige mogelijk maakt de gegrondheid ervan te beoordelen. Dat zou hier niet het geval zijn. Het gebrek aan, een verkeerde, of een onvolledige motivering zou de nietigheid van het dwangbevel met zich brengen. Met de motivering in het proces-verbaal zou naar het oordeel van de geïntimeerde voor haar onduidelijk zijn geweest of de controleambtenaar bedoelde dat er nog geen gerechtelijke beslissing was die in kracht van gewijsde was gegaan, dan wel bedoelde dat de schuldvordering van de prijs volgens hem niet geheel of ten dele verloren was gegaan, of dat hij bedoelde dat de overeenkomst niet in der minne verbroken was.
Dat de appellant naderhand uitleg verschafte in conclusies voor de eerste rechter, zou bevestigen dat het proces-verbaal onvoldoende gemotiveerd werd. De uitleg achteraf zou nochtans niet volstaan omdat de motivering in het proces-verbaal moest zijn opgenomen.
Ten gronde zet de geïntimeerde uiteen dat ze tot de vaststelling was gekomen dat de NV TSPS in nauwe financiële schoentjes zat, dat het raadzaam was om tot creditering van de facturen over te gaan.
De geïntimeerde benadrukt dat er hoe dan ook slechts voor drie van de vijf gecrediteerde facturen een invorderingsprocedure werd opgestart (nrs. 301, 381 en 431). Hoewel bij vonnis een voorschot van … euro was toegekend, zou de NV TSPS hoger beroep hebben aangetekend. Omdat de faillietverklaring er vroeger kon komen dan de uitspraak in beroep, zou op 12 september 2003 tussen de contractanten een dading zijn aangegaan met betrekking tot de facturen 300, 301, 381 en 431 met als uitkomst dat de geïntimeerde genoegen nam met een betaling van … euro, inclusief BTW.
Wat de factuur met nummer 477 betreft, laat de geïntimeerde gelden dat de NV TSPS een protest had verzonden, dat er geen invorderingsprocedure werd opgestart en ook niet tot het voorwerp van de dading behoorde. Tegen die achtergrond zou alleen een creditering mogelijk zijn geweest en zou die creditering in elk geval een minnelijke ontbinding hebben ingehouden, zodat de vraag tot teruggave met betrekking tot die factuur (… euro BTW) in elk geval gegrond zou zijn geweest.
Voor de overige facturen erkent de geïntimeerde dat de vraag tot teruggave pas in de BTW-aangifte van het derde kwartaal 2003 (na de dading van 12 september 2003) had mogen gebeuren en dit slechts voor het verloren gegane bedrag aan BTW, zijnde … euro.
4. Beoordeling
4.1. Wat de motivering van het proces-verbaal (en het dwangbevel) betreft
Wat de belasting over de toegevoegde waarde betreft, is het dwangbevel een bestuurshandeling waarop de wet motivering bestuurshandelingen van toepassing is, zodat het bestuur de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die ten grondslag liggen aan de belastingschuld waarvoor het dwangbevel werd uitgevaardigd. De motivering moet "afdoende" zijn, wat impliceert dat de beslissing voldoende door de motivering moet worden gedragen.
In het raam van de belasting over de toegevoegde waarde is het dwangbevel enerzijds een taxatietitel waarin de belastingschuld geconcretiseerd wordt bij gebrek aan spontane en onvoorwaardelijke betaling van de verschuldigde belasting en anderzijds een akte die geldt als uitvoerbare titel met het oog op de invordering van die belastingschuld. Dat het dwangbevel de belastingschuld concretiseert, impliceert dat het belastbare feit, het bedrag en de hoedanigheid van de schuldenaar duidelijk worden gemaakt.
Onder de motivering van het dwangbevel moeten worden begrepen de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de belastingschuld. De wet motivering bestuurshandelingen noch enige andere wettelijke bepaling staan eraan in de weg dat na het opstellen van een dwangbevel met betrekking tot een bepaalde belastingschuld, het bestuur nieuwe juridische argumenten en feitelijke gegevens aanvoert. Die argumenten en gegevens kunnen worden aangevoerd ter ondersteuning van hetgeen in het dwangbevel reeds is vastgesteld en vermeld met betrekking tot diezelfde belastingschuld (Cass. 20 maart 2008, rolnr. F.07.0016.N, www.juridat.be ).
Voor de motivering van een dwangbevel kan verwezen worden naar het aangehecht proces-verbaal.
Anders dan de eerste rechter oordeelde, is het proces-verbaal van 24 november 2003 wel afdoende gemotiveerd (zie citaat onder randnummer 2, feitelijke gegevens). De controleambtenaar heeft eerst in het algemeen weergegeven in welke wettelijke omstandigheden er mogelijkheid was om teruggave van BTW te doen. Daarna heeft hij gesteld dat geen van die omstandigheden aanwezig··waren. In het bijzonder heeft hij gewezen op het feit dat er (zelfs) op het moment van het opstellen van het proces-verbaal nog een gerechtelijke uitspraak lopende was. Zoals de appellant aanvoert, is het onmiskenbaar dat de controleambtenaar daarmee aanknoping zocht bij wat de geïntimeerde haar zelf had meegedeeld, namelijk dat er een gerechtelijke procedure was opgestart om inning van de facturen te bekomen. Door te verwijzen naar de lopende gerechtelijke uitspraak heeft de controleambtenaar dus op een wijze die voor de belastingplichtige voldoende duidelijk en bekend was aangegeven dat de geïntimeerde zich niet kon beroepen op een verbreking van de overeenkomst, noch op een minnelijke of een definitieve gerechtelijke beslissing tot vernietiging of ontbinding van de overeenkomst waarop de facturen gesteund waren, noch op een schuldvordering die geheel of ten dele verloren was gegaan (zijnde de mogelijke wettelijke omstandigheden waaronder de vraag tot teruggaaf van BTW van de geïntimeerde had kunnen gerekend worden). Daarmee voldeed de controleambtenaar aan zijn motiveringsplicht vermits zowel de juridische als de feitelijke overwegingen die ten grondslag lagen aan zijn oordeel om de teruggave te weigeren vermeld staan.
Niet geheel zonder reden laat de appellant trouwens gelden dat het in eerste orde aan de geïntimeerde was om aan te duiden welke omstandigheid of omstandigheden volgens haar voorhanden waren om de teruggaaf te kunnen verantwoorden.
Het hoger beroep is dus gegrond.
4.2. Betwisting ten gronde
Ten gronde steunt de geïntimeerde zich kennelijk enerzijds op het feit dat de NV TSPS in financiële moeilijkheden bevond zodat het er naar uitzag dat haar schuldvordering volledig verloren was en anderzijds op de dading van 12 september 2003 waarmee werd vastgelegd dat een deel van de vier betrokken facturen niet verschuldigd was.
Wat de vier eerste facturen betreft, werd met de dading vastgelegd dat de vordering van de appellant voor een deel ten onrechte was. Hoewel dat op zich wel een reden is om de betreffende facturen voor dat deel te crediteren en voor de teruggave van de overeenkomstige BTW, laat de appellant met reden gelden dat die dading van 12 september 2003 niet toeliet om in de aangifte van het tweede kwartaal 2002 (meer dan een jaar eerder) teruggaaf van BTW te vragen (en toe te kennen). Die dading bracht een einde aan een gerechtelijk geschil tot invordering van die factuurschuld dat zelfs nog op het einde van het tweede kwartaal 2002 door de geïntimeerde was opgestart en waarmee de geïntimeerde onbetwistbaar te kennen had gegeven dat ze die factuurschuld nog niet verloren achtte. De juridische oorzaak voor de (gedeeltelijke) teruggaaf had zich op het moment van de aangifte van het tweede kwartaal dan ook nog niet voorgedaan.
In dat opzicht is de vordering van de geïntimeerde ongegrond.
Met betrekking tot de BTW op de factuur … van 7 maart 2002, stelt de geïntimeerde dat de NV TSPS ze onmiddellijk geprotesteerd had en dat wordt in het vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde van 12 december 2002 bevestigd. Tevens blijkt uit dat vonnis dat voor die factuur door de geïntimeerde geen invorderingsprocedure werd opgestart. Uit hetzelfde vonnis blijkt dat tussen de contractanten, hoewel beloofd door de geïntimeerde, nooit een prijsafspraak voor de verrichte boekhoudkundige diensten werd gemaakt.
Tegen die achtergrond moet worden aangenomen dat de geïntimeerde met reden kon besluiten dat haar schuldvordering voor de factuur … definitief verloren was, en in de aangifte van het tweede kwartaal 2002 aanspraak kon maken op teruggave van de BTW met betrekking tot die factuur, zijnde voor een bedrag van … euro.
In die mate heeft de appellant ten onrechte in het proces-verbaal de teruggaaf van de BW geweigerd en dat bedrag, verhoogd met de proportionele boete verschuldigd verklaard. Het dwangbevel is voor dat deel ongegrond en de vordering van de geïntimeerde is in overeenkomstige mate gegrond.
5. De gerechtskosten
Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van de partijen, moet de appellant een vijfde en de geïntimeerde vier vijfden van de gerechtskosten van de beide aanleggen dragen.
Voor de vaststelling van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig artikel 1022 Ger.W., vervangen bij wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat en uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007, moeten, bij gebrek aan verzoek en redenen tot afwijking ervan, de basisbedragen gehanteerd worden.
Vermits de waarde van de vorderingen (met betrekking tot … euro BTW, … euro boeten, en de wettelijke interest op die bedragen), bepaald zoals voorzien in de artikelen 557 tot 562 en artikel 618 Ger. W. zich in de schijf van 2.500,01 tot 5.000,00 euro bevindt, is het basisbedrag van … euro toepasselijk.
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN,
HET HOF,
recht doende op tegenspraak;
gelet op artikel 24·van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigt het bestreden vonnis, behoudens waar het de vordering van de geïntimeerde ontvankelijk verklaarde;
doet opnieuw recht over de grond van de zaak en verklaart de vordering van de geïntimeerde gedeeltelijk gegrond;
vernietigt het bestreden dwangbevel (RCIV nr. …) dat op 4 december 2003 werd uitgevaardigd ten nadele van de geïntimeerde voor het gedeelte dat betrekking heeft op de teruggave van de BTW vermeld op de factuur nr. … van 7 maart 2002 (… euro), meer de proportionele boete op dat bedrag en de wettelijke interesten; veroordeelt de appellant tot terugbetaling van alle sommen die hij op grond van dat vernietigd deel van het dwangbevel zou hebben ontvangen of ingehouden, vermeerderd met de moratoire interest voorzien in artikel 91, § 4 W.BTW.
veroordeelt de appellant tot het betalen van een vijfde ende geïntimeerde tot het betalen van vier vijfden van de gerechtskosten van de beide aanleggen, vastgesteld als volgt :
- aan de kant van de appellant :
• rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg : … EUR
• rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : … EUR
- aan de kant van de geïntimeerde :
• rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg : … EUR
• rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : … EUR
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op NEGEN MAART TWEEDUIZEND EN TIEN.
Aanwezig de Heren :
A. D. M., Kamervoorzitter, Voorzitter,
G. T. en D. V., Raadsheren,
M. V., griffier.
M. V. D. V. G. T. A. D. M.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.