---
title: "7 maart 1996 · Aftrek voorbelasting, regelmatige factuur · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel"
description: "Aftrek voorbelasting, regelmatige factuur, vormgebreken, vertrouwensbeginsel. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 7 maart 1996."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-voorbelasting-regelmatige-factuur-vormgebreken-rechtbank-brussel-1996-03-07-486a"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/naissance-droit-deduction-conditions-exercice-tribunal-bruxelles-1996-03-07-97ed"
---

# Aftrek voorbelasting, regelmatige factuur, vormgebreken, vertrouwensbeginsel · aftrek voorbelasting - regelmatige factuur - vormgebreken - vertrouwensbeginsel

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

7 maart 1996

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

7 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel dd. 07.03.1996**

**De Fiscale Koerier 1996/393**

*Aftrek voorbelasting*

*Regelmatige factuur*

*VormgebrekenVertrouwensbeginsel*

## Samenvatting

Het feit dat facturen niet alle vereiste vermeldingen bevatten, is geen beletsel voor het uitoefenen van het recht op aftrek. Zolang de onregelmatigheden de controle en de inning van de B.T.W. toelaten kan het recht op aftrek worden behouden. In casu ontbreken op de betwiste facturen een aantal gegevens die essentieel zijn voor de inning van de aangerekende B.T.W. De onregelmatigheden zijn van aard om de controle op de effectieve betaling van de B.T.W. door de leverancier te bemoeilijken. Bovendien slaagt de belastingplichtige er niet in om aan te tonen dat de afgetrokken B.T.W. op werkelijke leveringen slaat. Het argument van de belastingplichtige als zou door de houding van de taxatiediensten het principe van de rechtszekerheid worden geschonden, wordt niet aanvaard aangezien hij niet kan aantonen dat de Administratie bij vroegere controles gelijkaardige facturen had aangetroffen en de aftrek van de aangerekende B.T.W. had aanvaard. De belastingplichtige kan zich dan ook niet beroepen op administratieve gedrags- of beleidsregels.
