---
title: "Aftrek voorbelasting, regelmatige factuur · Hof van Cassatie van België, 7 juni 1996"
description: "Aftrek voorbelasting, regelmatige factuur, vormgebreken, datum van levering, recht op aftrek van Btw. Hof van Cassatie van België, 7 juni 1996."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-voorbelasting-regelmatige-factuur-vormgebreken-cassatie-brussel-1996-06-07-feb8"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/naissance-droit-deduction-conditions-exercice-cassation-bruxelles-1996-06-07-529b"
---

# Aftrek voorbelasting, regelmatige factuur, vormgebreken, datum van levering · aftrek voorbelasting - regelmatige factuur - vormgebreken - datum van levering

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Datum**

7 juni 1996

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

27 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 07.06.1996**

**De Fiscale Koerier 1996/569**

*Aftrek voorbelasting*

*Regelmatige factuur*

*Vormgebreken*

*Datum van levering*

## Samenvatting

Om zijn recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde, geheven van een aan hem geleverd goed of verleende dienst, te kunnen uitoefenen, moet de belastingplichtige in het bezit zijn van een factuur die inzonderheid de datum van de levering van het goed vermeldt.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

C.95.011 LF

HET HOF,

Gelet op de bestreden arresten, op 1 april 1993 en 18 november 1993 door het Hof van Beroep te Brussel gewezen;

Over het middel : schending van de artikelen 17 (inzonderheid § 1), 53, 70 (inzonderheid § 2) van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals zij van kracht waren vóór hun wijziging bij de wet van 27 december 1977; 1 (inzonderheid eerste lid, 1°), 2 (inzonderheid eerste lid, 2° en 3°) van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, die artikelen 1 en 2, zoals zij van kracht waren vóór hun wijziging bij het koninklijk besluit van 31 maart 1978; 1, 3, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, dat artikel 3, zoals het gewijzigd werd bij het koninklijk besluit van 31 maart 1978; 1315 van het Burgerlijk Wetboek; 870 van het Gerechtelijk Wetboek; 97 van de Grondwet, zoals zij van kracht was vóór haar coördinatie van 17 februari 1994, en, voor zover nodig, 149 van de Grondwet in de bedoelde coördinatie,

doordat het hof van beroep, nu A.P., de rechtsvoorganger van de verweerders, verzet heeft gedaan tegen het dwangbevel dat door de ontvanger van de belastingen over de toegevoegde waarde op 1 maart 1982 uitgegeven werd, en waarin werd vastgesteld dat hij 258.000 frank aan belastingen over de toegevoegde waarde, alsook een geldboete van 516.000 frank aan de Belgische Staat verschuldigd was, met verwijzing naar een proces-verbaal van 3 februari 1981, waaruit bleek dat hij zijn recht op aftrek van belasting op vijf tijdens de periode van 19 oktober 1976 tot 2 juni 1977 opgemaakte facturen, ten onrechte uitgeoefend had, 1. middels het bestreden arrest van 1 april 1993, het dwangbevel gegrond verklaart, in zoverre het strekt tot de betaling van 40.500 frank, in hoofdsom, zijnde de belasting over de toegevoegde waarde die op de factuur van 27 februari 1977 vermeld was, en vervolgens het dwangbevel "zeer gedeeltelijk gegrond" verklaart en de heropening van de debatten beveelt om de partijen in de mogelijkheid te stellen tegenspraak te voeren over de interest en de gebeurlijke geldboete; 2. middels het bestreden arrest van 18 november 1993 het dwangbevel enkel in die mate gegrond verklaart, dat het vaststelt dat verweerder aan de Belgische Staat 40.500 frank aan belastingen over de toegevoegde waarde en een geldboete van 81.000 frank verschuldigd is, te vermeerderen met de interest, en "niet gegrond in zoverre het andere bedragen betreft"; dat het hof van beroep, om middels voornoemde arresten te beslissen dat het dwangbevel niet gegrond is, in zoverre eiser in verzet andere bedragen dan die 40.500 frank, alsook de geldboete van 81.000 frank en de bij beide bedragen behorende interesten verschuldigd is, steunt op de in het arrest van 1 april 1993 vermelde redenen, a) dat de op de betwiste facturen vermelde leverancier aangeduid wordt met "V." of "Garage V.", … , te … , die vermelding met een BTW-nummer aangevuld wordt; dat die facturen zodoende de voorschriften van het artikel 2-2° van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 vervullen; dat de Belgische Staat dat tevergeefs betwist, door te doen gelden dat V. het patroniem van een Franse zigeunerfamilie is die in woonwagens leeft en uit acht tot tien personen bestaat, die allen min of meer in een onwettige handel in tweedehands voertuigen verwikkeld zijn, en dat alleen aan de hand van de benaming V. of Garage V. het lid van die familie niet met zekerheid kan worden aangewezen dat werkelijk met A.P. een contract heeft gesloten; dat artikel 2-2° van het koninklijk besluit nr. 1 de vermelding van de voornaam van de leverancier niet oplegt; b) dat de Belgische Staat even tevergeefs aanvoert dat de opsteller van de facturen een fictief adres en een sinds vele jaren geschrapt BTW-inschrijvingsnummer vermeld heeft; dat uit geen van de door de Belgische Staat aangevoerde bepalingen volgt dat de belastingplichtige de verplichting zou hebben om de juistheid van het door zijn medecontractant vermelde adres en BTW-inschrijvingsnummer na te gaan; dat A.P. des te minder de verplicht was om die controle uit te voeren, daar niet is bewezen dat hij de thans door de Belgische Staat aangevoerde gegevens kende en hij bijgevolg redenen zou hebben gehad om argwaan te koesteren tegen de beweringen van zijn medecontractant betreffende die punten; c) dat A.P. overigens beweerd heeft dat hij telefonisch inlichtingen zou hebben ingewonnen bij de hoofdcontroleur van de BTW te G., die hem zou hebben bevestigd dat een genaamde V. wel degelijk houder van een BTW-nummer was; dat de onjuistheid van die bewering niet bewezen is, zelfs al is het naar de waarachtigheid van die bewering ingestelde onderzoek zonder resultaat gebleken en al blijkt dat geen enkele V. bij de BTW ingeschreven was ten tijde van het opmaken van de litigieuze facturen; dat desalniettemin blijkt dat het BTW-nummer (geschrapt op 1 september 1972), evenals het op de facturen vermelde adres, door een zekere M.V. is gebruikt; d) dat de rechtsvoorganger van de verweerders, betreffende het feit dat de bestreden facturen de datum van levering van de voertuigen niet vermelden, heeft doen gelden, enerzijds, dat uit de door het bestuur van de BTW gevoerde onderzoek is gebleken dat de familie V. hun voertuigen leverden tegen contante betaling, en, anderzijds, dat op de facturen de vermelding "voor voldaan", zonder enige dagtekening, voorkwam, wat impliceert dat zij betaald werden op de datum die op elke factuur vermeld is; dat die feitelijke gegevens niet als dusdanig door de Belgische Staat betwist worden; dat de eerste rechter in die omstandigheden terecht heeft aangenomen dat de datum van de levering genoegzaam kan worden afgeleid uit de datum van de facturen en uit het feit dat zij voldaan zijn; dat bijgevolg geen enkele overtreding van artikel 2-3° van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1 vastgesteld is; (...); e) dat de Belgische Staat tevergeefs de regelmatigheid van de litigieuze facturen wil betwisten door aan te voeren dat ze haast volledig handgeschreven zijn, dat ze door verschillende personen opgemaakt werden, ofschoon ze allemaal van dezelfde "V." of "Garage V." afkomstig zijn en dat het tevens verschillende personen zouden zijn die ze, enerzijds, zouden hebben opgemaakt en, anderzijds, de vermeldingen "voor voldaan" zouden hebben getekend; dat die omstandigheden, als ze bewezen zijn, niet ter zake dienend zijn, alsook het feit dat op de facturen het handelsregisternummer niet is vermeld, nu het koninklijk besluit nr. 1 die vermelding niet oplegt; dat uit de voorgaande redenen blijkt dat de litigieuze facturen voldoen aan de voorschriften van artikel 2 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1, op één na, te weten die van 27 februari 1977, voor een bedrag van 40.500 frank, die niet voldoet aan punt 6° van dat artikel; f) (...) dat de eerste rechter, tenslotte, terecht erop heeft gewezen dat A.P. niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de door de leden van de familie V. gepleegde belastingfraude en dat hem niet kan worden verweten dat hij hun middelen om die fraude te plegen niet heeft ontdekt, zoals het gebruik van een fictief adres en een geschrapt BTW-nummer; dat niet is bewezen dat hij op enige manier aan die fraude heeft deelgenomen, noch dat hij ervan op de hoogte was; dat hij, nu uit de vermelding voor voldaan volgt dat hij het bedrag van de BTW van elke factuur betaald heeft, om de hierboven vermelde redenen, het bedrag mag aftrekken, met uitzondering van dat van de factuur van 27 februari 1977, ten belope van 40.500 frank; g) dat het verzet bijgevolg alleen gegrond moet worden verklaard, in zoverre het strekt tot de betaling van dat bedrag, in hoofdsom, en van de desbetreffende interest en eventuele boete; dat de heropening van de debatten moet worden bevolen teneinde de partijen de mogelijkheid te geven hun middelen betreffende het bedrag van die interest en van de eventuele geldboete aan te voeren,

terwijl, (...)

vierde onderdeel, de factuur, luidens artikel 2-3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, zoals het op het geschil van toepassing is, de datum van de levering van het goed moet vermelden; dat die vermelding tevens dient om de inning van de belasting en de controle daarop door het bestuur mogelijk te maken, dat het hof van beroep het ontbreken van die vermelding op de bestreden facturen niet kon invullen door aan te voeren dat de opstellers ervan de gewoonte hadden de voertuigen tegen contante betaling te leveren en door vast te stellen dat de vermelding "voor voldaan" niet gedagtekend was; dat daaruit overigens niet volgt dat de datum van de levering van de voertuigen met zekerheid kon worden vastgesteld alleen aan de hand van die vermeldingen op de facturen; daaruit volgt dat het hof van beroep, door op grond van die overwegingen te beslissen dat de litigieuze facturen, al vermeldden ze de datum van de levering niet, artikel 2-3° van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 toch niet schenden, het hof van beroep de artikelen 1 en 2-3°, van dat koninklijk besluit en de artikelen [1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art1) en [3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 schendt;

Wat het vierde onderdeel betreft:

Overwegende dat uit de bestreden arresten blijkt dat het geding het feit betreft dat de rechtsvoorganger van de verweerders "door aftrek, onwettig de BTW heeft teruggekregen voor een totaalbedrag van 258.000 frank, die op vijf facturen, opgemaakt tussen 19 oktober 1976 en 2 juni 1977, door een leverancier, genaamd V., in rekening werd gebracht";

Overwegende dat de belastingplichtige, krachtens de artikelen 3, § 1, l', van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 en 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, zoals ze te dezen van toepassing zijn, om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen, een factuur in zijn bezit dient te hebben waarop inzonderheid de datum van de levering van het goed is vermeld; dat die vermelding de inning van de belasting en de controle daarop door het bestuur moet mogelijk maken;

Overwegende dat het hof van beroep aanneemt dat het bestuur ten gevolge van een onderzoek heeft vastgesteld dat de familie V. hun voertuigen tegen contante betaling leverden;

Overwegende dat het hof van beroep, op grond van die vaststellingen, niet kon oordelen of de facturen niet in strijd waren met artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969;

Dat het onderdeel gegrond is;

### Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

Vernietigt de bestreden arresten, behalve in zoverre die arresten uitspraak doen over de aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de factuur van 27 februari 1997 en het arrest van 18 november 1993 het dwangbevel gegrond verklaart, in zoverre het vaststelt dat het bedrag van 121.500 frank, vermeerderd met de interest en de invorderingskosten, aan de Staat verschuldigd is;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde arresten,

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.

## Aangehaalde teksten

2

[KB nr. 3 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

## Rechtspraak

15

### België

15

Hof van Cassatie 18.06.2009

#### [Aftrek, rechtmisbruik, BTW-carrousel, vordering tot voldoening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-rechtmisbruik-btw-carrousel-vordering-cassatie-brussel-2009-06-18-8b3b)

Hof van Cassatie 13.10.2000

#### [Recht op aftrek, Vermeldingen op factuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-vermeldingen-factuur-btw-cassatie-brussel-2000-10-13-7e22)

Hof van beroep te Luik 03.06.2009

#### [Controle, Verhoging van de omzet](https://juriel.be/nl/rechtspraak/controle-verhoging-omzet-hof-van-beroep-luik-2009-06-03-9d6a)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Materiële voorwaarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-materiele-voorwaarde-btw-cassatie-brussel-2021-01-29-0dbd) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Valse facturen, factuur, valse factuur, fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/valse-facturen-factuur-fraude-rechtbank-luik-2019-12-16-60c7) 1 gemeenschappelijke bepalingen
