---
title: "Aftrek voorbelasting, gemengde belastingplichtige · Hof van Cassatie van België, 27 november 1997"
description: "Aftrek voorbelasting, gemengde belastingplichtige, bijkomende handelingen van onroerende en financiële aard. Hof van Cassatie van België, 27 november 1997."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-voorbelasting-gemengde-belastingplichtige-bijkomende-cassatie-brussel-1997-11-27-f5b3"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-chef-assujetti-mixte-generalites-cassation-bruxelles-1997-11-27-d08d"
---

# Aftrek voorbelasting, gemengde belastingplichtige · aftrek voorbelasting - gemengde belastingplichtige - bijkomende handelingen van onroerende en financiële aard

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Datum**

27 november 1997

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

36 paragrafen

### Tekst van de beslissing

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 27.11.1997**

**De Fiscale Koerier 1998/240**

*Aftrek voorbelasting*

*Gemengde belastingplichtige*

*Bijkomende handelingen van onroerende en financiële aard*

## Samenvatting

Wanneer de belastingplichtige in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor aanspraak op aftrek bestaat, mag in beginsel alleen in aftrek worden gebracht de belasting over de toegevoegde waarde geheven van de aan de betrokkene geleverde goederen en verleende diensten, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting.

C.94.0150.N

HET HOF,

Gelet op het bestreden arrest, op 25 januari 1993 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen;

Over het middel, gesteld als volgt : schending van artikel 45 alinéa 1 en onjuiste toepassing van artikel 46 alinéa 1 van de wet van 3 juli 1969 houdende invoering van het wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde, beide artikelen zoals zij bestonden vóór de wijzigingen aangebracht bij de wet van 28 december 1992, van artikel 17, hoofdzakelijk nummers 2 en 5, van de Zesde Richtlijn van de Raad van Ministers van de Europese Economische Gemeenschap, nr. 77/388/EEG, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting, Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 145 van 13 juni 1977 (hierna zesde BTW-Richtlijn EEG), alsook voor zoveel als nodig van de artikelen 12 (gewijzigd bij koninklijk besluit van 31 maart 1978) en 13 (tekst vóór de wijziging bij koninklijk besluit van 29 december 1992) van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde,

doordat het arrest, na vastgesteld te hebben dat verweerder als "belastingplichtige" in de BTW moet aangemerkt worden, en na overwogen te hebben

> "dat in casu vaststaat dat de verkoop van het onroerend goed op zich voor (verweerster) een éénmalig feit was dat alleszins voor haar geen specifieke beroepswerkzaamheid was en dat kaderde in het beheer van het eigen bedrijfsvermogen, zoals trouwens door (verweerster) toegegeven in het schrijven van haar raadsman dd. 27 januari 1987";

Nochtans oordeelt:

"Dat niettemin (verweerster) terecht aanvoert dat de kwestieuze verkoop niet kan beschouwd worden als een losstaand gegeven, doch dat deze geschiedde in het kader van de normale beroepsactiviteit;

Dat inderdaad krachtens art. 4 al. 2 van de 6° EEG-Richtlijn inzake de BTW de economische activiteit alle werkzaamheden van een handelaar omvat, waaruit derhalve volgt dat één handeling in de onderneming niet los kan worden gezien van de andere handelingen in de onderneming;

dat (verweerster) bovendien terecht stelt dat zij geacht wordt te handelen in het kader van haar maatschappelijke activiteit en doel, en dat - krachtens art. 1832 BW - dit doel het maken van winst is;

Dat er te dezen geen enkele aanwijsbare reden is dat (verweerster) in strijd met voorgaande bepalingen heeft gehandeld, en dat (eiseres) hiervan evenmin enig bewijskrachtig gegeven aanbrengt;

Dat tenslotte (eiseres) zelf stelt dat de bepalingen van [art. 13 KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art13) - getroffen ter uitvoering van art. 46 par. 1 BTW-Wb. - van toepassing is op "de bijkomstige handelingen van onroerende of financiële aard die een belastingplichtige moet doen voor het beheer van het eigen bedrijfsvermogen";

dat uit vorenstaande vaststellingen dan ook volgt dat (verweerster) een belastingplichtige is, die in de uitoefening van haar werkzaamheid een andere handeling heeft verricht dan deze waarvoor krachtens [artikel 45 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) recht op aftrek bestaat, en dat zij derhalve als "gemengde belastingplichtige" in de zin van artikel 46 dient beschouwd;

Dat zij dienvolgens zich zeer terecht beroept op [art. 13, 2° KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art13) ten einde te stellen dat voor de berekening van het verhoudingsgetal (van toepassing bij een gemengd belastingplichtige) de opbrengsten van en de inkomsten uit onroerende en financiële verrichtingen niet in aanmerking worden genomen;

dat te dezen het verhoudingsgetal ten aanzien van (verweerster) dient bepaald op 100/100, wat resulteert in de vaststelling dat de BTW ten bedrage van 15.300 F, betaald op het commissieloon, integraal aftrekbaar is",

terwijl de occasionele verkoop, door een BTW-belastingplichtige, van een onroerend goed dat deel uitmaakt van zijn bedrijfsvermogen, wanneer deze verkoop echter geen deel uitmaakt van zijn bedrijvigheid die zich wel in het toepassingsveld van de BTW situeert, niet kan aangemerkt worden als een werkzaamheid waarop [artikel 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) van het genoemd wetboek toepassing kan vinden;

Dat artikel 46, alinéa 1 immers spreekt over andere handelingen dan die waarvoor op grond van [artikel 45 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) aftrek bestaat; dat derhalve de toepassing van het in die bepaling bedoeld verhoudingsgetal slechts geldt wanneer er een regelmaat is van handelingen die geen recht op aftrek verlenen,

Dat genoemde occasionele verrichting zonder meer buiten het toepassingsveld van [artikel 46, alinéa 2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) moet gehouden worden, met uitsluiting van aftrek van de daarmee verband houdende vóórbelasting,

Dat deze zienswijze bevestigd wordt door de termen van de Zesde BTW-Richtllijn EEG, artikel 17, nr. 5, eerste alinea, volgens welke de prorata-regel enkel toepassing vindt in verband met "goederen en diensten die door een belastingplichtige zowel worden gebruikt voor handelingen als bedoeld in de leden 2 en 3, waarvoor recht op aftrek bestaat, als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat"; dat uit deze termen af te leiden is dat de BTW op goederen en diensten die niet tot bedrijfsverrichtingen dienen in het geheel niet voor aftrek in aanmerking komen,

zodat het arrest slechts met schending van de desbetreffende wetsbepalingen, op deze verrichting de toepassing van de verhoudingsregeling inzake aftrek van de voorbelasting heeft kunnen toestaan (schending van al de in hoofde van het middel aangeduide bepalingen)

Overwegende dat het te dezen toepasselijke [artikel 46, alinéa 1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) bepaalt "Wanneer de belastingplichtige in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 aanspraak op aftrek bestaat, wordt de belasting ter zake van de voor die werkzaamheid gebruikte goederen en diensten in aftrek gebracht naar verhouding van de breuk gevormd door het bedrag van de laatstbedoelde handelingen en het totale bedrag van de door de betrokkene verrichte beroepshandelingen";

Dat deze bepaling niets afdoet aan de regel van [artikel 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) van hetzelfde wetboek, maar alleen een wijze van berekening bepaalt; dat derhalve, voor zover hier van belang, in beginsel alleen in aftrek mag worden gebracht, de belasting geheven van de aan een betrokkene geleverde goederen en verleende diensten, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting;

Overwegende dat de appèlrechters aannemen dat de commissieverrichtingen waarop BTW geheven werd geen diensten waren, gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde, maar desondanks, met toepassing van artikel 46 van het genoemde wetboek, de aftrek toelaten; dat zij aldus de artikelen [45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) en [46, alinéa 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46), van het WBTW schenden;

Dat het middel gegrond is;

### Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit uitspraak doet over de betwisting "betreffende de aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde ten bedrage van 15.

300 F op commissielonen wegens verkoop van een onroerend goed" en over de kosten;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 4 voorkomens

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 4 voorkomens

[KB nr. 3 art. 13](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 2 voorkomens

## Rechtspraak

2

### België

2

Hof van beroep te Brussel 19.10.2001

#### [Algemeen verhoudingsgetal, Ontvangen giften](https://juriel.be/nl/rechtspraak/algemeen-verhoudingsgetal-ontvangen-giften-gift-hof-van-beroep-brussel-2001-10-19-23f9)

Hof van beroep te Brussel 19.10.2001

#### [Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-hof-van-beroep-brussel-2001-10-19-93a5)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Percentage van het beroepsmatig gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-percentage-beroepsmatig-gebruik-hof-van-beroep-bergen-2023-05-31-09c2) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Verhoudingsgetal, Financiële handelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verhoudingsgetal-financiele-handelingen-rechtbank-hasselt-2021-02-04-167c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Beroepsmatig gebruik van het gebouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-beroepsmatig-gebruik-gebouw-rechtbank-bergen-2020-10-15-3d88) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Passieve of actieve holding, Externe dienstverlening (managementadvies)](https://juriel.be/nl/rechtspraak/passieve-actieve-holding-externe-dienstverlening-rechtbank-nijvel-2022-07-01-69ab) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Gemengde belastingplichtige, Organisatie van shows](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-gemengde-belastingplichtige-organisatie-rechtbank-brussel-2021-10-07-a652) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Gemengde belastingplichtige, Aftrek, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gemengde-belastingplichtige-aftrek-werkelijk-gebruik-rechtbank-luxemburg-2022-05-11-e285) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplichtige, Kwalificatie actieve en passieve holding, Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplichtige-kwalificatie-actieve-passieve-holding-rechtbank-2024-02-05-1892) 2 gemeenschappelijke bepalingen
