---
title: "C.02.0572.N · 21 januari 2005 · Administratieve sancties met repressief karakter · Hof van Cassatie van België"
description: "Administratieve sancties met repressief karakter, Wettelijkheid van de sanctie. Hof van Cassatie van België, 21 januari 2005, C.02.0572.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-sancties-repressief-karakter-wettelijkheid-cassatie-brussel-2005-01-21-fb70"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-caractere-repressif-legalite-cassation-bruxelles-2005-01-21-2739"
---

# Administratieve sancties met repressief karakter, Wettelijkheid van de sanctie

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

C.02.0572.N

**Datum**

21 januari 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

84 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 21.01.2005 (C.02.0572.N)

*Administratieve sancties met repressief karakter - Wettelijkheid van de sanctie - Evenredigheid met de inbreuk - Toetsingsrecht van rechter*

## Wettelijke bepalingen

Art. 70, § 1, W.BTW

## Samenvatting

Het staat aan de rechter, aan wie gevraagd wordt de sanctie opgelegd op grond van art. 70, ,§ 1, B.T.W.-Wetboek te toetsen, te onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang daarbij in acht nemend in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie; dit toetsingsrecht houdt echter niet in dat hij op grond van een subjectieve appreciatie van verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de belastingschuldige om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 21.01.2005**

**(C.02.0572.N)**

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 14, op benaarstiging van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, de registratie en de domeinen, voor wie optreedt de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te 3000 Leuven, Vaartstraat 4-6, eiser, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,

tegen

C.T.D., naamloze vennootschap, met zetel te …, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan.

### Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 16 april 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel.

### Rechtspleging voor het Hof

Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

### Feiten

De feiten worden in het verzoekschrift als volgt samengevat :

In het arrest wordt vastgesteld dat verweerster, onder dekking van een vrachtbrief met buitenlandse bestemming, goederen naar een Belgisch adres heeft vervoerd, waar ze door Belgische afnemers werden opgenomen en aldus de B.T.W. op die levering werd ontdoken.

Uit hoofde van die feiten werd een dwangbevel uitgevaardigd tot vordering van de belasting en bijhorigheden, waaronder de wettelijke boete, berekend in toepassing van artikel 70, ,§1, Wb. B.T.W., op tweemaal het bedrag van de ontdoken rechten.

Verweerster tekende tegen dit dwangbevel verzet aan. Dit verzet werd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven bij vonnis van 12 november 1996 gegrond verklaard. Deze uitspraak werd echter door het bestreden arrest hervormd. De appèlrechter oordeelt dat de door de administratie aangevoerde inbreuk bewezen is, en verwerpt het verzet van verweerster tegen het dwangbevel, wat de gevorderde belasting betreft. Hij herleidt echter de boete tot een bedrag gelijk aan het bedrag van de ontdoken rechten.

### Middel

*Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.*

*Geschonden wettelijke bepalingen*

de artikelen 70 tot en met 72, inzonderheid 70, ,§1, en 72, en voor zoveel als nodig 84 van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde (Wb. BTW) ;

artikel 1, inzonderheid de laatste alinea, van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ;

voor zoveel als nodig, het zogenoemd beginsel dat evenredigheid tussen een inbreuk en haar sanctie oplegt.

*Aangevochten beslissingen*

Het hof van beroep zegt dat het door eiser ingesteld hoger beroep als volgt gegrond is. Het arrest :

> "Bevestigt het bestreden vonnis enkel waar het verzet wordt ontvangen, de vergoedingseis van (verweerster) wordt verworpen en de kosten worden begroot,
>
> Opnieuw beslissend voor het overige,
>
> Zegt dat het verzet enkel gegrond is wat de in het dwangbevel van 12 februari 1986 opgelegde boete betreft, maar ongegrond voor het overige ;
>
> Doet het dwangbevel enkel teniet waar het een boete oplegt van 2.576.354 frank en zegt dat de boete ten laste van (verweerster) op grond van [artikel 70 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) vastgesteld wordt op 31.933,07 euro.
>
> Veroordeelt (verweerster) in 4/5 van de gedingskosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, deze laatste begroot op 490,83 euro voor haarzelf en op 490,83 euro voor (eiser), en laat het overige 1/5 ten laste van laatstgenoemde".

Deze uitspraak is gemotiveerd met de volgende overwegingen :

> "17. De boete die met toepassing van [artikel 70 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) werd opgelegd beloopt het dubbel van het bedrag van de ontdoken rechten.
>
> Desbetreffend stelt (verweerster) dat ze kan bogen op verzachtende omstandigheden die een kwijtschelding of minstens een vermindering van de boete tot 20 pct. wettigen.
>
> [Artikel 70 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) sluit rechterlijke toetsing van de opgelegde boete niet uit.
>
> 18\. Uit de vaststaande feiten blijkt dat (verweerster) haar medewerking heeft verleend aan een mechanisme dat er op gericht was BTW-fraude te organiseren.
>
> Het is immers niet aannemelijk dat (verweerster), die een professioneel is inzake vervoer, er kon aan twijfelen dat de praktijk die met haar medeweten werd toegepast geheel ongeoorloofd was. De na te leven rechtsregels waren eenvoudig, goed gekend en trouwens niet voor misverstand vatbaar ; vrijstelling van btw was slechts mogelijk indien de in ontvangst genomen goederen werden uitgevoerd.
>
> (Verweerster) nu stemde in met een (voorgewende) vervoeropdracht waarvan bij voorbaat vaststond dat ze deze niet zou uitvoeren, ze liet goederen uit haar magazijn halen terwijl ze die moet uitvoeren en factureerde aan een bestemmeling fictieve vervoerprestaties. De tekortkoming doet kwade trouw blijken en is dus zeer ernstig.
>
> 19\. Als enige verzachtende omstandigheid kan in aanmerking worden genomen dat niet blijkt dat (verweerster) de fraude mee bedacht heeft en ze er schijnbaar slechts een beperkt voordeel uit gehaald heeft.
>
> Ze heeft prestaties gefactureerd die ze niet alleen heeft dienen uit te voeren (haar facturen werden niettemin per cheque betaald door R.), maar de gezamenlijke waarde ervan beliep hooguit enkele tienduizenden franken.
>
> In de gegeven omstandigheden acht het hof een boete gelijk aan het bedrag van de ontdoken rechten, hetzij 1.288.177 BEF thans 31.933,07 euro dan ook adequaat".

*Grieven*

In artikel 70, ,§1, Wb. B.T.W., wordt voorgeschreven : "Voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, wordt een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting". De tekst zegt niet "mag worden", of "een boete gaande tot het dubbele". Het vaststellen van de boete op het dubbele is dus wel een formeel voorschrift van de wetgever.

Dit voorschrift bindt eveneens de rechter die geadieerd wordt om een geschil over het bestaan van de inbreuk of de daarop toepasselijke sanctie te beslechten.

De door de vermelde bepalingen van de artikelen 70 tot en met 72, Wb. B.T.W., opgelegde boete wordt in de regel opgelopen door het enkele feit van de overtreding, ongeacht de goede trouw, de kwade trouw of de feitelijke vergissing van de overtreder of van een eventuele rechtsdwaling.

De krachtens artikel 70, ,§1, Wb. B.T.W. opgelegde boete kan weliswaar verminderd worden in de gevallen en onder de voorwaarden omschreven in het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 en in de daarbij gevoegde bijlage. Krachtens het laatste lid van [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) van dit koninklijk besluit mogen de in de bijlage vermelde verminderingen echter niet toegepast worden in geval van opzettelijke fraude.

In het arrest wordt uitdrukkelijk vastgesteld dat verweerster in casu deel heeft genomen aan een georganiseerde fraude, en dat kwade trouw bewezen is.

De toegestane vermindering van de opgelegde wettelijke boete is derhalve met het voorschrift van (het koninklijk besluit nr. 41) artikel 1, laatste lid, van het vermelde koninklijk besluit onverenigbaar.

Daarbij mag benadrukt worden dat dit voorschrift zowel de administratie als de rechter bindt.

De rechter, voor wie een administratieve geldboete opgelegd op grond van de artikelen 70 tot 72 van het B.T.W.-Wetboek wordt bestreden, mag de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken, en mag in het bijzonder nagaan of de feitelijke en wettelijke voorwaarden vervuld zijn voor die sanctie, en of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

Dit toetsingsrecht kan in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf al dan niet evenredig is met de inbreuk, zodat het aan de rechter staat te onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kan overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zulkdanige omvang.

Dit toetsingsrecht houdt daarentegen niet in dat de rechter om loutere redenen van opportuniteit, en tegen wettelijke voorschriften in, de opgelegde boeten kan kwijtschelden of verminderen.

Onevenredigheid tussen een sanctie en de bestanddelen van een inbreuk wijst op een objectieve verhouding : daartoe moeten de feiten ten opzichte van de sanctie afgewogen worden, los van de bijzondere omstandigheden eigen aan elk individueel geval. Een subjectieve appreciatie van verzachtende omstandigheden, eigen aan elk individueel geval, kan voor het beoordelen nopens het al of niet bestaan van onevenredigheid niet in aanmerking komen.

In de onderhavige zaak wordt door de appèlrechter vastgesteld, enerzijds dat verweerster haar medewerking heeft verleend aan een mechanisme dat erop gericht was B.T.W.-fraude te organiseren, dat haar tekortkoming kwade trouw doet blijken en zeer ernstig is, anderzijds dat als verzachtende omstandigheid in aanmerking kan genomen worden dat niet blijkt dat zij de fraude mee bedacht heeft, en er schijnbaar slechts een beperkt voordeel uit gehaald heeft.

Uit de in het arrest aangenomen verzachtende omstandigheid kan derhalve niet afgeleid worden dat de toepassing van de door de wet vastgestelde boete onverenigbaar is met dwingende bepalingen van interne of internationaal recht. De appèlrechter stelt niet vast dat de administratie niet naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang. Hij beperkt er zich toe, zijn subjectieve beoordeling in de plaats te stellen van de wettelijk omschreven sanctie.

*Besluit*

De door het arrest uitgesproken vermindering van de opgelegde boete derhalve strijdig is met het voorschrift van artikel 70, ,§1, Wb. B.T.W., alsook met de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 en voor zoveel als nodig, van de andere in de aanhef van onderhavig middel vermelde wetsbepalingen.

Deze uitspraak kan ten andere niet verrechtvaardigd worden door de toepassing van enig algemeen beginsel van interne of internationaal recht, en meer bepaald van het zogenoemd beginsel dat evenredigheid tussen een inbreuk en haar sanctie oplegt. De vermelde wetsbepalingen en rechtsbeginselen worden derhalve door het arrest geschonden.

*Beslissing van het Hof*

Overwegende dat, krachtens artikel 70, ,§1, van het BTW-Wetboek, voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete wordt opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting ;

Dat, krachtens [artikel 84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) van dat wetboek, binnen de door de wet gestelde grenzen, het bedrag van de proportionele fiscale boeten bepaald wordt volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld ;

Dat, krachtens [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten, de schalen voor vermindering van de proportionele fiscale geldboete niet van toepassing zijn ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken ;

Overwegende dat belastingschuldigen tegen een dwangbevel van de invorderingsambtenaar verzet kunnen doen ;

Dat de rechter aan wie gevraagd wordt de sanctie opgelegd op grond van het genoemde [artikel 70 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), te toetsen, de wettelijkheid van die sanctie mag onderzoeken, en in het bijzonder mag nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen ;

Dat dit toetsingsrecht in het bijzonder aan de rechter moet toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat het aan de rechter staat te onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang ;

Dat hij hierbij inzonderheid acht mag slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar hierbij in acht moet nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie ;

Dat dit toetsingsrecht niet inhoudt dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de belastingschuldige om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen ;

Overwegende dat het arrest, dat op dat punt niet wordt bekritiseerd, aanneemt dat "[artikel 70 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) rechterlijke toetsing van de opgelegde boete niet uit(sluit)" ;

Dat de appèlrechter beslist dat de tekortkoming (van verweerster) kwade trouw doet blijken en dus zeer ernstig is ; dat hij aldus aanneemt dat de overtreding begaan werd met het oog op ontduiken van BTW of ontduiking ervan mogelijk te maken ;

Dat de appèlrechter evenwel oordeelt : "Als enige verzachtende omstandigheid kan in aanmerking worden genomen dat niet blijkt dat (verweerster) de fraude mee bedacht heeft en ze er schijnbaar slechts een beperkt voordeel uit gehaald heeft. Ze heeft prestaties gefactureerd die ze niet heeft dienen uit te voeren (haar facturen werden niettemin per cheque betaald door R.), maar de gezamenlijke waarde ervan beliep hooguit enkele tienduizenden franken" ;

Dat de appèlrechter op grond van die gegevens niet mocht beslissen dat de door het bestuur opgelegde boete moest worden verminderd tot het bedrag van de ontdoken rechten ;

Dat het middel gegrond is ;

### Beschikkend gedeelte

**OM DIE REDENEN,**

**HET HOF,**

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het oordeelt over de geldboete en de kosten ;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van eenentwintig januari tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 5 voorkomens

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 2 voorkomens

[WBTW art. 84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) 1 voorkomen

## Rechtspraak

88

### België

88

Hof van Cassatie F.22.0006.N 25.11.2022

#### [Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overschrijding-drempel-ic-verwervingen-afstand-cassatie-all-cassation-2022-11-25-125b)

Hof van Cassatie F.12.0121.F 11.09.2014

#### [Administratieve geldboete, Proportionaliteit, bevoegdheid van de rechter, Vermindering, evenredigheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-geldboete-proportionaliteit-bevoegdheid-rechter-cassatie-brussel-2014-09-11-6d5e)

Hof van Cassatie 13.02.2009

#### [Fiscale boete, vermindering van de fiscale boetes](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-boete-vermindering-boetes-kwijtschelding-cassatie-brussel-2009-02-13-1477)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Levering van nieuwe gebouwen, Geen periodieke betaling, Bijzondere rekening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/levering-nieuwe-gebouwen-geen-periodieke-hof-van-beroep-luik-2023-03-17-1a65) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Kunstmatige constructie, kopiename computerbestanden, fraude, controlemaatregel, inzagerecht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kunstmatige-constructie-kopiename-computerbestanden-fraude-rechtbank-gent-2022-03-14-1dfe) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, vertrouwensbeginsel, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-vertrouwensbeginsel-levering-goederen-rechtbank-gent-2022-06-13-1e62) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-indiening, bankonderzoek, wedersamenstelling van de omzet, wettelijke boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/indiening-bankonderzoek-wedersamenstelling-omzet-wettelijke-rechtbank-gent-2022-06-23-1e9c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 2 gemeenschappelijke bepalingen
