---
title: "Administratieve geldboeten, belastingontduiking · Hof van beroep te Luik, 1 juni 2011"
description: "Administratieve geldboeten, belastingontduiking, evenredigheidsbeginsel, scheiding der machten. Hof van beroep te Luik (België), 1 juni 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-geldboeten-belastingontduiking-opzet-hof-van-beroep-luik-2011-06-01-d7e6"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-fiscales-fraude-fiscale-intention-cour-appel-liege-2011-06-01-84bd"
---

# Administratieve geldboeten, belastingontduiking, evenredigheidsbeginsel, scheiding der machten · administratieve geldboeten - belastingontduiking - opzet - evenredigheidsbeginsel - scheiding der machten - vermindering van geldboeten - opportuniteitstoetsing van de sanctie - wettigheidscontrole - genaderecht

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Luik

**Datum**

1 juni 2011

## Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 10 maanden

1. Weergegeven beslissing Hof van beroep te Luik 01.06.2011
2. [Beslissing in cassatie Hof van Cassatie van België 18.04.2013](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-geldboeten-vermindering-kwijtschelding-geldboete-cassatie-brussel-2013-04-18-5d60)

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

72 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Arrest van het Hof van Beroep te Luik dd. 01.06.2011, Zaak 2004/RG/1330**

*Administratieve geldboeten*

*Belastingontduiking*

*Opzet*

*Evenredigheidsbeginsel*

*Scheiding der machten*

*Vermindering van geldboeten*

*Opportuniteitstoetsing van de sanctie*

*Wettigheidscontrole*

*Genaderecht*

## Samenvatting

Deadministratieve geldboete, betwist voor het Hof van Beroep te Luik, was door de taxatieambtenaar bij toepassing van de artikelen 70, §§ 1 en 1bis W. BTW vastgesteld geweest op 200 %. In het proces-verbaal had de controleagent op een omstandige wijze het bestaan van opzet, in hoofde van de belastingplichtige, aangetoond om de belasting te ontduiken.

Het Hof van Beroep erkent te Luik het feit dat de schuldenaar van de geldboete gehandeld heeft met de bedoeling de belasting te ontduiken. Naar aanleiding hiervan benadrukt het Hof de omstandigheid dat de fraude aan de overtreder een levensstijl heeft toegelaten die in ruime mate hoger is dan mogelijk op grond van de aangegeven inkomsten, dat de overtreder zijn onvermogen heeft georganiseerd en dat hij zeer belangrijke geldsommen die waren ingeschreven op een bankrekening heeft laten verdwijnen. In deze omstandigheden is het Hof van oordeel "gebonden te zijn door dezelfde bepalingen als deze die de administratie binden en dat het barema tot vermindering van de proportionele administratieve geldboeten dus niet van toepassing is ».

Het Hof stelt vast dat de geldboete wettelijk verschuldigd is overeenkomstig de artikelen 70, §§ 1 en 1bis W. BTW uit hoofde van de bewezen fraude en vindt geen enkel wettelijk motief om over te gaan tot een nieuwe vermindering, zonder inbreuk te plegen op het beginsel van de scheiding der machten.

Volgens het Hof van Beroep te Luik beperkt het toetsingsrecht, toegekend aan de rechterlijke macht, zich tot het nagaan of de geldboete in feite en in rechte verantwoord is en of zij alle wetsbepalingen en algemene beginselen naleeft die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, op grond van de overwegingen B.6.2., 2 e alinea van het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 79/2008 van 15 mei 2008. Het Hof van Beroep te Luik overweegt dat de bevoegdheid van de rechter hem niet toelaat een opportuniteitsbeoordeling uit te oefenen.

De beroepsrechters te Luik stellen dat het hen niet wordt toegelaten om hun beslissing in de plaats te stellen van deze van de Minister van Financiën die gevat zou zijn door een verzoek, zonder het beginsel van de scheiding der machten te schenden bij afwezigheid van een uitdrukkelijke bevoegdheidsverklaring vanwege de wetgever. Zij stellen vast dat de overtreder geen administratief verzoek heeft neergelegd met het oog op het bekomen van een eventuele wijziging van de geldboete buiten het wettelijk barema om ondanks hij hiertoe werd uitgenodigd. Het Hof van Beroep wijst erop dat de Minister van Financiën zelf over een bevoegdheid beschikt om te oordelen over de opportuniteit tot vermindering of kwijtschelding in tegenstelling met de rechterlijke macht welke evenzeer als de administratie gehouden is aan wettelijke bepalingen.

Het Hof overweegt dat de geldboete van 200 % op zich niet onevenredig blijkt met de ernst van de overtredingen en met de ontdokken belasting.

Volgens het Hof van Beroep "laat een extensieve interpretatie van de controle met volle rechtsmacht het Hof niet toe om een opportuniteitstoetsing van de sanctie uit te oefenen die voorbehouden is aan de minister in het kader van een bevoegdheid welke traditioneel gelijkgesteld wordt met het genaderecht". Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft trouwens voor het overige de bevoegdheid van volle rechtsmacht niet geëxtrapoleerd naar de opportuniteitstoetsing van de sanctie".

Volgens het Hof van Beroep, "een wettigheidscontrole van de administratieve geldboeten, gepaard gaand met een evenredigheidstoetsing, is ruim voldoende om te voldoen aan de vereisten van volle rechtsmacht". Verwijzend naar het arrest van 23 september 1998 van het Europees Hof (arrest EHRM MALIGE t/ Frankrijk, www.echr.coe.int), is het Hof van oordeel dat het « voldoende is dat de rechter de door de wetgever voorziene bepalingen eerbiedigt op het ogenblik van de opstelling van de schaal van toepasbare sancties, opdat het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd zou zijn".

Het Hof is van oordeel dat de bevoegdheid van de rechter niet verward mag worden met deze van de Minister van Financiën in het kader van het artikel 9 van het Regentbesluit van 18 maart 1831 : deze bevoegdheid is «toevertrouwd aan de Minister op verzoek van de schuldenaar en niet "proprio motu" in het kader van een genaderecht en niet in de geschillenfase*».* Volgens het Hof kan de rechterlijke macht niet verder gaan dan het wettelijke voorschrift en de plaats van de Minister innemen, een vervanging van de rechterlijke macht door de Minister in de door hem uitgeoefende bevoegdheid in het kader van een genadeprocedure zou neerkomen « op het met één pennentrek doorhalen van het besluit waarvan hier sprake, terwijl de wetgever daarentegen afstand gedaan heeft van zijn oorspronkelijk voornemen de totale geschillenbeslechting inzake administratieve geldboeten toe te vertrouwen aan de rechterlijke macht wegens de vermoedelijke overbelasting van de rechtbanken".

Het Hof leidt hieruit af «de geldboete leek in onderhavig geval niet onevenredig met de ernst van de inbreuk» en dat "er dus geen grond is om de geldboete kwijt te schelden". Zij zegt voor recht dat "de geldboete werd wettelijk en passend toegepast en in de huidige stand van de wetgeving kan zij niet het voorwerp uitmaken van enige vermindering".

## Opmerking

Dit arrest van 1 juni 2011 maakt het voorwerp uit van een voorziening tot cassatie, betekend op 14 oktober 2011.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

COUR D'APPEL DE LIEGE

NEUVIÈME CHAMBRE

## ARRET du 1 er juin 2011

2004/RG/1330

**EN CAUSE:**

**ETAT BELGE SPF FINANCES**, représenté par Monsieur le Receveur du 2ème bureau des Recettes TVA, ayant ses bureaux situés à 4000 LIEGE, rue Paradis, 1,

partie appelante,

représentée par Maître C.M. loco Maître L.B. , avocat à ….

**CONTRE:**

**D.N.**, domiciliée à…

partie intimée,

représentée par Maître L.M., avocat à …

Vu les feuilles d'audiences des 14.12.2007, 4.5.2011 et de ce jour.

**APRÈS EN AVOIR DÉLIBÉRÉ**

Vu le dossier de procédure et notamment:

\- la copie conforme du jugement prononcé par le tribunal de première instance de Liège le 27 janvier 2004,

\- la requête d'appel déposée au greffe le 20 octobre 2004,

\- les conclusions et dossiers des parties et l'arrêt du 18 avril 2007 ordonnant la réouverture des débats relative aux amendes portées au double selon l'[article 70 § 1 du code TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), et s'élevant à 298.793, 75 €,

\- les nouvelles conclusions des parties sur ce sujet.

Attendu que la décision de la cour se fonde sur les éléments de fait et de droit développés ci-après:

Attendu que par son arrêt du 18 avril 2007 la cour a reconnu le fait que l'intimée a agi avec intention d'éluder l'impôt (voir notamment conclusions de l'Etat au premier degré, p. 8 et suivantes) la fraude ayant permis à l'intimée un train de vie largement supérieur aux revenus de 600.000 francs par an en moyenne : achat de quatre véhicules d'une valeur chacun entre 1.300.000 BEF et 1.500.000 BEF, organisation d'insolvabilité par donation de biens immobiliers de l'épouse aux enfants du couple, disparition importante de sommes inscrites en compte bancaire de plusieurs millions de francs... ;

Que dans ces circonstances la cour est liée par les mêmes dispositions que celles qui lient l'administration et que le barème de réduction des amendes proportionnelles n'est donc pas applicable à l'intimée ;

Attendu que la cour ne peut que constater que l'amende administrative est légalement due en raison de la fraude avérée conformément aux articles 70 § ler et ler bis du code TVA ;

Que la cour n'aperçoit pas de motif légal de procéder à une nouvelle réduction, sans empiéter sur le principe de la séparation des pouvoirs ;

Que le pouvoir de contrôle octroyé au pouvoir judiciaire se limite à vérifier si l'amende est justifiée en fait et en droit et si elle respecte l'ensemble des dispositions législatives et des principes généraux qui s'imposent à l'administration, parmi lesquels le principe de proportionnalité (considérant B.6.2 de l'arrêt n° 79/2008 de la cour constitutionnelle) ;

Que le pouvoir du juge ne lui permet pas d'exercer un contrôle d'opportunité comme le répète à l'envi la cour de cassation (v. Cassation 30 novembre 2006 ; [Cass. 16 février 2007](https://juriel.be/nl/rechtspraak/volle-rechtsmacht-cassatie-brussel-2007-02-16-777a) ; [Cass. 12 décembre 2008](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-verzet-strafrechtelijke-vervolging-opschorting-cassatie-brussel-2008-12-16d2) ; Cass.13 février 2009 in.www.cass.be ; v. aussi Appel Liège 29 avril 2009 RG 2007/RG/1542 en cause Etat belge c/ G. ; Appel Liège 18 mars 2009 en cause EB/ E.) et qu'il ne lui est pas permis de substituer sa décision à celle du Ministre qui serait saisi par requête, sans violer le principe de la séparation des pouvoirs en l'absence d'une habilitation expresse du législateur ;

Que la cour relève in casu que l'intimée n'a pas déposé de requête en mains du ministre sur la base de l'article 9 de l'arrêté du Régent n° 78 du 18 mars 1831 organique de 1' administration des finances en vue d'obtenir une éventuelle modération d'amendes en dehors du barème légal en dépit de ce qu'elle y avait été invitée (conclusions de l'Etat, p.2) et que le Ministre dispose lui d'un pouvoir de juger de l'opportunité de la remise ou de la modération au contraire du pouvoir judiciaire qui est tenu à l'égal de l'administration par les dispositions légales ;

Attendu que l'amende de 200 % n'apparaît pas en soi disproportionnée à la gravité des infractions et à l'impôt éludé (6.026.655 BEF ou 149.396,88 €) ;

Qu'une interprétation extensive du contrôle de pleine juridiction ne permet pas à la cour d'exercer un contrôle d'opportunité de la sanction réservée au Ministre dans le cadre d'un pouvoir assimilé traditionnellement au droit de grâce quoi que prétend l'intimée ;

Qu'un contrôle de légalité des amendes fiscales, assorti d'un contrôle de proportionnalité est suffisamment étendu pour satisfaire à l'exigence de pleine juridiction (v. Arrêt CEDH, S. du 4 mars 2004 ; Arrêt G. c/ France du 27 juillet 2006, point 26) ;

Que le pouvoir du juge ne peut se confondre avec celui du Ministre dans le cadre de l'arrêté du Régent n° 78 du 18 mars 1931 (article 9), pouvoir conféré au ministre sur réclamation du redevable et non proprio motu dans le cadre d'une procédure gracieuse et non contentieuse (v. Appel Liège, 29 mars 2006 en cause de SPRL G. disponible sur fisconet.plus) ;

Que le pouvoir judiciaire ne peut aller au-delà du prescrit légal (cass. 21 janvier 2005, RG [C.02.0572.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-sancties-repressief-karakter-wettelijkheid-cassatie-brussel-2005-01-21-fb70)) et se substituer au Ministre dont le pouvoir en la matière a été maintenu par le législateur puisque l'arrêté du Régent susmentionné a été purement et simplement maintenu en vigueur ;

Qu'une substitution du pouvoir judiciaire au Ministre dans son pouvoir exercé dans le cadre d'une procédure gracieuse dans équivaudrait en l'état actuel des textes à radier d'un trait de plume l'arrêté dont question alors que le législateur a renoncé à son intention primitive de confier le contentieux global des amendes fiscales au pouvoir judiciaire en raison du probable engorgement des tribunaux (Rapp. Ch. représ. S.O. 1998-1999, X doc.parl. n° 1341/23,p.18) ;

Que la cour des droits de l'homme n'a pas calqué le pouvoir de pleine juridiction sur celui d'un examen de l'opportunité de la sanction ;

Qu'il suffit que le juge respecte les dispositions prévues par le législateur, lors de l'élaboration de l'échelle des sanctions applicables, pour que le principe de proportionnalité soit respecté (arrêt cour européenne des droits de l'homme, aff. M. c/ France, du 23 septembre 1998 déposé au dossier de l'Etat belge) ;

Que l'amende n'apparaît pas en l'espèce disproportionnée à la gravité de l'infraction ;

Qu'il n'y a donc pas lieu à remise de l'amende ;

### Beschikkend gedeelte

**PAR CES MOTIFS,**

Vu l'article 24 de la loi du 15 juin 1935,

**La cour**, statuant contradictoirement, arrête que:

1\. L'appel est recevable et fondé.

2\. Le jugement déféré est réformé dans toutes ses dispositions et il est dit pour droit que l'amende a été légalement et adéquatement appliquée et qu'en l'état actuel de la législation elle ne peut faire l'objet de réduction.

3\. L'intimée supporte ses dépens dans les deux instances et est condamnée aux dépens de l'appelant liquidés en totalité au montant de 8.178,41 € (7.700+ 478,41) conformément à l'article 2 de l'arrêté royal du 26 octobre 2007 et compte tenu de l'indexation.

Arrêt prononcé, en langue française, à l'audience publique de la NEUVIÈME chambre de la cour d'appel de Liège, palais de justice, place Saint-Lambert 16 à Liège, le **ler juin 2011**, par Jean Pierre AERTS, président, assisté de Marion JANSSEN, greffier, après signature par les magistrats qui ont pris part au délibéré, et par le greffier.

J P AERTS

J M GOUTIER

Ph GARZANITI

M JANSSEN

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Creditnota, Overeenkomst tussen partijen, Neutraliteit, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/creditnota-overeenkomst-tussen-partijen-neutraliteit-rechtbank-namen-2022-09-22-0018) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Kwijtschelding van geldboeten, Laattijdige indiening van de btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-kwijtschelding-laattijdige-indiening-btw-rechtbank-bergen-2022-02-24-058e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het dwangbevel, Nietigheid dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-motivering-dwangbevel-nietigheid-openbare-cassatie-brussel-2021-01-29-081b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen
