---
title: "HvJ EU, 98/86, arrest van 18 februari 1987 · EEG-Verdrag art. 30 en art. 177"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 18 februari 1987, 98/86: EEG-Verdrag art. 30 en art. 177."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-98-86-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-98-86-arret"
---

# Arrest van het Hof van 18 februari 1987, 98/86 · EEG-Verdrag art. 30 en art. 177

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Derde kamer

**Zaak**

98/86

**ECLI**

ECLI:EU:C:1987:89

**Datum**

18 februari 1987

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

Tribunal de première instance de Dinant (België) beslissing van 6 maart 1986 8.767 10.742/83

**Zaak ingediend op**

14 april 1986

**Advocaat-generaal**

Mischo

**Opmerkingen**

Belgische regering Commissie

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Frans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1987, blz. 809

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Moitinho de Almeida

**Repertorium van het Hof**

- [Communautaire rechtsorde](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-A) [Bronnen van het gemeenschapsrecht](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-A-01) [Algemene rechtsbeginselen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-A-01.02) [Gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-A-01.02.02) 25 beslissingen
- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Vrij verkeer van goederen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-02%2C578-4.02) [Kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-02.02) 81 beslissingen

## Tekst

16 paragrafen

### Arrest

1. Bij vonnis van 6 maart 1986, ingekomen ten Hove op 14 april daaraanvolgend, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Dinant krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 30 EEG-Verdrag, ten einde de verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht te kunnen beoordelen van de Belgische regeling inzake de etikettering van boter.

2. Deze vraag is gerezen in een strafzaak tegen A. Mathot. Hem wordt telastgelegd, dat hij door hem bereide boter in België in de handel heeft gebracht in een verpakking waarop de naam en het adres van de bereider ontbraken, zulks in strijd met de wet van 8 juli 1935 en het Koninklijk Besluit van 27 februari 1963.

3. De verwijzende rechter heeft vastgesteld, dat volgens de Belgische wetgeving de verpakking van in België geproduceerde boter de naam en het adres van de voortbrenger, fabrikant, bereider of verkoper binnen het land moet vermelden, doch dat deze verplichting niet bestaat voor uit de overige Lid-Staten ingevoerde boter. Dit zou Belgische voortbrengers, fabrikanten of bereiders in een nadeliger positie kunnen brengen dan hun buitenlandse concurrenten en bijgevolg „een met artikel 30 EEG-Verdrag in strijd zijnde restrictieve of gelijkaardige werking” kunnen hebben; bovendien zouden grootwarenhuizen in België de voorkeur lijken te geven aan boter waarvan de verpakking naam noch adres van de bereider vermeldt.

4.

In deze context heeft de verwijzende rechter het Hof de volgende vraag voorgelegd:

> „Is de uitsluitend voor Belgische bereiders van boter en niet voor hun concurrenten uit andere Lid-Staten geldende verplichting om hun naam en adres op de verpakking van boter te vermelden, verenigbaar met artikel 30 EEG-Verdrag?”

5. Voor de ter zake toepasselijke communautaire en Belgische regeling, evenals voor de door verdachte in het hoofdgeding, de substituut van de procureur des Konings en de Commissie ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hieronder slechts weergegeven voor zover dit noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

6. In de eerste plaats zij eraan herinnerd, dat het Hof in het kader van artikel 177 EEG-Verdrag niet bevoegd is om uitspraak te doen over de uitlegging van nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of over hun verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht. Wel kan het Hof de verwijzende rechter de gemeenschapsrechtelijke uitleggingsgegevens verschaffen met behulp waarvan deze het hem voorgelegde geschil kan oplossen. Blijkens het dossier wenst de verwijzende rechter met zijn vraag te vernemen of, en zo ja onder welke voorwaarden, artikel 30 EEG-Verdrag, enige andere verdragsbepaling of een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht er zich tegen verzet, dat sommige bepalingen van een nationale regeling inzake de etikettering van boter, die in overeenstemming zijn met een gemeenschapsrichtlijn, uitsluitend op produkten van binnenlandse oorsprong en niet op produkten uit andere Lid-Staten van toepassing zijn.

7. Met betrekking tot artikel 30 moet worden opgemerkt, dat deze bepaling tot doel heeft belemmeringen van de invoer van goederen op te heffen, en niet om nationale goederen in alle gevallen dezelfde behandeling te waarborgen als ingevoerde goederen; ongelijke behandeling van goederen valt niet onder het verbod van dit artikel, wanneer zulks de invoer niet belemmert, noch de verkoop van de ingevoerde goederen bemoeilijkt (arrest van 23 oktober 1986, zaak 355/85, Cognet, Jurispr. 1986, blz. 3231).

8. In een geval als in de verwijzingsbeschikking bedoeld, kan er, gesteld dat boter van nationale oorsprong wordt gediscrimineerd, hoe dan ook geen sprake van zijn, dat de boterinvoer of de verkoop van ingevoerde boter door die ongelijke behandeling wordt belemmerd of bemoeilijkt. Artikel 30 verzet zich dus niet tegen een dergelijke regeling.

9. Met betrekking tot de vraag of bovenbedoelde ongelijke behandeling inbreuk maakt op het algemene discriminatieverbod zij herinnerd aan's Hofs rechtspraak, dat het gemeenschapsrecht geen toepassing vindt, wanneer een Lid-Staat in een sector waarin geen gemeenschapsregeling geldt noch een harmonisatie van nationale wetgevingen tot stand is gebracht, nationale produkten ongunstiger behandelt dan ingevoerde produkten (arrest van 23 oktober 1986, reeds aangehaald).

10.

In casu zijn de nationale wetgevingen ten aanzien van de etikettering van boter geharmoniseerd, en wel bij richtlijn nr. 79/112 van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (PB 1979, L 33, biz. 1). Artikel 3, lid 1, van deze richtlijn luidt als volgt:

> „Op de etikettering van levensmiddelen moeten... uitsluitend de volgende gegevens worden vermeld :
>
> ...
>
> 6) de naam of de handelsnaam en het adres van de fabrikant of van de verpakker of van een in de Gemeenschap gevestigde verkoper.”

Lid 2 bepaalt:

> „In afwijking van lid 1, mogen de Lid-Staten de nationale voorschriften handhaven krachtens welke de fabricage- of de verpakkingsinrichting, voor wat hun nationale produktie betreft, verplicht moet worden aangeduid.”

11. Voormelde richtlijn nr. 79/112 heeft met betrekking tot de etikettering en de presentatie een aantal verplichtingen in het leven geroepen die voor in de gehele Gemeenschap verkochte levensmiddelen gelden, zonder dat daarbij onderscheid kan worden gemaakt naar gelang de herkomst van de levensmiddelen, met als enige uitzondering het bepaalde in artikel 3, lid 2. Een nationale regeling waarin deze verplichtingen uitsluitend aan nationale produkten en niet ook aan uit andere Lid-Staten ingevoerde produkten worden opgelegd, leidt dan ook tot een met het gemeenschapsrecht strijdige discriminatie van bepaalde marktdeelnemers, doordat de vereisten van de richtlijn nog niet worden toegepast op ingevoerde produkten. In een dergelijk geval kunnen die marktdeelnemers evenwel geen aanspraak maken op ontheffing van de met de richtlijn in overeenstemming zijnde verplichtingen. Het staat aan de de Commissie, erop toe te zien dat de nationale instanties aan die situatie een einde maken door de werkingssfeer van de nationale regeling uit te breiden tot alle onder de richtlijn vallende produkten.

12. Mitsdien moet op de gestelde vraag worden geantwoord, dat noch artikel 30 of enige andere bepaling van het EEG-Verdrag noch een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht zich ertegen verzet, dat sommige bepalingen van een nationale regeling, die in overeenstemming zijn met een gemeenschapsrichtlijn, uitsluitend van toepassing zijn op produkten van binnenlandse oorsprong en niet op produkten uit andere Lid-Staten.

### Kosten

13. De kosten door de Belgische regering en door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),

uitspraak doende op de door de Rechtbank van eerste aanleg bij vonnis van 6 maart 1986 gestelde vraag, verklaart voor recht:

Noch artikel 30 of enige andere bepaling van het EEG-Verdrag noch een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht verzet zich ertegen, dat sommige bepalingen van een nationale regeling, die in overeenstemming zijn met een gemeenschapsrichtlijn, uitsluitend van toepassing zijn op produkten van binnenlandse oorsprong en niet op produkten uit andere Lid-Staten.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

3

EEG-Verdrag art. 30 uitgelegd 4 voorkomens

EEG-Verdrag art. 177 2 voorkomens

richtlijn 79/112 art. 3 uitgelegd 1 voorkomen

## Rechtspraak

1

### Europese Unie

1

Conclusie van advocaat-generaal Elmer C-217/94 02.05.1996

#### [Zesde richtlijn 77/388 art. 22, EEG-Verdrag art. 177](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-217-94-conclusie)

## Rechtsleer

2

Berr, Claude J.: Chronique de jurisprudence de la Cour de justice des Communautés européennes. II.- Libre circulation des marchandises, Journal du droit international 1988 p.507-508 (FR)

Steiner, Josephine: A Round-up of Recent Cases - of Shoes and Ships and Sealing Wax, European Law Review 1988 p.336-345 (EN)
