Arrest van het Hof van 19 april 2007, C-63/06, UAB Profisa · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Achtste kamer C-63/06 ECLI:EU:C:2007:233 19 april 2007

Zoeken

Arrest van het Hof van 19 april 2007, C-63/06, UAB ProfisaHarmonisatie van structuur van accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken, alcohol verwerkt in chocoladeproducten, vrijstelling van geharmoniseerde accijns

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-63-06-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Achtste kamer
Zaak
C-63/06
ECLI
ECLI:EU:C:2007:233
Datum
19 april 2007

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas (Litouwen) beslissing van 20 december 2005
Zaak ingediend op
3 februari 2006
Advocaat-generaal
Bot
Nationale beslissing na het arrest
Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas beslissing van 15 november 2007 A-8-24/2007

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Litouws
Jurisprudentie
Jurispr. 2007, blz. I-3239
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Silva de Lapuerta
Repertorium van het Hof

Tekst

22 paragrafen

Arrest

1.

Het verzoek om een prejudiciële beslissing heeft betrekking op de uitlegging van artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken (PB L 316, blz. 21).

2.

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen UAB Profisa (hierna: „Profisa”) en de Muitinės departamentas prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos (Litouwse douaneadministratie) ter zake van de heffing van de geharmoniseerde accijns op alcohol verwerkt in chocoladeproducten.

Toepasselijke bepalingen

Gemeenschapsregeling

3.

Artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83 bepaalt het volgende:

„De lidstaten verlenen voor de onder deze richtlijn vallende producten vrijstelling van de geharmoniseerde accijns op de voorwaarden die zij vaststellen voor de juiste en eenvoudige toepassing van deze vrijstellingen en ter voorkoming van fraude, ontwijking of misbruik: [...]

f. wanneer zij rechtstreeks of als bestanddeel van een halffabrikaat worden aangewend voor de productie van levensmiddelen, gevuld of anderszins, waarvan het alcoholgehalte niet meer bedraagt dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kilogram product voor chocola, en 5 liter absolute alcohol per 100 kilogram product voor andere producten.”

Nationale regeling

4.

Artikel 25, lid 1, sub 5, van de wet van 30 oktober 2001 op de accijnzen (Lietuvos Respublikos akcizų įstatymas) (Žin., 2001, nr. 98-3482), zoals gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004 (Žin., 2004, nr. 26-802; hierna: „wet op de accijnzen”), bepaalt dat ethylalcohol en alcoholhoudende dranken voor de bereiding van chocoladeproducten zijn vrijgesteld van accijnzen mits niet meer dan 8,5 liter absolute ethylalcohol wordt gebruikt per 100 kilogram (netto) chocoladeproduct.

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

5.

Profisa voert in Litouwen chocoladeproducten in die ethylalcohol bevatten.

6.

Bij beschikkingen van 4 januari en 14 maart 2005 heeft de Muitinės departamentas prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos geweigerd om de door Profisa ingevoerde producten vrij te stellen van accijnzen, op grond dat artikel 25, lid 1, sub 5, van de wet op de accijnzen weliswaar ethylalcohol voor de bereiding van chocoladeproducten vrijstelt van accijnzen, maar deze bepaling niet van toepassing is op afgewerkte chocoladeproducten die, zoals de producten in het hoofdgeding, ethylalcohol bevatten.

7.

Profisa heeft een verzoek tot nietigverklaring van deze beschikkingen ingediend bij de Vilniaus apygardos administracinis teismas, die dit verzoek bij vonnis van 9 mei 2005 heeft afgewezen.

8.

Profisa heeft tegen dit vonnis beroep ingesteld bij de verwijzende rechter.

9.

Deze rechterlijke instantie wijst erop dat aangezien artikel 25, lid 1, sub 5, van de wet op de accijnzen de omzetting in de Litouwse rechtsorde van artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83 beoogt, een uitlegging van deze laatste bepaling noodzakelijk is voor de beslechting van het bij haar aanhangige geding.

10.

Genoemde rechterlijke instantie merkt op dat de Litouwse versie van artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83 evenwel verschilt van alle andere taalversies van dit artikel.

11.

In deze context heeft de Vyriausiasis administracinis teismas de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:

„Moet artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83 [...] gelet op de verschillen tussen de diverse taalversies, aldus worden uitgelegd dat de lidstaten vrijstelling van accijns moeten verlenen voor in het douanegebied van de Europese Gemeenschappen ingevoerde ethylalcohol die verwerkt is in chocoladeproducten die bestemd zijn voor rechtstreeks verbruik, wanneer het alcoholgehalte niet meer bedraagt dan 8,5 liter per 100 kilogram chocoladeproducten?”

Prejudiciële vraag

12.

Alle partijen die schriftelijke opmerkingen hebben ingediend stellen voor om de prejudiciële vraag bevestigend te beantwoorden.

13.

Volgens vaste rechtspraak brengt het vereiste van een uniforme toepassing en uitlegging van de bepalingen van gemeenschapsrecht mee dat de tekst van een bepaling in geval van twijfel niet op zichzelf in één van zijn taalversies mag worden beschouwd, maar daarentegen moet worden uitgelegd en toegepast in het licht van de versies in de andere officiële talen (arresten van 12 november 1969, Stauder/Ulm, 29/69, Jurispr. blz. 419, punt 3; 7 juli 1988, Moksel, 55/87, Jurispr. blz. 3845, punt 15, en 2 april 1998, EMU Tabac e.a., C-296/95, Jurispr. blz. I-1605, punt 36).

14.

Wanneer er verschillen zijn tussen de verschillende taalversies van een gemeenschapstekst, moet bij de uitlegging van de betrokken bepaling worden gelet op de algemene opzet en de doelstelling van de regeling waarvan zij een onderdeel vormt (arresten van 27 oktober 1977, Bouchereau, 30/77, Jurispr. blz. 1999, punt 14; 7 december 2000, Italië/Commissie, C-482/98, Jurispr. blz. I-10861, punt 49, en 1 april 2004, Borgmann, C-1/02, Jurispr. blz. I-3219, punt 25).

15.

Uit een vergelijkend onderzoek van de verschillende taalversies van artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83 blijkt dat, met uitzondering van de Litouwse versie, alle taalversies van dit artikel bepalen dat de lidstaten, op de voorwaarden die zij vaststellen, vrijstelling van de geharmoniseerde accijns verlenen voor de onder deze richtlijn vallende producten, waaronder ethylalcohol, wanneer zij rechtstreeks worden aangewend voor de productie van levensmiddelen waarvan het alcoholgehalte niet meer bedraagt dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kilogram product voor chocola, en 5 liter absolute alcohol per 100 kilogram product voor andere producten.

16.

De plaats waar de ethylalcohol voor deze productie wordt aangewend, is in dit opzicht irrelevant.

17.

Voorts hebben de vrijstellingen waarin richtlijn 92/83 voorziet, met name tot doel, de weerslag van de accijns op alcohol als tussenproduct in de samenstelling van andere commerciële of industriële producten te neutraliseren (arrest Italië/Commissie, reeds aangehaald, punt 4).

18.

Bovendien is de vrijstelling van de in artikel 27, lid 1, van richtlijn 92/83 bedoelde producten de regel, en de weigering ervan de uitzondering. De door deze bepaling aan de lidstaten verleende bevoegdheid om voorwaarden vast te stellen „voor de juiste en eenvoudige toepassing van deze vrijstellingen en ter voorkoming van fraude, ontwijking of misbruik”, kan niet afdoen aan het onvoorwaardelijke karakter van de in die bepaling bedoelde vrijstellingsverplichting (zie arrest Italië/Commissie, reeds aangehaald, punt 50).

19.

Bijgevolg dient op de prejudiciële vraag te worden geantwoord dat artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83 aldus moet worden uitgelegd dat het de lidstaten verplicht om vrijstelling van de geharmoniseerde accijns te verlenen voor in het douanegebied van de Europese Unie ingevoerde ethylalcohol die verwerkt is in chocoladeproducten die bestemd zijn voor rechtstreeks verbruik, mits het alcoholgehalte van deze producten niet meer bedraagt dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kilogram product.

Kosten

20.

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Dictum

Het Hof van Justitie (Achtste kamer) verklaart voor recht:

Artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken, moet aldus worden uitgelegd dat het de lidstaten verplicht om vrijstelling van de geharmoniseerde accijns te verlenen voor in het douanegebied van de Europese Unie ingevoerde ethylalcohol die verwerkt is in chocoladeproducten die bestemd zijn voor rechtstreeks verbruik, mits het alcoholgehalte van deze producten niet meer bedraagt dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kilogram product,

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

3
richtlijn 92/83 art. 27uitgelegd9 voorkomens

Rechtspraak

1

Europese Unie

1

Conclusie van de advocaat-generaalC-213/1909.09.2021

Douanerechten

Bekijk het document

Rechtsleer

1
Bobek, Michal: Soudní dvůr Evropských společenství: UAB Profisa: K výkladovým "opravám" nesprávných překladů práva Společenství, Soudní rozhledy : mesícník ceské, zahranicní a evropské judikatury : nová soudní rozhodnutí vydávaná redakcí casopisu Právní rozhledy ve spoluprác jednotlivymi soudci 2007 p.361-364 (CS)