Arrest van het Hof van 19 november 1991, C-6/90 en C-9/90 · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Voltallige zitting C-6/90, C-9/90 ECLI:EU:C:1991:428 19 november 1991

Zoeken

Arrest van het Hof van 19 november 1991, C-6/90 en C-9/90Richtlijn 80/987 art. 3, EEG-Verdrag art. 177

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-6-90-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Voltallige zitting
Zaken
C-6/90, C-9/90
ECLI
ECLI:EU:C:1991:428
Datum
19 november 1991

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
C-6/90 Pretura di Vicenza, Sezione lavoro (Italië) 1186/89 ; C-9/90 Pretura di Bassano del Grappa, Sezione lavoro (Italië) beslissing van 30 december 1989
Zaak ingediend op
8 januari 1990
Advocaat-generaal
Mischo
Opmerkingen
Duitse, Italiaanse, Nederlandse, Britse regering Commissie
Nationale beslissing na het arrest
C-6/90 Pretura circondariale di Vicenza, Sezione lavoro beslissing van 16 december 1993 206/93 (1186/89) ; C-9/90 Pretura di Bassano del Grappa, Sezione lavoro 273/92 ; C-9/90 Pretura circondariale di Bassano del Grappa beslissing van 9 december 1993 162/93 ; C-9/90 Pretura circondariale di Bassano del Grappa beslissing van 21 maart 1995 839 RG 162/93

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Italiaans
Jurisprudentie
Jurispr. 1991, blz. I-5357
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Rodríguez Iglesias
Repertorium van het Hof

Tekst

52 paragrafen

Arrest

1.

Bij beschikkingen van 9 juli en 30 december 1989, ingekomen bij het Hof op 8 respectievelijk 15 januari 1990, hebben de Pretura di Vicenza (zaak C-6/90) en de Pretura di Lassano del Grappa (zaak C-9/90) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag enkele prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 189, derde alinea, EEG-Verdrag en van richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB 1980, L 283, biz. 23).

2.

Deze vragen zijn gerezen in gedingen tussen A. Francovich en D. Bonifaci e. a. (hierna: „verzoekers”) en de Italiaanse Republiek.

3.

Richtlijn 80/987 beoogt werknemers bij insolventie van hun werkgever van gemeenschapswege een minimum aan bescherming te bieden, onverminderd in de Lid-Staten bestaande gunstiger bepalingen. Hiertoe voorziet zij met name in specifieke garanties voor de honorering van onvervulde loonaanspraken.

4.

Volgens artikel 11 waren de Lid-Staten gehouden, de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om uiterlijk op 23 oktober 1983 aan de richtlijn te voldoen. Wegens de niet-nakoming van deze verplichting heeft het Hof de Italiaanse Republiek bij arrest van 2 februari 1989 (zaak 22/87, Commissie/Italië, Jurispr. 1989, blz. 143) veroordeeld.

5.

A. Francovich, verzoeker in het hoofdgeding in zaak C-6/90, was werkzaam geweest voor de onderneming CDN Elettronica SnC te Vicenza, doch had slechts nu en dan voorschotten op zijn loon ontvangen. Derhalve stelde hij beroep in bij de Pretura di Vicenza, die de gedaagde onderneming veroordeelde tot betaling van een bedrag van ongeveer 6 miljoen LIT. In het kader van de tenuitvoerlegging van het vonnis moest de deurwaarder van het Tribunale di Vicenza een procesverbaal opstellen, houdende vaststelling dat beslaglegging niet mogelijk was. Daarop sprak Francovich de Italiaanse staat aan tot voldoening van de in richtlijn 80/987 bedoelde waarborgen en, subsidiair, tot schadevergoeding.

6.

D. Bonifaci en 33 andere werkneemsters, verzoeksters in het hoofdgeding in zaak C-9/90, wendden zich tot de Pretura di Bassano del Grappa, stellende dat zij in dienst waren geweest bij de op 5 april 1985 failliet verklaarde onderneming Gaia Confezioni Sri. Bij de beëindiging van hun arbeidsverhouding hadden zij een schuldvordering van ruim 253 miljoen LIT, die in het passief van de failliete onderneming was opgenomen. Meer dan vijf jaar na de faillietverklaring hadden zij nog niets ontvangen en de curator van het faillissement had hun laten weten, dat het volstrekt onwaarschijnlijk was dat zij ook maar een deel van hun schuldvordering betaald zouden krijgen. Derhalve wendden verzoeksters zich tot de Pretura met het verzoek de Italiaanse Republiek, gelet op de op haar rustende verplichting om vanaf 23 oktober 1983 toepassing te geven aan richtlijn 80/987, te veroordelen tot betaling aan verzoeksters van de hun wegens achterstallig loon verschuldigde bedragen, in ieder geval over de laatste drie maanden, althans tot schadevergoeding.

7.

Daarop hebben de nationale rechters het Hof de volgende — in beide zaken gelijkluidende — prejudiciële vragen voorgelegd:

1)„ Kan een particulier die schade heeft geleden als gevolg van het feit dat de staat richtlijn 80/987 niet heeft uitgevoerd en voor die niet-uitvoering door het Hof van Justitie is veroordeeld, krachtens het geldende gemeenschapsrecht de inachtneming vorderen van de voldoende nauwkeurige en onvoorwaardelijke bepalingen van die richtlijn, door die gemeenschapsregeling rechtstreeks in te roepen jegens de niet-nakomende staat om de waarborgen te verkrijgen waarvoor die staat had moeten zorgen, en kan hij in ieder geval vergoeding vorderen van de schade die hij heeft geleden met betrekking tot de bepalingen die dit voorrecht niet genieten ?

2)Moeten de artikelen 3 en 4 van richtlijn 80/987 van de Raad, in onderlinge samenhang gelezen, aldus worden uitgelegd, dat de staat die geen gebruik heeft gemaakt van de in artikel 4 voorziene mogelijkheid om beperkingen aan te brengen, de aanspraken van de werknemers dient te honoreren ten belope van het in artikel 3 bepaalde ?

3)Ingeval vraag 2 ontkennend wordt beantwoord, wat is dan het minimum dat volgens richtlijn 80/987 door de staat aan de rechthebbende werknemer moet worden gewaarborgd om van uitvoering van die richtlijn te kunnen spreken ?”

8.

Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

9.

De eerste vraag van de nationale rechters stelt twee problemen aan de orde, die afzonderlijk moeten worden onderzocht: de rechtstreekse werking van de bepalingen van de richtlijn waarin de rechten van de werknemers worden omschreven, en het bestaan en de omvang van de aansprakelijkheid van de staat voor schade als gevolg van de niet-nakoming van uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen.

De rechtstreekse werking van de bepalingen van de richtlijn waarin de rechten van de werknemers worden omschreven

10.

Met het eerste onderdeel van hun eerste vraag wensen de verwijzende rechters te vernemen, of de bepalingen van de richtlijn waarin de rechten van de werknemers worden omschreven, aldus moeten worden uitgelegd, dat wanneer uitvoeringsmaatregelen niet tijdig zijn getroffen, de belanghebbenden die rechten voor de nationale rechter tegenover de staat kunnen doen gelden.

11.

Het is vaste rechtspraak, dat een Lid-Staat die door een richtlijn voorgeschreven uitvoeringsmaatregelen niet tijdig heeft getroffen, de niet-nakoming van de krachtens de richtlijn op hem rustende verplichtingen niet aan particulieren kan tegenwerpen. Wanneer dus de bepalingen van een richtlijn inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn en uitvoeringsmaatregelen niet tijdig zijn getroffen, kunnen particulieren zich op die bepalingen beroepen tegenover elk nationaal voorschrift dat niet met de richtlijn in overeenstemming is. Hetzelfde geldt wanneer die bepalingen rechten vastleggen die particulieren tegenover de staat kunnen doen gelden (arrest van 19 januari 1982, zaak 8/81, Becker, Jurispr. 1982, blz. 53, r. o. 24 en 25).

12.

Mitsdien moet worden onderzocht, of de bepalingen van richtlijn 80/987 waarin de rechten van de werknemers worden omschreven, onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn. Dit onderzoek moet zich toespitsen op drie aspecten, te weten de bepaling van de kring van personen die voor de door de betrokken bepalingen geboden garantie in aanmerking komen, de inhoud van die garantie en, ten slotte, de identiteit van het orgaan dat de garantie verschuldigd is. In dit verband rijst met name de vraag, of de staat kan worden geacht de garantie verschuldigd te zijn op grond dat hij de nodige uitvoeringsmaatregelen niet tijdig heeft getroffen.

13.

Wat om te beginnen de bepaling van de voor de garantie in aanmerking komende kring van personen betreft, moet worden opgemerkt, dat de richtlijn volgens artikel 1, lid 1, van toepassing is op uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voortvloeiende aanspraken van werknemers tegenover werkgevers die in staat van insolventie in de zin van artikel 2, lid 1, verkeren. Laatstgenoemde bepaling omschrijft de gevallen waarin de werkgever moet worden geacht in staat van insolventie te verkeren. Artikel 2, lid 2, verwijst voor de definitie van de begrippen „werknemer” en „werkgever” naar het nationale recht. Artikel 1, lid 2, ten slotte bepaalt, dat de Lid-Staten bij wijze van uitzondering onder bepaalde voorwaarden bepaalde, in de bijlage bij de richtlijn genoemde categorieën werknemers van de werkingssfeer van de richtlijn kunnen uitsluiten.

14.

Bovenstaande bepalingen zijn voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk om de nationale rechter in staat te stellen te bepalen, of iemand al dan niet moet worden geacht onder de werkingssfeer van de richtlijn te vallen. De rechter behoeft immers slechts na te gaan, in de eerste plaats of de betrokkene naar nationaal recht de status van werknemer heeft en of hij niet overeenkomstig artikel 1, lid 2, juncto de bijlage van de richtlijn van de werkingssfeer daarvan is uitgesloten (zie voor de voorwaarden voor die uitsluiting de arresten van 2 februari 1989, zaak 22/87, Commissie/Italië, reeds aangehaald, r. o. 18-23, en 8 november 1990, zaak C-53/88, Commissie/Griekenland, Jurispr. 1990, blz. I-3917, I-3931, r.o. II-26), en in de tweede plaats of er sprake is van een van de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde gevallen waarin een werkgever wordt geacht in staat van insolventie te verkeren.

15.

Met betrekking tot de inhoud van de garantie bepaalt artikel 3 van de richtlijn, dat de betaling moet worden verzekerd van de onvervulde aanspraken die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen en die betrekking hebben op het loon over de vóór een door de Lid-Staat bepaalde datum vallende periode. Bij de bepaling van die datum kan de Lid-Staat kiezen uit drie mogelijkheden: a) de datum van het intreden van de insolventie van de werkgever; b) de datum van de aanzegging van het ontslag van de betrokken werknemer wegens insolventie van de werkgever, of c) de datum van het intreden van de insolventie van de werkgever of die van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of de arbeidsverhouding van de betrokken werknemer wegens insolventie van de werkgever.

16.

Al naar gelang de gemaakte keuze is de Lid-Staat ingevolge artikel 4, leden 1 en 2, bevoegd de betalingsverplichting te beperken tot een periode van drie maanden of acht weken, voor de berekening waarvan genoemde bepaling nadere regels geeft. Ingevolge artikel 4, lid 3, ten slotte kunnen de Lid-Staten een garantieplafond vaststellen ten einde te voorkomen dat er bedragen worden uitgekeerd die voorbijschieten aan het sociale doel van de richtlijn. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maken, moeten zij de Commissie meedelen welke methoden zij hanteren om dat plafond vast te stellen. Volgens artikel 10 doet de richtlijn geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Lid-Staten om de nodige maatregelen te treffen met het oog op het voorkomen van misbruiken en, met name, om de verplichting tot honorering van aanspraken onder bepaalde omstandigheden te weigeren of te beperken.

17.

Artikel 3 van de richtlijn laat de Lid-Staat dus een keuze bij de bepaling van de datum met ingang waarvan de honorering van aanspraken moeten worden verzekerd. Uit de rechtspraak van het Hof (arresten van 4 december 1986, zaak 71/85, FNV, Jurispr. 1986, blz. 3855, en 24 maart 1987, zaak 286/85, McDermott en Cotter, Jurispr. 1987, blz. 1453, r. o. 15) vloeit echter reeds impliciet voort, dat de omstandigheid dat de staat over een veelheid van alternatieven beschikt om het door de richtlijn voorgeschreven resultaat te bereiken, particulieren niet de mogelijkheid ontneemt, voor de nationale rechter de rechten te doen gelden waarvan de inhoud op de enkele basis van de bepalingen van de richtlijn met voldoende nauwkeurigheid kan worden vastgesteld.

18.

In casu bestaat het door de richtlijn voorgeschreven resultaat hierin, dat de werknemers bij insolventie van hun werkgever de honorering van hun onvervulde aanspraken wordt gegarandeerd. De omstandigheid dat de Lid-Staten ingevolge de artikelen 3 en 4, leden 1 en 2, over een zekere beoordelingsmarge beschikken met betrekking tot de methoden om die garantie vast te stellen en met betrekking tot de beperking van het bedrag ervan, neemt niet weg, dat het te bereiken resultaat nauwkeurig en onvoorwaardelijk is.

19.

Zoals de Commissie en verzoekers hebben opgemerkt, is het immers mogelijk de door de richtlijn geboden minimumwaarborg vast te stellen door uit te gaan van de datum bij keuze waarvan het waarborgfonds het minst zal hoeven te betalen. Dat is de datum waarop de insolventie van de werkgever is ingetreden, aangezien de andere twee data — die van de aanzegging van het ontslag van de werknemer en die van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of de arbeidsverhoudingen —, zoals zij in artikel 3 zijn omschreven, noodzakelijkerwijs ná de datum van het intreden van de insolventie liggen, zodat bij keuze van die data de honorering van aanspraken over een langere periode moet worden verzekerd.

20.

De bij artikel 4, lid 2, verleende bevoegdheid om de garantie te beperken sluit niet uit, dat de door de richtlijn geboden minimumwaarborg kan worden bepaald. Blijkens de tekst van deze bepaling zijn de Lid-Staten immers bevoegd, de aan de werknemers geboden garanties te beperken tot bepaalde, vóór de in artikel 3 bedoelde datum vallende perioden. Voor elk van de drie in artikel 3 genoemde data wordt bepaald tot welke periode de betalingsverplichting kan worden beperkt, zodat hoe dan ook kan worden vastgesteld in hoeverre de Lid-Staat de door de richtlijn geboden garantie had kunnen verminderen naar gelang van de datum die hij zou hebben gekozen indien hij de richtlijn had omgezet.

21.

Met betrekking tot artikel 4, lid 3, volgens hetwelk de Lid-Staten een garantieplafond mogen vaststellen ten einde te voorkomen dat er bedragen worden uitgekeerd die voorbijschieten aan het sociale doel van de richtlijn, en artikel 10, bepalende dat de richtlijn geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van de Lid-Staten de nodige maatregelen te treffen ter voorkoming van misbruiken, moet worden opgemerkt, dat een Lid-Staat die zijn verplichting tot omzetting van een richtlijn niet is nagekomen, de door die richtlijn ten behoeve van particulieren in het leven geroepen rechten niet buiten spel kan zetten met het betoog, dat zo hij de nodige uitvoeringsmaatregelen wél had getroffen, hij bevoegd zou zijn geweest het bedrag van de waarborg te beperken (zie met betrekking tot een soortgelijke bevoegdheid ter voorkoming van misbruiken op fiscaal gebied, het arrest van 19 januari 1982, zaak 8/81, Becker, Jurispr. 1982, blz. 53, r. o. 34).

22.

Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de in geding zijnde bepalingen onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn waar het gaat om de inhoud van de garantie.

23.

Wat ten slotte de identiteit betreft van het orgaan dat de waarborg verschuldigd is, bepaalt artikel 5 van de richtlijn:

„De Lid-Staten stellen de nadere regels vast voor de organisatie, de financiering en de werking van de waarborgfondsen en nemen daarbij met name de volgende beginselen in acht:

a)het vermogen van de fondsen moet gescheiden zijn van het bedrijfskapitaal van de werkgevers en dient zodanig te zijn gevormd dat het niet vatbaar is voor beslag bij een procedure wegens insolventie;

b)de werkgevers moeten in de financiering bijdragen, tenzij de overheid voor de volledige financiering zorgt;

c)de verplichting om aanspraken te honoreren rust op het fonds, ongeacht of de verplichtingen om bij te dragen tot de financiering werden nagekomen.”

24.

In casu is betoogd, dat waar de richtlijn in de mogelijkheid van volledige financiering van de waarborgfondsen door de overheid voorziet, het onaanvaardbaar is dat een Lid-Staat aan de richtlijn iedere werking zou kunnen ontzeggen met het argument, dat hij de op hem rustende financiële verplichtingen geheel of gedeeltelijk op anderen had kunnen afwentelen.

25.

Dit betoog kan niet worden aanvaard. Blijkens de bewoordingen van de richtlijn is de Lid-Staat verplicht, door de oprichting van waarborgfondsen een behoorlijk georganiseerd waarborgstelsel in het leven te roepen. Ingevolge artikel 5 beschikt hij over een ruime beoordelingsmarge met betrekking tot de organisatie, de werking en de financiering van de waarborgfondsen. De door de Commissie aangevoerde omstandigheid, dat de richtlijn als mogelijkheid noemt dat een dergelijk stelsel volledig door de overheid wordt gefinancierd, maakt de staat nog niet tot het orgaan dat de onvervulde aanspraken verschuldigd is. De betalingsverplichting rust op de waarborgfondsen en de Lid-Staat kan slechts in de uitoefening van zijn bevoegdheid om het waarborgstelsel te organiseren, bepalen dat de waarborgfondsen volledig door de overheid worden gefinancierd. In dat geval verplicht de staat zich tot iets waartoe hij in beginsel niet gehouden is.

26.

Hieruit volgt, dat de betrokken bepalingen van de richtlijn weliswaar voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn waar het de bepaling van de voor de garantie in aanmerking komende kring van personen en de inhoud van die garantie betreft, doch dat zulks nog niet betekent dat particulieren die bepalingen voor de nationale rechter kunnen inroepen. In de eerste plaats immers wordt in die bepalingen niet gepreciseerd wie de garantie verschuldigd is, en in de tweede plaats kan de staat niet worden geacht de garantie verschuldigd te zijn op de enkele grond dat hij niet tijdig uitvoeringsmaatregelen heeft getroffen.

27.

Mitsdien moet op het eerste onderdeel van de eerste vraag worden geantwoord, dat de bepalingen van richtlijn 80/987 waarin de rechten van de werknemers worden omschreven, aldus moeten worden uitgelegd, dat wanneer uitvoeringsmaatregelen niet tijdig zijn getroffen, de belanghebbenden die rechten voor de nationale rechter niet tegenover de staat kunnen doen gelden.

De aansprakelijkheid van de staat voor schade als gevolg van het feit dat hij de krachtens het gemeenschapsrecht op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen

28.

Met het tweede onderdeel van hun eerste vraag wensen de nationale rechters te vernemen, of een Lid-Staat gehouden is de schade te vergoeden die particulieren lijden doordat richtlijn 80/987 niet in nationaal recht is omgezet.

29.

Het gaat hier dus om de vraag, of en in hoeverre de staat aansprakelijk is voor schade die is ontstaan doordat hij de krachtens het gemeenschapsrecht op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

30.

Dit probleem moet worden onderzocht in het licht van het algemene systeem en de fundamentele beginselen van het Verdrag.

a) Het beginsel van aansprakelijkheid van de staat

31.

In de eerste plaats zij eraan herinnerd, dat het EEG-Verdrag een eigen rechtsorde in het leven heeft geroepen, die in de rechtsorde der Lid-Staten is opgenomen en waarmee de nationale rechter rekening dient te houden. Binnen die rechtsorde zijn niet alleen de Lid-Staten, maar ook hun onderdanen gerechtigd en, evenzeer als het gemeenschapsrecht ten laste van particulieren verplichtingen in het leven roept, schept het ook rechten die dezen uit eigen hoofde kunnen doen gelden. Deze rechten ontstaan niet alleen wanneer het Verdrag ze uitdrukkelijk toekent, maar ook als weerslag van de verplichtingen die het Verdrag zowel aan particulieren als aan de Lid-Staten en de gemeenschapsinstellingen oplegt (zie de arresten van 5 februari 1963, zaak 26/62, Van Gend en Loos, Jurispr. 1963, blz. 3, en 15 juli 1964, zaak 6/64, Costa, Jurispr. 1964, blz. 1203).

32.

Bovendien is het vaste rechtspraak, dat de nationale rechter die in het kader van zijn bevoegdheden belast is met de toepassing van de gemeenschapsrechtelijke bepalingen, de volle werking van die bepalingen dient te verzekeren en de daarin aan particulieren toegekende rechten moet beschermen (zie met name de arresten van 9 maart 1978, zaak 106/77, Simmenthal, Jurispr. 1978, blz. 629, r. o. 16, en 19 juni 1990, zaak C-213/89, Factortame, Jurispr. 1990, blz. I-2433, r. o. 19).

33.

Aan de volle werking van de gemeenschapsbepalingen zou worden afgedaan en de bescherming van de daarin toegekende rechten zou worden afgezwakt, indien particulieren niet de mogelijkheid zouden hebben om schadevergoeding te verkrijgen wanneer hun rechten worden aangetast als gevolg van een schending van het gemeenschapsrecht die aan een Lid-Staat kan worden toegerekend.

34.

De mogelijkheid van schadevergoeding door de Lid-Staat doet zich als bijzonder noodzakelijk gevoelen wanneer, zoals in casu, de volle werking van de gemeenschapsbepalingen alleen door optreden van de Lid-Staat kan worden verzekerd en wanneer bijgevolg particulieren bij gebreke van een dergelijk optreden de hun door het gemeenschapsrecht toegekende rechten niet voor de nationale rechter kunnen doen gelden.

35.

Derhalve is het beginsel dat de staat aansprakelijk is voor schade die particulieren lijden als gevolg van schendingen van het gemeenschapsrecht die hem kunnen worden toegerekend, inherent aan het systeem van het Verdrag.

36.

De op de Lid-Staten rustende verplichting tot vergoeding van die schade vindt tevens haar grondslag in artikel 5 EEG-Verdrag, dat de Lid-Staten verplicht alle algemene of bijzondere maatregelen te treffen welke geschikt zijn om de nakoming van de krachtens het gemeenschapsrecht op hen rustende verplichtingen te verzekeren. Hiertoe behoort ook de verplichting de onwettige gevolgen van een schending van het gemeenschapsrecht ongedaan te maken (zie met betrekking tot de overeenkomstige bepaling van artikel 86 EGKS-Verdrag, het arrest van 16 december 1960, zaak 6/60, Humblet, Turispr. 1960, blz. 1169).

37.

Blijkens al het voorgaande is het een beginsel van gemeenschapsrecht, dat de Lid-Staten verplicht zijn tot vergoeding van de schade die particulieren lijden als gevolg van schendingen van het gemeenschapsrecht die hun kunnen worden toegerekend.

b) De voorwaarden voor aansprakelijkheid van de staat

38.

De voorwaarden waaronder de uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende aansprakelijkheid van de staat een recht op schadevergoeding doet ontstaan, zijn afhankelijk van de aard van de aan de schade ten grondslag liggende schending van het gemeenschapsrecht.

39.

Wanneer zoals in casu een Lid-Staat niet voldoet aan de krachtens artikel 189, derde alinea, op hem rustende verplichting alle maatregelen te nemen die nodig zijn om het door een richtlijn voorgeschreven resultaat te bereiken, moet er ter verzekering van de volle werking van deze gemeenschapsrechtelijke bepaling een recht op schadevergoeding bestaan wanneer aan drie voorwaarden is voldaan.

40.

In de eerste plaats moet het door de richtlijn voorgeschreven resultaat de toekenning van reenten aan particulieren inhouden. In de tweede plaats moet de inhoud van die rechten kunnen worden vastgesteld op basis van de bepalingen van de richtlijn. En ten slotte moet er een causaal verband bestaan tussen de schending van de op de staat rustende verplichting en de door de benadeelde personen geleden schade.

41.

Deze voorwaarden zijn voldoende om voor particulieren een recht op schadevergoeding in het leven te roepen, dat zijn grondslag rechtstreeks in het gemeenschapsrecht vindt.

42.

Het staat echter aan de Lid-Staat om in het kader van het nationale aansprakelijkheidsrecht de gevolgen van de veroorzaakte schade ongedaan te maken. Bij gebreke van een gemeenschapsregeling ter zake is het immers een aangelegenheid van de interne rechtsorde van elke Lid-Staat om de bevoegde rechter aan te wijzen en de procesregels te geven voor rechtsvorderingen die ertoe strekken, de rechten die de justitiabelen aan het gemeenschapsrecht ontlenen ten volle te beschermen (zie de arresten van 22 januari 1976, zaak 60/75, Russo, Jurispr. 1976, blz. 45; 16 december 1976, zaak 33/76, Rewe, Jurispr. 1976, blz. 1989, en 7 juli 1981, zaak 158/80, Rewe, Jurispr. 1981, blz. 1805).

43.

Voorts moet worden vastgesteld, dat de formele en materiële voorwaarden die door de onderscheiden nationale wettelijke regelingen ter zake van schadevergoeding zijn vastgesteld, niet ongunstiger mogen zijn dan die welke voor gelijksoortige nationale vorderingen gelden en niet van dien aard mogen zijn, dat zij het verkrijgen van schadevergoeding nagenoeg onmogelijk of uiterst moeilijk maken (zie met betrekking tot de vergelijkbare materie van de terugvordering van in strijd met het gemeenschapsrecht geheven belastingen, met name het arrest van 9 november 1983, zaak 199/82, San Giorgio, Jurispr. 1983, blz. 3595).

44.

Dat een Lid-Staat het gemeenschapsrecht heeft geschonden door richtlijn 80/987 niet tijdig in nationaal recht om te zetten, is in casu vastgesteld in een arrest van het Hof. Het door die richtlijn voorgeschreven resultaat houdt in, dat de werknemers het recht op een waarborg voor de honorering van hun onvervulde loonaanspraken wordt toegekend. Zoals bij de bespreking van het eerste onderdeel van de eerste vraag is gebleken, kan de inhoud van dat recht op basis van de bepalingen van de richtlijn worden vastgesteld.

45.

Onder deze omstandigheden is het aan de nationale rechter om in het kader van het nationale aansprakelijkheidsrecht het recht van de werknemers op vergoeding van de hun door de niet-omzetting van de richtlijn veroorzaakte schade te waarborgen.

46.

Mitsdien moet de vraag van de nationale rechters aldus worden beantwoord, dat een Lid-Staat gehouden is de schade te vergoeden die particulieren lijden ten gevolge van de niet-omzetting van richtlijn 80/987 in nationaal recht.

De tweede en de derde vraag

47.

Gezien het antwoord op de eerste prejudiciële vraag, behoeven de tweede en de derde vraag geen beantwoording.

Kosten

48.

De kosten door de Italiaanse regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk, de Nederlandse regering en de Duitse regering alsmede de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

uitspraak doende op de door de Pretura di Vicenza (zaak C-6/90) en de Pretura di Bassano del Grappa (zaak C-9/90) bij beschikking van 9 juli respectievelijk 30 december 1989 gestelde vragen, verklaart voor recht:

1) De bepalingen van richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever, waarin de rechten van de werknemers worden omschreven, moeten aldus worden uitgelegd, dat wanneer uitvoeringsmaatregelen niet tijdig zijn getroffen, de belanghebbenden die rechten voor de nationale rechter niet tegenover de staat kunnen doen gelden.

2) Een Lid-Staat is gehouden, de schade te vergoeden die particulieren lijden ten gevolge van de niet-omzetting van richtlijn 80/987/EEG in nationaal recht.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

7
richtlijn 80/987 art. 33 voorkomens
EEG-Verdrag art. 1771 voorkomen
EEG-Verdrag art. 1891 voorkomen
EEG-Verdrag art. 51 voorkomen
richtlijn 80/987 art. 21 voorkomen
richtlijn 80/987 art. 41 voorkomen

Rechtspraak

57

Europese Unie

57

Hof van JustitieC-282/1024.01.2012

Sociale politiek

Hof van JustitieC-61/2122.12.2022

Milieu

Bekijk alle 57

Bekijk de 57 documenten

Rechtsleer

155
Prechal, Sacha: Onrechtmatige (niet) wetgeving : nu procederen !, Nederlands juristenblad 1991 p.1138-1139 (NL)
X: Damages for Non-Implementation, Business Law Brief 1991 August p.4-5 (EN)
Barav, Ami: Damages against the State for Failure to Implement EC Directives, New Law Journal 1991, p. 1584-1585 et 1604 (EN)
Barav, Ami: Communautés européennes. — Effet direct. Traité CEE, art. 189. Directive. Non-transposition par un État membre. Recours contre l'État. Possibilité pour les particuliers de se prévaloir des dispositions de la directive devant les juridictions nationales (non). Responsabilité de l'État (oui). Réparation (oui)., La Semaine Juridique - édition générale 1992, n° 1, II 21783 (FR)
Simon, Denys: Une étape décisive dans la protection des droits des justiciables communautaires : la responsabilité des Etats membres en cas de non-transposition des directives, Europe 1991 Décembre Chron. p.1-3 (FR)
Bekijk de 150 andere verwijzingen
Hanft, James E.: Francovich and Bonifaci v. Italy: EEC Member State Liability for Failure to Implement Community Directives, Fordham International Law Journal 1991-92 p. 1237-1274 (EN)
Barents, René: Lidstaten schadeplichtig bij niet uitvoering richtlijnen, Euridica 1991 nº 10 p.3-4 (NL)
Fischer, Hans Georg: Staatshaftung nach Gemeinschaftsrecht, Europäische Zeitschrift für Wirtschaftsrecht 1992 p.41-44 (DE)
Dubouis, Louis: La responsabilité de l'Etat pour les dommages causés aux particuliers par la violation du droit communautaire, Revue française de droit administratif 1992 p.1-9 (FR)
Gilliams, Hans: Overheidsaansprakelijkheid bij schending van Europees gemeenschapsrecht, Rechtskundig weekblad 1991-92 p.877-880 (NL)
Le Mire, Pierre: L'actualité juridique ; droit administratif 1992 p.145-149 (FR)
Prétot, Xavier: Non-transposition d'une directive et responsabilité de l'Etat, Revue de jurisprudence sociale 1992 p.21-24 (FR)
Mok, M.R.: TVVS ondernemingsrecht en rechtspersonen 1992 p.56-57 (NL)
Simon, Denys: Une étape décisive dans la protection des droits des justiciables communautaires : la responsabilité des Etats membres en cas de non-transposition des directives, La Semaine Juridique - entreprise et affaires 1992 nº 123 p. 83-88 (FR)
Auby, Jean-Bernard: Observations sur certaines conséquences de la non-transposition des directives communautaires, Droit administratif 1992 p.1-3 (FR)
Meier, Gert: Recht der internationalen Wirtschaft 1992 p.245-246 (DE)
Brealey, Mark: The Liability of the State in Damages for Breach of Community Law, European Business Law Review 1992 p.39-40 (EN)
Te Boekhorst, Paul: Duty of Member States to Implement Directives, European Taxation 1992 p.179-182 (EN)
Orlandi, Maurizio: Responsabilità dello Stato membro per danni derivanti ai cittadini dal mancato recepimento di una direttiva comunitaria, Giurisprudenza di merito 1992 p.456-459 (IT)
Bracke, N.E.: Regelmaat 1992 p.9-11 (NL)
Schlemmer-Schulte, Sabine ; Ukrow, Jörg: Haftung des Staates gegenüber dem Marktbürger für gemeinschaftsrechtswidriges Verhalten, Europarecht 1992 p.82-95 (DE)
Hailbronner, Kay: Staatshaftung bei säumiger Umsetzung von EG-Richtlinien, Juristenzeitung 1992 p.284-289 (DE)
Vallejo Lobete, Ernesto: La responsabilidad de los Estados por la violación de la normativa comunitaria, Gaceta Jurídica de la C.E. y de la Competencia - Boletín 1992 nº 71 p.15-23 (ES)
Parker, Kenneth: State Liability in Damages for Breach of Community Law, The Law Quarterly Review 1992 p.181-186 (EN)
Schockweiler, Fernand: La responsabilité de l'autorité nationale en cas de violation du droit communautaire, Revue trimestrielle de droit européen 1992 p. 27-50 (FR)
Barone, Anselmo ; Pardolesi, Roberto: Il fatto illecito del legislatore, Il Foro italiano 1992 IV Col.146-150 (IT)
Ponzanelli, Giulio: L'Europa e la responsabilità civile, Il Foro italiano 1992 IV Col.150-154 (IT)
Carnelutti, A.: L'arrêt "Francovich Bonifaci". L'obligation des Etats membres de réparer les dommages causés par les violations du droit communautaire, Revue du marché unique européen 1992 nº 1 p.187-192 (FR)
Brenninkmeijer, A.F.M.: Het Francovich-arrest, Nederlands juristenblad 1992 p.256-259 (NL)
Betlem, G. ; Rood, E.: Frankovich-aansprakelijkheid, Nederlands juristenblad 1992 p.250-255 (NL)
Ter Kuile, B.H.: De invloed van Francovich op Nederlandse wetgeving en bestuur, Nederlands tijdschrift voor bestuursrecht 1992 p.113-120 (NL)
Ter Kuile, B.H.: Francovich en het Nederlandse belastingrecht, Weekblad voor fiscaal recht 1992 p.615-625 (NL)
Wattel, Peter: Het spectaculaire trio Emmott, Francovich & Bonifaci, Weekblad voor fiscaal recht 1992 p.626-635 (NL)
Duffy, Peter: Damages against the State: A New Remedy for Failure to Implement Community Obligations, European Law Review 1992 p.133-138 (EN)
Boch, Christine ; Lane, Robert: Damages from the Crown for Breach of Community Law, The Scots Law Times 1992 p.145-148 (EN)
Schlemmer-Schulte, Sabine ; Ukrow, Jörg: EG-Richtlinien: Haftung der Mitgliedstaaten für vertragswidriges Verhalten, Recht der internationalen Wirtschaft 1992 p.411-412 (DE)
D'Sa, Rose: State Liability for Breaches of EC Law, The Law Society's Gazette 1992 nº 18 p.27-28 + p.31 (EN)
Smith, Helen: The Francovich Case: State Liability and the Individual's Right to Damages, European Competition Law Review 1992 p.129-132 (EN)
Karl, Joachim: Die Schadensersatzpflicht der Mitgliedstaaten bei Verletzungen des Gemeinschaftsrechts, Recht der internationalen Wirtschaft 1992 p.440-448 (DE)
Barry, Eilis: The Insolvency Directive and the Liability of a Member State to Make Good Damage to Individuals Caused by a Breach of Community, Irish Law Times and Solicitors' Journal 1992 p.126-127 (EN)
Kuiper, M.A.P.: Terugwerkende kracht van resoluties en schadevergoedingsplicht, Weekblad voor fiscaal recht 1992 p.779-786 (NL)
Triantafyllou, Dimitrios: Haftung der Mitgliedstaaten für Nichtumsetzung von EG-Recht - Zur Europäisierung des Staatshaftungsrechts -, Die öffentliche Verwaltung 1992 p.564-571 (DE)
Martínez Lage, Santiago: La responsabilidad de la Administración por incumplimiento del Derecho comunitario (la sentencia Francovich), Gaceta Jurídica de la C.E. y de la Competencia - Boletín 1992 nº 74 p.1-3 (ES)
Pellisé, Cristina: Jurisprudencia del Tribunal de Justicia de las Comunidades Europeas, Revista Jurídica de Catalunya 1992 p.859-862 (ES)
Cafagno, Maurizio: Ordinamento comunitario e responsabilità per lesione di interessi legittimi, Rivista italiana di diritto pubblico comunitario 1992 p.147-163 (IT)
Russo Spena, Francesco: La Corte di giustizia ridefinisce la responsabilità degli Stati membri per violazione del diritto comunitario, Rivista italiana di diritto pubblico comunitario 1992 p.163-174 (IT)
Ossenbühl, Fritz: Der gemeinschaftsrechtliche Staatshaftungsanspruch, Deutsches Verwaltungsblatt 1992 p.993-998 (DE)
Häde, Ulrich: Staatshaftung für legislatives Unterlassen, Bayerische Verwaltungsblätter 1992 p.449-456 (DE)
Cartabia, Marta: Omissioni del legislatore, diritti sociali e risarcimento dei danni. (A proposito della sentenza "Francovich" della Corte di giustizia delle Comunità europee), Giurisprudenza costituzionale 1992 p.505-519 (IT)
Constantinesco, Vlad: Chronique de jurisprudence de la Cour de justice des Communautés européennes. Institutions et ordre juridique communautaire, Journal du droit international 1992 p.426-430 (FR)
Szyszczak, Erika: European Community Law: New Remedies, New Directions?, The Modern Law Review 1992 p.690-697 (EN)
Pieper, Stefan Ulrich: Mitgliedstaatliche Haftung für die Nichtbeachtung von Gemeinschaftsrecht, Neue juristische Wochenschrift 1992 p.2454-2459 (DE)
Downie, Gordon H.: New Right to Damages in Community Law, The Journal of the Law Society of Scotland 1992 p.424-426 (EN)
Gillies, Dorothy A.: Individuals and E.E.C. Directives, The Juridical Review 1992 p.283-286 (EN)
Mori, Paola: Novità in tema di tutela dei singoli nei confronti dello Stato inadempiente a direttive comunitarie: il caso Francovich e Bonifaci, Giustizia civile 1992 II p.513-526 (IT)
Cumming, George: Andrea Francovich v. The Italian Republic; Danila Bonifaci et al. v. The Italian Republic, The Journal of Business Law 1992 p.610-614 (EN)
Nettesheim, Martin: Gemeinschaftsrechtliche Vorgaben für das deutsche Staatshaftungsrecht, Die öffentliche Verwaltung 1992 p.999-1005 (DE)
Temple Lang, John: New Legal Effects Resulting from the Failure of States to Fulfil Obligations Under European Community Law: The Francovich Judgment, Fordham International Law Journal 1992-93 p. 1-52 (EN)
Campesan, Aldo ; Dal Ferro, Alberto: La responsabilità dello Stato per la violazione degli obblighi ad esso incombenti in forza del diritto comunitario alla luce della sentenza Francovich, Rivista di diritto europeo 1992 p.313-332 (IT)
Dänzer-Vanotti, Wolfgang: Unzulässige Rechtsfortbildung des Europäischen Gerichtshofs, Recht der internationalen Wirtschaft 1992 p.733-742 (DE)
Prechal, Sacha: Nemesis Actualeitenkatern 1992 nº 1 p.9-12 (NL)
Orlandi, Maurizio: In tema di mancato recepimento delle direttive CEE: la responsabilità patrimoniale per "omessa legislazione", L'Italia e l'Europa 1992 nº 30 p.239-245 (IT)
Carducci, Michele: L'interpretazione dell'art. 177 del Trattato CEE come "oggetto" e "fattore di condizionamento" del sindacato di costituzionalità, Diritto comunitario e degli scambi internazionali 1992 p.107-117 (IT)
Caiola, Antonio: Una sentenza controversa in tema di rapporti fra diritto interno ed ordinamento comunitario con riferimento ai diritti fondamentali, Diritto comunitario e degli scambi internazionali 1992 p.119-140 (IT)
Caranta, Roberto: La responsabilità oggettiva dei pubblici poteri per violazioni del diritto comunitario, Giurisprudenza italiana 1992 I Sez.I Col.1169-1186 (IT)
Romagnoli, Gianluca: Direttive inattuate: dalla "diretta applicabilità" al "risarcimento del danno", Il Foro padano 1992 I Col.357-363 (IT)
Eilmansberger, Thomas ; Erhart, Michael: Staatshaftung - Ein neuer Weg zur Durchsetzung des EG-Rechts, Ecolex 1992 p.213-217 (DE)
Pavlopoulos, Prokopis V.: Opseis tou dikaiomatos dikastikis prostasias ypo to fos tou evropaïkou koinotikou dikaiou, Dioikitiki Diki 1992 p.989-995 (EL)
Bebr, Gerhard: Joined Cases C-6/90 and 9/90, Francovich v. Italy, Bonifaci v. Italy Judgment of the Court of Justice of 19 November 1991, Common Market Law Review 1992, Volume 29, Issue 3, p. 557-584 (EN)
Curtin, D.: De rechtstreekse werking van richtlijnen, S.E.W. ; Sociaal-economische wetgeving 1993 p.87-101 (NL)
Steiner, Josephine: From Direct Effects to Francovich: Shifting Means of Enforcement of Community Law, European Law Review 1993 p.3-22 (EN)
Prieß, Hans-Joachim: Die Haftung der EG-Mitgliedstaaten bei Verstößen gegen das Gemeinschaftsrecht, Neue Zeitschrift für Verwaltungsrecht 1993 p.118-125 (DE)
Ross, Malcolm: Beyond Francovich, The Modern Law Review 1993 p.55-73 (EN)
Geiger, Jutta: Die Entwicklung eines europäischen Staatshaftungsrechts. Das Francovich-Urteil des EuGH und seine Folgen, Deutsches Verwaltungsblatt 1993 p.465-474 (DE)
Huglo, Jean-Guy: La responsabilité de l'Etat pour violation de ses obligations communautaires: l'arrêt Francovich du 19 novembre 1991, Tendances actuelles et évolution de la jurisprudence de la Cour de justice des Communautés européennes: suivi annuel (Ed. Institut européen d'administration publique - Maastricht) 1993 Vol.1 p.75-84 (FR)
Caranta, Roberto: Governmental Liability after Francovich, The Cambridge Law Journal 1993 p.272-297 (EN)
Larzul, Tanneguy: La responsabilité de l'Etat du fait de la violation de ses obligations communautaires, Les petites affiches 1993 nº 93 p.32-36 (FR)
Arts, Dirk: Het gemeenschapsrechtelijke beginsel van de aansprakelijkheid van de Lid-Staten wegens schending van het Gemeenschapsrecht: Het Francovich arrest en zijn toepassing in de Belgische rechtsorde, Tijdschrift voor bestuurswetenschappen en publiekrecht 1993 p.495-510 (NL)
Antoniolli Deflorian, Luisa: Francovich e le frontiere del diritto europeo, Giurisprudenza italiana 1993 I Sez.I Col.1585-1597 (IT)
Craig, P.P.: Francovich, Remedies and the Scope of Damages Liability, The Law Quarterly Review 1993 p. 595-621 (EN)
Van Gerven, Walter: Bescherming van individuele rechten op basis van normatieve aansprakelijkheid in het Europese gemeenschapsrecht, Tijdschrift voor privaatrecht 1993 p.5-35 (NL)
Ewert, Daniel: Schadensersatzpflicht der Bundesrepublik bei Verletzung des europäischen Gemeinschaftsrechts. Staatshaftung bei Nichtumsetzung von EG-Richtlinien und Verstößen gegen den EWG-Vertrag?, Recht der internationalen Wirtschaft 1993 p.881-887 (DE)
Bok, A.J.: Het Francovich-arrest en onrechtmatige wetgeving naar Nederlands recht, Tijdschrift voor privaatrecht 1993 p.37-59 (NL)
Coppel, Jason: Individual Enforcement of Community Law: The Future of the Francovich Remedy, EUI Working Paper Law 1993 nº 93/6 p.1-45 (EN)
Mouameletzi, Eftychia K.: I efthyni tou kratous gia paraviasi tou koinotikou dikaiou kai to dikaioma apozimiosis ton idioton (Scholiasmos tis apofasis DEK Francovich tis 19.11.1991, ypoth. C-6 kai C-9/90), Elliniki Epitheorisi Evropaïkou Dikaiou 1993 p.371-402 (EL)
Van Gerven, Walter: De normatieve en rechterlijke aansprakelijkheid naar Europees en Belgisch recht, Recht Halen uit Aansprakelijkheid. Postuniversitaire cyclus Willy Delva 1992-1993 (Ed. Mys & Breesch - Gent) 1993 p.395-411 (NL)
Bobke-von Camen, Manfred ; Veit, Susanne: Urteile des Europäischen Gerichtshofs aus dem Kreuzfeuer der Kritik, Recht der Arbeit 1993 p.333-340 (DE)
Plaza Martín, Carmen: Furthering the Effectiveness of EC Directives and the Judicial Protection of Individual Rights Thereunder, International and Comparative Law Quarterly 1994 p.26-54 (EN)
Tatham, Allan: Les recours contre les atteintes portées aux normes communautaires par les pouvoirs publics en Angleterre, Cahiers de droit européen 1993 p. 597-630 (FR)
Huglo, Jean-Guy: The Liability of the State for Breaching its Obligations under Community Law: The Francovich Judgment of 19 November 1991, Current Trends and Developments in the Case-Law of the Court of Justice of the European Communities: Annual Review (Ed. European Institute of Public Administration - Maastricht) 1994 Vol.1 p.73-82 (EN)
Van der Burg, F.H.: Nederlandse jurisprudentie ; Administratiefrechtelijke beslissingen 1994 nº 482 (NL)
Van Gerven, Walter: Non-contractual Liability of Member States, Community Institutions and Individuals for Breaches of Community Law with a View to a Common Law for Europe, Maastricht Journal of European and Comparative Law 1994 p. 6-40 (EN)
Gellermann, Martin: Staatshaftung und Gemeinschaftsrecht - Nochmals zum Francovich-Urteil des EuGH -, Europarecht 1994 p.342-358 (DE)
Mangione, Gabriella: La responsabilità da "illecito legislativo comunitario" e il "legislatives Unrecht" nella Repubblica federale di Germania, Rivista italiana di diritto pubblico comunitario 1994 p.935-955 (IT)
Uecker, Rolf: Francovich and Beyond: A German Perspective, European Business Law Review 1994 p.286-291 (EN)
Fernández Martín, José María: El principio de tutela judicial efectiva de los derechos subjetivos derivados del Derecho Comunitario. Evolución y alcance, Revista de Instituciones Europeas 1994 p.845-894 (ES)
Nori, Glauco: La responsabilità "comunitaria" dello Stato tra diritti soggettivi e interessi legittimi, Ordinamento comunitario e pubblica amministrazione - Dall'atto unico europeo al trattato sull'unione - a cura di Alberto Massera (Ed. il Mulino - Bologna) 1994 p.193-206 (IT)
Flynn, Leo: Francovich in the National Courts, Irish Law Times and Solicitors' Journal 1995 p.16-18 (EN)
Huff, Martin W.: Francovich oder was hat der Bürger von der Gemeinschaft?, Europäische Zeitschrift für Wirtschaftsrecht 1995 p.161 (DE)
Zenner, Martin: Die Haftung der EG-Mitgliedstaaten für die Anwendung europarechtswidriger Rechtsnormen, Europarecht Völkerrecht Bd. 54 - Studien und Materialien (Ed. VVF - München) 1995 320 p. (DE)
Van Oevelen, A.: De materiële voorwaarden voor de aansprakelijkheid van de staat voor de niet-uitvoering van zijn regelgevende bevoegdheid: een vergelijking tussen de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie en die van het Hof van Cassatie, Publiek recht, ruim bekeken. Opstellen aangeboden aan Prof. J. Gijssels (Ed. Maklu - Antwerpen) 1995 p.429-431 + p.434-444 (NL)
Mure, James: From Francovich to Biggs : Time-Limits, Legal Certainty and Rights under European Community Law, Journal of the Law Society of Scotland 1995 p.417-421 (EN)
Tomuschat, Christian: Das Francovich-Urteil des EuGH - Ein Lehrstück zum Europarecht, Festschrift für Ulrich Everling (Ed. Nomos Verlagsgesellschaft - Baden-Baden) 1995 Bd.2 p.1585-1609 (DE)
Henrichs, Christoph: Haftung der EG-Mitgliedstaaten für Verletzung von Gemeinschaftsrecht, Nomos Universitätsschriften - Recht (Ed. Nomos Verlagsgesellschaft - Baden-Baden) 1995 206 p. (DE)
Feenstra, S.: Schadeplichtigheid lidstaten bij schending gemeenschapsrecht, Euridica 1995 nº 7 p.8-9 (NL)
Cornils, Matthias: Der gemeinschaftsrechtliche Staatshaftungsanspruch, Nomos Universitätsschriften - Recht (Ed. Nomos Verlagsgesellschaft - Baden-Baden) 1995 360 p. (DE)
García de Enterría, Eduardo: Reflexión sobre la constitucionalización de las medidas cautelares en el contencioso-administrativo, Monografías Civitas - La batalla por las medidas cautelares (Ed. Civitas - Madrid) 1995 p.273-304 (ES)
Tagaras, Haris: La responsabilité étatique pour les dommages causés aux particuliers du fait de violations du droit communautaire, Revue hellénique de droit international 1995 p.147-163 (FR)
Van Gerven, Walter: Non-contractual Liability of Member States, Community Institutions and Individuals for Breaches of Community Law with a View to a Common Law for Europe, Remedies and Sanctions for the Enforcement of Community Law (Ed. Bundesanzeiger - Köln) 1996 p.29-54 (EN)
Spink, Paul: Brasserie du Pêcheur: Defining the Boundaries of State Liability for Breach of Community Law, The Journal of the Law Society of Scotland 1996 p.355-358 (EN)
Jaag, Tobias: Die Francovich-Rechtsprechung des Europäischen Gerichtshofs. Die Haftung der EG-Mitgliedstaaten für die Verletzung von Gemeinschaftsrecht, Schweizerische Zeitschrift für internationales und europäisches Recht 1996 p.505-526 (DE)
Wehlau, Andreas: Die Rechtsprechung des Gerichtshofes der Europäischen Gemeinschaft zur Staatshaftung der Mitgliedstaaten nach Gemeinschaftsrecht. Ein Beitrag zur Funktion des Gerichtshofes im Rechtssystem der Gemeinschaft, Juristische Schriftenreihe Bd.90 1996 167 p. (DE)
Cahill, Dermot: European Law - New Developments in Determining Criteria for Member State Liability, Dublin University Law Journal 1996 p.167-186 (EN)
Seltenreich, Stephan: Die Francovich-Rechtsprechung des EuGH und ihre Auswirkungen auf das deutsche Staatshaftungsrecht, Konstanzer Schriften zur Rechtswissenschaft 1997 Bd.112 276 p. (DE)
Geiger, Jutta: Der gemeinschaftsrechtliche Grundsatz der Staatshaftung, Nomos Universitätsschriften 1997 194 p. (DE)
Smith, Fiona ; Woods, Lorna: Causation in Francovich: The Neglected Problem, International and Comparative Law Quarterly 1997 p.925-941 (EN)
Trifone, Luca: La responsabilità degli Stati in diritto comunitario: le sentenze nelle cause "Brasserie du Pêcheur", "Factortame III" e "Hedley Lomas", Diritto comunitario e degli scambi internazionali 1997 p.63-89 (IT)
Diehr, Uwe: Der Staatshaftungsanspruch des Bürgers wegen Verletzung des Gemeinschaftsrechts durch die deutsche öffentliche Gewalt, Europäische Hochschulschriften Reihe 2 Bd.2210 1997 300 p. (DE)
Alonso García, Ricardo: Francovich (el amanecer), La responsabilidad de los Estados miembros por infracción del Derecho comunitario (Ed. Civitas, SA / Fundación Universidad-Empresa - Madrid) 1997 p.17-26 (ES)
Guichot, Emilio: El margen de apreciación como fundamento y como criterio de la responsabilidad por infracción del Derecho comunitario. ¿Una vía adecuada?, Gaceta Jurídica de la C.E. y de la Competencia - Boletín 1997 nº 127 p.5-21 (ES)
Curtin, D.: Jurisprudentie publiekrecht met annotaties (Ed. W.E.J. Tjeenk Willink - Deventer) 1997 p.961-967 (NL)
Binia, Cornelia M.: Das Francovich-Urteil des Europäischen Gerichtshofes im Kontext des deutschen Staatshaftungsrechts, Europäische Hochschulschriften Reihe 2 Bd.2345 1998 323 p. (DE)
Folz, Hans-Ernst: Die Staatshaftung bei deutschen Verstößen gegen das Europäische Gemeinschaftsrecht, Liber amicorum: Professor Ignaz Seidl-Hohenveldern 1998 p.175-199 (DE)
Cahill, Dermot: The Citizen, the State and the Continuing Construction of the European Legal Order. Francovich, Bonifaci and others v. Italy (1991), Leading Cases of the Twentieth Century 2000 p.425-444 (EN)
Koncewicz, Tomasz Tadeusz: A jednak "król może postępować błędnie": refleksje na marginesie wyroku Trybunału Sprawiedliwości w sprawie Francovich, Studia europejskie 2001 Vol. VIII p.69-82 (PL)
Kecskés, László: A Francovich ítélet, Európai jog 2002 p.28-30 (HU)
Wurmnest, Wolfgang ; Zwierzchowska, Urszula ; Pappalardo, Fabio ; Schwarzenegger, Peter ; Martin Casals, Miquel ; Cygan, Adam: Casebook Europäisches Haftungs- und Schadensrecht, Casebooks Entscheidungen des EuGH 2002 Bd.4 p.56-75 (DE)
Marinai, Simone: Aspetti applicativi del principio di responsabilità dello Stato per violazione del diritto comunitario, Diritto comunitario e degli scambi internazionali 2002 p.689-720 (IT)
Kapteyn, Jos: Un pouvoir judiciaire fortement constitué, Een leven voor Europa : liber amicorum Max Kohnstamm 2004 p.105-114 (NL)
Radermacher, Ludger: Gemeinschaftsrechtliche Staatshaftung für höchstrichterliche Entscheidungen, Neue Zeitschrift für Verwaltungsrecht 2004 p.1415-1421 (DE)
Säuberlich, Björn-Peter: Staatliche Haftung unter europäischem Einfluss - Die Pflicht zur gemeinschaftsrechtskonformen Auslegung des Amtshaftungsanspruchs bei legislativem Unrecht, Europarecht 2004 p.954-971 (DE)
Aalto, Pekka: Twelve Years of Francovich in the European Court of Justice: A Survey of the Case-law on the Interpretation of the Three Conditions of Liability, Enforcing Community law from Francovich to Köbler = Durchsetzung des Gemeinschaftsrechts von Francovich zu Köbler = La mise en oeuvre du droit communautaire de Francovich à Köbler 2004 p. 59-77 (EN)
Malferrari, Luigi: State Liability for Violation of EC Law in Italy : The Reaction of the Corte di Cassazione to Francovich and Future Prospects in Light of its Decision of July 22, 1999, No. 500, Enforcing Community law from Francovich to Köbler = Durchsetzung des Gemeinschaftsrechts von Francovich zu Köbler = La mise en oeuvre du droit communautaire de Francovich à Köbler 2004 p.117-143 (EN)
Bernardeau, Ludovic: Le principe consacré par l'arrêt Francovich et le droit administratif français ou "les avancées dans une possible impasse", Enforcing Community law from Francovich to Köbler = Durchsetzung des Gemeinschaftsrechts von Francovich zu Köbler = La mise en oeuvre du droit communautaire de Francovich à Köbler 2004 p.145-152 (FR)
Thompson, Rhodri: The Impact of the Francovich Judgment on UK Tort Law, Enforcing Community law from Francovich to Köbler = Durchsetzung des Gemeinschaftsrechts von Francovich zu Köbler = La mise en oeuvre du droit communautaire de Francovich à Köbler 2004 p.165-177 (EN)
Drexl, Josef: Die gemeinschaftsrechtliche Pflicht zur einheitlichen richtlinienkonformen Auslegung hybrider Rechtsnormen und deren Grenzen, Festschrift für Andreas Heldrich zum 70. Geburtstag 2005 p.67-86 (DE)
Ruiz-Jarabo Colomer, Dámaso: Once upon a time - Francovich: from fairy tale to cruel reality?, The past and future of EU law: the classics of EU law revisited on the 50th anniversary of the Rome Treaty (Hart Publishing, Oxford) 2010, p. 405-412 (EN)
Biondi, Andrea: In praise of Francovich, The past and future of EU law: the classics of EU law revisited on the 50th anniversary of the Rome Treaty (Hart Publishing, Oxford) 2010, p. 413-417 (EN)
Baquero Cruz, Julio: Francovich and imperfect Law, The past and future of EU law: the classics of EU law revisited on the 50th anniversary of the Rome Treaty (Hart Publishing, Oxford) 2010, p. 418-422 (EN)
Van den Bergh, Roger: Francovich and its aftermath: Member State liability for breaches of European Law from an economic perspective, The past and future of EU law: the classics of EU law revisited on the 50th anniversary of the Rome Treaty (Hart Publishing, Oxford) 2010, p. 423-430 (EN)
Keus, L.A.D.: Insolvente werkgevers, gedupeerde werknemers en een niet uitgevoerde richtlijn, Het recht van de Europese Unie in 50 klassieke arresten (Ed. Boom Juridische Uitgevers - Den Haag) 2010 p.221-227 (NL)
Brkan, Maja: Neskladnost slovenske potrošniške zakonodaje z evropsko?, Pravna praksa 2010, nº 47, p. 11-13 (SL)
Guckelberger, Annette: Verjährung von Staatshaftungsansprüchen wegen Unionsrechtsverstößen, Europarecht 2011 p.75-86 (DE)
Di Majo, Adolfo: I diritti dei medici specializzandi e lo Stato inadempiente, Il Corriere giuridico 2011 p.1428-1433 (IT)
X: Europees Recht 1963-1979; Jurisprudentie en Annotaties (Ed. Ars Aequi Libri - Utrecht) 2012 p.84-85 (NL)
Radu, Horațiu Răzvan ; Giurescu, Roxana Maria: Considerații privind răspunderea magistraților ïn jurisprudența Curții de Justiție a Uniunii Europene, Curierul Judiciar 2012 p.702-707 (RO)
Schilling, Theodor: Art. 13 EMRK und der Rechtsschutz gegen den Richter, Europäische Grundrechte-Zeitschrift 2014 p.596-601 (DE)
Haba, Michael: 20 Years after Francovich, The Case of State Liability (Ed. Springer Gabler - Wiesbaden) 2015 p.1-141 (EN)
Sap, Jan Willem ; Smit, Marije: Ars Aequi Jurisprudentie Europeese Recht (3e druk) 2015 p.96-97 (NL)
Barav, Ami: Note sur l’arrêt de la Cour de justice dans les affaires jointes C-6/ 90 et C-9/ 90, Andrea Francovich et Danila Bonifaci e.a. c. République italienne, L'application judiciaire du droit de l'Union européenne 2015 p. 417-424 (FR)
Bartolini, Antonio ; Guerrieri, Angela: The pyrrhic victory of Mr. Francovich and the principle of State liability in the Italian context, EU law stories: contextual and critical histories of European jurisprudence (Ed. Cambridge University Press) 2017, p. 338-356 (EN)
Tietje, Christian: Neue juristische Wochenschrift 2017 p.3059 (DE)
Varga, Zsófia: Köbler and Francovich: what is their relationship?, Европейски правен преглед 2017 nº XVII p.39-62 (EN)
Fines, Francette: 64. Principe et mise en œuvre de la responsabilité des États membres pour violation du droit de l'Union. CJCE, 19 nov. 1991, n° C-6/90 et C-9/90 (aff. jtes), Andrea Francovich et Danila Bonifaci et autres c/ ltalie, Les grands arrêts de la Cour de justice de l'Union européenne. Droit constitutionnel et institutionnel de l'Union européenne (Dalloz, 2e édition) 2023, p. 1017-1025 (FR)
Caranta, Roberto: Francovich and the Liability of States, Landmark Cases in EU Law. Volume 1: The Constitutional Cases (Hart Publishing, Oxford) 2025, p. 235-252 (EN)