Arrest van het Hof van 16 juli 2009, C-554/07 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Derde kamer C-554/07 ECLI:EU:C:2009:464 16 juli 2009

Zoeken

Arrest van het Hof van 16 juli 2009, C-554/07Belasting over toegevoegde waarde, door staat, gemeente en andere publiekrechtelijke lichamen verrichte economische activiteit, vrijstelling

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-554-07-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Derde kamer
Zaak
C-554/07
ECLI
ECLI:EU:C:2009:464
Datum
16 juli 2009

De zaak

Procedure
Beroep wegens niet-nakoming gegrond
Zaak ingediend op
11 december 2007
Advocaat-generaal
Mazák zonder conclusie berecht

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Engels
Jurisprudentie
Jurispr. 2009, blz. I-128*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Arabadjiev
Repertorium van het Hof

Tekst

13 paragrafen

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 16 juli 2009 – Commissie / Ierland

(Zaak C‑554/07)

„Niet-nakoming – Belasting over toegevoegde waarde – Richtlijn 2006/112/EG – Artikelen 2, 9 en 13 – Economische activiteit verricht door staat, plaatselijke autoriteiten en andere publiekrechtelijke lichamen – Vrijstelling”

Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Belastingplichtigen – Publiekrechtelijke lichamen (Richtlijn 2006/112 van de Raad, art. 2, 9 en 13) (cf. punten 47-50, 62-68, 74-76, dictum 1)

Voorwerp

Dictum

1)

Door in de nationale regeling geen algemene bepaling op te nemen volgens welke de economische activiteiten die door publiekrechtelijke lichamen buiten het overheidskader worden verricht, zijn onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde;

door in de nationale regeling noch een algemene bepaling op te nemen volgens welke publiekrechtelijke lichamen die als overheid handelen zijn onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde wanneer de niet-belastingplichtigheid tot significante verstoring van de mededinging kan leiden, noch enig criterium dat de beoordelingsvrijheid van de minister van Financiën in dit verband kan begrenzen, en

door in de nationale regeling geen algemene bepaling op te nemen volgens welke aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen de publiekrechtelijke lichamen die werkzaamheden verrichten die in bijlage I bij richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde worden genoemd, voor zover deze werkzaamheden niet verwaarloosbaar zijn,

is Ierland de krachtens de artikelen 2, 9 en 13 van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.

2)

Ierland wordt verwezen in de kosten.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

15

Rechtspraak

5

Europese Unie

5

Hof van JustitieC-677/2127.04.2023

Belastbare handelingen

Hof van JustitieC-79/0925.03.2010

Belasting over toegevoegde waarde

Conclusie van de advocaat-generaalC-344/1508.09.2016

Beheer en terbeschikkingstelling van wegeninfrastructuur tegen betaling van tol

Bekijk alle 5

Bekijk de 5 documenten