Beschikking van het Hof van 23 maart 2011, C-535/09 · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Unie Achtste kamer C-535/09 ECLI:EU:C:2011:171 23 maart 2011

Zoeken

Beschikking van het Hof van 23 maart 2011, C-535/09

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-535-09-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Unie
Samenstelling
Achtste kamer
Zaak
C-535/09
ECLI
ECLI:EU:C:2011:171
Datum
23 maart 2011

De zaak

Procedure
Hogere voorziening
Zaak ingediend op
15 december 2009
Advocaat-generaal
Trstenjak

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Estisch
Jurisprudentie
Jurispr. 2011, blz. I-34*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Prechal
Repertorium van het Hof

Tekst

20 paragrafen

Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 23 maart 2011 – Estland/Commissie

(Zaak C‑535/09 P)

„Hogere voorziening – Suiker – Bepaling van overtollige hoeveelheid suiker, isoglucose en fructose voor nieuwe lidstaten”

1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste opvatting van bewijselementen –Geen – Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punten 21‑28)

2. Hogere voorziening – Middelen – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 113, lid 2) (cf. punten 33‑35)

3. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Toetredingsakte van 2003, bijlage IV, punt 4, lid 2; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; verordeningen nrs. 60/2004 en 832/2005 van de Commissie) (cf. punten 44‑49, 80‑85, 92‑95)

4. Hogere voorziening – Middelen – Schending van rechtsregel – Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; Toetredingsakte van 2003, bijlage IV, punt 4, lid 2; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; verordeningen nrs. 60/2004 en 832/2005 van de Commissie) (cf. punten 53‑57)

5. Hogere voorziening – Middelen – Schending van rechtsregel – Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; verordening nr. 60/2004 van de Commissie, art. 6, lid 1, tweede alinea, sub c) (cf. punten 61‑63)

6. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste opvatting van bewijselementen – Geen – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punten 67‑69)

7. Hogere voorziening – Middelen – Schending van beginsel van gewettigd vertrouwen – Beoordelingsvrijheid van instellingen – Aanpassing van regeling aan wijzigingen van economische situatie – Onmogelijkheid om bescherming van gewettigd vertrouwen in te roepen – Middel kennelijk ongegrond (cf. punten 72‑74)

8. Hogere voorziening – Middelen – Schending van rechtszekerheidsbeginsel – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 113, lid 2) (cf. punten 75‑76)

9. Hogere voorziening – Middelen – Schending van beginsel van hoor en wederhoor – Geen (cf. punten 88‑89)

Voorwerp

Dictum

1)

De hogere voorziening wordt afgewezen.

2)

De Republiek Estland wordt verwezen in haar eigen kosten alsook in die van de Europese Commissie.

3)

De Republiek Letland draagt haar eigen kosten.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

2
VWEU art. 2567 voorkomens
verordening 60/2004 art. 581 voorkomen

Rechtspraak

1

Europese Unie

1

Conclusie van de advocaat-generaalC-213/1909.09.2021

Douanerechten

Bekijk het document