Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 23 maart 2011 – Estland/Commissie
(Zaak C‑535/09 P)
„Hogere voorziening – Suiker – Bepaling van overtollige hoeveelheid suiker, isoglucose en fructose voor nieuwe lidstaten”
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste opvatting van bewijselementen –Geen – Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punten 21‑28)
2. Hogere voorziening – Middelen – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 113, lid 2) (cf. punten 33‑35)
3. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Toetredingsakte van 2003, bijlage IV, punt 4, lid 2; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; verordeningen nrs. 60/2004 en 832/2005 van de Commissie) (cf. punten 44‑49, 80‑85, 92‑95)
4. Hogere voorziening – Middelen – Schending van rechtsregel – Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; Toetredingsakte van 2003, bijlage IV, punt 4, lid 2; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; verordeningen nrs. 60/2004 en 832/2005 van de Commissie) (cf. punten 53‑57)
5. Hogere voorziening – Middelen – Schending van rechtsregel – Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; verordening nr. 60/2004 van de Commissie, art. 6, lid 1, tweede alinea, sub c) (cf. punten 61‑63)
6. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste opvatting van bewijselementen – Geen – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punten 67‑69)
7. Hogere voorziening – Middelen – Schending van beginsel van gewettigd vertrouwen – Beoordelingsvrijheid van instellingen – Aanpassing van regeling aan wijzigingen van economische situatie – Onmogelijkheid om bescherming van gewettigd vertrouwen in te roepen – Middel kennelijk ongegrond (cf. punten 72‑74)
8. Hogere voorziening – Middelen – Schending van rechtszekerheidsbeginsel – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 113, lid 2) (cf. punten 75‑76)
9. Hogere voorziening – Middelen – Schending van beginsel van hoor en wederhoor – Geen (cf. punten 88‑89)
Voorwerp
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
De Republiek Estland wordt verwezen in haar eigen kosten alsook in die van de Europese Commissie.
3)
De Republiek Letland draagt haar eigen kosten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt
Aangehaalde teksten
2Rechtspraak
1Europese Unie
1Conclusie van de advocaat-generaalC-213/1909.09.2021