Beschikking van het Hof van 9 juli 2009, C-483/08 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Zevende kamer C-483/08 ECLI:EU:C:2009:446 9 juli 2009

Zoeken

Beschikking van het Hof van 9 juli 2009, C-483/08Voldoening van ten onrechte afgetrokken belasting, aanvangstijdstip van verjaringstermijn

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-483-08-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Zevende kamer
Zaak
C-483/08
ECLI
ECLI:EU:C:2009:446
Datum
9 juli 2009

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Tribunal de première instance de Mons (België) beslissing van 16 oktober 2008 Rép. nº 2008/12819 ; nº 07/294/A
Zaak ingediend op
10 november 2008
Advocaat-generaal
Poiares Maduro

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Frans
Jurisprudentie
Jurispr. 2009, blz. I-121*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Arabadjiev
Repertorium van het Hof

Tekst

7 paragrafen

Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 9 juli 2009 – Régie communale autonome du stade Luc Varenne / Belgische Staat

(Zaak C‑483/08)

„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Zesde btw-richtlijn – Artikel 10, leden 1 en 2 – Inning van ten onrechte afgetrokken belasting – Aanvangstijdstip van verjaringstermijn”

Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Inning van belasting – Verjaringstermijn (Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 10) (cf. punten 38-42 en dictum)

Voorwerp

Dictum

Artikel 10 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/38/EG van de Raad van 7 mei 2002, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling en een nationale administratieve praktijk waarbij als aanvangstijdstip van de termijn voor verjaring van de vordering tot voldoening van de ten onrechte afgetrokken belasting over de toegevoegde waarde wordt genomen de dag van indiening van de aangifte waarbij de belastingplichtige zijn recht op aftrek voor het eerst geldend heeft gemaakt.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

9

Rechtspraak

3

België

3

Administratieve doctrine

1

Bekijk de 4 documenten