Beschikking van het Hof van 21 mei 2008, C-456/07 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Zevende kamer C-456/07 ECLI:EU:C:2008:293 21 mei 2008

Zoeken

Beschikking van het Hof van 21 mei 2008, C-456/07Belastingplichtigen, publiekrechtelijke lichamen, gerechtsdeurwaarders, natuurlijke personen en rechtspersonen

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-456-07-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Zevende kamer
Zaak
C-456/07
ECLI
ECLI:EU:C:2008:293
Datum
21 mei 2008

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Najvyšší súd Slovenskej republiky (Slowakije) beslissing van 24 mei 2007 lSžoKS/61/2005
Zaak ingediend op
9 oktober 2007
Advocaat-generaal
Ruiz-Jarabo Colomer

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Slowaaks
Jurisprudentie
Jurispr. 2008, blz. I-79*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Arabadjiev
Repertorium van het Hof

Tekst

7 paragrafen

Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 21 mei 2008 – Mihal / Daňový úrad Košice V

(Zaak C‑456/07)

„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Zesde btw-richtlijn – Belastingplichtigen – Artikel 4, lid 5, eerste alinea – Publiekrechtelijke lichamen – Gerechtsdeurwaarders – Natuurlijke personen en rechtspersonen”

Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Belastingplichtigen (Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 4, lid 5, eerste alinea) (cf. punt 23)

Voorwerp

Dictum

Een door een particulier uitgeoefende werkzaamheid, zoals die van gerechtsdeurwaarder, is niet van belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld op de enkele grond dat zij bestaat in het verrichten van overheidshandelingen. Zelfs al verricht de gerechtsdeurwaarder dergelijke handelingen in de uitoefening van zijn ambt, volgens een wettelijke regeling als die welke aan de orde is in het hoofdgeding, verricht hij zijn werkzaamheden niet als publiekrechtelijk lichaam, daar hij geen deel uitmaakt van de overheid, maar in de vorm van een economische werkzaamheid als zelfstandige in het kader van een vrij beroep, en bijgevolg komt hij niet in aanmerking voor de vrijstelling voorzien in artikel 4, lid 5, eerste alinea, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad, van 17 mei 1977, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

5

Rechtspraak

3

Europese Unie

3

Hof van JustitieC-174/1429.10.2015

Behandeling als niet-belastingplichtige

Conclusie van de advocaat-generaalC-276/1430.06.2015

Belastingplichtigen, uitlegging van het begrip ,zelfstandig’

Conclusie van advocaat-generaal Ruiz-Jarabo ColomerC-246/0807.07.2009

Begrip ‚economische activiteiten’

Bekijk de 3 documenten

Rechtsleer

1
Mazák, J.: Uznesenie "Mihal", Výber z rozhodnutí Súdneho dvora Európskych spoločenstiev 2008 p.39-41