Arrest van het Hof van 5 oktober 2004, C-442/02 · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Grote kamer C-442/02 ECLI:EU:C:2004:586 5 oktober 2004

Zoeken

Arrest van het Hof van 5 oktober 2004, C-442/02Vrijheid van vestiging, kredietinstellingen, nationale wetgeving die verbiedt over tegoeden in rekening-courant rente te vergoeden

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-442-02-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Grote kamer
Zaak
C-442/02
ECLI
ECLI:EU:C:2004:586
Datum
5 oktober 2004

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Conseil d'État, 6e sous-section réunie (Frankrijk) beslissing van 6 november 2002 247209
Zaak ingediend op
5 december 2002
Advocaat-generaal
Tizzano
Nationale beslissing na het arrest
Conseil d'État, 6e et 1re sous-sections réunies beslissing van 23 februari 2005 247209

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Frans
Jurisprudentie
Jurispr. 2004, blz. I-8961
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Cunha Rodrigues
Repertorium van het Hof

Tekst

27 paragrafen

Arrest

1.

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 43 EG.

Het nationale recht

2.

De ten deze toepasselijke versie van artikel L. 312-3 van de Franse Code monetaire et financier (wet inzake monetaire en financiële aangelegenheden) bepaalt:

„Onverminderd andersluidende bepalingen is het iedere kredietinstelling die van het publiek op enigerlei wijze gelden in rekeningcourant of met een looptijd van minder dan vijf jaar ontvangt, verboden om over deze gelden een hogere vergoeding te betalen dan die vastgesteld in het reglement van het comité voor bancaire en financiële regelgeving of door de minister belast met economische zaken.”

3.

Ingevolge besluit nr. 86-13 van het Comité de la réglementation bancaire et financière (comité voor bancaire en financiële regelgeving), goedgekeurd bij besluit van de Ministre de l'Economie et des Finances (minister van economie en financiën), van 14 mei 1986 (JORF van 15 mei 1986, blz. 6330), is het verboden om over tegoeden in rekeningcourant rente te vergoeden.

4.

Genoemd verbod is van toepassing op rekeningencourant in euro die zijn geopend door Franse ingezetenen, ongeacht hun nationaliteit.

Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen

5.

Sinds 18 februari 2002 brengt de in Frankrijk gevestigde vennootschap naar Frans recht CaixaBank France (hierna: „CaixaBank”), een dochtermaatschappij van de in Spanje gevestigde vennootschap naar Spaans recht Caixa Holding, die de deelnemingen houdt van de Caixa-groep in de onder deze naam in Spanje en in andere landen van de Europese Unie gevestigde kredietinstellingen, in Frankrijk een rekeningcourant op de markt waarover, vanaf een uitstaand bedrag van 1500 EUR, 2 % rente per jaar wordt vergoed. Bij besluit van 16 april 2002 heeft de Commission bancaire et financière (commissie bancaire en financiële aangelegenheden) CaixaBank verboden, met Franse ingezetenen nieuwe overeenkomsten te sluiten voor rentedragende rekeningencourant in euro's, en haar gelast de in reeds gesloten overeenkomsten opgenomen bedingen dat die rekeningen rentedragend zijn, op te zeggen.

6.

CaixaBank heeft tegen dit besluit beroep in cassatie ingesteld bij de Conseil d'État, die heeft besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vragen te stellen:

1)„ Levert het door een lidstaat aan regelmatig op zijn grondgebied gevestigde bankinstellingen opgelegde verbod om rente te vergoeden over tegoeden in rekeningcourant en andere tegoeden, gelet op het stilzwijgen van richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000, een belemmering van de vrijheid van vestiging op?

2)Zo ja, welke redenen van algemeen belang kunnen eventueel ter rechtvaardiging van een dergelijke belemmering worden aangevoerd?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

7.

Allereerst zij opgemerkt dat richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PB L 126, blz. 1), niet van toepassing is op een zaak als die van het hoofdgeding, onder meer omdat deze richtlijn niet ziet op beperkingen van de vrijheid van vestiging van vennootschappen die, zoals CaixaBank, gebruikmaken van het recht van vestiging in een lidstaat als dochtervennootschappen van in andere lidstaten gevestigde kredietinstellingen.

8.

Met haar vragen wenst de verwijzende rechterlijke instantie in wezen te vernemen of artikel 43 EG zich verzet tegen een regeling van een lidstaat welke het een kredietinstelling die dochtervennootschap is van een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap, verbiedt om rente te vergoeden over rekeningencourant in euro's, die door ingezetenen van eerstgenoemde lidstaat zijn geopend.

9.

Het in artikel 43 EG juncto artikel 48 EG bedoelde recht van vestiging geldt zowel voor natuurlijke personen die onderdaan zijn van een lidstaat als voor rechtspersonen in de zin van deze laatste bepaling. Het omvat, behoudens de uitzonderingen en voorwaarden waarin is voorzien, de toegang tot en de uitoefening van alle soorten werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van elke andere lidstaat, alsmede de oprichting en het beheer van ondernemingen en de oprichting van agentschappen, filialen of dochterondernemingen (zie met name arrest van 11 mei 1999, Pfeiffer, C-255/97, Jurispr. blz. I-2835, punt 18).

10.

De rechtssituatie van een vennootschap als CaixaBank wordt ingevolge artikel 43 EG door het gemeenschapsrecht beheerst.

11.

Ingevolge artikel 43 EG moeten beperkingen van de vrijheid van vestiging worden opgeheven. Als dergelijke beperkingen moeten worden beschouwd alle maatregelen die de uitoefening van deze vrijheid verbieden, belemmeren of minder aantrekkelijk maken (zie met name arresten van 30 november 1995, Gebhard, C-55/94, Jurispr. blz. I-4165, punt 37; 1 februari 2001, Mac Quen e.a., C-108/96, Jurispr. blz. I-837, punt 26, en 17 oktober 2002, Payroll e.a., C-79/01, Jurispr. blz. I-8923, punt 26).

12.

Het verbod om over tegoeden in rekeningcourant rente te vergoeden, zoals voorzien in de Franse regeling, vormt voor vennootschappen uit andere lidstaten dan de Franse Republiek een ernstige belemmering om in deze laatste lidstaat hun activiteiten uit te oefenen door middel van een dochteronderneming, hetgeen hun toegang tot de markt ongunstig beïnvloedt. Dientengevolge vormt dit verbod een beperking in de zin van artikel 43 EG.

13.

Dit verbod hindert namelijk kredietinstellingen die dochteronderneming zijn van buitenlandse vennootschappen, om kapitaal van het publiek aan te trekken, door hen de mogelijkheid te ontnemen om door een rentevergoeding over rekeningencourant doeltreffender te concurreren met de van oudsher in de lidstaat van vestiging aanwezige kredietinstellingen, die over een uitgebreid kantorennetwerk beschikken en derhalve gemakkelijker kapitaal van het publiek kunnen aantrekken dan genoemde dochterondernemingen.

14.

Wanneer kredietinstellingen die dochterondernemingen zijn van een buitenlandse vennootschap, de markt van een lidstaat trachten te betreden, is concurrentie door de rentevoet op tegoeden in rekeningcourant daarbij een van de meest doeltreffende methoden. Door het litigieuze verbod wordt deze instellingen derhalve de toegang tot de markt bemoeilijkt.

15.

Ter terechtzitting heeft de Franse regering verklaard dat er rekeningvormen bestaan die met rekeningencourant vergelijkbaar zijn, zoals rekeningen waarvan de tegoeden na twee weken opvraagbaar zijn, waarop het verbod om rente te vergoeden niet van toepassing is en die ertoe hebben bijgedragen dat kredietinstellingen als CaixaBank bij het aantrekken van kapitaal van het publiek met Franse kredietinstellingen kunnen concurreren en hun marktaandeel in Frankrijk kunnen vergroten. Dezelfde regering heeft evenwel erkend dat over deze rekeningen, anders dan over rekeningencourant, niet via bankpassen of cheques kan worden beschikt. Voor kredietinstellingen als CaixaBank levert het betrokken verbod derhalve een belemmering op bij hun activiteit om kapitaal aan te trekken van het publiek, waaraan niet wordt afgedaan doordat andere vormen van rekeningen bestaan waarvan het tegoed rentedragend is.

16.

De door het litigieuze verbod gecreëerde beperking van de uitoefening en ontplooiing van hun activiteiten door deze dochterondernemingen is des te groter nu vaststaat dat het in ontvangst nemen van gelden van het publiek en kredietverlening de kernactiviteiten zijn van kredietinstellingen (zie in die zin met name artikel 1, punt 1, en bijlage I van richtlijn 2000/12).

17.

Volgens vaste rechtspraak kan een dergelijke maatregel evenwel, wanneer zij zoals in het hoofdgeding van toepassing is op alle personen of ondernemingen die op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst een activiteit uitoefenen, gerechtvaardigd zijn wanneer zij beantwoordt aan dwingende redenen van algemeen belang, mits daardoor de verwezenlijking van het gestelde doel wordt gewaarborgd en zij niet verder gaat dan voor het bereiken van dat doel noodzakelijk is (zie onder meer arrest van 4 juli 2000, Haim, C-424/97, Jurispr. blz. I-5123, punt 57; arrest Mac Quen e.a., reeds aangehaald, punt 26, en arrest van 15 januari 2002, Commissie/Italië, C-439/99, Jurispr. blz. I-305, blz. 23).

18.

Derhalve dient te worden onderzocht of de gronden waarop de Franse regering zich beroept, aan deze criteria voldoen.

19.

Ter rechtvaardiging van de beperking van de vrijheid van vestiging die uit de litigieuze bepaling voortvloeit, heeft de Franse regering zich zowel op de bescherming van de consument beroepen als op het stimuleren van sparen op middellange en lange termijn.

20.

Ten eerste zou het betrokken verbod noodzakelijk zijn om het gratis verlenen van de basisbankdiensten in stand te kunnen houden. De invoering van een rentevergoeding over rekeningencourant zou de kosten van bedrijfsvoering van de banken aanzienlijk verhogen. Ter compensatie zouden de banken meer kosten gaan berekenen en verschillende bankdiensten die thans gratis zijn, waaronder in het bijzonder de uitgifte van cheques, in rekening gaan brengen.

21.

Er zij evenwel opgemerkt dat hoewel de consumentenbescherming behoort tot de dwingende vereisten die beperkingen van een door het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheid kunnen rechtvaardigen, het litigieuze verbod, gesteld al dat dit voor de consument uiteindelijk bepaalde voordelen met zich meebrengt, een maatregel is die verder gaat dan voor de bereiking van dat doel noodzakelijk is.

22.

Zelfs indien ervan wordt uitgegaan dat de opheffing van het verbod om over tegoeden in rekeningcourant rente te vergoeden, voor de consument onvermijdelijk een verhoging van de kosten van de basisbankdiensten of het in rekening brengen van kosten voor cheques met zich meebrengt, zou met name kunnen worden overwogen om de consument te laten kiezen hetzij voor een niet-rentedragende rekeningcourant waarbij bepaalde basisbankdiensten gratis blijven, hetzij voor een rentedragende rekeningcourant met de mogelijkheid voor de kredietinstelling, voor tot dan toe gratis verleende bankdiensten, zoals de uitgifte van cheques, kosten in rekening te brengen.

23.

Voorzover de Franse autoriteiten ernaar zouden streven, het sparen op lange termijn aan te moedigen, zij opgemerkt dat, hoewel het verbod om over tegoeden in rekeningcourant rente te vergoeden het sparen op middellange en lange termijn stellig kan aanmoedigen, dit niettemin een maatregel vormt die verder gaat dan noodzakelijk is om dit doel te bereiken.

24.

Gelet op de voorgaande overwegingen moet op de prejudiciële vragen worden geantwoord dat artikel 43 EG zich verzet tegen een regeling van een lidstaat die het een kredietinstelling die dochtervennootschap is van een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap, verbiedt om rente te vergoeden over rekeningencourant in euro's die door ingezetenen van eerstgenoemde lidstaat zijn geopend.

Kosten

25.

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Dictum

Het Hof van Justitie (grote kamer) verklaart voor recht:

Artikel 43 EG verzet zich tegen een regeling van een lidstaat die het een kredietinstelling die dochtervennootschap is van een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap, verbiedt om rente te vergoeden over rekeningencourant in euro's die door ingezetenen van eerstgenoemde lidstaat zijn geopend.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

7
EG-Verdrag art. 438 voorkomens
EG-Verdrag art. 481 voorkomen

Rechtspraak

13

Europese Unie

13

Bekijk alle 13

Bekijk de 13 documenten

Rechtsleer

19
Belorgey, Jean-Marc ; Gervasoni, Stéphane ; Lambert, Christian: Liberté d'établissement et application de la législation de l'Etat membre d'établissement, L'actualité juridique ; droit administratif 2004 p.2267-2268 (FR)
Idot, Laurence: Fin de l'interdiction française de la rémunération des comptes à vue. La réglementation française qui interdit la rémunération des comptes à vue constitue une entrave non justifiée à la liberté d'établissement des banques, Europe 2004 Décembre Comm. nº 402 p. 16-17 (FR)
Piedelièvre, Stéphane: Feu vert de la CJCE pour les comptes rémunérés, Recueil Dalloz 2004 Chron. p.2770-2771 (FR)
Eleftheriadis, Nikolaos: Elliniki Epitheorisi Evropaïkou Dikaiou 2004 p.768-772 (EL)
Mestre, Jacques ; Fages, Bertrand: Obligations et contrats spéciaux - Obligations en général. Le contenu de nos contrats s'élabore aussi à Luxembourg ..., Revue trimestrielle de droit civil 2004 p.726-727 (FR)
Bekijk de 14 andere verwijzingen
Drijber, B.J.: Ondernemingsrecht 2005 p.26-27 (NL)
Van Huffel, Michel: La liberté tarifaire des établissements de crédit à la lumière de la jurisprudence de la Cour de justice: l'arrêt Caixabank du 5 octobre 2004, Gazette du Palais 2005 I Jur. p.21-25 (FR)
Tuo, Chiara: Verso un'interpretazione uniforme delle libertà di circolazione dei fattori produttivi nell'area comunitaria: alcune riflessioni sul caso Caixa Bank France, Diritto del commercio internazionale 2005 p.191-223 (IT)
Van der Beek, J.C.M.: Recente ontwikkelingen financiële dienstverlening binnen de EU: arresten Caixa en Paul, Nederlands tijdschrift voor Europees recht 2005 p.96-100 (NL)
González Vaqué, Luis: La sentencia Caixa Bank France: el Tribunal de Justicia de las Comunidades Europeas confirma la convergencia de su jurisprudencia relativa a la libre circulación en el ámbito del Mercador interior, Revista española de Derecho Europeo 2005 p.91-109 (ES)
Spaventa, Eleanor: Case C-442/02, Caixa-Bank France v. Ministère de l’Économie, des Finances et de l’Industrie, Common Market Law Review 2005, Volume 42, Issue 4, p. 1151-1168 (EN)
Boujeka, Augustin: Fin de l'interdiction de la rémunération des comptes de dépôt à vue, Recueil Dalloz 2005 Jur. p.371-376 (FR)
Luby, Monique: Chronique de jurisprudence du Tribunal et de la Cour de justice des Communautés européennes, Journal du droit international 2005 p.429-435 (FR)
Mercoli, Sylvain: Le regain d'intérêt du dépôt des sommes monnayées, Les Petites Affiches 2005 nº 118 p.16-20 (FR)
Gustafsson, Magnus: Rättsliga hinder mot gränsöverskridande konsolidering inom EU:s banksektor - några nedslag i anledning av två avgöranden från EG-domstolen - Del I, Europarättslig tidskrift 2005 p.282-302 (SV)
Segura Serrano, Antonio: Hacia la unificación definitiva del concepto de restricción a las libertades de circulación. A propósito de la STJCE de 5 de octubre de 2004, Caixa Bank (C-442/02)., Revista General de Derecho Europeo 2005, nº 6, p. 1-23 (ES)
Zanoni, Andrea: European Review of Contract Law 2006 Vol.2 p.287-296 (EN)
Gutmann, Rolf: Informationsbrief Ausländerrecht 2006 p.305 (DE)
González Vaqué, Luis: L'arrêt Caixa Bank France: la Cour de justice des Communautés européennes confirme la convergence de sa jurisprudence relative à la libre circulation dans le marché intérieur, Euredia 2006 p.153-172 (FR)