---
title: "HvJ EU, 38/71 en 39/71, Westzucker GmbH, arrest van 26 januari 1972 · Verordening 2049/69 art. 6, verordening 17/64 art. 5"
description: "Arrest van het HvJ EU van 26 januari 1972, 38/71 en 39/71, Westzucker GmbH: verordening 2049/69 art. 6, verordening 17/64 art. 5."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-38-71-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-38-71-arret"
---

# Arrest van het Hof van 26 januari 1972, 38/71 en 39/71, Westzucker GmbH · Verordening 2049/69 art. 6, verordening 17/64 art. 5

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Voltallige zitting

**Zaken**

38/71, 39/71

**ECLI**

ECLI:EU:C:1972:3

**Datum**

26 januari 1972

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

C-38/71, C-39/71 College van Beroep voor het bedrijfsleven (Nederland) 10/01/110 ; 10/01/111

**Advocaat-generaal**

Dutheillet de Lamothe

**Nationale beslissing na het arrest**

C-38/71, C-39/71 College van Beroep voor het bedrijfsleven beslissing van 11 april 1972 10/01/110 ; 10/01/111

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Nederlands

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1972, blz. 1

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Kutscher

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Landbouw](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-03)

  - [De gemeenschappelijke marktordeningen per product](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-03.04) [Suiker](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-03.04.11) [Intracommunautaire markt](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-03.04.11.01) [Denaturering voor voederdoeleinden](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-03.04.11.01.05) 2 beslissingen
  - [Monetaire maatregelen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-03.05) [Rekeneenheid](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-03.05.01) 4 beslissingen

## Tekst

89 paragrafen

### ARREST

### Ten aanzien van de feiten

#### I — In de betrokken perioden toepasselijke bepalingen

Overwegende dat in de betrokken periode met name de volgende bepalingen van toepassing waren:

##### 1. Besluiten betreffende de regeling voor suiker

Basisverordening nr. 1009/67/EEG van de Raad van 18 december 1967 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB nr. 308, blz. 1) gaat blijkens de tweede overweging van de considerans onder meer ervan uit dat „denatureringspremies voor suiker die ongeschikt is gemaakt voor menselijke consumptie” ertoe kunnen bijdragen „om aan de suikerbieten- en suikerrietproducenten van de Gemeenschap de noodzakelijke waarborgen op het gebied van de werkgelegenheid en de levensstandaard te blijven verzekeren”.

In artikel 9, lid 2, der verordening wordt dan ook bepaald dat de interventiebureaus — die worden aangewezen door de Lid-Staten en verplicht zijn de hun aangeboden suiker tegen de interventieprijs te kopen (artikel 9, lid 1) — zulke premies kunnen verlenen. Volgens de leden 7 en 8 van artikel 9 „bepaalt de Raad de algemene voorschriften voor de toepassing van de voorgaande leden”, terwijl „de uitvoeringsbepalingen van dit artikel”, met name „de voorwaarden voor de toekenning van de denatureringspremies en het bedrag ervan”, worden vastgesteld „volgens de procedure van artikel 40”, dat wil zeggen in beginsel door de Commissie na een door het Comité van Beheer uit te brengen advies.

Op 9 april 1968 heeft de Raad, op grond van verordening nr. 1009/67, verordening (EEG) nr. 447/68 vastgesteld, houdende de algemene voorschriften inzake interventie door aankoop van suiker (PB nr. L 91, blz. 5).

Op 8 oktober 1969 heeft de Commissie, op grond van verordening nr. 1009/67, verordening (EEG) nr. 1987/69 vastgesteld, welke de nationale rechter wenst te zien uitgelegd. Volgens artikel 1, lid 1, worden in de verordening „uitvoeringsbepalingen vastgesteld met betrekking tot de verkoop bij inschrijving van suiker welke door de interventiebureaus werd aangekocht”.

Eveneens op grond van verordening nr. 1009/67 heeft de Raad op 17 oktober 1969verordening (EEG) nr. 2049/69 houdende de algemene voorschriften betreffende denaturering van suiker voor voederdoeleinden (PB nr. L 263, blz. 1), vastgesteld.

Op grond van verordening nr. 1009/67 heeft de Commissie, gezien verordening nr. 2049/69, op 20 oktober 1969verordening (EEG) nr. 2061/69 vastgesteld „houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen betreffende de denaturering van suiker voor voederdoeleinden”. Ook deze verordening wenst de nationale rechter te zien uitgelegd.

Op 25 november 1969 heeft de Raad verordening (EEG) nr. 2334/69 vastgesteld, „betreffende de financiering van de interventieuitgaven op de interne markt in de sector suiker” (PB nr. L 298, blz. 1). In deze verordening wordt met name gelet op en verwezen naar verordening nr. 17/64/EEG (zie hieronder sub 2), en verordening nr. 1009/67.

Op 4 mei 1970 heeft de Commissie verordening (EEG) nr. 822/70 vastgesteld, „betreffende een permanente inschrijving voor de verkoop van witte suiker welke bestemd is voor veevoeder en in het bezit is van het Duitse interventiebureau” (PB nr. L 98, blz. 7). In deze verordening is gelet op of verwezen naar de verordenin gen nrs. 1009/67, 447/68, 1987/69 en 2334/69.

In Publikatieblad nr. C 54 van 6 mei 1970, bladzijde 2, heeft de Commissie „bericht van de Einfuhr- und Vorratsstelle für Zucker (EVSt-Z) betreffende een inschrijving voor de verkoop van partijen witte suiker welke bestemd zijn voor veevoeder”(nr. 3/1970) geplaatst. In een aantal beschikkingen heeft de Commissie — telkens in rekeneenheden — de denatureringspremie voor de verschillende deelinschrijvingen in het kader van de permanente inschrijving bedoeld in verordening nr. 822/70 (vgl. met name beschikking van 20 mei 1970, PB nr. L 126, blz. 26; beschikking van 3 juni 1970, PB nr. L 131, blz. 19; beschikking van 10 juni 1970, PB nr. L 138, blz. 22).

##### 2. Besluiten van algemene strekking

Bij verordening nr. 25 van de Raad van 4 april 1962, „inzake de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid” (PB van 20 april 1962, blz. 991) werd, „om de voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten gestelde doeleinden te kunnen bereiken … een Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw” ingesteld, hierna te noemen het „Fonds” (artikel 1). Hieruit moeten onder andere de interventies ter regularisatie van de markten worden gefinancierd (artikel 2, lid 2, sub b). Voor financiering uit het Fonds komen met name bepaalde interventies op de interne markt in aanmerking (artikel 3, lid 1, sub b).

Op 23 oktober 1962 heeft de Raad verordening nr. 129 vastgesteld, „inzake de waarde van de rekeneenheid en de wisselkoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast” (PB van 30 oktober 1962, blz. 2553).

Op 5 februari 1964 heeft de Raad verordening nr. 17/64/EEG vastgesteld, „betreffende de voorwaarden voor het verlenen van bijstand door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw” (PB van 27 februari 1964, blz. 586). Artikel 5, lid 1, van deze verordening geeft een definitie van de met name in verordening nr. 25 gebezigde uitdrukking „interventies op de interne markt”.

Op dezelfde dag heeft de Raad het Financieel Reglement betreffende het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (PB van 27 februari 1964, blz. 599) vastgesteld.

#### II — De feiten en het procesverloop

Overwegende dat de feiten en het procesverloop kunnen worden samengevat als volgt:

1) De firma's Westzucker en Dietz hadden onderscheidenlijk in juni en in mei 1970 in het kader van de permanente inschrijving nr. 3/1970 verscheidene biedingen gedaan, waarin Nederland was genoemd als de Lid-Staat waar de suiker zou worden gedenatureerd. Het Duitse interventiebureau, de Einfuhr- und Vorratsstelle für Zucker, deed naar aanleiding hiervan aan genoemde firma's „berichten van toewijzing” toekomen voor totale hoeveelheden van 3000 ton (Westzucker) onderscheidenlijk 27425 ton (Dietz) tegen de bij verordening nr. 822/70 vastgestelde verkoopprijs (21,73 rekeneenheden/100 kg) en tegen een door de firma's voor de verschillende deelquanta geboden denatureringspremie.

2) Het Hoofdproduktschap voor akkerbouwprodukten (hierna te noemen: „Hoofdproduktschap”) heeft op aanvraag aan de firma Westzucker op 12 en 23 juni 1970 en aan de firma Dietz op 4 juni 1970 denatureringspremiebewijzen afgegeven voor onderscheidenlijk 3000 ton en 25000 ton. In elk van beide premiebewijzen was het bedrag van de denatureringspremie per 100 kg in rekeneenheden en, tussen haken, in guldens vermeld. De firma's maakten er bezwaar tegen dat genoemde bedragen niet in Duitse marken waren uitgedrukt, waarop het Hoofdproduktschap besliste dat het bedrag in Duitse marken, in het bericht van toewijzing genoemd, geacht werd te zijn geïnsereerd in de desbetreffende pre miebewijzen, doch dat werd geweigerd de premie in Duitse marken uit te betalen. Op 14 augustus 1970 kwamen de beide vennootschappen tegen deze beslissing in beroep bij het College van beroep voor het bedrijfsleven; zij verzochten het College met name: het besluit waarvan beroep te vernietigen; te bepalen dat alsnog denatureringspremiebewijzen zullen worden uitgereikt waarin de denatureringspremie uitsluitend in Duitse marken is vermeld en gelijk is aan de premie in de aanbiedingen genoemd.

3) Bij uitspraken van 6 juli 1971 heeft het College van beroep voor het bedrijfsleven het Hof in elk van beide zaken de volgende vragen voorgelegd: Brengt een juiste uitleg van artikel 5, lid 2, sub e) en f), artikel 9, lid 1, sub a), eerste alinea, en lid 3, sub a), en artikel 10, lid 2, sub c), van verordening (EEG) nr. 1987/69 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en voorts artikel 11, lid 1, sub a), van verordening (EEG) nr. 2061/69 van de Commissie — een en ander gezien in samenhang met artikel 2, lid 1, van verordening nr. 129 van de Raad van de Europese Gemeenschappen en met artikel 5 van verordening nr. 17/64/EEG van de Raad en artikel 2, sub c), van verordening (EEG) nr. 2334/69 van de Raad — mede, dat in geval van denaturering van suiker in een andere Lid-Staat dan die waar de inschrijving en de toewijzing plaatsvonden, de denatureringspremie in het door eerstbedoelde Lid-Staat af te geven denatureringspremiebewijs uitsluitend moet worden uitgedrukt in de valuta van de Lid-Staat waar is ingeschreven en toegewezen? Dienen voorts de onder 1 genoemde voorschriften aldus te worden verstaan dat in geval van denaturering in een andere Lid-Staat dan die waar de inschrijving en de toewijzing plaatsvonden, afgifte van het denatureringspremiebewijs door eerstbedoelde Lid-Staat recht geeft op betaling van de premie in de Lid-Staat van denaturering of in die van inschrijving en toewijzing, zulks ter keuze van de belanghebbende? Of geeft afgifte van het denatureringspremiebewijs door de Lid-Staat waar de denaturering plaatsvond, nadat toewijzing en inschrijving in een andere Lid-Staat waren geschied, uitsluitend recht op betaling van de premie door eerstbedoelde Lid-Staat? Dienen bij bevestigende beantwoording van vraag 3 de onder 1 genoemde voorschriften aldus te worden uitgelegd dat de denatureringspremie door de Lid-Staat waar de denaturering plaatsvond, moet worden uitbetaald in de valuta van de Lid-Staat waar was ingeschreven en toegewezen? Of brengt een juiste uitleg van de meergenoemde voorschriften mede dat de denatureringspremie moet worden betaald in de valuta van de Lid-Staat waar de denaturering plaatsvond? Indien de voorgaande vraag bevestigend wordt beantwoord, moet uitbetaling van de premie in die valuta dan geschieden na omrekening van het in het bericht van toewijzing van de andere Lid-Staat vermelde premiebedrag tegen de wisselkoers, die in het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet worden toegepast, of na omrekening tegen dagkoers?” De nationale rechterlijke instantie overweegt onder meer dat de bestreden besluiten zijn genomen in uitvoering van de op 1 november 1968 in werking getreden „Suikerbeschikking 1968-H”; ingevolge artikel 9 dezer beschikking kan ter zake van het ongeschikt maken voor menselijke consumptie van suiker voor veevoederdoeleinden een premie worden verleend tot een bedrag „gelijk aan het bedrag dat uit hoofde van artikel 9, lid 2, van de verordening” (dat wil zeggen: verordening nr. 1009/67/EEG) „voor zover nodig omgerekend in Nederlands courant, … als premie moet worden verleend”.

4) De uitspraken van het College van beroep zijn ingeschreven ter griffie van het Hof op 7 juli 1971. Overeenkomstig artikel 20 van het Statuut van het Hof van Justitie van de EEG hebben partijen in het hoofdgeding, de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Commissie van de Europese Gemeenschappen schriftelijke opmerkingen ingediend. Het Hof heeft, op rapport van de Rechter-Rapporteur en gehoord de Advocaat-Generaal, besloten zonder instructie tot de mondelinge behandeling over te gaan. Ter terechtzitting van 23 november 1971 hebben partijen in het hoofdgeding en de Commissie mondelinge opmerkingen gemaakt. De firma's Westzucker en Dietz werden ten deze vertegenwoordigd door mr. A. E. Driessen. advocaat te Rotterdam, het Hoofdproduktschap door mr. A. W. F. Helmstrijd, de regering van het Koninkrijk der Nederlanden door mr. E. L. C. Schiff, secretaris-generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en de Commissie van de Europese Gemeenschappen door haar juridisch adviseur J. H. J. Bourgeois. De Advocaat-Generaal heeft ter terechtzitting van 15 december 1971 conclusie genomen.

#### III — Voor het Hof gemaakte opmerkingen

Overwegende dat de krachtens artikel 20 van het Statuut ingediende opmerkingen kunnen worden samengevat als volgt:

##### 1. De eerste vraag

De vennootschappen Westzucker en Dietz evenals het Hoofdproduktschap voeren een algemeen betoog dat kan worden geacht goeddeels tegelijk op de eerste, vierde, vijfde en zesde vraag betrekking te hebben (zie hieronder sub 3). Volgens het Hoofdproduktschap dient de eerste vraag ontkennend te worden beantwoord.

De Nederlandse Regering heeft zich omtrent de eerste vraag niet uitgesproken.

De Commissie meent dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord.

De verordeningen nrs. 1987/69 en 2061/69 houden geen voorschriften in met betrekking tot de munteenheid waarin het premiebedrag in het denatureringspremiebewijs wordt uitgedrukt, of het bewijs nu wordt afgegeven door de staat van inschrijving dan wel door de staat waar de denaturering plaatsvindt.

Derhalve moet men het ervoor houden, dat deze kwestie door de Lid-Staten autonoom dient te worden geregeld; het ligt voor de hand dat hierbij werd uitgegaan van de veronderstelling dat deze instanties de nationale munteenheid gebruiken. De verplichting voor een Lid-Staat om in een officieel stuk bedragen uit te drukken in een vreemde munteenheid zou sterk afwijken van de toestand zoals deze onder de vigerende monetaire wetgevingen bestaat.

In ieder geval leveren de zogenaamde „horizontale” verordeningen van de Gemeenschap — die het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het algemeen betreffen — geen aanknopingspunt voor de stelling, als zou de in de munteenheid van een Lid-Staat toegewezen denatureringspremie door een andere Lid-Staat — waar de denaturering plaatsvindt — in dezelfde munteenheid moeten worden uitgedrukt; integendeel:

De denaturering van suiker is een interventie op de interne markt als omschreven in artikel 5, lid 1, van verordening nr. 17/64, zoals werd bevestigd in artikel 1 van verordening nr. 2334/69. Zij beoogt aan de markt de hoeveelheden produkten te onttrekken die haar opnamemogelijkheden te boven gaan, mits voor de afzet van deze produkten op de interne markt van de Gemeenschap een ander dan hun gebruikelijk afzetgebied — i.e. voeding van dieren — wordt verzekerd. Onder markt is ten deze te verstaan de markt van de Gemeenschap, nu door verordening nr. 1009/67 voor suiker één markt is tot stand gebracht. De bij toewijzing verleende premie kan dan ook niet worden beschouwd als een nationale uitgave ten bate van de markt van de Lid-Staat van toewijzing, te minder nu overschotten in een bepaald geografisch gebied van de Gemeenschap normaliter een weerslag hebben op het prijsniveau in de gehele Gemeenschap. Daarom ook wordt de financiële last die aan de denaturering is verbonden, integraal door de Gemeenschap gedragen (artikel 2, letter c, van verordening nr. 2334/69; artikel 2, lid 2, letter b, en artikel 3, lid 1, letter b, van verordening nr. 25).

Evenmin leidt artikel 2, lid 1, van verordening nr. 129 tot bevestigende beantwoording van de eerste vraag. Deze bepaling schrijft slechts voor welke wisselkoers wordt gebruikt wanneer in het kader van de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid omrekening nodig is; zij bepaalt niet in welke gevallen deze omrekening moet geschieden.

##### 2. De tweede en de derde vraag

De vennootschappen Westzucker en Dietz menen dat het, nu niet is bepaald door wie de premies moeten worden uitbetaald, niet onmogelijk lijkt dat een door Nederland uitgegeven denatureringspremiebewijs door het Duitse interventiebureau wordt gehonoreerd, in welk geval de uitbetaling toch zeker in marken zal plaatshebben. Het mag trouwens geen verschil maken waar de uitbetaling plaatsvindt, aangezien de betaalde premies bij het Fonds kunnen worden gedeclareerd.

Volgens het Hoofdproduktschap dient de tweede vraag ontkennend en de derde vraag bevestigend te worden beantwoord.

Alleen in het speciale geval bedoeld in artikel 6, lid 1. tweede alinea, van verordening nr. 2049/69 — dat zich in casu niet voordoet — kan belanghebbende wellicht de keuze hebben tussen betaling door de staat waar de inschrijving plaatsvond en betaling door de staat van denaturering.

De Nederlandse Regering deelt deze mening. In artikel 6, lid 1, tweede alinea, van verordening nr. 2049/69 wordt aan de Lid-Staten slechts een machtiging verleend (vgl. artikel 16 van verordening nr. 2061/69) waarvan noch door Nederland noch door Duitsland gebruik is gemaakt. Daarentegen volgt uit lid 2, laatste volzin, van dit artikel niet alleen dat de denaturering moet plaatshebben in de staat die het premiebewijs heeft afgegeven, doch ook dat alleen in deze staat de uitbetaling van de premie kan plaatsvinden. De Commissie betoogt dat destijds volgens de normale regeling de denatureringspremie werd toegekend door de Lid-Staat op wiens grondgebied de denaturering plaatsvindt (artikel 6, lid 1, eerste alinea, van verordening nr. 2049/69). De uitzonderingsregeling van de tweede alinea van dit zelfde lid (toekenning door de staat waaruit de suiker afkomstig is) houdt alleen een machtiging in voor de betrokken Lid-Staat (vgl. de negende overweging van de considerans van genoemde verordening; artikel 16 van verordening nr. 2061/69), van welke regeling Duitsland voor de hier bedoelde quanta geen gebruik heeft gemaakt. Bij ontstentenis van andersluidende voorschriften moet worden aanvaard dat de Lid-Staat die de premie toekent en het premiebewijs afgeeft, de premie ook betaalt. Immers wordt bij deze Lid-Staat de bij artikel 6, lid 3, van verordening nr. 2049/69 voorgeschreven waarborg gesteld; en in den regel is het ook deze Lid-Staat die de waarborg vrijgeeft c. q. verbeurd verklaart. Daarenboven schrijft artikel 20, lid 2, van verordening nr. 2061/69 bijzondere controlemaatregelen voor met betrekking tot de betaling van de premie door de staat waaruit de suiker afkomstig is, zulks voor het geval dat deze staat van voormelde bevoegdheid gebruik heeft gemaakt; deze bepaling zou onverklaarbaar zijn indien de premie kon worden betaald door een andere staat dan de staat die de premie heeft toegekend en het premiebewijs heeft afgegeven.

##### 3. De vierde tot en met de zesde vraag

Volgens de vennootschappen Westzucker en Dietz ontstaat ingevolge artikel 9, lid 1, sub a), en lid 3, sub a), van verordening nr. 1987/69 door de toewijzing het recht op uitreiking van een denatureringspremiebewijs, waarin de premie wordt genoemd die in het aanbod is vermeld. Anderzijds gaat het bij denaturering om een EEG-regeling, die beoogt op een markt regelend op te treden, wanneer daar meer suiker wordt geproduceerd dan die markt kan opnemen. In artikel 5 van verordening nr. 17/64 is sprake van een „interne markt”, waaronder verstaan wordt de markt der Gemeenschap, en van een „markt”, waaronder wordt verstaan de markt van een der Lid-Staten. In het onderhavige geval gaat het om regelen van een Duitse markt, want aan die markt diende een hoeveelheid suiker te worden onttrokken.

De kosten, verbonden aan het regelen van de markt, zoals in casu de denatureringspremies, komen ten laste van het Fonds (vgl. bij voorbeeld artikel 2, sub c), van verordening nr. 2334/69). In het onderhavige geval heeft het Duitse interventiebureau aan de vennootschappen Westzucker en Dietz de denatureringspremie toegekend in Duitse marken; het zijn deze premies die voor financiering door het Fonds in aanmerking komen. Niet duidelijk is waarom de in Nederland uitbetaalde premie alleen in Nederlands courant bij het Fonds zou kunnen worden teruggevorderd; in de gehele regeling is geen omrekening in andere valuta nodig. De Nederlandse regeling „Suikerbeschikking 1968-II”), waarop verweerder zich beroept, is ten deze irrelevant, omdat de rechten en verplichtingen van partijen rechtstreeks uit de EEG-bepalingen voortvloeien.

Het heeft geen zin te bepalen dat men recht heeft op afgifte van een denatureringspremiebewijs waarin de in de bieding bedoelde premie wordt vermeld, wanneer men niet tevens het recht krijgt op betaling van die premie. De betrokken firma's hebben in casu een wezenlijk lager bedrag in marken ontvangen dan in de bieding was vermeld.

Indien de hier verdedigde stelling niet zou worden aanvaard, zouden de ondernemingen niet meer laten denatureren in een ander land dan waar de inschrijving wordt gehouden, of wel een hogere denatureringspremie bieden. Dit ware strijdig met een behoorlijke ontwikkeling van de thans geldende denatureringsregeling; de ondernemingen zouden niet meer in staat zijn de gunstigste plaats voor de denaturering te kiezen.

Gedurende de laatste maanden is gebleken dat het omrekenen van de ene valuta in de andere door middel van de rekeneenheden tot een aanmerkelijk ander resultaat leidt dan de omrekening via de normale marktkoersen. De officiële EEG-wisselkoers kan dan ook niet worden gehanteerd voor handelstransacties, waarbij particulieren betrokken zijn, tenzij natuurlijk uitdrukkelijk anders is overeengekomen. Omrekening door middel van rekeneenheden zal ertoe leiden, dat het Fonds een lager bedrag zal betalen dan de denatureringspremie die aan de firma's Westzucker en Dietz was toegezegd.

Volgens het Hoofdproduktschap moet de vierde vraag ontkennend en de vijfde vraag bevestigend worden beantwoord; de zesde vraag ware bevestigend te beantwoorden wat betreft de eerste aldaar genoemde mogelijkheid.

De „Suikerbeschikking 1968-II” laat als enige uitleg toe dat het door de Gemeenschap in rekeneenheden vastgestelde maximumbedrag van de denatureringspremie, respectievelijk de daarvan afgeleide bedragen, in Nederlands courant worden omgerekend en betaald, wanneer het premiebewijs door de Nederlandse autoriteiten is afgegeven. Bij gebreke van één muntstelsel voor alle Lid-Staten past deze omrekening in het systeem van het communautair recht ten aanzien van verrichtingen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, zoals de onderwerpelijke inschrijvingen en de daaruit voortvloeiende handelingen.

Weliswaar werd in de inschrijvingsvoorwaarden (nr. 3/1970, punt III, 2, onder e) gemakshalve gestipuleerd, dat de aanbieders het bedrag dat zij als denatureringspremie wensten, dienden uit te drukken in Duitse valuta. Deze bepaling dient echter te worden gelezen in verband met de voetnoot waarin is aangegeven op welke wijze de verschillende valuta's van de andere Lid-Staten in de Duitse valuta moesten worden omgerekend, voor het geval dat onderdanen van deze staten aan de inschrijving zouden deelnemen. Ten behoeve van de Duitse aanbieders werd er in deze voetnoot tevens aan herinnerd, dat ook voor de Duitse mark eventueel de vaste verhouding zou gelden, waarin de munteenheden van de Lid-Staten via de rekeneenheid tot elkaar staan. Nadat alle aanbiedingen zijn binnengekomen, wordt de grens van het maximumbedrag van de premie bepaald — in rekeneenheden —; daartoe worden, zoals blijkt uit Tableau A bij de memorie van het Hoofdproduktschap, de in „monnaie nationale” opgegeven premies volgens de hiervoor aangegeven sleutel omgerekend in rekeneenheden. Bedoelde grens werd in casu getrokken bij 12,997 rekeneenheden (beschikking van de Commissie van 20 mei 1970), zodat aan de betrokken firma's bepaalde hoeveelheden suiker konden worden toegewezen, namelijk voor zover de door hen gewenste denatureringspremies gelijk aan — of lager dan — genoemd bedrag in rekeneenheden waren. Na door de Commissie te zijn vastgelegd moet de maximum-denatureringspremie volgens dezelfde sleutel worden teruggerekend in de nationale valuta. Hierdoor wordt bereikt, dat alle inschrijvers hun financiële positie en risico's, uitgedrukt in nationale valuta en ook in die van een andere Lid-Staat, wanneer denaturering in een andere Lid-Staat dan die van inschrijving mogelijk is, kunnen overzien.

Daar de toewijzing in feite in rekeneenheden geschiedt, zal betaling van de denatureringspremie op grond van het bepaalde in artikel 2 van verordening nr. 129, slechts kunnen geschieden in de nationale valuta van de staat van denaturering, eventueel omgerekend volgens de in deze bepaling bedoelde koers. Het tegengestelde standpunt van de vennootschappen Westzucker en Dietz betekent, dat de autoriteiten van de staat van denaturering gehouden zouden zijn tot aankoop van buitenlandse valuta tegen de variabele dagkoers. De declaratie van het uitbetaalde bedrag bij het Fonds zou kunnen uitgaan boven de maximumpremie waarop de toewijzing was gebaseerd. Blijkens de becijfering welke het Hoofdproduktschap heeft gemaakt in zijn bij de nationale rechter ingediende memories, zouden de aan Westzucker en aan Dietz toegekende premies dan 13,07 rekeneenheden hebben bedragen; en bij bepaling van de maximumdenatureringspremie op dit bedrag zouden verschillende aanbiedingen die niet in aanmerking zijn genomen, nog kunnen zijn gehonoreerd.

Het Hoofdproduktschap beroept zich ten gunste van zijn standpunt voorts op artikel 2, sub c), van verordening nr. 2334/69.

Dat volgens artikel 9, eerste lid, sub a), van verordening nr. 1987/69 de premie in de munteenheid van de staat van inschrijving moet worden uitgedrukt, is logisch, daar mocht worden verwacht dat voor het merendeel onderdanen van bedoelde Staat zouden inschrijven en aldaar denatureren; hieruit mag echter niet worden afgeleid dat ook wanneer de denaturering elders plaatsvindt, de staat van denaturering de premie in bedoelde munteenheid moet uitdrukken en betalen. Indien de communautaire wetgever een dergelijke — zeer uitzonderlijke — regeling had willen geven, dan had hij dit uitdrukkelijk moeten bepalen, zoals in enkele latere, ten deze irrelevante, verordeningen ook is geschied.

De Nederlandse Regering betoogt, dat de staat die de premie heeft te betalen, alle binnen- en buitenlandse ondernemers op voet van gelijkheid moet behandelen, dat wil zeggen hun in nationaal courant heeft uit te betalen. De nationale wetgeving verzet zich trouwens tegen betaling in vreemde valuta daar deze niet als wettig betaalmiddel is erkend. Anderzijds is er geen enkele communautaire verordening die tot aankoop van zodanige valuta verplicht c.q. zou kunnen verplichten, om een daarin niet luidende schuld te kwijten. De ratio van de instelling van de rekeneenheid is juist in de gegeven omstandigheden de omrekening in nationale valuta mogelijk te maken en wisseltransacties voor rekening en risico van de belanghebbende te laten.

Deze opvatting is in overeenstemming met de artikelen 1 en 2 van verordening nr. 129, hetgeen te meer klemt daar deze in 1962 tot stand gekomen verordening aanvankelijk betrekking had op de nationale landbouwheffingen, die in nationale valuta luidden en aan de Lid-Staten zelf toekwamen. Blijkens recente besluiten of mededelingen van de Gemeenschap dient deze verordening nog steeds als grondslag voor de omrekening krachtens communautaire bepalingen. In casu hebben de Duitse autoriteiten de officiële wisselkoerspariteit, en niet de dagkoers, toegepast, toen zij de in rekeneenheden vastgestelde denatureringspremie voor de hoeveelheden suiker die de firma Dietz in Duitsland had laten denatureren, in Duitse valuta „terugvertaalden”. Niet is in te zien op grond waarvan de Nederlandse overheidsinstanties een andere sleutel zouden moeten gebruiken.

Op grond van het vorenstaande dienen de vragen in die zin te worden beantwoord, dat de premie moet worden betaald in de valuta van de staat die haar uitkeert en dat de eventueel nodige omrekening moet geschieden volgens de sleutel van verordening nr. 129.

De Commissie betoogt, dat het ontbreken van uitdrukkelijke communautaire voorschriften in verband met bepaalde aanwijzingen zoals die aan „horizontale” verordeningen kunnen worden ontleend, aannemelijk maakt dat de gemeenschapswetgever enerzijds deze vraag niet tot zich heeft willen trekken en anderzijds ervan is uitgegaan dat de Lid-Staten het vraagstuk zouden regelen in die zin dat de premie in de valuta van de staat van denaturering wordt betaald.

Omdat de premie niet kan worden aangemerkt als een uitgave ten bate van de Lid-Staat waaruit de suiker afkomstig is, zou er geen reden zijn om de Lid-Staat van denaturering te verplichten de premie uit te betalen in de munteenheid van eerstgenoemde Lid-Staat.

Een oplossing, bestaande in gebruikmaking van de valuta van de staat van denaturering, is ook in overeenstemming met de manier waarop de rekeningen van het Fonds worden vereffend (vgl. de artikelen 10 en 11 van het Financieel Reglement betreffende het Fonds).

Artikel 2, lid 1, van verordening nr. 129 verplicht de Lid-Staat van denaturering ertoe om, wanneer hij de denatureringspremie in eigen munteenheid uitbetaalt, voor de omrekening de bij het Internationaal Monetair Fonds opgegeven en door deze instelling erkende vaste pariteit te hanteren, als uitgedrukt voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid in haar verhouding tot de rekeneenheid.

Immers, denaturering van suiker is een verrichting ter uitvoering van bepalingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid waarin bedragen worden uitgedrukt in rekeneenheden (vgl. bij voorbeeld de beschikkingen van de Commissie van 20 mei, 3 juni en 10 juni 1970). Een dergelijke regeling valt stellig nadelig uit voor de ondernemer, wanneer de dagkoers van de munteenheid waarin de premie werd toegewezen hoger ligt dan de officiële pariteit; in het omgekeerde geval is zij echter in het voordeel van de ondernemer.

### Ten aanzien van het recht

1. Overwegende dat het College van beroep voor het bedrijfsleven bij uitspraken van 6 juli 1971, ingekomen ter griffie van het Hof op 7 juli 1971, verschillende vragen heeft gesteld inzake de uitlegging van met name artikel 5, lid 2, sub e) en f), artikel 9, lid 1, sub a), eerste alinea, artikel 3, sub a), en artikel 10 van verordening (EEG) nr. 1987/69 van de Commissie, alsmede van artikel 11, lid 1, sub a), van verordening (EEG) nr. 2061/69 van de Commissie;

2. dat deze vragen blijkens het dossier betrekking hebben op een geschil dat is ontstaan, doordat de firma's Westzucker en Dietz, die van de Duitse autoriteiten bericht van toewijzing van voor denaturering bestemde hoeveelheden suiker hadden ontvangen, de denaturering hebben doen verrichten in Nederland, welks autoriteiten denatureringspremiebewijzen aan hen hebben afgegeven;

3. dat, naar het oordeel van genoemde firma's, de Nederlandse autoriteiten gehouden waren het premiebedrag uitsluitend in Duitse munteenheid uit te drukken en derhalve vast te stellen op een bedrag in Duitse marken, gelijk aan het bedrag aangegeven in de door de firma's Westzucker en Dietz aan de Duitse autoriteiten gedane biedingen, op grond waarvan deze tot toewijzing waren overgaan;

#### Ten aanzien van de vragen 2 en 3

4. Overwegende dat luidens artikel 6, lid 1, eerste alinea, van verordening nr. 2049/69 „de denatureringspremie wordt toegekend door de Lid-Staat op wiens grondgebied de denaturering plaatsvindt”;

5. dat echter de tweede alinea van dit lid bepaalt dat „indien tijdens het verkoopseizoen voor suiker 1969-1970 uit een Lid-Staat afkomstige suiker bestemd is om op het grondgebied van een andere Lid-Staat gedenatureerd te worden, de denatureringspremie kan worden toegekend” door de Lid-Staat waaruit de suiker afkomstig is;

6. dat, waar artikel 16, eerste alinea, van verordening nr. 2061/69 spreekt over het geval waarin een Lid-Staat „gebruik maakt van de in artikel 6, lid 1, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 2049/69 voorziene machtiging en… een denatureringspremiebewijs heeft afgegeven”, dient te worden geconcludeerd dat, wanneer de denaturering heeft plaatsgevonden in een andere Lid-Staat dan die van de toewijzing, de inschrijver aan wie de toewijzing is geschied, de premiebetaling slechts dan van laatstgenoemde staat kan verlangen, indien deze gebruik heeft gemaakt van bedoelde machtiging;

7. dat de inschrijver aan wie de toewijzing is geschied, de premiebetaling in ieder geval slechts kan vragen aan de staat die het bewijs heeft afgegeven;

8. Overwegende dat derhalve aan de nationale rechterlijke instantie dient te worden geantwoord dat, wanneer de denaturering heeft plaatsgevonden in een andere staat dan die van de toewijzing en het bewijs is afgegeven door eerstbedoelde staat, alleen deze de premie verschuldigd is;

#### Ten aanzien van de vragen 1, 4, 5 en 6

9. Overwegende dat luidens artikel 9, lid 2, van basisverordening nr. 1009/67 de nationale interventiebureaus — die, overeenkomstig artikel 9, lid 1, en artikel 10, lid 1, dezer verordening, verplicht zijn de hun aangeboden communautaire suiker te kopen en bevoegd zijn deze te verkopen — „denatureringspremies kunnen verlenen voor suiker die ongeschikt is gemaakt voor menselijke consumptie”;

10. dat deze verkoop ingevolge artikel 10, lid 1, dezer verordening (zoals gewijzigd bij artikel 2 van verordening nr. 1393/69), juncto artikel 3 van verordening nr. 447/68 (zoals gewijzigd bij verordening nr. 1395/69), kan geschieden „bij inschrijving”;

11. dat luidens artikel 5, lid 2, sub e) en f), van verordening nr. 1987/69 iedere inschrijver in zijn bieding met name moet vermelden „het bedrag van de benodigde denatureringspremie, …, uitgedrukt in de munteenheid van de Lid-Staat waarvan het interventiebureau de inschrijving houdt”, en „in geval van denaturering, de Lid-Staat waar de suiker zal worden gedenatureerd”;

12. dat artikel 10 dezer verordening bepaalt dat het betrokken interventiebureau „aan de inschrijver, aan wie de partij is gegund, een bericht van toewijzing zendt”, waarin met name „het bedrag van de denatureringspremie” voor de toegewezen hoeveelheid wordt vermeld;

13. dat artikel 9, lid 1, sub a), dezer verordening bepaalt dat, wanneer de suiker is bestemd voor voederdoeleinden, „toewijzing … het recht geeft op afgifte van een denatureringspremiebewijs waarin de in de bieding bedoelde denatureringspremie voor de hoeveelheid waarvoor de toewijzing plaatsvond, wordt vermeld”;

14. dat, volgens lid 3 van dit artikel 9, „wanneer de suiker … in een andere Lid-Staat dan die waar de betrokken inschrijving werd gehouden, wordt gedenatureerd, a) de Lid-Staat waarin gedenatureerd wordt, voor de betrokken hoeveelheid suiker op verzoek van de koper het denatureringspremiebewijs levert onmiddellijk na ontvangst van een verklaring verstrekt door de Lid-Staat waar de inschrijving werd gehouden”, welke verklaring volgens lid 4 van dit artikel met name „het bedrag van de denatureringspremie” bevat;

15. dat volgens artikel 10, lid 2, sub d), van verordening nr. 2061/69 „het denatureringspremiebewijs vermeldt … de bij de inschrijving vastgestelde denatureringspremie …”;

16. dat ten slotte volgens artikel 11, lid 1, sub a), dezer verordening „de afgifte van het denatureringspremiebewijs … het recht geeft op betaling van de in het bewijs genoemde denatureringspremie voor de betrokken hoeveelheid suiker na denaturering …”;

17. Overwegende dat uit al deze bepalingen blijkt dat het in het denatureringspremiebewijs genoemde premiebedrag moet overeenkomen met het bedrag dat in de bieding van de betrokken inschrijver is aangegeven en in het bericht van toewijzing is vermeld;

18. dat daaruit echter nog niet volgt dat, wanneer de denaturering heeft plaatsgevonden in een andere staat dan die van de toewijzing, eerstbedoelde staat zou zijn gehouden de premie in de munteenheid van laatstbedoelde staat uit te drukken en te betalen;

19. dat immers artikel 5 van verordening nr. 1987/69 wel uitdrukkelijk zegt dat in de bieding het bedrag van de benodigde premie moet zijn uitgedrukt in de munteenheid van de staat van de toewijzing, doch dat de bepalingen inzake de afgifte van het bewijs en de betaling van de premie zwijgen over de munteenheid die hiertoe moet worden gehanteerd door de staat waar de denaturering heeft plaatsgevonden;

20. dat daaruit derhalve niet volgt dat de betrokken staat verplicht is in een vreemde munteenheid te betalen;

21. dat deze uitlegging overigens implicite bevestigd wordt door artikel 11, lid 2, van het Financieel Reglement betreffende het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw van 5 februari 1964, dat bepaalt dat de Lid-Staten die crediteur van het Fonds zijn, „door de Commissie worden … betaald in hun nationale valuta”;

22. dat derhalve, nu de Lid-Staat die de denatureringspremie heeft voorgeschoten, terugbetaling hiervan uitsluitend in de nationale munteenheid kan vragen, hij niet kan worden gedwongen van een andere munteenheid gebruik te maken bij de vaststelling van het verschuldigde premiebedrag en de betaling aan de inschrijver;

23. Overwegende dat de eerste en vierde vraag derhalve ontkennend moeten worden beantwoord en dat op de vijfde vraag moet worden geantwoord dat de denatureringspremie kan worden betaald in de munteenheid van de Lid-Staat waar de denaturering heeft plaatsgevonden;

24. Overwegende dat, wanneer deze Lid-Staat gebruik maakt van zijn bevoegdheid de premie in zijn eigen munteenheid te betalen, hij verplicht is het bedrag van de in de munteenheid van de Lid-Staat van toewijzing toegewezen premie om te rekenen in zijn eigen munteenheid;

25. dat ingevolge de zesde vraag moet worden nagegaan of bij deze omrekening de in het gemeenschappelijk landbouwbeleid geldende wisselkoers dan wel de dagkoers moet worden aangehouden;

26. Overwegende dat artikel 2, lid 1, van verordening nr. 129 van 23 oktober 1962 bepaalt dat „wanneer verrichtingen die ter uitvoering van de in artikel 1 vermelde besluiten of bepalingen” — dat wil zeggen met name „besluiten betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid” (artikel 1 van verordening nr. 129, gewijzigd bij artikel 1 van verordening nr. 653/68 van de Raad van 30 mei 1968, PB nr. L 123, blz. 4) — „moeten plaatsvinden, meebrengen dat in een munteenheid aangegeven bedragen in een andere munteenheid moeten worden uitgedrukt, de wisselkoers wordt gebruikt, die overeenkomt met de bij het Internationaal Monetair Fonds opgegeven en door deze instelling erkende pariteit”;

27. dat verordening nr. 1009/67 „houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker” en de op grond dezer verordening vastgestelde bepalingen inzake de denaturering van suiker betrekking hebben op het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

28. dat derhalve het in artikel 2, lid 1, van verordening nr. 129 bepaalde van toepassing is op de verrichtingen die krachtens verordening nr. 1009/67 en de besluiten ter uitvoering dezer verordening moeten plaatsvinden;

29. dat overigens het bericht van permanente inschrijving nr. 3/1970, waarin werd gewezen op verordening nr. 1987/69 en in het kader waarvan de litigieuze toewijzingen hebben plaatsgevonden, in een noot betreffende paragraaf 2, sub e, punt III, de pariteiten van de munteenheden der zes Lid-Staten in rekeneenheden uitdrukkelijk vermeldde en aldus duidelijk te verstaan gaf dat een eventuele omrekening zou dienen te geschieden naar de in verordening nr. 129 bedoelde wisselkoers;

30. dat bijgevolg aan de nationale rechterlijke instantie dient te worden geantwoord dat in de bedoelde gevallen de omrekening dient te geschieden naar de in artikel 2, lid 1, van verordening nr. 129 aangegeven wisselkoers, wanneer de Lid-Staat waar de denaturering heeft plaatsgevonden, in zijn eigen munteenheid een premie betaalt, die in het door de Lid-Staat van inschrijving afgegeven bericht van toewijzing is uitgedrukt in de munteenheid van laatstgenoemde staat;

#### Ten aanzien van de kosten

31. Overwegende dat de kosten, door de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen en dat de procedure ten aanzien van partijen in het hoofdgeding als een aldaar gerezen incident is te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen;

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

uitspraak doende op de door het College van beroep voor het bedrijfsleven bij uitspraken van 6 juli 1971 gestelde vragen, verklaart voor recht:

Ten aanzien van de tweede en derde vraag:

1\. Artikel 5, lid 2, sub e) en f), artikel 9, lid 1, sub a), eerste alinea, en lid 3, sub a), en artikel 10, lid 2, sub c), van verordening (EEG) nr. 1987/69 van de Commissie, alsmede artikel 11, lid 1, sub a), van verordening (EEG) nr. 2061/69 van de Commissie moeten worden uitgelegd in die zin dat, wanneer de denaturering heeft plaatsgevonden in een andere Lid-Staat dan die van de toewijzing en het denatureringspremiebewijs is afgegeven door eerstbedoelde staat, alleen deze de premie verschuldigd is;

Ten aanzien van de eerste, vierde, vijfde en zesde vraag:

2\. Deze bepalingen moeten worden uitgelegd in die zin dat, in bovenbedoelde gevallen, de denatureringspremie, aangegeven in het bewijs dat is verstrekt door de Lid-Staat waar de denaturering heeft plaatsgevonden, niet behoeft te zijn uitgedrukt in de munteenheid van de Lid-Staat der toewijzing; de Lid-Staat waar de denaturering heeft plaatsgevonden, niet gehouden is de premie in de munteenheid van de Lid-Staat der toewijzing te betalen, maar haar in zijn eigen munteenheid kan betalen;

3\. In de hierboven onder 1 bedoelde gevallen dient de omrekening te geschieden naar de in artikel 2, lid 1, van verordening nr. 129 aangegeven wisselkoers, wanneer de Lid-Staat waar de denaturering heeft plaatsgevonden, in zijn eigen munteenheid een premie betaalt, welke in het door de Lid-Staat der inschrijving afgegeven bericht van toewijzing is uitgedrukt in diens munteenheid.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

14

verordening 2049/69 art. 6 5 voorkomens

verordening 17/64 art. 5 3 voorkomens

verordening 1987/69 art. 10 uitgelegd 3 voorkomens

verordening 2061/69 art. 11 uitgelegd 3 voorkomens

verordening 2061/69 art. 16 3 voorkomens

verordening 2334/69 art. 2 3 voorkomens

verordening 1987/69 art. 5 uitgelegd 2 voorkomens

verordening 447/68 art. 3 1 voorkomen

verordening 653/68 art. 1 1 voorkomen

verordening 1393/69 art. 2 1 voorkomen

verordening 1987/69 art. 9 uitgelegd 1 voorkomen

verordening 2061/69 art. 10 1 voorkomen

verordening 2061/69 art. 20 1 voorkomen

verordening 2334/69 art. 1 1 voorkomen

## Rechtspraak

1

### Europese Unie

1

Conclusie van de advocaat-generaal 181/78 08.05.1979

#### [Tweede richtlijn 67/228 art. 16, EEG-Verdrag art. 102](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-181-78-conclusie)
