---
title: "HvJ EU, 367/88, arrest van 6 december 1990 · Richtlijn 69/169 art. 4, EEG-Verdrag art. 169"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 december 1990, 367/88: richtlijn 69/169 art. 4, EEG-Verdrag art. 169."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-367-88-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-367-88-arret"
---

# Arrest van het Hof van 6 december 1990, 367/88 · Richtlijn 69/169 art. 4, EEG-Verdrag art. 169

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Voltallige zitting

**Zaak**

367/88

**ECLI**

ECLI:EU:C:1990:443

**Datum**

6 december 1990

## De zaak

**Procedure**

Beroep wegens niet-nakoming gegrond

**Zaak ingediend op**

10 december 1988

**Advocaat-generaal**

Darmon

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Engels

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1990, blz. I-4465

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Moitinho de Almeida

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Fiscale bepalingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10%2C578-4.10) [Harmonisatie van de belastingwetgevingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02%2C578-4.10.02) [Belastingvrijstellingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.04) 12 beslissingen

## Tekst

15 paragrafen

### Arrest

1. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 10 december 1988, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 169 EEG-Verdrag beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat Ierland de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door, in strijd met richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer (PB 1969, L 133, biz. 6), zoals gewijzigd bij richtlijn 85/348/EEG van de Raad van 8 juli 1985 (PB 1985, L 183, biz. 24), voor bier dat als persoonlijke bagage van reizigers wordt ingevoerd, een tot 12 liter beperkte vrijstelling in te stellen en te handhaven.

2. Volgens de Commissie is de gewraakte vrijstelling, die is ingevoerd bij de in november 1984 uitgevaardigde „Notice by the Revenue Commissioners, Customs Control on Cross Border Traffic”, in strijd met de artikelen 2, lid 1, en 3, lid 2, van bovengenoemde richtlijn, aangezien de invoer van meer dan 12 liter bier niet kan worden geacht stelselmatig een handelskarakter te hebben.

3. Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt naar het rapport ter terechtzitting verwezen. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat voor de redenering van het Hof noodzakelijk is.

4. Volgens richtlijn 69/169, zoals gewijzigd, kunnen goederen zoals bier, die niet in artikel 4, lid 1, worden genoemd en waarvoor bijgevolg geen kwantitatieve maxima gelden, in het reizigersverkeer tussen Lid-Staten worden ingevoerd met vrijstelling van de omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven, „mits het invoer betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is en de totale waarde van die goederen per persoon niet meer dan 390 ECU bedraagt” (artikel 2, lid 1). Als invoer waaraan elk handelskarakter vreemd is, wordt beschouwd de invoer die uitsluitend betrekking heeft op goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de reizigers dan wel voor gebruik door leden van hun gezin of bestemd om ten geschenke te worden aangeboden, mits blijkens de aard en de hoeveelheid der goederen aan die invoer geen commerciële overwegingen ten grondslag liggen (artikel 3, lid 2, sub b).

5. De Ierse regering betoogt, dat de invoer van soortgelijke alcoholhoudende dranken als die vermeld in artikel 4, lid 1, sub b, van de richtlijn, waarvoor kwantitatieve maxima gelden, aan dezelfde maxima moet worden onderworpen. Dienaangaande betoogt zij, dat de kwantitatieve maxima die in die bepaling zijn vastgesteld op 1,5 liter voor sterke drank met een standaard alcoholgehalte, op 3 liter voor versterkte wijnen met een alcoholgehalte van 15% en op 5 liter voor nietmousserende wijnen, qua alcoholvolumegehalte overeenkomen met respectievelijk 13,3, 10 en 13,3 liter bier.

6. De Ierse regering stelt verder, dat de litigieuze maatregel noodzakelijk was wegens de vele gevallen van misbruik door reizigers die grote hoeveelheden bier vrij invoerden (tot 120 liter per voertuig) om dit vervolgens in het klein door te verkopen, en de moeilijkheid om van geval tot geval na te gaan of de betrokken invoer een handelskarakter droeg, omdat nooit met zekerheid was vast te stellen of de door de reizigers afgelegde verklaringen met de waarheid strookten.

7. Volgens de rechtspraak van het Hof (laatstelijk het arrest van 12 juni 1990, zaak [C-158/88](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-158-88-arrest), Commissie/Ierland, Jurispr. 1990, blz. I-2367, r. o. 7) hebben de Lid-Staten op het onderhavige terrein nog slechts de beperkte bevoegdheid die hun door de bepalingen van de betrokken richtlijnen is toegekend. Deze richtlijnen nu voorzien niet in de mogelijkheid om kwantitatieve beperkingen vast te stellen voor produkten die niet uitdrukkelijk onder artikel 4, lid 1, van richtlijn 69/169 vallen.

8. Een dergelijke kwantitatieve beperking kan namelijk enkel worden ingevoerd op grond van een richtlijn tot wijziging van richtlijn 69/169 — zoals dat onder meer is gebeurd bij de reeds genoemde richtlijn 85/348 — of op grond van een bij het Verdrag voorziene vrijwaringsmaatregel.

9. Dienaangaande moet worden opgemerkt, dat het Hof in het arrest van heden in zaak [C-208/88](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-208-88-arrest) (Commissie/Denemarken, Jurispr. 1990, blz. I-4445) heeft geoordeeld, dat een onweerlegbaar vermoeden dat de invoer een handelskarakter draagt zodra daarbij een bepaald aantal liters bier wordt overschreden, erop neerkomt dat aan artikel 4 van de richtlijn een produkt wordt toegevoegd dat daarin niet wordt vermeld. Dit is ook het geval wanneer een dergelijk onweerlegbaar vermoeden op grond van voornoemde „Notice” alleen geldt in de betrekkingen tussen de reizigers en de overheid, daar de omstandigheid dat de reizigers verplicht zijn zich tot de rechter te wenden om aan te tonen dat de invoer geen handelskarakter draagt, in de praktijk tot hetzelfde resultaat leidt. Gezien de aard van de betrokken geschillen is een procedure in rechte in de praktijk immers onbruikbaar.

10. Bijgevolg moet worden vastgesteld, dat Ierland de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door, in strijd met richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer, zoals gewijzigd bij richtlijn 85/348/EEG van de Raad van 8 juli 1985, voor bier dat als persoonlijke bagage van reizigers wordt ingevoerd een tot 12 liter beperkte vrijstelling in te stellen en te handhaven.

### Kosten

11. Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, dient het in de kosten te worden verwezen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

rechtdoende, verklaart:

1) Door in strijd met richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer, zoals gewijzigd bij richtlijn 85/348/EEG van de Raad van 8 juli 1985, voor bier dat als persoonlijke bagage van reizigers wordt ingevoerd, een tot 12 liter beperkte vrijstelling in te stellen en te handhaven, is Ierland de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.

2) Ierland wordt in de kosten verwezen.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

5

richtlijn 69/169 art. 4 2 voorkomens

EEG-Verdrag art. 169 1 voorkomen

richtlijn 85/348 art. 4 1 voorkomen

[158/88, arrest van 12 juni 1990](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-158-88-arrest) 1 voorkomen

[208/88, arrest van 6 december 1990](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-208-88-arrest) 1 voorkomen

## Rechtspraak

1

### Europese Unie

1

Conclusie van advocaat-generaal Cosmas C-177/99 23.03.2000

#### [Aftrekt, uitsluiting van recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-177-99-conclusie)

## Rechtsleer

2

E.K.: Droit fiscal 1991 1255

Berr, Claude J.: Chronique de jurisprudence de la Cour de justice des Communautés européennes. Libre circulation des marchandises, Journal du droit international 1992 p.432-433
