Arrest van het Hof van 7 november 2002, C-352/01 · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen C-352/01 ECLI:EU:C:2002:648 7 november 2002

Zoeken

Arrest van het Hof van 7 november 2002, C-352/01Richtlijn 98/8 art. 34, EG-Verdrag art. 226

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-352-01-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Zaak
C-352/01
ECLI
ECLI:EU:C:2002:648
Datum
7 november 2002

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Beroep wegens niet-nakoming gegrond
Zaak ingediend op
19 september 2001
Advocaat-generaal
Mischo

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Jurisprudentie
Jurispr. 2002, blz. I-10263
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Wathelet
Repertorium van het Hof

Tekst

15 paragrafen

Arrest

1.

Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 19 september 2001, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123, blz. 1; hierna: „richtlijn”), of in elk geval door haar deze bepalingen niet mee te delen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

2.

Volgens artikel 34 van de richtlijn moesten de lidstaten binnen 24 maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie hiervan onverwijld in kennis stellen. Ingevolge artikel 35 is de richtlijn in werking getreden op 14 mei 1998. De uitvoeringstermijn verstreek derhalve op 14 mei 2000.

3.

Omdat zij geen mededeling van de Spaanse autoriteiten betreffende de uitvoering van de richtlijn had ontvangen, heeft de Commissie de niet-nakomingsprocedure ingeleid. Na het Koninkrijk Spanje te hebben aangemaand om zijn opmerkingen te maken, heeft de Commissie op 17 januari 2001 een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij deze lidstaat verzocht, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om aan de richtlijn te voldoen. Toen uit de door de Spaanse autoriteiten ten vervolge op dit advies meegedeelde informatie bleek dat de uitvoering van de richtlijn niet was voltooid, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.

4.

De Commissie herinnert aan de verplichtingen die krachtens de artikelen 34 en 35 van de richtlijn op de lidstaten rusten, en stelt dat het Koninkrijk Spanje alle maatregelen had moeten nemen die nodig waren om binnen de gestelde termijn aan de richtlijn te voldoen.

5.

De Spaanse regering merkt op dat de omzetting van de richtlijn in nationaal recht dient te gebeuren door middel van een Real Decreto (koninklijk decreet). De procedure tot vaststelling van een dergelijk besluit is bijzonder zwaar, doordat hiervoor tal van verslagen, adviezen en raadplegingen zijn vereist, alsmede een hoorzitting wanneer de tekst de rechten en belangen van de burgers raakt. Bovendien duurde de procedure in casu langer doordat twee ministeries, dat van Volksgezondheid en Consumentenzaken en dat van Landbouw, bij de opstelling van het besluit betrokken waren.

6.

Volgens vaste rechtspraak moet het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn (zie met name arrest van 15 maart 2001, Commissie/Frankrijk, C-147/00, Jurispr. blz. I-2387, punt 26).

7.

In casu staat vast dat het Koninkrijk Spanje niet de nodige maatregelen heeft genomen om binnen de daartoe gestelde termijn aan het met redenen omkleed advies te voldoen.

8.

Daarenboven is het vaste rechtspraak dat een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-uitvoering van een richtlijn binnen de gestelde termijn (zie met name arrest van 8 maart 2001, Commissie/Portugal, C-276/98, Jurispr. blz. I-1699, punt 20).

9.

Het beroep van de Commissie is derhalve gegrond.

10.

Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

Kosten

11.

Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),

rechtdoende, verstaat:

1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, is het Koninkrijk Spanje de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.

2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

4
richtlijn 98/8 art. 342 voorkomens
EG-Verdrag art. 2261 voorkomen
richtlijn 98/8 art. 351 voorkomen

Rechtspraak

2

Europese Unie

2

Hof van JustitieC-85/0213.02.2003

EG-Verdrag art. 10 en art. 226

Bekijk de 2 documenten