Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 11 mei 2011 – Semerdzhiev/Del‑Pi‑Krasimira Mancheva
(Zaak C‑32/10)
„Artikel 92, lid 1, van Reglement voor procesvoering – Richtlijn 90/314/EEG – Pakketreizen, met inbegrip van vakantiepakketten en rondreispakketten – Feiten van vóór toetreding van Republiek Bulgarije tot Europese Unie – Kennelijke onbevoegdheid van Hof om te antwoorden op prejudiciële vragen”
Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van Hof – Grenzen – Uitlegging van gemeenschapsrichtlijn in geding dat dateert van vóór toetreding van staat tot Europese Unie – Daarvan uitgesloten (Art. 267 VWEU) (cf. punten 25‑27)
Voorwerp
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om te antwoorden op de vragen van de Varhoven kasatsionen sad (Bulgarije).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt
Aangehaalde teksten
1Rechtspraak
1Europese Unie
1Hof van JustitieC-364/1727.06.2018