---
title: "HvJ EU, 309/85, arrest van 2 februari 1988 · Non-discriminatie"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 2 februari 1988, 309/85: non-discriminatie, toegang tot hoger en universitair onderwijs."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-309-85-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-309-85-arret"
---

# Arrest van het Hof van 2 februari 1988, 309/85 · Non-discriminatie, toegang tot hoger en universitair onderwijs, terugbetaling van het onverschuldigde betaalde

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Voltallige zitting

**Zaak**

309/85

**ECLI**

ECLI:EU:C:1988:42

**Datum**

2 februari 1988

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

Tribunal de première instance de Liège (België) beslissing van 9 oktober 1985 22.719/85

**Zaak ingediend op**

14 oktober 1985

**Advocaat-generaal**

Sir Gordon Slynn

**Opmerkingen**

Belgische, Britse regering Commissie

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Frans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1988, blz. 355

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Bahlmann

**Repertorium van het Hof**

- [Communautaire rechtsorde](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-A) [Gemeenschapsrecht en nationaal recht](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-A-03) [Uitvoering van het gemeenschapsrecht in de nationale rechtsorde](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-A-03.02) [Uitvoering van het gemeenschapsrecht in de nationale rechtsorde · Terugvordering van het onverschuldigd betaalde](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-A-03.02.01) 33 beslissingen
- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B)

  - [Beginselen en burgerschap van de Unie](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-01) [Discriminatie op grond van nationaliteit · verbod](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-01.05) 26 beslissingen
  - [Procedures voor het Hof](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19) [Prejudiciële verwijzing](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04) [Gevolgen van de prejudiciële arresten](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04.03) [Gevolgen van uitleggingsarresten](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04.03.01) 27 beslissingen

## Tekst

26 paragrafen

### Arrest

1. Bij beschikking van 9 oktober 1985, ten Hove ingekomen op 14 oktober daaraanvolgend, heeft de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Luik krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van enkele beginselen van gemeenschapsrecht, ten einde te kunnen beoordelen of met deze beginselen verenigbaar is een wet waarbij de mogelijkheid om terugbetaling te bekomen van inschrijvingsgeld dat blijkens een prejudicieel arrest in strijd is met artikel 7 EEG-Verdrag, wordt beperkt.

2. Deze vragen zijn gerezen in een kort geding dat Barra en zestien anderen (hierna: verzoekers) hebben ingesteld tegen de weigering van de Belgische staat, verweerder in het hoofdgeding, om hun het aanvullend inschrijvingsgeld (hierna: schoolgeld) terug te betalen dat zij vóór 13 februari 1985, de datum van het arrest Gravier (zaak 293/83, Jurispr. 1985, blz. 593), hadden voldaan. In de loop van deze procedure hebben verzoekers de stad Luik als tussenkomende partij gedagvaard.

3. Blijkens de processtukken zijn verzoekers allen Franse onderdanen, die te Luik voortgezet technisch en beroepsonderwijs hebben gevolgd aan de afdeling wapensmeedkunde van het Institut communal d'enseignement technique de la fine mécanique, de l'armurerie et de l'horlogerie. Tijdens hun studie aan deze onderwijsinstelling hebben zij elk jaar schoolgeld moeten betalen, wat niet werd verlangd van studenten van Belgische nationaliteit. Naar gelang van de omstandigheden en het aantal gevolgde studiejaren hebben verzoekers tussen 21000 BFR en 136558 BFR aan schoolgeld betaald.

4. Voor de nationale rechter is niet betwist dat het betrokken instituut en inzonderheid zijn afdeling wapensmeedkunde een instelling voor beroepsonderwijs is. De nationale rechter heeft derhalve, gelet op voornoemd arrest van het Hof van 13 februari 1985, geoordeeld dat het door verzoekers betaalde schoolgeld niet verschuldigd was.

5. In dat arrest heeft het Hof immers voor recht verklaard, dat het heffen van een vergoeding, inschrijvingsgeld of schoolgeld van studenten die onderdaan zijn van een andere Lid-Staat, als voorwaarde voor toelating tot het beroepsonderwijs, terwijl een dergelijke last niet wordt opgelegd aan eigen onderdanen, een door artikel 7 EEG-Verdrag verboden discriminatie op grond van nationaliteit vormt.

6. De Belgische wet van 21 juni 1985 betreffende het onderwijs (Belgisch Staatsblad van 6.7.1985) bepaalt evenwel, dat het tussen 1 september 1976 en 31 december 1984 geïnde schoolgeld in geen geval wordt terugbetaald, behalve wanneer het is geïnd van leerlingen en studenten die onderdaan zijn van een EG-Lid-Staat en een beroepsopleiding hebben gevolgd. In dat geval wordt het terugbetaald op basis van rechterlijke beslissingen op een vordering tot terugbetaling, die vóór 13 februari 1985 — de datum van het arrest Gravier — voor de hoven en rechtbanken is ingesteld.

7.

Ten einde te kunnen beoordelen of de weigering om het schoolgeld terug te betalen, verenigbaar is met het gemeenschapsrecht, heeft de nationale rechter de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de navolgende vragen voorgelegd:

> „In het arrest Gravier van 13 februari 1985 (zaak 293/83) heeft het Hof van Justitie voor recht verklaard, dat het heffen van een vergoeding, inschrijvingsgeld of schoolgeld van studenten die onderdaan zijn van een andere Lid-Staat, als voorwaarde voor toelating tot het beroepsonderwijs, terwijl een dergelijke last niet wordt opgelegd aan eigen onderdanen, een door artikel 7 EEG-Verdrag verboden discriminatie op grond van nationaliteit vormt.
>
> 1) Is deze uitlegging van het Verdrag slechts van toepassing op verzoeken om toelating tot het beroepsonderwijs, die gedaan zijn na de uitspraak van het arrest, of geldt zij ook voor het tijdvak tussen 1 september 1976 en 31 december 1984 ?
>
> 2) Indien de uitlegging ook geldt voor het tijdvak vóór de uitspraak van het arrest, is dan in overeenstemming met het gemeenschapsrecht een nationale wet die leerlingen en studenten uit andere Lid-Staten, die onverschuldigd vergoedingen, inschrijvingsgelden of schoolgelden hebben betaald, de terugbetaling daarvan ontzegt, indien zij niet vóór de uitspraak van dit arrest een rechtsvordering tot terugbetaling hebben ingesteld ?”

8. Voor een nadere uiteenzetting van de toepasselijke bepalingen, de feiten van het hoofdgeding en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

### De eerste vraag

9. Verzoekers en de Commissie zijn het erover eens, dat door het Hof in prejudiciële procedures gewezen arresten in beginsel terugwerkende kracht hebben. Derhalve zou de nationale rechter zich ook met betrekking tot de in het tijdvak van 1 september 1976 tot 31 december 1984 gedane verzoeken om toelating tot het beroepsonderwijs moeten houden aan de in het arrest van 13 februari 1985 gegeven uitlegging van artikel 7 EEG-Verdrag. Een Lid-Staat zou geen wet mogen vaststellen waarbij de gevolgen in de tijd van een dergelijk arrest worden beperkt, wanneer het Hof in dat arrest niet aldus heeft beslist.

10. Het Koninkrijk België betwist het beginsel van de terugwerkende kracht van prejudiciële arresten niet, doch betoogt dat in het onderhavige geval was voldaan aan alle voorwaarden voor een beperking in de tijd van de gevolgen van het arrest van 13 februari 1985.

11. In dit verband zij eraan herinnerd, dat volgens de rechtspraak van het Hof (zie met name het arrest van 27 maart 1980, zaak 61/79, Denkavit Italiana, Jurispr. 1980, blz. 1205) de uitlegging die het Hof krachtens de hem bij artikel 177 verleende bevoegdheid geeft aan een voorschrift van gemeenschapsrecht, de betekenis en strekking van dat voorschrift zoals het sedert het tijdstip van zijn inwerkingtreding moet of had moeten worden verstaan en toegepast, zo nodig verklaart en preciseert. Hieruit volgt, dat het aldus uitgelegde voorschrift door de rechter ook kan en moet worden toegepast op rechtsbetrekkingen die zijn ontstaan en tot stand gekomen vóór het arrest waarbij op het verzoek om uitlegging is beslist, indien voor het overige is voldaan aan de voorwaarden waaronder een geschil over de toepassing van dat voorschrift voor de bevoegde rechter kan worden gebracht.

12. Slechts bij uitzondering kan het Hof, zoals het in zijn arrest van 8 april 1976 (zaak 43/75, Defrenne, Jurispr. 1976, blz. 455) heeft erkend, met toepassing van een aan de communautaire rechtsorde inherent algemeen beginsel van rechtszekerheid en met het oog op de ernstige problemen die zijn arrest voor het verleden zou kunnen meebrengen voor te goeder trouw tot stand gekomen rechtsbetrekkingen, aanleiding vinden om voor iedere belanghebbende beperkingen te stellen aan de mogelijkheid met een beroep op de aldus uitgelegde bepaling die rechtsbetrekkingen weer in geding te brengen.

13. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een dergelijke beperking evenwel slechts mogelijk in het arrest waarin de gevraagde uitlegging wordt gegeven. Het fundamentele vereiste van algemene eenvormige toepassing van het gemeenschapsrecht impliceert dat enkel het Hof heeft te beslissen over beperkingen in de tijd, die voor een door hem gegeven uitlegging hebben te gelden.

14. Volgens de verwijzingsbeschikking dient het Hof in dit verband te antwoorden op de vraag, of de uitlegging die het in zijn arrest van 13 februari 1985 aan artikel 7 EEG-Verdrag heeft gegeven, ook geldt voor het tijdvak vóór dat arrest. Daar het Hof de werking in de tijd van zijn in genoemde zaak gewezen arrest van 13 februari 1985 niet heeft beperkt, kan dit ook in het onderhavige arrest niet worden gedaan.

15. Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat de uitlegging die het Hof in zijn arrest van 13 februari 1985 aan artikel 7 EEG-Verdrag heeft gegeven, niet slechts van toepassing is op verzoeken om toelating tot het beroepsonderwijs, die gedaan zijn na de uitspraak van dat arrest, maar ook geldt voor het tijdvak vóór die uitspraak.

### De tweede vraag

16. Met de tweede vraag wenst de nationale rechter in wezen te vernemen, of op grond van het gemeenschapsrecht aan leerlingen en studenten uit andere Lid-Staten, die onverschuldigd een aanvullend inschrijvingsgeld hebben betaald, een nationale wet kan worden tegengeworpen die hun de terugbetaling van dat inschrijvingsgeld ontzegt indien zij niet vóór de uitspraak van het arrest van 13 februari 1985 een rechtsvordering tot terugbetaling hebben ingesteld.

17. Daaromtrent moet worden opgemerkt, dat het recht op terugbetaling van bedragen die een Lid-Staat in strijd met het gemeenschapsrecht heeft geïnd, het uitvloeisel en het complement is van de rechten die de justitiabelen ontlenen aan gemeenschapsbepalingen zoals die door het Hof zijn uitgelegd.

18. Terugbetaling kan weliswaar slechts worden gevorderd onder de materiële en formele voorwaarden die door de onderscheiden nationale wettelijke regelingen ter zake zijn vastgesteld, doch deze voorwaarden mogen volgens vaste rechtspraak van het Hof (zie onder meer het arrest van 9 november 1983, zaak 199/82, San Giorgio, Jurispr. 1983, blz. 3595) niet ongunstiger zijn dan die voor gelijksoortige nationale vorderingen en zij mogen niet van dien aard zijn, dat zij de uitoefening van de door de communautaire rechtsorde verleende rechten praktisch onmogelijk maken.

19. Een wettelijke bepaling als die welke voor de nationale rechter in geding is, krachtens welke slechts voor terugbetaling in aanmerking komen degenen die vóór de uitspraak van het arrest van 13 februari 1985 een vordering tot terugbetaling hebben ingesteld, ontzegt al wie niet aan deze voorwaarde voldoet, zonder meer het recht op terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bedragen en maakt daardoor de uitoefening van de bij artikel 7 EEG-Verdrag verleende rechten onmogelijk.

20. Derhalve dient de nationale rechter, die gehouden is het gemeenschapsrecht volledig toe te passen en de daardoor aan particulieren verleende rechten te beschermen, een dergelijke bepaling van de nationale wet buiten toepassing te laten.

21. Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat op grond van het gemeenschapsrecht aan leerlingen en studenten uit andere Lid-Staten, die onverschuldigd een aanvullend inschrijvingsgeld hebben betaald, niet kan worden tegengeworpen een nationale wet die hun de terugbetaling van dat inschrijvingsgeld ontzegt indien zij niet vóór de uitspraak van het arrest van 13 februari 1985 een rechtsvordering tot terugbetaling hebben ingesteld.

### Kosten

22. De kosten door het Koninkrijk België, het Verenigd Koninkrijk en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

uitspraak doende op de door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Luik bij beschikking van 9 oktober 1985 gestelde vragen, verklaart voor recht:

1) De uitlegging die het Hof in zijn arrest van 13 februari 1985 (zaak 293/83, Gravier, Jurispr. 1985, blz. 593) aan artikel 7 EEG-Verdrag heeft gegeven, is niet slechts van toepassing op verzoeken om toelating tot het beroepsonderwijs, die gedaan zijn na de uitspraak van dat arrest, maar geldt ook voor het tijdvak vóór die uitspraak.

2) Op grond van het gemeenschapsrecht kan aan leerlingen en studenten uit andere Lid-Staten, die onverschuldigd een aanvullend inschrijvingsgeld hebben betaald, niet worden tegengeworpen een nationale wet die hun de terugbetaling van dat inschrijvingsgeld ontzegt indien zij niet vóór de uitspraak van het arrest van 13 februari 1985 een rechtsvordering tot terugbetaling hebben ingesteld.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

2

EEG-Verdrag art. 7 uitgelegd 8 voorkomens

EEG-Verdrag art. 177 1 voorkomen

## Rechtspraak

6

### Europese Unie

6

Hof van Justitie C-154/15 21.12.2016

#### [Consumentenovereenkomsten, hypotheekleningen](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-154-15-arrest)

Conclusie van advocaat-generaal Kokott C-309/06 13.12.2007

#### [Vrijstelling met teruggaaf van voorbelasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-309-06-conclusie)

Conclusie van advocaat-generaal Léger C-291/03 12.05.2005

#### [Regeling voor reisbureaus, pakketreizen](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-291-03-conclusie)

## Rechtsleer

13

X: Only the Court may Limit a Judgment's Effect, Business Law Brief 1988 april p.17-18 (PM) (EN)

Defalque, Lucette: Le "Minerval". Une histoire belge devant la Cour de justice, Journal des tribunaux 1988 p.376-378 (FR)

Boutard-Labarde, Marie-Chantal: Chronique de jurisprudence de la Cour de justice des Communautés européennes. III.- Libre circulation des personnes et des services, Journal du droit international 1988 p.514-516 (FR)

Misson, Luc: Arrêts Barra et Blaizot: le minerval perçu à charge des étudiants étrangers face au droit communautaire, Revue du droit des étrangers 1988 p.48-53 (FR)

Arnull, Anthony: Of strip cartoonists, vets and gunsmiths, European Law Review 1988 p.260-267 (EN)

**Bekijk de 8 andere verwijzingen**

Mead, Philip: Free Movement of Students: Access to Higher Education in Another Member State, Migrantenrecht 1988 p.260-263 (EN)

Boutard-Labarde, Marie-Chantal: Chronique de jurisprudence communautaire, La Semaine juridique - édition générale 1988 II 21137 (FR)

Drijber, B.J.: Gelijke behandeling van studenten uit de EEG - zijn er nog grenzen?, Nederlands juristenblad 1988 p.1635-1640 (NL)

Borrás Rodríguez, Alegría ; Vilà Costa, Blanca: Jurisprudencia del Tribunal de Justicia de las Comunidades Europeas - 2. Enseñanza universitaria y enseñanza no universitaria: concepto de "formación profesional". Discriminación en razón de la nacionalidad, Revista Jurídica de Catalunya 1988 p.1091-1097 (ES)

Traversa, Enrico: Formazione professionale, accesso alle università e diritto comunitario, Il Foro italiano 1988 IV Col.421-440 (IT)

Traversa, Enrico: Comentário aos acórdãos do Tribunal de Justiça das Comunidades Europeias de 13 de Fevereiro de 1985 (processo 293/83) e de 2 de Fevereiro de 1988 (processos 293/85, 309/85 e 24/86), Revista de Direito e Economia 1988 p.317-351 (PT)

Traversa, Enrico: L'interdiction de discrimination en raison de la nationalité en matière d'accès à l'enseignement, Revue trimestrielle de droit européen 1989 p.45-69 (FR)

Simon, Denys: Chronique de jurisprudence de la Cour de justice des Communautés européennes. Institutions et ordre juridique communautaire, Journal du droit international 1989 p.398-401 (FR)
