---
title: "HvJ EU, 279/83, arrest van 3 oktober 1984 · EEG-Verdrag art. 169, richtlijn 79/1071 art. 3"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 oktober 1984, 279/83: EEG-Verdrag art. 169, richtlijn 79/1071 art. 3."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-279-83-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-279-83-arret"
---

# Arrest van het Hof van 3 oktober 1984, 279/83 · EEG-Verdrag art. 169, richtlijn 79/1071 art. 3

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Voltallige zitting

**Zaak**

279/83

**ECLI**

ECLI:EU:C:1984:303

**Datum**

3 oktober 1984

## De zaak

**Procedure**

Beroep wegens niet-nakoming gegrond

**Zaak ingediend op**

19 december 1983

**Advocaat-generaal**

[Lenz conclusie van 10 juli 1984](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-279-83-conclusie)

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Italiaans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1984, blz. 3403

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Due

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Procedures voor het Hof](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19) [Beroep wegens niet-nakoming](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.01) [Verweermiddelen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.01.03) 48 beslissingen

## Tekst

26 paragrafen

### ARREST

### De feiten

De feiten, het procesverloop en de conclusies, middelen en argumenten van partijen kunnen worden samengevat als volgt:

#### I — De feiten en de schriftelijke behandeling

1.

Richtlijn nr. 79/1071 van de Raad van 6 december 1979 (PB L 331 van 1979, blz. 10) breidt het bij richtlijn nr. 76/308 van de Raad van 15 maart 1976 (PB L 73 van 1976, blz. 18) ingevoerde stelsel van wederzijdse bijstand tussen de Lid-Staten inzake de invordering van schuldvorderingen voortvloeiend uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het EOGFL, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, uit tot de belasting over de toegevoegde waarde (BTW).

Artikel 3 van richtlijn nr. 79/1071 bepaalt: „De Lid-Staten doen de nodige maatregelen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1981 aan deze richtlijn te voldoen.”

2. Bij brief van 28 juli 1980 deelde de Permanente Vertegenwoordiging van de Italiaanse Republiek de Commissie mee, dat de Italiaanse regering voornemens was de nodige maatregelen vast te stellen om aan richtlijn nr. 79/1071 te voldoen. Deze mededeling bleef zonder gevolg, daar de Italiaanse Republiek de Commissie niet in kennis stelde van de voor het volgen van de betrokken richtlijn getroffen maatregelen.

3. Bij brief van 1 oktober 1981 deelde de Commissie de Italiaanse regering mee, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet was nagekomen; zij nodigde haar uit om binnen een termijn van één maand haar opmerkingen in te dienen.

4. Bij brief van 4 januari 1982 liet de Italiaanse Permanente Vertegenwoordiging de Commissie weten, dat de Italiaanse regering de nodige maatregelen voor de uitvoering van de richtlijn aan het voorbereiden was.

5. Van oordeel dat het antwoord van de Italiaanse regering geen voldoening gaf daar nog geen enkele maatregel was vastgesteld, liet de Commissie haar op 13 juli 1982 het in artikel 169, eerste alinea, EEG-Verdrag bedoelde met redenen omkleed advies geworden, waarin zij haar uitnodigde binnen een termijn van twee maanden de nodige maatregelen vast te stellen om haar verplichtingen na te komen.

6. In haar brief van 28 juli 1982 beperkte de Italiaanse Permanente Vertegenwoordiging zich ertoe, de ontvangst van het met redenen omkleed advies te berichten. Vervolgens deelde zij bij telexbericht van 21 september 1982 mee, dat om interne redenen verband houdende met de wetgevingsprocedure, een nieuw wetsontwerp bij het Italiaanse parlement was ingediend.

7. Het onderhavige beroep, gedateerd 14 december 1983, is op 19 december daaropvolgende ter griffie van het Hof ingekomen. Bij brief van 6 februari 1984 heeft de Commissie ervan afgezien, een memorie van repliek in te dienen.

8. Het Hof heeft, op rapport van de rechterrapporteur en gehoord de advocaat-generaal, besloten zonder instructie tot de mondelinge behandeling over te gaan.

#### II — Conclusies van partijen

De Commissie concludeert dat het den Hove behage:

vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn nr. 79/1071 van de Raad van 6 december 1979 houdende uitbreiding tot de belasting over de toegevoegde waarde van het bij verordening nr. 76/308 ingevoerde stelsel van wederzijdse bijstand tussen de Lid-Staten inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen; de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten van het geding.

De Italiaanse Republiek heeft geen conclusies voorgedragen.

#### III — Middelen en argumenten van partijen

1.

In haar verzoekschrift wijst de *Commissie* erop, dat een richtlijn krachtens artikel 189, derde alinea, EEG-Verdrag verbindend is ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke Lid-Staat waarvoor zij bestemd is. Voorts bepaalt artikel 5, eerste alinea, EEG-Verdrag, dat de Lid-Staten alle algemene of bijzondere maatregelen treffen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit dit Verdrag of uit handelingen van de Instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren.

Volgens de Commissie is het vaste rechtspraak van het Hof, dat genoemde verdragsbepalingen voor de Lid-Staat waarvoor een richtlijn bestemd is de verplichting inhouden, om binnen de daarin gestelde termijnen zijn wetgeving aan die richtlijnen aan te passen, alsmede dat een Lid-Staat zich, ter rechtvaardiging van de niet-eerbiediging van verplichtingen en termijnen die in de richtlijnen van de Gemeenschap besloten liggen, niet ten exceptieve op nationale bepalingen, praktijken of toestanden kan beroepen. In casu is onweersproken en onbetwistbaar, dat de Italiaanse Republiek ondanks het verstrijken van de gestelde termijn geen interne bepaling had vastgesteld om aan richtlijn nr. 79/1071 te voldoen.

2. In haar verweerschrift herinnert de *Italiaanse regering* eraan dat, gelijk zij de Commissie reeds had meegedeeld, ontwerpregelingen voor de uitvoering van de betrokken richtlijn waren opgesteld. Wegens het einde van de legislatuurperiode konden die ontwerpen echter niet worden goedgekeurd. Thans wordt evenwel een nieuw wetsontwerp voorbereid en de Italiaanse regering hoopt dat de parlementaire behandeling daarvan snel zal worden voltooid, waardoor de onderhavige procedure in wezen zonder voorwerp geraakt.

#### IV — Mondelinge behandeling

Ter terechtzitting van 10 juli 1984 zijn mondelinge opmerkingen gemaakt door de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door I. F. Caramazza, avvocato dello Stato, als gemachtigde, en door de Commissie, vertegenwoordigd door G. Marenco als gemachtigde.

De advocaat-generaal heeft te zelfder terechtzitting conclusie genomen.

### In rechte

1. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof pp 19 december 1983, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn nr. 79/1071 van de Raad van 6 december 1979 houdende wijziging van richtlijn nr. 76/308 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit de verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten (PB L 331 van 1979, blz. 10).

2. Richtlijn nr. 79/1071 breidt het bij richtlijn nr. 76/308 van de Raad van 15 maart 1976 (PB L 73 van 1976, blz. 18) ingevoerde stelsel van wederzijdse bijstand tussen de Lid-Staten inzake de invordering van schuldvorderingen mt tot de belasting over de toegevoegde waarde (BTW). Artikel 3 van richtlijn nr. 79/1071 bepaalt, dat de Lid-Staten de nodige maatregelen in werking doen treden om uiterlijk op 1 januari 1981 aan deze richtlijn te voldoen.

3. De Italiaanse regering ontkent niet dat zij die verplichting niet is nagekomen. Zij verklaart dat de vertraging bij de uitvoering van de richtlijn te wijten is aan de omstandigheid, dat het daartoe bij het Italiaanse parlement ingediende wetsontwerp wegens het einde van de legislatuurperiode niet kon worden goedgekeurd. Zij voegt hieraan toe, dat thans een nieuw wetsontwerp wordt opgesteld om de betrokken richtlijn zo snel mogelijk ten uitvoer te leggen.

4. Deze omstandigheden kunnen het aan de Italiaanse Republiek verweten verzuim niet ongedaan maken. Het is vaste rechtspraak van het Hof dat een Lid-Staat zich, ter rechtvaardiging van de niet-eerbiediging van verplichtingen en termijnen die in de richtlijnen van de Gemeenschap besloten liggen, niet ten exceptieve op nationale bepalingen, praktijken of toestanden kan beroepen.

5. Derhalve moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn nr. 79/1071 van de Raad van 6 december 1979, de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.

#### Kosten

6. Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien verweerster in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

rechtdoende, verstaat:

1\. Door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn nr. 79/1071 van de Raad van 6 december 1979 houdende wijziging van richtlijn nr. 76/308 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit de verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, is de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.

2\. Verweerster wordt verwezen in de kosten van de procedure.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

4

EEG-Verdrag art. 169 2 voorkomens

richtlijn 79/1071 art. 3 2 voorkomens

EEG-Verdrag art. 189 1 voorkomen

EEG-Verdrag art. 5 1 voorkomen
