---
title: "HvJ EU, C-264/14, arrest van 22 oktober 2015 · Diensten onder bezwarende titel"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 oktober 2015, C-264/14: diensten onder bezwarende titel."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-264-14-arret"
---

# Arrest van het Hof van 22 oktober 2015, C-264/14 · Diensten onder bezwarende titel, inwisselen van de virtuele valuta ‚bitcoin’ tegen traditionele valuta’s, vrijstelling

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Unie

**Samenstelling**

Vijfde kamer

**Zaak**

C-264/14

**ECLI**

ECLI:EU:C:2015:718

**Datum**

22 oktober 2015

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

Högsta förvaltningsdomstolen (Zweden) beslissing van 27 mei 2014 Mål nr 7101-13

**Zaak ingediend op**

2 juni 2014

**Advocaat-generaal**

[Kokott conclusie van 16 juli 2015](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-conclusie)

**Nationale beslissing na het arrest**

Högsta förvaltningsdomstolen beslissing van 2 februari 2016 Mål nr 7101-13

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Zweeds

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Rosas

**Repertorium van het Hof**

- [Binnenlands beleid van de Europese Unie](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=578-4) [Fiscale bepalingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10%2C578-4.10) [Harmonisatie van de belastingwetgevingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02%2C578-4.10.02) [Belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01%2C578-4.10.02.01)

  - [Toepassingsgebied](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.02%2C578-4.10.02.01.02) [Belastbare handelingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.02.03%2C578-4.10.02.01.02.03) [Diensten](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.02.03.03%2C578-4.10.02.01.02.03.03) 109 beslissingen
  - [Vrijstellingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.07%2C578-4.10.02.01.07) [Vrijstellingen ten gunste van andere activiteiten](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.07.02%2C578-4.10.02.01.07.02)

    - [Andere vrijstellingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.07.02.10%2C578-4.10.02.01.07.02.10) 10 beslissingen
    - [Handelingen betreffende deposito's, rekening-courantverkeer, enz.](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.07.02.03%2C578-4.10.02.01.07.02.03) 14 beslissingen
    - [Handelingen betreffende effecten](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.07.02.04%2C578-4.10.02.01.07.02.04) 8 beslissingen
- [De rechtsorde van de Europese Unie](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=578-1) [Uitlegging van het recht van de Unie](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=578-1.07) 46 beslissingen

## Tekst

60 paragrafen

### Arrest

1. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de artikelen [2, lid 1](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2), en [135, lid 1](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1; hierna: „btw-richtlijn”).

2. Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen het Skatteverk (Zweedse belastingdienst) en Hedqvist, over een prealabel advies van de Skatterättsnämnd (Zweedse commissie voor fiscale vraagstukken) over de heffing van belasting over de toegevoegde waarde (hierna: „btw”) op het inwisselen van traditionele valuta’s tegen de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd, die Hedqvist via een vennootschap wil gaan verrichten.

### Toepasselijke bepalingen

#### Unierecht

3.

[Artikel 2 van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) luidt als volgt:

> „1. De volgende handelingen zijn aan de \[btw\] onderworpen:
>
> a) de leveringen van goederen, die binnen het grondgebied van een lidstaat door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht;
>
> \[...\]
>
> c) de diensten die binnen het grondgebied van een lidstaat door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht;
>
> \[...\]”

4.

[Artikel 14, lid 1](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-14), van deze richtlijn bepaalt:

> „Als ‚levering van goederen’ wordt beschouwd, de overdracht of overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken.”

5.

[Artikel 24, lid 1](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-24), van deze richtlijn luidt als volgt:

> „Als ‚dienst’ wordt beschouwd elke handeling die geen levering van goederen is.”

6.

[Artikel 135 van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) bepaalt:

> „1. De lidstaten verlenen vrijstelling voor de volgende handelingen:
>
> \[...\]
>
> d) handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deposito’s, rekening-courantverkeer, betalingen, overmakingen, schuldvorderingen, cheques en andere handelspapieren met uitzondering van de inning van schuldvorderingen.
>
> e) handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn, met uitzondering van munten en biljetten die verzamelobject zijn, namelijk gouden, zilveren of uit een ander metaal geslagen munten, alsmede biljetten, die normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een numismatische waarde hebben;
>
> f) handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, uitgezonderd bewaring en beheer, inzake aandelen, deelnemingen in vennootschappen of verenigingen, obligaties en andere waardepapieren, met uitzondering van documenten die goederen vertegenwoordigen en van de in artikel 15, lid 2, bedoelde rechten of effecten;
>
> \[...\]”

#### Zweeds recht

7. Overeenkomstig hoofdstuk 1, § 1, van de mervärdesskattelag (1994:200) (wet op de belasting over de toegevoegde waarde; hierna: „ML”), moet aan de staat btw worden betaald over de belastbare handelingen die in het binnenland in verband met goederen en diensten worden verricht door een als zodanig handelende belastingplichtige.

8. In hoofdstuk 3 van deze wet staat § 23, lid 1, op grond waarvan van btw zijn vrijgesteld de leveringen van bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn, met uitzondering van verzamelobjecten, namelijk gouden, zilveren of uit een ander metaal geslagen munten, alsmede biljetten, die normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een numismatische waarde hebben.

9. Krachtens § 9 in hetzelfde hoofdstuk 3, zijn bancaire en financiële diensten, alsmede de effectenhandel en soortgelijke transacties vrijgesteld. De bancaire en financiële diensten omvatten geen notariële werkzaamheden, incassoactiviteiten en administratieve diensten op het gebied van factoring of de verhuur van opslagruimte.

### Feiten van het hoofdgeding en prejudiciële vragen

10. Hedqvist wil via een vennootschap diensten aanbieden die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd.

11. Blijkens de verwijzingsbeslissing wordt de virtuele valuta „bitcoin” hoofdzakelijk gebruikt voor betalingen tussen particulieren op het internet alsmede in bepaalde webwinkels die deze valuta accepteren. Deze virtuele valuta heeft niet één enkele emittent, maar wordt rechtstreeks binnen een netwerk aangemaakt door middel van een speciaal algoritme. Binnen het systeem van de virtuele valuta „bitcoin” is het de gebruikers die een „bitcoin” adres bezitten toegestaan binnen het netwerk anoniem bedragen aan „bitcoins” in bezit te hebben en over te dragen. Een „bitcoin” adres is vergelijkbaar met een bankrekeningnummer.

12. Onder verwijzing naar een rapport uit 2012 van de Europese Centrale Bank over virtuele valuta, geeft de verwijzende rechter aan dat een virtuele valuta kan worden gedefinieerd als een soort ongereguleerd digitaal geld, dat wordt uitgegeven en gecontroleerd door de ontwikkelaars ervan en wordt geaccepteerd door de leden van een specifieke virtuele gemeenschap. De virtuele valuta „bitcoin” is een van de virtuele valuta’s met een zogeheten „bidirectional flow”, die de gebruikers kunnen kopen en verkopen op basis van een wisselkoers. Dergelijke virtuele valuta’s kunnen in de reële wereld op overeenkomstige wijze als de andere inwisselbare valuta’s worden gebruikt. Zij kunnen worden gebruikt voor het kopen van zowel reële als virtuele goederen en diensten. Virtuele valuta’s verschillen van elektronisch geld zoals omschreven in richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van richtlijn 2000/46/EG (PB L 267, blz. 7), voor zover, anders dan bij dit geld, de waarden bij virtuele valuta’s niet worden uitgedrukt in de traditionele rekeneenheid zoals de euro, maar een virtuele rekeneenheid, zoal de „bitcoin”.

13. De verwijzende rechter vermeldt dat de handelingen die Hedqvist voornemens is te verrichten, elektronisch door middel van de website van zijn vennootschap moeten plaatsvinden. Deze vennootschap moet de eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” rechtstreeks kopen van particulieren of ondernemingen, dan wel op een internationale wisselmarkt. Vervolgens worden deze eenheden door deze vennootschap op een dergelijke beurs doorverkocht, dan wel opgeslagen. De vennootschap van Hedqvist wil dergelijke eenheden ook verkopen aan particulieren of ondernemingen die een bestelling op zijn website hebben geplaatst. Indien de klant de door de vennootschap van Hedqvist geboden prijs in Zweedse kronen heeft aanvaard en een betaling is ontvangen, worden de eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” automatisch naar het vermelde „bitcoin” adres verzonden. De eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” die door deze vennootschap worden verkocht, zijn die welke zij, direct nadat de klant zijn bestelling heeft geplaatst, op de wisselmarkt koopt, dan wel die welke zij al in voorraad heeft. De prijs die deze vennootschap aan de klanten aanbiedt, wordt vastgesteld aan de hand van de prijs die op een specifieke wisselmarkt geldt en vermeerderd met een bepaald percentage. Het verschil tussen de aankoop‑ en verkoopprijs vormt de winst voor de vennootschap voor Hedqvist. Deze vennootschap brengt geen andere kosten in rekening.

14. De enige handelingen die Hedqvist wil uitvoeren zijn dus de aan‑ en verkoop van eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” in ruil voor traditionele valuta’s, zoals de Zweedse kroon, of andersom. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt niet of zij betrekking moeten hebben op betalingen in „bitcoins”.

15. Alvorens met dergelijke handelingen te beginnen, heeft Hedqvist verzocht om een prealabel advies van de commissie voor fiscale vraagstukken, om te vernemen of bij de aankoop en verkoop van eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” btw moest worden voldaan.

16. In een advies van 14 oktober 2013 meende deze commissie op basis van het arrest *First National Bank of Chicago* ([C‑172/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-172-96-arrest), EU:C:1998:354), dat Hedqvist een wisseldienst gaat aanbieden die onder bezwarende titel zal worden verricht. Volgens haar valt deze wisseldienst evenwel onder de vrijstelling van § 9 in hoofdstuk 3, ML.

17. Volgens de commissie voor fiscale vraagstukken is de virtuele valuta „bitcoin” een betaalmiddel dat op overeenkomstige wijze als wettige betaalmiddelen wordt gebruikt. De uitdrukking „wettig betaalmiddel” in [artikel 135, lid 1, onder e), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) wordt overigens gebruikt ter beperking van de werkingssfeer van de vrijstelling betreffende bankbiljetten en munten. Hieruit volgt dat deze uitdrukking aldus moet worden gelezen dat zij enkel betrekking heeft op bankbiljetten en munten, en niet op valuta’s. Deze uitlegging is tevens in overeenstemming met de door de vrijstellingen in [artikel 135, lid 1, onder b) tot en met g), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) nagestreefde doelstelling, namelijk om moeilijkheden bij de btw-heffing op financiële diensten te voorkomen.

18. Het Skatteverk is tegen de beslissing van de commissie voor fiscale vraagstukken opgekomen bij de Högsta förvaltningsdomstol en voerde daarbij aan dat de dienst waarop het verzoek van Hedqvist betrekking had, niet onder de vrijstelling in hoofdstuk 3, § 9, ML valt.

19. Volgens Hedqvist moet het beroep van het Skatteverk worden verworpen en het prealabel advies van de commissie voor fiscale vraagstukken worden bevestigd.

20. Volgens de verwijzende rechter kan uit het arrest *First National Bank of Chicago* ([C‑172/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-172-96-arrest), EU:C:1998:354) worden afgeleid dat handelingen waarbij een virtuele valuta wordt ingewisseld tegen een traditionele valuta en omgekeerd, tegen een vergoeding in de vorm van de marge voor de dienstverrichter tussen de aankoop en verkoopprijs, een dienst onder bezwarende titel vormen. In dat geval rijst de vraag of deze handelingen vallen onder een van de vrijstellingen van [artikel 135, lid 1, van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) inzake financiële diensten, meer bepaald die welke vermeld staan onder d) tot en met f), van deze bepaling.

21.

Daar de Högsta förvaltningsdomstol twijfels heeft over de vraag of dergelijke handelingen onder een van deze vrijstellingen vallen, heeft deze rechter de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

> 1)„ Moet [artikel 2, lid 1, van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) aldus worden uitgelegd dat handelingen in de vorm van wat is omschreven als de inwisseling van virtuele valuta’s tegen traditionele valuta’s en omgekeerd, die worden verricht voor een tegenprestatie die de dienstverrichter bij de vaststelling van de wisselkoers mede aanrekent, een dienst onder bezwarende titel vormen?
>
> 2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, moet artikel 135, lid 1, \[van deze richtlijn\] dan aldus worden uitgelegd dat voormelde wisselhandelingen zijn vrijgesteld van belasting?”

### Behandeling van de prejudiciële vragen

#### Eerste vraag

22. Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of [artikel 2, lid 1, onder c), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) aldus moet worden uitgelegd dat handelingen zoals die aan de orde in het hoofdgeding, – die bestaan in de inwisseling van traditionele valuta’s tegen eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd, die worden verricht tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de prijs waarvoor de betrokken marktdeelnemer de valuta’s koopt en de prijs waarvoor hij deze verkoopt aan zijn klanten –, diensten onder bezwarende titel in de zin van deze bepaling vormen.

23. [Artikel 2, lid 1, van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) vermeldt dat de leveringen van goederen en de diensten, die binnen het grondgebied van een lidstaat door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan btw worden onderworpen.

24. In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat de virtuele valuta met „bidirectional flow” „bitcoin”, die in het kader van valutatransacties wordt ingewisseld tegen traditionele valuta’s, niet kan worden gekwalificeerd als een „lichamelijke zaak” in de zin van [artikel 14 van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-14), omdat, zoals de advocaat-generaal in [punt 17 van haar conclusie](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-conclusie#point-17) heeft opgemerkt, deze virtuele valuta geen ander doel heeft dan als betaalmiddel te worden gebruikt.

25. Dit geldt ook voor de traditionele valuta’s, wanneer dit geldeenheden met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel betreft (zie in die zin arrest *First National Bank of Chicago*, [C‑172/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-172-96-arrest), EU:C:1998:354, punt [25](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-172-96-arrest#point-25)).

26. Derhalve vallen de handelingen die in het hoofdgeding aan de orde zijn en bestaan in het inwisselen van verschillende betaalmiddelen, niet onder het begrip „levering van goederen” van [artikel 14](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-14) van de richtlijn. In deze omstandigheden vormen deze handelingen diensten in de zin van [artikel 24 van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-24).

27. Wat in de tweede plaats de vergoeding voor een dienst betreft, moet eraan worden herinnerd dat een dienst enkel „onder bezwarende titel” in de zin van [artikel 2, lid 1, onder c), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) wordt verricht, en dus alleen aan btw is onderworpen, indien er een rechtstreeks verband bestaat tussen de verrichte dienst en de door de belastingplichtige ontvangen tegenwaarde (arresten *Loyalty Management UK en Baxi Group*, [C‑53/09](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-53-09-arrest) en [C‑55/09](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-53-09-arrest), EU:C:2010:590, punt [51](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-53-09-arrest#point-51) en aldaar aangehaalde rechtspraak, en *Serebryannay vek*, [C‑283/12](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-283-12-arrest), EU:C:2013:599, punt [37](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-283-12-arrest#point-37)). Een dergelijk rechtstreeks verband ontstaat wanneer tussen de verrichter en de ontvanger een rechtsbetrekking bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld, en de door de dienstverrichter ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt voor de aan de ontvanger verleende dienst (arrest *Le Rayon d’Or*, [C‑151/13](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-151-13-arrest), EU:C:2014:185, punt [29](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-151-13-arrest#point-29) en aldaar aangehaalde rechtspraak).

28. In de zaak in het hoofdgeding komt uit de gegevens in het aan het Hof voorgelegde dossier naar voren dat tussen de vennootschap van Hedqvist en zijn wederpartijen een wederkerige rechtsverhouding bestaat, waarin de partijen bij de handeling zich er onderling toe verplichten bedragen in een bepaalde valuta over te dragen en de tegenwaarde ervan in een virtuele valuta met een „bidirectional flow” te ontvangen, of andersom. Ook is uiteengezet dat deze vennootschap in ruil voor haar dienstverrichting een vergoeding ontvangt bestaande uit de marge die zij opneemt in de berekening van de wisselkoersen waartegen zij de betreffende valuta’s wil aan‑ en verkopen.

29. Het Hof heeft reeds geoordeeld dat om te bepalen of een dienst onder bezwarende titel is verricht, het feit dat een dergelijke vergoeding niet de vorm heeft van een betaling van een provisie of van specifieke kosten, irrelevant is (arrest *First National Bank of Chicago*, [C‑172/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-172-96-arrest), EU:C:1998:354, punt [33](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-172-96-arrest#point-33)).

30. Gelet op een en ander moet worden geoordeeld dat handelingen zoals die aan de orde in het hoofdgeding, diensten vormen die worden verricht tegen een vergoeding die rechtstreeks verband houdt met de verrichte dienst, dat wil zeggen diensten die onder bezwarende titel worden verricht in de zin van [artikel 2, lid 1, onder c), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2).

31. Derhalve moet op de eerste vraag worden geantwoord dat [artikel 2, lid 1, onder c), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) aldus moet worden uitgelegd dat handelingen zoals die aan de orde in het hoofdgeding – die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd, die worden verricht tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de prijs waarvoor de betrokken marktdeelnemer de valuta’s koopt en de prijs waarvoor hij deze verkoopt aan zijn klanten –, diensten onder bezwarende titel in de zin van deze bepaling vormen.

#### Tweede vraag

32. Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of [artikel 135, lid 1, onder d) tot en met f), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) aldus moet worden uitgelegd dat diensten zoals die aan de orde in het hoofdgeding – die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd, die worden verricht tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de prijs waarvoor de betrokken marktdeelnemer de valuta’s koopt en de prijs waarvoor hij deze verkoopt aan zijn klanten –, van de btw zijn vrijgesteld.

33. Vooraf moet eraan herinnerd dat, volgens de rechtspraak van het Hof, de vrijstellingen van [artikel 135, lid 1, van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) autonome begrippen van het Unierecht vormen, die tot doel hebben verschillen in de toepassing van het btw-stelsel tussen de lidstaten te voorkomen (zie met name arresten *Skandinaviska Enskilda Banken*, [C‑540/09](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-540-09-arrest), EU:C:2011:137, punt [19](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-540-09-arrest#point-19) en aldaar aangehaalde rechtspraak, en *DTZ Zadelhoff*, [C‑259/11](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-259-11-arrest), EU:C:2012:423, punt [19](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-259-11-arrest#point-19)).

34. Het is tevens vaste rechtspraak dat de bewoordingen die worden gebruikt ter omschrijving van deze vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd, daar deze vrijstellingen afwijkingen zijn van het algemene beginsel dat btw wordt geheven over elke dienst die onder bezwarende titel door een belastingplichtige wordt verricht (arresten *Ludwig*, [C‑453/05](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-453-05-arrest), EU:C:2007:369, punt [21](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-453-05-arrest#point-21), en *DTZ Zadelhoff*, [C‑259/11](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-259-11-arrest), EU:C:2012:423, punt [20](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-259-11-arrest#point-20)).

35. De uitlegging van die bewoordingen moet evenwel in overeenstemming zijn met de doeleinden die door de vrijstellingen van [artikel 135, lid 1, van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) worden nagestreefd en stroken met de eisen van het beginsel van fiscale neutraliteit, dat inherent is aan het gemeenschappelijke btw-stelsel. Dit beginsel van strikte uitlegging betekent dus niet dat de bewoordingen die ter omschrijving van de vrijstellingen van artikel 135, lid 1, zijn gebruikt, aldus moeten worden uitgelegd dat zij geen effect meer sorteren (zie met name arresten *Don Bosco Onroerend Goed*, [C‑461/08](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-08-arrest), EU:C:2009:722, punt [25](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-08-arrest#point-25); *DTZ Zadelhoff*, [C‑259/11](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-259-11-arrest), EU:C:2012:423, punt [21](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-259-11-arrest#point-21), en *J.J. Komen en Zonen Beheer Heerhugowaard*, [C‑326/11](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-326-11-arrest), EU:C:2012:461, punt [20](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-326-11-arrest#point-20)).

36. In dat verband blijkt uit de rechtspraak van het Hof dat de vrijstellingen in artikel 135, lid 1, onder d) tot en met f), met name tot doel hebben de moeilijkheden in verband met de vaststelling van de belastbare grondslag en het bedrag van de aftrekbare btw te verhelpen (zie met name arrest *Velvet & Steel Immobilien*, [C‑455/05](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest), EU:C:2007:232, punt [24](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest#point-24), alsmede beschikking *Tiercé Ladbroke,* [C‑231/07](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-07-beschikking) en [C‑232/07](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-07-beschikking), EU:C:2008:275, punt 24).

37. Overigens zijn handelingen die op grond van deze bepalingen van de btw zijn vrijgesteld, naar hun aard financiële diensten, ofschoon zij niet noodzakelijkerwijs door banken of financiële instellingen behoeven te worden verricht (zie arresten *Velvet & Steel Immobilien*, [C‑455/05](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest), EU:C:2007:232, punten [21](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest#point-21) en [22](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest#point-22) en aldaar aangehaalde rechtspraak, en *Granton Advertising*, [C‑461/12](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-12-arrest), EU:C:2014:1745, punt [29](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-12-arrest#point-29)).

38. Wat in de eerste plaats de vrijstellingen van [artikel 135, lid 1, onder d), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) betreft, moet eraan worden herinnerd dat de lidstaten volgens deze bepaling vrijstelling verlenen voor handelingen die met name betrekking hebben op „deposito’s, rekening-courantverkeer, betalingen, overmakingen, schuldvorderingen, cheques en andere handelspapieren”.

39. De handelingen waarvoor krachtens deze bepaling vrijstelling wordt verleend, worden dus bepaald aan de hand van de aard van de geleverde diensten. Om als vrijgestelde handeling te worden aangemerkt, moeten de betrokken diensten over het geheel genomen een afzonderlijk geheel vormen, dat de kenmerkende en essentiële functies van een in deze bepaling beschreven dienst vervult (zie arrest *Axa UK*, [C‑175/09](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-175-09-arrest), EU:C:2010:646, punten [26](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-175-09-arrest#point-26) en [27](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-175-09-arrest#point-27) en aldaar aangehaalde rechtspraak).

40. Uit de tekst van [artikel 135, lid 1, onder d), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135), gelezen in het licht van het arrest *Granton Advertising* ([C‑461/12](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-12-arrest), EU:C:2014:1745, punten [37](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-12-arrest#point-37) en [38](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-12-arrest#point-38)), blijkt dat de in deze bepaling bedoelde handelingen betrekking hebben op diensten of instrumenten waarvan een geldoverdracht onderdeel is.

41. Daarenboven is deze bepaling, zoals de advocaat-generaal in de [punten 51](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-conclusie#point-51) en [52](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-conclusie#point-52) van haar conclusie heeft uiteengezet, niet gericht op de handelingen die de munt zelf betreffen, aangezien daarvoor een specifieke bepaling geldt, te weten [artikel 135, lid 1, onder e), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135).

42. Daar de virtuele valuta „bitcoin” een contractueel betaalmiddel is, kan zij, ten eerste, niet worden beschouwd als een rekening-courant, noch als een deposito, betaling of overschrijving. Ten tweede vormt zij, anders dan de in [artikel 135, lid 1, onder d), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) bedoelde schuldvorderingen, cheques en andere handelspapieren, een rechtstreeks betaalmiddel tussen de marktdeelnemers die haar accepteren.

43. Handelingen als die in het hoofdgeding vallen dus niet binnen de werkingssfeer van de in deze bepaling vastgestelde vrijstellingen.

44. Wat in de tweede plaats de vrijstellingen van [artikel 135, lid 1, onder e), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) betreft, verlenen de lidstaten krachtens deze bepaling vrijstelling voor handelingen betreffende met name „deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn”.

45. In dat verband moet eraan worden herinnerd dat de in deze bepaling gebruikte begrippen uniform moeten worden uitgelegd en toegepast in het licht van de tekst in alle talen van de Unie (zie in die zin arresten *Velvet & Steel Immobilien*, [C‑455/05](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest), EU:C:2007:232, punt [16](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest#point-16) en aldaar aangehaalde rechtspraak, en *Commissie/Spanje*, [C‑189/11](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-189-11-arrest), EU:C:2013:587, punt [56](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-189-11-arrest#point-56)).

46. Zoals de advocaat-generaal in de [punten 31](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-conclusie#point-31) tot en met [34](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-conclusie#point-34) van haar conclusie heeft uiteengezet, kan aan de hand van de verschillende taalversies van [artikel 135, lid 1, onder e), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) niet ondubbelzinnig worden vastgesteld of deze bepaling slechts van toepassing is op handelingen die traditionele valuta’s betreffen of dat zij daarentegen tevens is gericht op handelingen waarbij een andere valuta betrokken is.

47. Gezien deze taalkundige verschillen, kan de strekking van die uitdrukking niet worden vastgesteld op basis van een letterlijke uitlegging alleen. Deze uitdrukking moet worden uitgelegd op basis van de context waarin zij wordt gebruikt, alsook van de doelstellingen en de opzet van de btw-richtlijn (zie arresten *Velvet & Steel Immobilien*, [C‑455/05](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest), EU:C:2007:232, punt [20](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest#point-20) en aldaar aangehaalde rechtspraak, en *Commissie/Spanje*, [C‑189/11](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-189-11-arrest), EU:C:2013:587, punt [56](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-189-11-arrest#point-56)).

48. Zoals hierboven in de punten 36 en 37 van dit arrest in herinnering is geroepen, hebben de vrijstellingen in [artikel 135, lid 1, onder e), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) met name tot doel de moeilijkheden te verhelpen in verband met de vaststelling van de belastbare grondslag en het bedrag van de aftrekbare btw, die ontstaan bij de belasting van financiële handelingen.

49. De handelingen betreffende niet-traditionele valuta’s, dat wil zeggen andere dan de munten die in een of meerdere landen het wettelijke betaalmiddel vormen, voor zover deze valuta’s door de partijen bij een transactie zijn aanvaard als alternatief betaalmiddel op de wettelijke betaalmiddelen en geen andere doel hebben dan te worden gebruikt als betaalmiddel, vormen financiële handelingen.

50. Daarenboven kunnen, zoals Hedqvist ter terechtzitting in wezen heeft betoogd, in het bijzondere geval van handelingen als wisselhandelingen, de moeilijkheden in verband met de vaststelling van de belastbare grondslag en het bedrag van de aftrekbare btw, dezelfde zijn, of het nu gaat om het wisselen van traditionele valuta’s, die normaliter zijn vrijgesteld krachtens [artikel 135, lid 1, onder e), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135), of het inwisselen van dergelijke valuta’s tegen virtuele valuta’s met „bidirectional flow”, die, zonder een wettig betaalmiddel te zijn, een betaalmiddel vormen dat door de partijen bij een transactie wordt geaccepteerd, en omgekeerd.

51. Uit de context en de doelstelling van dit artikel 135, lid 1, onder e), volgt dus dat deze bepaling gedeeltelijk zou worden uitgehold indien zij aldus wordt opgevat dat zij enkel is gericht op handelingen die betrekking hebben op de traditionele valuta’s.

52. In het hoofdgeding staat vast dat de virtuele valuta „bitcoin” enkel tot doel heeft als betaalmiddel te worden gebruikt en met dat doel door sommige marktdeelnemers wordt geaccepteerd.

53. Dientengevolge moet worden vastgesteld dat [artikel 135, lid 1, onder e), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) tevens is gericht op diensten, zoals die aan de orde in het hoofdgeding, die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd, en worden verricht tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de prijs waarvoor de betrokken marktdeelnemer de valuta koopt en de prijs waarvoor hij deze verkoopt aan zijn klanten.

54. Wat in de laatste plaats de vrijstellingen van [artikel 135, lid 1, onder f), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) betreft, hoeft er enkel aan te worden herinnerd dat deze bepaling met name ziet op handelingen inzake „aandelen, deelnemingen in vennootschappen of verenigingen \[en\] obligaties”, dus titels die een eigendomsrecht op een rechtspersoon verlenen, alsook op „andere waardepapieren” die als naar hun aard vergelijkbaar zijnde moeten worden beschouwd met de titels die specifiek in deze bepaling worden genoemd (arrest *Granton Advertising*, [C‑461/12](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-12-arrest), EU:C:2014:1745, punt [27](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-12-arrest#point-27)).

55. Het staat echter vast dat de virtuele valuta „bitcoin” noch een titel vormt die een eigendomsrecht op rechtspersonen verleent, noch een titel van een vergelijkbare aard.

56. De handelingen die in het hoofdgeding aan de orde zijn vallen dan ook niet binnen de werkingssfeer van de vrijstellingen in [artikel 135, lid 1, onder f), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135).

57.

Gelet op het voorgaande moet op de tweede vraag worden geantwoord dat:

—[artikel 135, lid 1, onder e), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) aldus moet worden uitgelegd dat diensten zoals die aan de orde in het hoofdgeding – die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd, die worden verricht tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de prijs waarvoor de betrokken marktdeelnemer de valuta koopt en de prijs waarvoor hij deze verkoopt aan zijn klanten –, van de btw vrijgestelde handelingen vormen in de zin van deze bepaling;

—[artikel 135, lid 1, onder d) en f), van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) aldus moet worden uitgelegd dat dergelijke diensten niet binnen de werkingssfeer van deze bepalingen vallen.

### Kosten

58. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

### Dictum

Het Hof (Vijfde kamer) verklaart voor recht:

[Artikel 2, lid 1, onder c), van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moet aldus worden uitgelegd dat handelingen zoals die aan de orde in het hoofdgeding – die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd, die worden verricht tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de prijs waarvoor de betrokken marktdeelnemer de valuta’s koopt en de prijs waarvoor hij deze verkoopt aan zijn klanten –, diensten onder bezwarende titel in de zin van deze bepaling vormen.

[Artikel 135, lid 1, onder e), van richtlijn 2006/112](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) moet aldus worden uitgelegd dat diensten zoals die aan de orde in het hoofdgeding – die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen eenheden van de virtuele valuta „bitcoin” en omgekeerd, die worden verricht tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de prijs waarvoor de betrokken marktdeelnemer de valuta koopt en de prijs waarvoor hij deze verkoopt aan zijn klanten –, van de btw vrijgestelde handelingen vormen in de zin van deze bepaling. [Artikel 135, lid 1, onder d) en f), van richtlijn 2006/112](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) moet aldus worden uitgelegd dat dergelijke diensten niet binnen de werkingssfeer van deze bepalingen vallen.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

19

[btw-richtlijn 2006/112 art. 135](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) uitgelegd 23 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 2](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) uitgelegd 9 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 14](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-14) 3 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 24](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-24) 2 voorkomens

[C-455/05, arrest van 19 april 2007](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-455-05-arrest) 5 voorkomens

[C-264/14, conclusie van de advocaat-generaal van 16 juli 2015](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-conclusie) 5 voorkomens

[C-172/96, arrest van 14 juli 1998](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-172-96-arrest) 4 voorkomens

[C-461/12, arrest van 12 juni 2014](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-12-arrest) 4 voorkomens

[C-259/11, arrest van 5 juli 2012](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-259-11-arrest) 3 voorkomens

[C-175/09, arrest van 28 oktober 2010](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-175-09-arrest) 2 voorkomens

[C-189/11, arrest van 26 september 2013](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-189-11-arrest) 2 voorkomens

[C-231/07 en C-232/07, beschikking van 14 mei 2008](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-07-beschikking) 1 voorkomen

[C-53/09 en C-55/09, arrest van 7 oktober 2010](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-53-09-arrest) 1 voorkomen

[C-453/05, arrest van 21 juni 2007](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-453-05-arrest) 1 voorkomen

[C-461/08, arrest van 19 november 2009](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-461-08-arrest) 1 voorkomen

[C-540/09, arrest van 10 maart 2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-540-09-arrest) 1 voorkomen

[C-326/11, arrest van 12 juli 2012](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-326-11-arrest) 1 voorkomen

[C-283/12, arrest van 26 september 2013](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-283-12-arrest) 1 voorkomen

[C-151/13, arrest van 27 maart 2014](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-151-13-arrest) 1 voorkomen

## Rechtspraak

15

### Europese Unie

15

Hof van Justitie C-472/24 05.03.2026

#### [Vrijstellingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-472-24-arrest)

Hof van Justitie C-250/21 06.10.2022

#### [Verrichting van diensten onder bezwarende titel](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-250-21-arrest)

Hof van Justitie C-605/20 24.02.2022

#### [Toepasselijkheid ratione temporis](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-605-20-arrest)

## Administratieve doctrine

13

[Fiches van de administratieve commentaar 11](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-arrest/documenten?type=commentaar) [Omzendbrieven 1](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-arrest/documenten?type=omzendbrieven) [Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-arrest/documenten?type=parlementaire-vragen)

[Bekijk de 28 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-14-arrest/documenten)

## Rechtsleer

23

Hojnik, Janja: Ob menjavi bitcoinov ni treba plačati DDV, Davčno-finančna praksa : davki, finance, zavarovalnistvo 2015 n° 11 p.22-26 (SL)

Petauer, Boštjan: Davčni vidik poslovanja z bitcoini, Davčno-finančna praksa : davki, finance, zavarovalnistvo 2015 n° 11 p.5-6 (SL)

Swinkels, Joep: Hedqvist. Exchange of traditional currencies for units of the ‘bitcoin’ virtual currency is exempt from VAT. Court of Justice, Highlights & Insights on European Taxation 2015 nº 12 p.109-111 (EN)

Mosbrucker, Anne-Laure: Exonération de TVA, Europe 2015 Décembre Comm. nº 12 p.43 (FR)

Becker, Stefanie: GAin Kokott: Bitcoins als reines Zahlungsmittel sind beim Umtausch in gesetzliche Zahlungsmittel umsatzsteuerbar aber -befreit, Betriebs-Berater 2015 p.2077-2081 (DE)

**Bekijk de 18 andere verwijzingen**

Beck, Benjamin ; König, Dominik: Umsatzsteuerfreier Umtausch der virtuellen Währung Bitcoin in konventionelle Währungen und umgekehrt - Dienstleistung gegen Entgelt, Umsatzsteuer-Rundschau 2015 p.869-871 (DE)

Skubic, Zoran: Se za valutno zamenjavo bitcoinov lahko obračuna DDV?, Pravna praksa 2016 nº 1 p.30-31 (SL)

Palumbo, Giovambattista: Il trattamento tributario dei "bitcoin", Diritto e pratica tributaria 2016 II p.286-300 (IT)

Houben, Robby: Bitcoins zijn deviezen voor btw-doeleinden, maar een zwaluw maakt de lente niet, Revue de droit commercial belge 2016 p.177-180 (NL)

Braakman, T.: Bitcoins en btw: het HvJ gaat met de tijd mee, Ars aequi 2016 p.348-351 (NL)

Santana, Sayira: Case notes: Regulating virtual currency: Case C-264/14, The Northern Ireland Legal Quarterly 2016 p.109-114 (EN)

Dudek, Paweł Marcin: Waluta bitcoin - glosa do wyroku Trybunału Sprawiedliwości z 22.10.2015 r. w sprawie C-264/14 Skatteverket przeciwko Davidowi Hedqvistowi, Europejski Przegląd Sądowy 2016 Vol. 6 p.38-43 (PL)

Frase, Henning: (Umsatz-)Steuerliche Aspekte bei Bitcoins, Betriebs-Berater 2016 p.26-28 (DE)

Takis, Athanasios: Armenopoulos 2016 p.346-347 (EL)

Wersand, Frédéric: La TVA dans l’ère de l’économie digitale – l’obsolescence non programmée, Revue générale de fiscalité luxembourgeoise 2016 p.26-29 (FR)

Kollmann, Jasmin ; Spies, Karoline ; Turcan, Laura ; Turić, Draga: EuGH-Rechtsprechungsübersicht: Neues zur Umsatzsteuer - Umsätze mit Bitcoins nicht umsatzsteuerpflichtig, Ecolex 2016 p.253-254 (DE)

Pielke, Walther: Umsatzsteuerliche Behandlung von Bitcoins nach dem Urteil des EuGH, Mehrwertsteuerrecht 2016 p.150-152 (DE)

Huet, Jerôme: Le bitcoin, dont la légalité paraît admise, est une sorte de monnaie contractuelle, Revue des contrats 2017 n°1 p.54-56 (FR)

Forssén, Björn: Bitcoins och mervärdesskatt, Svensk Skattetidning 2017 nº 2 p.95-106 (SV)

Kranjec, Nina ; Merc, Peter: Virtualne valute - virtualna ekonomija, ki postaja realna: pravni izzivi, Pravna praksa 2017 nº 27 p.II-VII (SL)

Bernat, Rafał: Zwolnienie z VAT waluty wirtualnej Bitcoin, Glosa : Przegląd Prawa Gospodarczego 2017 Vol.1 p.109-116 (PL)

Pozvek, Maruša: Davčna obravnava dohodka iz poslovanja z virtualnimi valutami, Davčno-finančna praksa : davki, finance, zavarovalnistvo 2018 n° 9 p.5-7 (SL)

Štaba, Romina: Porez na dodanu vrijednost kod zamjene bitcoina za nacionalnu valutu na temelju prakse Suda Europske unije s osvrtom na hrvatsko pravo, Hrvatska pravna revija 2018 n° 2 p.63-74 (HR)
