---
title: "HvJ EU, C-231/94, Faaborg-Gelting Linien A/S, arrest van 2 mei 1996 · Verzoek om een prejudiciële beslissing"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 2 mei 1996, C-231/94, Faaborg-Gelting Linien A/S: verzoek om een prejudiciële beslissing."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-231-94-arret"
---

# Arrest van het Hof van 2 mei 1996, C-231/94, Faaborg-Gelting Linien A/S · Verzoek om een prejudiciële beslissing, restaurantverrichtingen aan boord van een schip, plaats van belastbare handelingen

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Zesde kamer

**Zaak**

C-231/94

**ECLI**

ECLI:EU:C:1996:184

**Datum**

2 mei 1996

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

Bundesfinanzhof (Duitsland) beslissing van 30 mei 1994 V R 120/93

**Zaak ingediend op**

11 augustus 1994

**Advocaat-generaal**

[Cosmas conclusie van 1 februari 1996](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-conclusie)

**Opmerkingen**

Duitse, Italiaanse, Nederlandse regering Commissie

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Duits

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1996, blz. I-2395

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Mancini

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Fiscale bepalingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10%2C578-4.10) [Harmonisatie van de belastingwetgevingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02%2C578-4.10.02) [Belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01%2C578-4.10.02.01)

  - [Plaats van de belastbare handelingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.03%2C578-4.10.02.01.03) [Plaats van dienst](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.03.03%2C578-4.10.02.01.03.03) 52 beslissingen
  - [Toepassingsgebied](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.02%2C578-4.10.02.01.02) [Belastbare handelingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.02.03%2C578-4.10.02.01.02.03) [Diensten](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.02.03.03%2C578-4.10.02.01.02.03.03) 109 beslissingen

## Tekst

24 paragrafen

### Arrest

1. Bij beschikking van 30 mei 1994, ingekomen bij het Hof op 11 augustus daaraanvolgend, heeft het Bundesfinanzhof krachtens artikel 177 EG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB 1977, L 145, biz. 1; hierna: „Zesde richtlijn”), inzonderheid de artikelen 5, 6, 8 en 9.

2. Die vragen zijn gerezen in een geschil tussen Faaborg-Gelting Linien A/S (hierna: „FG-Linien”), gevestigd te Denemarken, en de Duitse belastingdienst, ter zake van de belastingheffing over de verstrekking van maaltijden voor consumptie aan boord van veerboten die een lijndienst tussen de haven van Faaborg (Denemarken) en die van Gelting (Duitsland) onderhouden.

3. Volgens [artikel 5, lid 1, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), wordt als „levering van een goed” beschouwd de overdracht of overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken. Volgens artikel 6, lid 1, wordt als „dienst” beschouwd elke handeling die geen levering van een goed in de zin van artikel 5 is.

4.

De bepaling van de plaats van belastbare handelingen is geregeld in de artikelen [8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-8) en [9](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) van de Zesde richtlijn. Artikel 8, lid 1, sub b, luidt als volgt:

> 1.„ Als plaats van een levering van goederen wordt aangemerkt:
>
> a)(...)
>
> b) ingeval het goed niet wordt verzonden of vervoerd: de plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de levering.”

5.

Artikel 9, lid 1, luidt als volgt:

> 1.„ Als plaats van een dienst wordt aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht, of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.”

6. Omdat zij de betrokken restaurantverrichtingen beschouwde als diensten in de zin van het Umsatzsteuergesetz (Duitse wet op de omzetbelasting, hierna: „UStG”), die ingevolge [artikel 9 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) moeten worden geacht te zijn verricht op de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, vermeldde FG-Linien deze handelingen niet in haar aangiften omzetbelasting die zij over de jaren 1984 tot en met 1989 bij de Duitse belastingdienst indiende.

7. De Duitse belastingdienst daarentegen beschouwde de restaurantverrichtingen als leveringen van goederen in de zin van de UStG, die ingevolge [artikel 8 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-8) moeten worden geacht plaats te vinden op de plaats waar het goed zich op het tijdstip van de levering bevindt. Zij legde FG-Linien derhalve een aanslag op ter zake van de restaurantverrichtingen die in het betrokken tijdvak binnen de territoriale werkingssfeer van het UStG op de veerboot hadden plaatsgevonden.

8. Nadat haar bezwaarschrift bij het Finanzamt en haar beroep bij het Finanzgericht beide waren verworpen, stelde FG-Linien beroep tot „Revision” in bij het Bundesfinanzhof.

9. In zijn verwijzingsbeschikking overweegt deze rechterlijke instantie, dat de restaurantverrichtingen te beschouwen zijn als leveringen van goederen in de zin van het UStG. Deze kwalificatie zou niet in strijd zijn met onder meer de artikelen [5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) en [6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) van de Zesde richtlijn, die geen specifieke bepalingen bevatten die restaurantverrichtingen als leveringen van goederen dan wel als diensten kwalificeren. Aangezien deze handelingen niet in alle Lid-Staten als leveringen van goederen worden gekwalificeerd, bestaat het gevaar dat zij dubbel worden belast, hetgeen door een uniforme uitlegging zou kunnen worden voorkomen.

10.

Het Bundesfinanzhof heeft het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:

> 1)„ Welke regels bevat de Zesde richtlijn (77/388/EEG) voor de belastingheffing ter zake van de verstrekking van spijzen voor nuttiging ter plaatse (restaurantverrichtingen) ?
>
> 2) Bij ontbreken van dergelijke regels: welke gemeenschapsrechtelijke regeling geldt voor restaurantverrichtingen aan boord van vervoermiddelen die zich verplaatsen tussen Lid-Staten met verschillende nationale regelingen inzake de plaats waar die handelingen moeten worden belast?
>
> 3) Bij ontbreken van een gemeenschapsrechtelijke regeling: kunnen de afzonder-. lijke Lid-Staten hun onderling verschillende regelingen met betrekking tot rcstaurantverrichtingen respectievelijk de plaats waar de verrichtingen plaatsvinden, handhaven, wanneer zij door middel van afspraken in concrete gevallen dubbele heffing ter zake van deze verrichtingen vermijden?”

11. Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in hoofdzaak te vernemen, of restaurantverrichtingen leveringen van goederen zijn in de zin van [artikel 5 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), die ingevolge artikel 8, lid 1, sub b, worden geacht plaats te vinden op de plaats waar het goed zich op het tijdstip van de levering bevindt, dan wel diensten in de zin van artikel 6, lid 1, die ingevolge [artikel 9, lid 1](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9), van deze richtlijn worden geacht te zijn verricht op de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd.

12. Om te bepalen of handelingen leveringen van goederen dan wel diensten zijn, moeten alle omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht in aanmerking worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen.

13. De verstrekking van toebereide spijzen en dranken voor onmiddellijke consumptie is het resultaat van een serie diensten, die begint bij de tocbereiding van de spijzen en eindigt bij de feitelijke opdiening, en waarbij de klant een infrastructuur ter beschikking wordt gesteld, bestaande uit een rcstauratiezaal met bijbehorende ruimten (garderobe etc.) alsmede meubilair en serviesgoed. In voorkomend geval zullen de natuurlijke personen wier beroep dit is, de tafel dekken, de klant adviseren en hem informeren over de aangeboden spijzen of dranken, de gerechten aan tafel opdienen en ten slotte na de maaltijd de tafel afruimen.

14. De restaurantverrichting wordt derhalve gekenmerkt door een reeks van elementen en handelingen, waarvan de levering van voedsel niet meer dan een onderdeel is en waarin het dienstenaspect ruimschoots de overhand heeft. Zij moet bijgevolg als dienst in de zin van [artikel 6, lid 1, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) worden beschouwd. Dit is echter anders, wanneer de verrichting betrekking heeft op „afhaal”-maaltijden en niet gepaard gaat met diensten die de nuttiging ter plaatse in een passend kader moeten veraangenamen.

15. Nu vaststaat dat de restaurantverrichting aan boord van een veerboot een dienst is, moet worden bepaald op welke plaats hij moet worden geacht te zijn verricht.

16. Dienaangaande volgt uit vaste rechtspraak (zie arrest van 4 juli 1985, zaak 168/84, Berkholz, Jurispr. 1985, blz. 2251, r. o. 17), dat volgens artikel 9, lid 1, de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, in dit verband de voorkeur lijkt te verdienen, daar het in aanmerking nemen van een andere inrichting van waaruit de dienst wordt verricht, slechts van belang is in geval de zetel niet tot een fiscaal rationele oplossing leidt of een conflict met een andere Lid-Staat doet ontstaan.

17. Volgens bedoelde rechtspraak blijkt uit het onderlinge verband tussen de in artikel 9 gebruikte begrippen, dat slechts kan worden overwogen een andere inrichting dan de zetel aan te merken als plaats waar de dienst wordt verricht, indien die inrichting een zekere bestendigheid vertoont, doordat zij duurzaam over het personeel en de technische middelen beschikt die voor bepaalde diensten noodzakelijk zijn (r. o. 18 van het aangehaalde arrest).

18. Dit is kennelijk niet het geval met een restauratieruimte op een schip, vooral niet wanneer, zoals in casu, de vaste zetel van de exploitant van het schip een bruikbaar aanknopingspunt voor de belastingheffing vormt.

19. Op de eerste vraag dient dus te worden geantwoord, dat restaurantverrichtingen te beschouwen zijn als diensten in de zin van [artikel 6, lid 1, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), die overeenkomstig [artikel 9, lid 1](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9), van deze richtlijn moeten worden geacht te zijn verricht op de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd.

20. Gelet op dit antwoord behoeven de tweede en de derde vraag niet te worden beantwoord.

### Kosten

21. De kosten door de Duitse, de Italiaanse en de Nederlandse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),

uitspraak doende op de door het Bundesfinanzhof bij beschikking van 30 mei 1994 gestelde vragen, verklaart voor recht:

Restaurantverrichtingen zijn te beschouwen als diensten in de zin van [artikel 6, lid 1, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, die overeenkomstig [artikel 9, lid 1](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9), van deze richtlijn moeten worden geacht te zijn verricht op de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

6

[Zesde richtlijn 77/388 art. 9](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) 5 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) uitgelegd 4 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 3 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-8) 2 voorkomens

EG-Verdrag art. 177 1 voorkomen

[168/84, arrest van 4 juli 1985](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-168-84-arrest) 1 voorkomen

## Rechtspraak

50

### België

11

Hof van Cassatie F.05.0088.F 16.11.2006

#### [Rusthuizen, Collectieve maaltijdverstrekking door een derde, Dienst, bejaardentehuis](https://juriel.be/nl/rechtspraak/rusthuizen-collectieve-maaltijdverstrekking-derde-dienst-cassatie-brussel-2006-11-16-0314)

Hof van beroep te Bergen 2023/RG/572 01.04.2026

#### [Levering van goederen, verlaagd Btw-tarief, eetgelegenheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/levering-goederen-verlaagd-btw-tarief-hof-van-beroep-bergen-2026-04-01-3ec6)

Hof van beroep te Gent 05.03.2024

#### [Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Niet-proportionele fiscale geldboeten, Bakkerij met verbruikersruimte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-proportionele-fiscale-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-91a6)

### Europese Unie

39

Hof van Justitie C-703/19 22.04.2021

#### [Mogelijkheid voor de lidstaten om een of twee verlaagde btw-tarieven toe te passen op bepaalde goederenleveringen en diensten](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-703-19-arrest)

Hof van Justitie C-547/18 07.05.2020

#### [Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-547-18-arrest)

Hof van Justitie C-605/12 16.10.2014

#### [Begrip ‚vaste inrichting’ van de afnemer van diensten](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-605-12-arrest)

## Administratieve doctrine

29

[Voorafgaande beslissingen 13](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest/documenten?type=voorafgaande-beslissingen) [Fiches van de administratieve commentaar 8](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest/documenten?type=commentaar) [Omzendbrieven 4](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest/documenten?type=omzendbrieven) [Parlementaire vragen 3](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest/documenten?type=parlementaire-vragen) [Administratieve beslissingen 1](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest/documenten?type=administratieve-beslissingen)

[Bekijk de 79 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest/documenten)

## Rechtsleer

9

Weiss, Eberhard: Umsatzsteuer-Rundschau 1996 p.221-222 (DE)

Rigaux, Anne ; Simon, Denys: Europe 1996 Juillet Comm. nº 291 p.14-15 (FR)

Novak, Meinhard: St. Galler Europarechtsbriefe 1996 p.272-273 (FR)

Minozzi, Elisabetta: Il regime IVA delle operazioni di ristorazione a bordo di una nave, Diritto e pratica tributaria 1997 II p.12-14 (IT)

Schwarz, Bernhard: Arbeitnehmerbeköstigungen nach dem EuGH-Urteil vom 2.5.1996 - Rs. C-231/94, Umsatzsteuer-Rundschau 1997 p.255-259 (DE)

**Bekijk de 4 andere verwijzingen**

Martín Jiménez, Adolfo J.: Jurisprudencia del Tribunal de Justicia de las Comunidades Europeas, Revista española de Derecho Financiero 1997 p.274-276 (ES)

Van Hilten, M.E.: Vaste inrichting en BTW: (on)zelfstandig en niet onafhankelijk, Weekblad voor fiscaal recht 1997 p.1369-1376 (NL)

Maublanc, Jean-Pierre: Chronique fiscale communautaire (jurisprudence). Détermination du lieu des prestations de services, Revue du marché commun et de l'Union européenne 1999 p.58-61 (FR)

Bilkštytė, Rūta ; Krasovskis, Andžej: Maisto tiekimas vs. maitinimo paslaugų teikimas. Pagrindinės ir papildomos paslaugos atskyrimas, Juristo patarimai 2015 n°3 p.24 (LT)
