Arrest van het Hof van 13 november 1990, C-216/89 · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Derde kamer C-216/89 ECLI:EU:C:1990:397 13 november 1990

Zoeken

Arrest van het Hof van 13 november 1990, C-216/89Sociale zekerheid van migrerende werknemers, begrip woonplaats

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-216-89-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Derde kamer
Zaak
C-216/89
ECLI
ECLI:EU:C:1990:397
Datum
13 november 1990

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Bundessozialgericht (Duitsland) beslissing van 27 april 1989 11/7 RAR 107/87
Zaak ingediend op
10 juli 1989
Advocaat-generaal
Tesauro
Nationale beslissing na het arrest
Bundessozialgericht beslissing van 12 december 1990 11 RAR 141/90

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Duits
Jurisprudentie
Jurispr. 1990, blz. I-4163
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Grévisse
Repertorium van het Hof

Tekst

11 paragrafen

Arrest van het Hof (Derde Kamer)

13 november 1990

in zaak C-216/89,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Bundessozialgericht, in het aldaar aanhangig geding tussen

B. Reibold

Bundesanstalt für Arbeit,

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 71, lid 1, sub b-ii, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale- zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB 1971, L 149, biz. 2), zoals gewijzigd en bijgewerkt door verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983 (PB 1983, L 230, biz. 6).

HET HOF VAN JUSTITIE (Derde Kamer),

samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresident, F. Grévisse en M. Zuleeg, rechters,

(rechtsoverwegingen niet opgenomen)

uitspraak doende op de door het Bundessozialgericht bij beschikking van 27 april 1989 gestelde vraag, verklaart voor recht:

Voor de toepassing van artikel 71, lid 1, sub b-ii, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt door verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983, dient te worden gelet op de duur en de bestendigheid van de woonplaats voordat de betrokkene zich verplaatste, de duur en het doel van zijn afwezigheid, de aard van de in de andere Lid-Staat gevonden betrekking en de intenties van de betrokkene zoals die uit alle omstandigheden blijken; de door de nationale rechter vermelde feitelijke omstandigheden behoren tot die welke bij de toepassing van deze criteria in aanmerking kunnen worden genomen.

Voetnoten

  • *1Procestaal: Duits.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

1
EEG-Verdrag art. 1771 voorkomen

Rechtspraak

2

Europese Unie

2

Hof van JustitieC-297/8923.04.1991

Tijdelijke invoer van motorrijtuig voor privé gebruik

Bekijk de 2 documenten