---
title: "HvJ EU, C-212/97, Centros Ltd, arrest van 9 maart 1999 · Vrijheid van vestiging"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 9 maart 1999, C-212/97, Centros Ltd: vrijheid van vestiging."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-212-97-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-212-97-arret"
---

# Arrest van het Hof van 9 maart 1999, C-212/97, Centros Ltd · Vrijheid van vestiging, oprichting van filiaal door vennootschap zonder daadwerkelijke activiteit, omzeiling van mationaal recht, weigering van inschrijving

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Voltallige zitting

**Zaak**

C-212/97

**ECLI**

ECLI:EU:C:1999:126

**Datum**

9 maart 1999

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

Højesteret (Denemarken) beslissing van 3 juni 1997 402/95

**Zaak ingediend op**

5 juni 1997

**Advocaat-generaal**

[La Pergola conclusie van 16 juli 1998](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-212-97-conclusie)

**Nationale beslissing na het arrest**

Højesteret beslissing van 3 februari 2000 402/1995

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Deens

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1999, blz. I-1459

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Wathelet

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Vrij verkeer van personen en diensten](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-04%2C578-4.04) [Vrijheid van vestiging](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-04.03%2C578-4.04.02) 156 beslissingen

## Tekst

43 paragrafen

### Arrest

1. Bij beschikking van 3 juni 1997, ingekomen bij het Hof op 5 juni daaraanvolgend, heeft het Højesteret krachtens artikel 177 EG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de artikelen 52, 56 en 58 van dit Verdrag.

2. Die vraag is gerezen in een geding tussen Centros Ltd (hierna: „Centros”), een op 18 mei 1992 in Engeland en in Wales ingeschreven „private limited company”, en Erhvervs- og Selskabsstyrelsen (algemene directie handel en vennootschappen; hierna „Styrelse”), dat valt onder het Deense Ministerie van Handel, ter zake van de weigering van deze instantie om een filiaal van Centros in Denemarken in te schrijven.

3. Blijkens de stukken in het hoofdgeding heeft Centros sinds haar oprichting geen enkele activiteit ontplooid. Daar de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk ten aanzien van besloten vennootschappen geen enkel vereiste stelt met betrekking tot een minimumbedrag aan maatschappelijk kapitaal noch de storting van kapitaal, werd het maatschappelijk kapitaal van Centros, ten bedrage van 100 UKL, niet gestort noch voor gebruik door de vennootschap ter beschikking gesteld. Het kapitaal is verdeeld in twee aandelen, die toebehoren aan T. Bryde en M. Bryde, in Denemarken woonachtige Deense onderdanen. M. Bryde is directeur van Centros, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, ten huize van een vriend van T. Bryde.

4. Naar Deens recht wordt Centros — een „private limited company” — als een buitenlandse besloten vennootschap beschouwd. De regels inzake de inschrijving van filialen van dergelijke vennootschappen zijn neergelegd in de Anpartsselskabslov (wet op de besloten vennootschap).

5.

§ 117 van deze wet bepaalde onder meer:

> 1)„ Buitenlandse besloten vennootschappen en vennootschappen met een soortgelijke rechtsvorm, die in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen zijn gevestigd, kunnen in Denemarken via een filiaal een activiteit uitoefenen.”

6. In de zomer van 1992 verzocht M. Bryde het Styrelse, een filiaal van Centros in Denemarken in te schrijven.

7. Het Styrelse weigerde de inschrijving onder meer op grond dat Centros, die geen enkele bedrijfsactiviteit in het Verenigd Koninkrijk ontplooide, in werkelijkheid trachtte in Denemarken niet een filiaal, maar een hoofdvestiging op te richten, met omzeiling van de nationale voorschriften inzake onder meer de storting van een minimumkapitaal, dat bij wet nr. 886 van 21 december 1991 op 200000 DKR was gesteld.

8. Centros ging bij het Østre Landsret in beroep van de weigering van het Styrelse het filiaal in te schrijven.

9. Het Østre Landsret stelde het Styrelse in een arrest van 8 september 1995 in het gelijk. Daarvan ging Centros in hoger beroep bij het Højesteret.

10. In het kader van deze procedure stelt Centros, dat zij voldoet aan de in de wet op de besloten vennootschappen gestelde voorwaarden voor inschrijving van een filiaal van een buitenlandse vennootschap. Aangezien zij in het Verenigd Koninkrijk wettig is opgericht, is zij ingevolge artikel 52 juncto artikel 58 van het Verdrag gerechtigd in Denemarken een filiaal op te richten.

11. Dat zij sinds haar oprichting in het Verenigd Koninkrijk geen enkele bedrijfsactiviteit heeft ontplooid, is volgens Centros irrelevant voor haar recht van vrije vestiging. In het arrest van 10 juli 1986, Segers (79/85, Jurispr. blz. 2375), stelde het Hof immers vast, dat de artikelen 52 en 58 van het Verdrag zich ertegen verzetten, dat de autoriteiten van een lidstaat van vestiging aan een vennootschapsdirecteur een uitkering ingevolge een nationale regeling inzake ziekteverzekering onthielden op de enkele grond, dat de vennootschap gevestigd was in een andere lidstaat, ook al ontplooide zij aldaar geen bedrijfsactiviteiten.

12. Het Styrelse is van mening, dat de weigering tot inschrijving niet in strijd is met de artikelen 52 en 58 van het Verdrag, daar de oprichting van een filiaal in Denemarken kan worden gezien als een middel om de nationale bepalingen inzake het minimumkapitaal en de storting van kapitaal te ontduiken. De weigering tot inschrijving is voorts gerechtvaardigd op grond van de noodzaak, openbare of particuliere schuldeisers en medecontractanten te beschermen en oneigenlijk gebruik van faillissement te bestrijden.

13.

In die omstandigheden heeft het Højesteret de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:

„Is het verenigbaar met artikel 52, junctis de artikelen 56 en 58, EG-Verdrag, de inschrijving in het handelsregister te weigeren in geval van een filiaal van een vennootschap die in een andere lidstaat gevestigd is en die met een maatschappelijk kapitaal van 100 UKL (circa 1000 DKR) overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat wettig is opgericht en bestaat, wanneer de vennootschap zelf geen bedrijfsactiviteiten ontplooit, maar het filiaal wordt opgericht met de bedoeling dat dit de volledige bedrijfsactiviteit verricht in het land waar het wordt opgericht, en ervan moet worden uitgegaan dat deze methode wordt gebruikt in plaats van de oprichting van een vennootschap in laatstbedoelde lidstaat, teneinde te ontkomen aan de verplichting, het minimumbedrag aan maatschappelijk kapitaal van 200000 DKR, thans 125000 DKR, te storten?”

14. Met zijn vraag wenst de nationale rechter in wezen te vernemen, of de artikelen 52 en 58 van het Verdrag zich ertegen verzetten, dat een lidstaat de inschrijving weigert van een filiaal van een vennootschap die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een andere lidstaat, waar zij gevestigd is maar geen bedrijfsactiviteiten ontplooit, wanneer het filiaal wordt opgericht met de bedoeling dat de betrokken vennootschap haar volledige activiteit kan ontplooien in de staat waar dit filiaal wordt opgericht, waardoor in laatstgenoemd land geen vennootschap hoeft te worden opgericht en aan toepassing van de voorschriften inzake de oprichting van vennootschappen, die aldaar strenger zijn met betrekking tot de storting van een minimumbedrag aan maatschappelijk kapitaal, wordt ontkomen.

15. Vooraf zij opgemerkt, dat het Styrelse geenszins betwist, dat elke in een andere lidstaat gevestigde naamloze of besloten vennootschap in Denemarken via een filiaal een activiteit kan uitoefenen. Het aanvaardt derhalve, dat in beginsel een filiaal van een naar het recht van een andere lidstaat opgerichte vennootschap in Denemarken kan worden ingeschreven. Het heeft hieraan onder meer toegevoegd, dat indien Centros bedrijfsactiviteiten in Engeland en in Wales had ontplooid, het de inschrijving van haar filiaal in Denemarken zou hebben aanvaard.

16. Volgens de Deense regering vindt artikel 52 van het Verdrag in het hoofdgeding geen toepassing, omdat de onderhavige situatie volledig in de interne sfeer van Denemarken ligt. De echtelieden Bryde, Deense onderdanen, hebben in het Verenigd Koninkrijk een vennootschap opgericht die aldaar geen daadwerkelijke activiteit ontplooit, uitsluitend met het doel via een filiaal een activiteit in Denemarken te ontplooien en aldus aan toepassing van de Deense wetgeving inzake de oprichting van besloten vennootschappen te ontkomen. In die omstandigheden vormt de oprichting door onderdanen van een lidstaat van een vennootschap in een andere lidstaat, geen relevant grensoverschrijdend element in het kader van het gemeenschapsrecht, inzonderheid de vrijheid van vestiging.

17. Dienaangaande zij opgemerkt, dat een situatie waarin een naar het recht van een andere lidstaat opgerichte en in deze lidstaat gevestigde vennootschap een filiaal in een andere lidstaat wenst op te richten, onder het gemeenschapsrecht valt. Het is in dit verband niet van belang, dat de vennootschap in de eerste lidstaat enkel is opgericht met het doel zich te vestigen in de tweede lidstaat, om daar haar voornaamste, zo niet al haar economische activiteiten te ontplooien (zie in die zin arrest Segers, reeds aangehaald, punt 16).

18. De omstandigheid dat het echtpaar Bryde de vennootschap Centros in het Verenigd Koninkrijk heeft opgericht met het doel te ontkomen aan de Deense wettelijke vereisten inzake de storting van een minimumbedrag aan maatschappelijk kapitaal, hetgeen in de schriftelijke opmerkingen noch ter terechtzitting is bestreden, sluit evenmin uit, dat de oprichting door deze Britse vennootschap van een filiaal in Denemarken onder de vrijheid van vestiging in de zin van de artikelen 52 en 58 van het Verdrag valt. Of de artikelen 52 en 58 van het Verdrag van toepassing zijn, is namelijk een andere vraag dan die, of een lidstaat maatregelen kan treffen om te verhinderen dat sommige van zijn onderdanen, door gebruik te maken van de door het Verdrag geboden mogelijkheden, niet trachten zich op onaanvaardbare wijze aan hun nationale wetgeving te onttrekken.

19. Met betrekking tot de vraag of, zoals het echtpaar Bryde stelt, de weigering om het filiaal van zijn naar het recht van een andere lidstaat opgerichte en in deze staat gevestigde vennootschap in Denemarken in te schrijven, een belemmering van de vrijheid van vestiging vormt, zij eraan herinnerd, dat de in artikel 52 van het Verdrag aan de onderdanen van de lidstaten toegekende vrijheid van vestiging voor deze laatsten het recht van toegang tot en de uitoefening van werkzaamheden anders dan in loondienst meebrengt alsmede het recht, ondernemingen te beheren en op te richten onder dezelfde voorwaarden als in de wetgeving van de lidstaat van vestiging voor eigen onderdanen zijn vastgesteld. Bovendien stelt artikel 58 van het Verdrag vennootschappen die in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Gemeenschap hebben, gelijk met natuurlijke personen die onderdaan zijn van de lidstaten.

20. Hieruit volgt rechtstreeks, dat deze vennootschappen het recht hebben om in een andere lidstaat hun activiteit uit te oefenen door middel van een agentschap, filiaal of dochtervennootschap, daar hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging, naar het voorbeeld van de nationaliteit van natuurlijke personen, dient ter bepaling van hun binding aan de rechtsorde van een lidstaat (zie in die zin arrest Segers, reeds aangehaald, punt 13; arresten van 28 januari 1986, Commissie/Frankrijk, 270/83, Jurispr. blz. 273, punt 18; 13 juli 1993, Commerzbank, [C-330/91](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-330-91-arrest), Jurispr. blz. I-4017, punt 13, en 16 juli 1998, ICI, [C-264/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-96-arrest), Jurispr. blz. I-4695, punt 20).

21. De praktijk volgens welke in een lidstaat onder bepaalde omstandigheden de inschrijving van een filiaal van een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap wordt geweigerd, heeft tot gevolg, dat in overeenstemming met de wetgeving van die andere lidstaat opgerichte vennootschappen wordt belet het recht van vestiging, dat hun door de artikelen 52 en 58 van het Verdrag wordt toegekend, uit te oefenen.

22. Bijgevolg vormt een dergelijke praktijk een belemmering van de uitoefening van de door deze bepalingen gewaarborgde vrijheden.

23. Volgens de Deense autoriteiten kan het echtpaar Bryde zich evenwel niet op deze bepalingen beroepen, daar de door hen beoogde vennootschapsconstructie enkel tot doel heeft, de toepassing van het nationale recht betreffende de oprichting van besloten vennootschappen te ontduiken, zodat misbruik wordt gemaakt van het recht van vestiging. Het Koninkrijk Denemarken heeft derhalve het recht, maatregelen te treffen om een dergelijk misbruik tegen te gaan, door de inschrijving van het filiaal te weigeren.

24. Volgens de rechtspraak van het Hof kan een lidstaat stellig maatregelen treffen die tot doel hebben te verhinderen, dat sommige van zijn onderdanen van de krachtens het Verdrag geschapen mogelijkheden profiteren om zich op onaanvaardbare wijze aan hun nationale wetgeving te onttrekken en dat de justitiabelen zich met het oog op misbruik of bedrog op het gemeenschapsrecht kunnen beroepen (zie met name, voor het vrij verrichten van diensten, arresten van 3 december 1974, Van Binsbergen, 33/74, Jurispr. blz. 1299, punt 13; 3 februari 1993, Veronica Omroep Organisatie, [C-148/91](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-148-91-arrest), Jurispr. blz. I-487, punt 12, en 5 oktober 1994, TV10, [C-23/93](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-23-93-arrest), Jurispr. blz. I-4795, punt 21; voor de vrijheid van vestiging, arresten van 7 februari 1979, Knoors, 115/78, Jurispr. blz. 399, punt 25, en 3 oktober 1990, Bouchoucha, [C-61/89](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-61-89-arrest), Jurispr. blz. I-3551, punt 14; voor het vrij verkeer van goederen, arrest van 10 januari 1985, Leclerc e. a., 229/83, Jurispr. blz. 1, punt 27; voor de sociale zekerheid, arrest van 2 mei 1996, Paletta, [C-206/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-206-94-arrest), Jurispr. blz. I-2357, punt 24; voor het vrij verkeer van werknemers, arrest van 21 juni 1988, Lair, 39/86, Jurispr. blz. 3161, punt 43; voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid, arrest van 3 maart 1993, General Milk Products, [C-8/92](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-8-92-arrest), Jurispr. blz. I-779, punt 21; voor het vennootschapsrecht, arrest van 12 mei 1998, Refalas e. a., [C-367/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-367-96-arrest), Jurispr. blz. I-2843, punt 20).

25. Ofschoon in dergelijke omstandigheden de nationale rechterlijke instanties van geval tot geval op basis van objectieve gegevens rekening kunnen houden met misbruik of bedrog door de belanghebbenden en hen in voorkomend geval een beroep op de betrokken bepalingen van gemeenschapsrecht kunnen ontzeggen, dienen zij evenwel bij de beoordeling van een dergelijk gedrag ook het doel van de betrokken bepalingen van gemeenschapsrecht in aanmerking te nemen (arrest Paletta, reeds aangehaald, punt 25).

26. In het concrete geval van het hoofdgeding zij erop gewezen, dat de nationale bepalingen die de belanghebbenden hebben getracht te omzeilen, regels zijn betreffende de oprichting van vennootschappen en niet regels inzake de uitoefening van bepaalde beroepsactiviteiten. De verdragsbepalingen inzake de vrijheid van vestiging beogen juist, vennootschappen die in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Gemeenschap hebben, in staat te stellen door middel van een agentschap, een filiaal of een dochtervennootschap activiteiten in andere lidstaten te ontplooien.

27. In die omstandigheden is er nog geen sprake van misbruik van het recht van vestiging wanneer een onderdaan van een lidstaat die een vennootschap wil oprichten, besluit deze op te richten in de lidstaat waar de regels van vennootschapsrecht hem minder beperkingen opleggen, en in andere lidstaten filialen op te richten. Immers, het recht om een vennootschap op te richten in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat en filialen in het leven te roepen in andere lidstaten, is inherent aan de uitoefening, binnen een gemeenschappelijke markt, van de door het Verdrag gewaarborgde vrijheid van vestiging.

28. In dit verband is de omstandigheid dat het vennootschapsrecht in de Gemeenschap niet volledig is geharmoniseerd, van weinig belang; bovendien kan de Raad op basis van de hem bij artikel 54, lid 3, sub g, EG-Verdrag toegekende bevoegdheden, deze harmonisatie steeds aanvullen.

29. Bovendien volgt uit punt 16 van het arrest Segers, reeds aangehaald, dat het feit dat een vennootschap geen activiteiten ontplooit in de lidstaat waar zij gevestigd is, en haar activiteiten uitsluitend uitoefent in de lidstaat van haar filiaal, niet volstaat ten bewijze van misbruik of bedrog op grond waarvan laatstgenoemde lidstaat deze vennootschap een beroep op de communautaire bepalingen inzake het recht van vestiging zou kunnen ontzeggen.

30. Indien een lidstaat het filiaal van een vennootschap die is opgericht in overeenstemming met het recht van een andere lidstaat, waar zij haar zetel heeft, weigert in te schrijven op grond dat het filiaal is opgericht met de bedoeling dat de vennootschap haar volledige economische activiteit in de staat van ontvangst kan ontplooien, waardoor de nevenvestiging ontsnapt aan de nationale regels inzake een minimumkapitaal en de storting daarvan, is zulks derhalve onverenigbaar met de artikelen 52 en 58 van het Verdrag, voor zover daardoor de uitoefening van het recht op vrije nevenvestiging, waarvan de artikelen 52 en 58 van het Verdrag juist de eerbiediging beogen te verzekeren, wordt verhinderd.

31. Ten slotte moet de vraag worden onderzocht, of de betrokken nationale praktijk niet om de door de Deense autoriteiten aangevoerde redenen kan worden gerechtvaardigd.

32. Onder verwijzing naar zowel artikel 56 van het Verdrag als de rechtspraak van het Hof met betrekking tot dwingende redenen van algemeen belang, stelt het Styrelse dat de verplichting voor besloten vennootschappen een minimumbedrag aan maatschappelijk kapitaal te hebben en te storten, een dubbel doel dient: versterking van de financiële soliditeit van vennootschappen, ter bescherming van openbare schuldeisers tegen het risico dat hun schuldvorderingen oninbaar worden, daar zij, anders dan particuliere schuldeisers, geen zekerheidstelling of borgtocht kunnen verlangen, en, meer in het algemeen, bescherming van alle openbare of particuliere schuldeisers door bestrijding van het risico van oneigenlijk gebruik van faillissement wegens insolvabiliteit van vennootschappen waarvan het aanvangskapitaal ontoereikend was.

33. Het Styrelse voegt hieraan toe, dat er geen minder ingrijpend middel is om deze dubbele doelstelling te bereiken. Het andere middel ter bescherming van de schuldeisers, te weten de invoering van regels volgens welke onder bepaalde voorwaarden vennoten persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld, is ingrijpender dan de verplichting een minimumbedrag aan maatschappelijk kapitaal te hebben en te storten.

34. Na de vaststelling, dat de aangevoerde redenen niet onder artikel 56 van het Verdrag vallen, zij eraan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof nationale maatregelen die de uitoefening van de in het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden kunnen belemmeren of minder aantrekkelijk kunnen maken, aan vier voorwaarden moeten voldoen: zij moeten zonder discriminatie worden toegepast, hun rechtvaardiging vinden in dwingende redenen van algemeen belang, geschikt zijn om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen en niet verder gaan dan voor de bereiking van dat doel noodzakelijk is (zie arresten van 31 maart 1993, Kraus, C-19/92, Jurispr. blz. I-1663, punt 32, en 30 november 1995, Gebhard, [C-55/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-55-94-arrest), Jurispr. blz. I-4165, punt 37).

35. Aan deze voorwaarden is in casu niet voldaan. In de eerste plaats is de betrokken praktijk niet geschikt ter bereiking van de doelstelling van bescherming van de schuldeisers die zij wordt geacht na te streven, daar, indien de betrokken vennootschap een activiteit in het Verenigd Koninkrijk had ontplooid, haar filiaal in Denemarken zou zijn ingeschreven, ook al was de positie van de Deense schuldeisers dan even zwak geweest.

36. Vervolgens zij opgemerkt, dat aangezien de vennootschap die in het hoofdgeding aan de orde is, zich voordoet als een vennootschap naar Engels recht en niet als een vennootschap naar Deens recht, haar schuldeisers ervan op de hoogte zijn dat zij onder een andere wetgeving valt dan die welke in Denemarken voor de oprichting van besloten vennootschappen geldt, en zij kunnen zich beroepen op bepaalde regels van gemeenschapsrecht die hen beschermen, zoals de Vierde richtlijn (78/660/EEG) van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (PB L 222, blz. 11), en de Elfde richtlijn (89/666/EEG) van de Raad van 21 december 1989 betreffende de openbaarmakingsplicht voor in een lidstaat opgerichte bijkantoren van vennootschappen die onder het recht van een andere staat vallen (PB L 395, blz. 36).

37. Bovendien kunnen, in tegenstelling tot hetgeen de Deense autoriteiten hebben betoogd, maatregelen worden getroffen die minder ingrijpend zijn of die de fundamentele vrijheden minder aantasten, bijvoorbeeld door de openbare schuldeisers in de wet de mogelijkheid te bieden, zich de nodige zekerheden te verschaffen.

38. Het feit ten slotte dat een lidstaat de inschrijving van een filiaal van een vennootschap die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een andere lidstaat, waar zij haar zetel heeft, niet kan weigeren, sluit niet uit, dat eerstgenoemde staat alle maatregelen kan treffen ter bestrijding of bestraffing van fraude, hetzij ten aanzien van de vennootschap zelf, in voorkomend geval in samenwerking met de lidstaat waar zij is opgericht, hetzij ten aanzien van vennoten waarvan wordt aangetoond dat zij, via de oprichting van een vennootschap, in werkelijkheid trachten zich te onttrekken aan hun verplichtingen jegens particuliere of openbare schuldeisers die op het grondgebied van de betrokken lidstaat gevestigd zijn. Hoe dan ook kan fraudebestrijding geen rechtvaardiging vormen voor een praktijk waarbij de inschrijving van een filiaal van een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap wordt geweigerd.

39. Derhalve dient op de gestelde vraag te worden geantwoord, dat de artikelen 52 en 58 van het Verdrag zich ertegen verzetten, dat een lidstaat de inschrijving weigert van een filiaal van een vennootschap die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een andere lidstaat, waar zij gevestigd is maar geen bedrijfsactiviteiten ontplooit, wanneer het filiaal wordt opgericht met de bedoeling dat de betrokken vennootschap haar volledige activiteit kan ontplooien in de staat waar dit filiaal wordt opgericht, waardoor in laatstgenoemd land geen vennootschap hoeft te worden opgericht en aan toepassing van de voorschriften inzake de oprichting van vennootschappen, die aldaar strenger zijn met betrekking tot de storting van een minimumbedrag aan maatschappelijk kapitaal, wordt ontkomen. Deze uitlegging sluit echter niet uit, dat de autoriteiten van de betrokken lidstaat alle maatregelen kunnen treffen ter bestrijding of bestraffing van fraude, hetzij ten aanzien van de vennootschap zelf, in voorkomend geval in samenwerking met de lidstaat waar zij is opgericht, hetzij ten aanzien van vennoten waarvan wordt aangetoond dat zij, via de oprichting van een vennootschap, in werkelijkheid trachten zich te onttrekken aan hun verplichtingen jegens particuliere of openbare schuldeisers die op het grondgebied van de betrokken lidstaat gevestigd zijn.

### Kosten

40. De kosten door de Deense, de Franse, de Nederlandse en de Zweedse regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk alsmede de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

uitspraak doende op de door het Højesteret bij beschikking van 3 juni 1997 gestelde vraag, verklaart voor recht:

De artikelen 52 en 58 EG-Verdrag verzetten zich ertegen, dat een lidstaat de inschrijving weigert van een filiaal van een vennootschap die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een andere lidstaat, waar zij gevestigd is maar geen bedrijfsactiviteiten ontplooit, wanneer het filiaal wordt opgericht met de bedoeling dat de betrokken vennootschap haar volledige activiteit kan ontplooien in de staat waar dit filiaal wordt opgericht, waardoor in laatstgenoemd land geen vennootschap hoeft te worden opgericht en aan toepassing van de voorschriften inzake de oprichting van vennootschappen, die aldaar strenger zijn met betrekking tot de storting van een minimumbedrag aan maatschappelijk kapitaal, wordt ontkomen. Deze uitlegging sluit echter niet uit, dat de autoriteiten van de betrokken lidstaat alle maatregelen kunnen treffen ter bestrijding of bestraffing van fraude, hetzij ten aanzien van de vennootschap zelf, in voorkomend geval in samenwerking met de lidstaat waar zij is opgericht, hetzij ten aanzien van vennoten waarvan wordt aangetoond dat zij, via de oprichting van een vennootschap, in werkelijkheid trachten zich te onttrekken aan hun verplichtingen jegens particuliere of openbare schuldeisers die op het grondgebied van de betrokken lidstaat gevestigd zijn.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

14

EG-Verdrag art. 58 uitgelegd 12 voorkomens

EG-Verdrag art. 52 uitgelegd 11 voorkomens

EG-Verdrag art. 56 4 voorkomens

EG-Verdrag art. 177 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 54 1 voorkomen

[C-148/91, arrest van 3 februari 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-148-91-arrest) 1 voorkomen

[C-206/94, arrest van 2 mei 1996](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-206-94-arrest) 1 voorkomen

[C-23/93, arrest van 5 oktober 1994](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-23-93-arrest) 1 voorkomen

[C-264/96, arrest van 16 juli 1998](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-264-96-arrest) 1 voorkomen

[C-330/91, arrest van 13 juli 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-330-91-arrest) 1 voorkomen

[C-367/96, arrest van 12 mei 1998](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-367-96-arrest) 1 voorkomen

[C-55/94, arrest van 30 november 1995](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-55-94-arrest) 1 voorkomen

[C-61/89, arrest van 3 oktober 1990](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-61-89-arrest) 1 voorkomen

[C-8/92, arrest van 3 maart 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-8-92-arrest) 1 voorkomen

## Rechtspraak

18

### Europese Unie

18

Hof van Justitie C-116/16 26.02.2019

#### [Gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-116-16-arrest)

Hof van Justitie C-251/16 22.11.2017

#### [Vrijstelling van leveringen van gebouwen en het erbij behorend terrein anders dan bedoeld in artikel 4, lid 3, onder a)](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-251-16-arrest)

Hof van Justitie C-106/16 25.10.2017

#### [Grensoverschrijdende omzetting van een vennootschap](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-106-16-arrest)

## Rechtsleer

148

Werlauff, Erik: Ligeværdigt udenlandsk "discountselskab", Tidsskrift for skatter og afgifter 1999 nº 324 (DA)

Werlauff, Erik: Udenlandsk selskab til indenlandsk aktivitet, Ugeskrift for Retsvæsen 1999 B p.163-171 (DA)

Hofstötter, Michael: Niederlassungsfreiheit für Gesellschaften: Welcome to Delaware!, European Law Reporter 1999 p.156-157 (DE)

Sedemund, Jochim ; Hausmann, Friedrich Ludwig: Betriebs-Berater 1999 p.810-811 (DE)

Travers, Noel: The Right of Establishment of Companies which are Economically Inactive in their Member State of Registration, Commercial Law Practitioner 1999 p.159-166 (EN)

**Bekijk de 143 andere verwijzingen**

Cruysmans, M.: Revue de droit commercial belge 1999 p.364-366 (FR)

Simon, Denys: Europe 1999 Mai Comm. nº 165 p.10 (FR)

Idot, Laurence: Europe 1999 Mai Comm. nº 183 p.17-18 (FR)

Meilicke, Wienand: Der Betrieb 1999 p.627-628 (DE)

Neye, Hans-Werner: Entscheidungen zum Wirtschaftsrecht 1999 p.259-260 (DE)

Cascante, José Christian: Niederlassungsfreiheit contra Sitztheorie - Goodbye "Daily Mail"?, Recht der internationalen Wirtschaft 1999 p.450-451 (DE)

Höfling, Barbara: Die Centros-Entscheidung des EuGH - auf dem Weg zu einer Überlagerungstheorie für Europa, Der Betrieb 1999 p.1206-1208 (DE)

Geyrhalter, Volker: Niederlassungsfreiheit contra Sitztheorie - Good Bye "Daily Mail"?, Europäisches Wirtschafts- & Steuerrecht - EWS 1999 p.201-203 (DE)

Jungk, Antje: BRAK-Mitteilungen 1999 p.115 (DE)

Eilers, Stephan ; Wienands, Hans-Gerd: Neue steuerliche und gesellschaftsrechtliche Aspekte der Doppelansässigkeit von Kapitalgesellschaften nach der EuGH-Entscheidung, Internationales Steuerrecht 1999 p.289-296 (DE)

Roth, Günter H.: Gründungstheorie: Ist der Damm gebrochen?, Zeitschrift für Wirtschaftsrecht 1999 p.861-867 (DE)

Werlauff, Erik: Ausländische Gesellschaft für inländische Aktivität, Zeitschrift für Wirtschaftsrecht 1999 p.867-876 (DE)

Freitag, Robert: Der Wettbewerb der Rechtsordnungen im Internationalen Gesellschaftsrecht, Europäische Zeitschrift für Wirtschaftsrecht 1999 p.267-270 (DE)

De Kluiver, H.J.: De wet formeel buitenlandse vennootschappen op de tocht? Opmerkingen rond HvJEG 9 maart 1999 inzake Centros Limited (Zaak C-212/97), Weekblad voor privaatrecht, notariaat en registratie 1999 p.527-528 (NL)

X: Revue de jurisprudence de droit des affaires 1999 p.636-637 (FR)

Parleani, G.: Revue des sociétés 1999 p.391-398 (FR)

Tserkezis, Giorgos: Armenopoulos 1999 p.885-886 (EL)

Cardia, Carlo Geronimo: Tributi 1999 nº 5 p.583-586 (IT)

Kieninger, Eva-Maria: ECLR. Niederlassungsfreiheit als Rechtswahlfreiheit, Zeitschrift für Unternehmens- und Gesellschaftsrecht 1999 p.724-749 (DE)

Korn, Stefan ; Thaler, Christian: Das Urteil des EuGH in der Rs Centros: Ein Meilenstein für das europäische Gesellschaftskollisionsrecht?, Wirtschaftsrechtliche Blätter 1999 p.247-254 (DE)

Risse, Jörg: Monatsschrift für deutsches Recht 1999 p.752-754 (DE)

De Wulf, Hans: Centros: vrijheid van vestiging zonder race to the bottom, Ondernemingsrecht 1999 p.318-324 (NL)

Görk, Stefan: Notarius International 1999 p.86-94 (EN)

Eicker, Klaus: In the Centros Case the ECJ Delivered a Decision with Far-reaching Implications for Company Law and Tax Law, Intertax 1999 p.391-392 (EN)

Ducouloux-Favard, Claude: Fraude et droit d'établissement dans l'Union européenne, Petites affiches. La Loi 1999 nº 226 p.10-11 (FR)

Kjellgren, Anders: Centros - Bolagsvärldens flygande Holländare? EG-domstolens förhandsavgörande i mål C-212/97, Europarättslig tidskrift 1999 p.535-540 (SV)

Nowotny, Christian: OGH anerkennt Niederlassungsfreiheit für EU-/EWR-Gesellschaften, Österreichisches Recht der Wirtschaft 1999 p.697-698 (DE)

Sonnenberger, Hans Jürgen ; Großerichter, Helge: Konfliktlinien zwischen internationalem Gesellschaftsrecht und Niederlassungsfreiheit, Recht der internationalen Wirtschaft 1999 p.721-732 (DE)

Lange, Knut Werner: Deutsche Notar-Zeitschrift 1999 p.599-607 (DE)

Koblenzer, Thomas: Die Auswirkungen der "Centros"-Entscheidung des EuGH auf das deutsche Körperschaftsteuerrecht, Europäisches Wirtschafts- & Steuerrecht - EWS 1999 p.418-421 (DE)

Pellisé, Cristina: Jurisprudencia del Tribunal de Justicia de las Comunidades Europeas, Revista Jurídica de Catalunya 1999 p.1243-1246 (ES)

Steindorff, Ernst: Centros und das Recht auf die günstigste Rechtsordnung, Juristenzeitung 1999 p.1140-1143 (DE)

Fock, Till Henning: Sitztheorie im deutschen internationalen Steuerrecht nach der Centros-Entscheidung, Recht der internationalen Wirtschaft 1999 p.42-53 (DE)

Martin, D.: European Journal of Migration and Law 1999 Vol.1 p.387-388 (EN)

Sandrock, Otto: Centros: ein Etappensieg für die Überlagerungstheorie, Betriebs-Berater 1999 p.1337-1345 (DE)

Ebke, Werner F.: Das Schicksal der Sitztheorie nach dem Centros-Urteil des EuGH, Juristenzeitung 1999 p.656-661 (DE)

Ulmer, Peter: Schutzinstrumente gegen die Gefahren aus der Geschäftstätigkeit inländischer Zweigniederlassungen von Kapitalgesellschaften mit fiktivem Aulandssitz, Juristenzeitung 1999 p.662-665 (DE)

Behrens, Peter: Das Internationale Gesellschaftsrecht nach dem Centros-Urteil des EuGH, Praxis des internationalen Privat- und Verfahrensrechts 1999 p.323-331 (DE)

Bungert, Hartwin: Konsequenzen der Centros-Entscheidung des EuGH für die Sitzanknüpfung des deutschen internationalen Gesellschaftsrechts, Der Betrieb 1999 p.1841-1844 (DE)

Hammen, Horst: Zweigniederlassungsfreiheit europäischer Gesellschaften und Mitbestimmung der Arbeitnehmer auf Unternehmensebene, Wertpapier-Mitteilungen 1999 p.2487-2495 (DE)

Craufurd-Smith, Rachael: The establishment of companies in European Community law : choice of law or abuse of rights?, European current law 1999 Part 11 p.xi-xv (EN)

Görk, Stefan: MittBayNot 1999 nº 3 p.300-302 (DE)

Tountopoulos, Vasileios D.: Eleftheria egkatastasis nomikon prosopon sto koinotiko dikaio. Skepseis schetika me tin apofasi tis 9.3.1999 tou DEK. (Centros Ltd/Erhvervs- og Selskabsstyrelsen, C-212/1997), Dikaio Epicheiriseon & Etairion 1999 p.1118-1127 (EL)

Sancho Villa, Diana: La dudosa compatibilidad con el Derecho comunitario de la construcción del Tribunal de Justicia de la Comunidad Europea en la sentencia Centros Ltd, La ley 1999 Vol. 6 p.1851-1860 (ES)

Deguée, Jean-Pierre: Pratique du "Forum shopping" et exigences en matière bancaire et financière, Euredia 1999 p.387-397 (FR)

Garcimartín Alférez, Francisco J.: El Tratado CE y la sitztheorie: el TJCE considera - por fin - que son incompatibles, Revista española de Derecho Internacional 1999 p. 295-298 (ES)

Olivieri, Eleonora: Presupposti, condizioni e limiti dell'esercizio del diritto di stabilimento da parte della società ai sensi degli articoli 52-58 del Trattato istitutivo della Comunità europea, Diritto pubblico comparato ed europeo 1999 p.1228-1233 (IT)

Antonucci, Angela: Quaderni di diritto privato europeo 1999 p.277-279 (IT)

Brödermann, Eckart: Zeitschrift für Zivilprozeß International 1999 Bd.4 p.259-272 (DE)

Vlas, P.: Nederlandse jurisprudentie ; Uitspraken in burgerlijke en strafzaken 2000 nº 48 (NL)

Flessner, Axel: Schiffbruch der Interpreten und Statuten, Zeitschrift für europäisches Privatrecht 2000 p.1-4 (DE)

Roth, Wulf-Henning: Case C-212/97, Centros Ltd v. Erhvervs- og Selskabsstyrelsen, Judgment of 9 March 1999. Full Court, Common Market Law Review 2000, Volume 37, Issue 1, p. 143-151 (EN)

Borges, Georg: Die Sitztheorie in der Centros-Ära : vermeintliche Probleme und unvermeidliche Änderungen, Recht der internationalen Wirtschaft 2000 p.167-178 (DE)

Puszkajler, Karl Peter: Luxemburg locuta, causa non finita?, Praxis des internationalen Privat- und Verfahrensrechts 2000 p.79-80 (DE)

Höfling, Barbara: Die Sitztheorie, Centros und der österreichische OGH, Europäische Zeitschrift für Wirtschaftsrecht 2000 p.146-147 (DE)

Zimmer, Daniel: Mysterium "Centros" : von der schwierigen Suche nach der Bedeutung eines Urteils des Europäischen Gerichtshofes, Zeitschrift für das gesamte Handelsrecht und Wirtschaftsrecht 2000 p.23-42 (DE)

Cabral, Pedro ; Cunha, Patrícia: "Presumed innocent": companies and the exercise of the right of establishment under Community law, European Law Review 2000, Volume 25, Issue 2, p. 157-164 (EN)

Zimmer, Daniel: Die Bedeutung des Centros-Urteils des EuGH : Referat im Rahmen der Vortragsreihe "Fragen der europäischen Integration" : Bonn, 15.11.1999, Vorträge und Berichte / Zentrum für Europäisches Wirtschaftsrecht 2000 Nr. 110 29 p. (DE)

Jazottes, Gérard ; Luby, Monique ; Poillot-Peruzzetto, Sylvaine: Droit européen des affaires. La libre circulation des personnes et des services, Revue trimestrielle de droit commercial et de droit économique 2000 p.224-226 (FR)

Timmermans, C.W.A.: S.E.W. ; Sociaal-economische wetgeving 2000 p.221-223 (NL)

Papadimitriou, Christos: I dynatotita anastolis tis efarmogis koinotikou dikaiou se periptosi epiklisis tou pros katastratigisi tis ethnikis nomothesias. Skepseis me aformi tin apofasi tou D.E.K. stin ypothesi C-212/97 Centros Ltd/Erhrvervs-og Selskabsstyrelsen tis 9.3.1999, Epitheorisis Dikaiou Koinonikis Asfaliseos 2000 p.99-102 (EL)

Roth, Wulf-Henning: "Centros": Viel Lärm um Nichts?, Zeitschrift für Unternehmens- und Gesellschaftsrecht 2000 p.311-338 (DE)

Timmerman, L.: Conferentie in Londen over Centros, Ondernemingsrecht 2000 p.218-220 (NL)

Luby, Monique: Chronique de jurisprudence du Tribunal et de la Cour de justice des Communautés européennes. Circulation des personnes et des services, Journal du droit international 2000 p.482-484 (FR)

Gestri, Marco: Mutuo riconoscimento delle società comunitarie, norme di conflitto nazionali e frode alla legge: il caso "Centros", Rivista di diritto internazionale 2000 p.71-112 (IT)

R.W.: Giurisprudenza italiana 2000 p.767 (IT)

Fortunato, Susanna: La libertà di stabilimento delle società in una recente sentenza della Corte di giustizia: il caso CENTROS, Il Diritto dell'Unione Europea 2000 p.83-90 (IT)

Fortunato, S.: Il Foro italiano 2000 IV Col.317-322 (IT)

Dam, Henrik: Sikkerhedsstillelse med garanti for problemer, Ugeskrift for Retsvæsen B 2000 p.352-359 (DA)

Kindler, Peter: Das Centros-Urteil des Europäischen Gerichtshofs - Eine Analyse aus dem Blickwinkel des Europäischen Gemeinschaftsrechts, des Gesellschaftsrechts und des internationalen Privatrechts, Schriftenreihe der Gesellschaftsrechtlichen Vereinigung, Bd. 2, Gesellschaftsrecht in der Diskussion 1999 2000 p.87-110 (DE)

Merkt, Hanno: Das Centros-Urteil des Europäischen Gerichtshofs - Konsequenzen für den nationalen Gesetzgeber -, Schriftenreihe der Gesellschaftsrechtlichen Vereinigung, Bd. 2, Gesellschaftsrecht in der Diskussion 1999 2000 p.111-150 (DE)

Koppensteiner, Hans-Georg: Centros und die Folgen, Schriftenreihe der Gesellschaftsrechtlichen Vereinigung, Bd. 2, Gesellschaftsrecht in der Diskussion 1999 2000 p.151-185 (DE)

Kiem, Roger: Das Centros-Urteil des Europäischen Gerichtshofs - Praktische Gestaltungs- und Reaktionsmöglichkeiten aus dem Blickwinkel der Gesellschaften -, Schriftenreihe der Gesellschaftsrechtlichen Vereinigung, Bd. 2, Gesellschaftsrecht in der Diskussion 1999 2000 p.199-215 (DE)

Hemeling, Peter: Das Centros-Urteil - Praktische Folgen aus Bankensicht -, Schriftenreihe der Gesellshaftsrechtlichen Vereinigung, Bd. 2, Gesellschaftsrecht in der Diskussion 1999 2000 p.217-230 (DE)

Hillmann, Reinhard: Das Centros-Urteil des Europäischen Gerichtshofs - Konsequenzen für die Rechtsprechung -, Schriftenreihe der Gesellschaftsrechtlichen Vereinigung, Bd. 2, Gesellschaftsrecht in der Diskussion 1999 2000 p.231-243 (DE)

Buxbaum, Richard M.: Back to the Future? From "Centros" to the "Überlagerungstheorie", Festschrift für Otto Sandrock zum 70. Geburtstag 2000 p.149-163 (EN)

Behrens, Peter: Reaktionen mitgliedstaatlicher Gerichte auf das Centros-Urteil des EuGH, Praxis des internationalen Privat- und Verfahrensrechts 2000 p.384-390 (DE)

Mechelli, Stefano: Libertà di stabilimento per le società comunitarie e diritto societario dell'Unione Europea, Rivista del diritto commerciale e del diritto generale delle obbligazioni 2000 II p.83-128 (IT)

Deguée, J.P.: "Forum shopping" usage ou abus de la liberté d'établissement, Revue pratique des sociétés 2000 p.51-83 (FR)

Rappaport, Ilan: Companies in General, The Journal of Business Law 2000 p.628-633 (EN)

Werlauff, Erik: The Consequences of the Centros Decision: Ends and Means in the Protection of Public Interests, European Taxation 2000 p.542-545 (EN)

Friden, Georges: Cour de justice des communautés européennes. Liberté d'établissement des personnes morales et abus de droit:. L'arrêt Centros, Annales du droit luxembourgeois 2000 p.333-341 (FR)

Behrens, Peter: International Company Law in View of the Centros Decision of the ECJ, European Business Organization Law Review 2000 Vol.1 p.125-146 (EN)

Edwards, Vanessa: Case-Law of the European Court of Justice on Freedom of Establishment after Centros, European Business Organization Law Review 2000 Vol.1 p.147-155 (EN)

Forsthoff, Ulrich: Niederlassungsrecht für Gesellschaften nach dem Centros-Urteil des EuGH: Eine Bilanz, Europarecht 2000 p.167-196 (DE)

Hoffstötter, Michael ; Svenningsen, Jesper: Case Law of the Court of Justice and of the Court of First Instance (January-April 1999). Case C-212/97, Centrols Ltd v Erhvervsog Selskabsstyrelsen, 8 March 1999, ECR \[1999\] I-1459, Revue des affaires européennes 2000 p.300-304 (EN)

Luttermann, Claus: Mit dem Europäischen Gerichtshof (Centros) zum internationalen Unternehmens- und Kapitalmarktrecht - Kollisionsrecht in den Zeiten des Internet -, Zeitschrift für europäisches Privatrecht 2000 p.907-921 (DE)

Mucciarelli, Federico Maria: Libertà di stabilimento comunitaria e concorrenza tra ordinamenti societari, Giurisprudenza commerciale 2000 II p.559-579 (IT)

Koppensteiner, Hans-Georg: Die Sitzverlegungsrichtlinie nach Centros, Festschrift für Marcus Lutter zum 70. Geburtstag 2000 p.141-156 (DE)

Friis Hansen, Søren: C-212 og L 212. Konsekvenserne for dansk og europæisk selskabsret, Nordisk Tidsskrift for Selskabsret 2000 p.45-64 (DA)

Della Chà, Alessandro: Companies, right of establishment and the Centros judgement of the European Court of Justice, Diritto del commercio internazionale 2000 p.925-939 (EN)

Rammeloo, S.F.G.: Vrij verkeer van rechtspersonen in "Europa" na Hof van Justitie EG Centros. Nieuwe prejudiciële procedures: IPR-zetelleren verenigbaar met EG-Verdrag?, Nederlands internationaal privaatrecht 2000 p.273-282 (NL)

Sánchez Lorenzo, Sixto: El Derecho europeo de sociedades y la sentencia "Centros": La relevancia de la "sede real" en el ámbito comunitario, Anuario español de derecho internacional privado 2000 p.115-157 (ES)

Höher, Gerret: Die Vereinbarkeit der Sitztheorie mit Art. 43, 48 EGV nach dem Urteil Centros Ltd. : zum Inhalt der Niederlassungsfreiheit und ihre Auswirkungen auf das internationale Gesellschaftsrecht im Licht der Rechtsfortbildung durch den EuGH, Aktuelle Probleme des europäischen und internationalen Wirtschaftsrechts 2001 Bd.3 p.257-322 + 492 (DE)

Perrone, Andrea: Dalla libertà di stabilimento alla competizione fra gli ordinamenti? Riflessioni sul "caso Centros", Rivista delle società 2001 p.1292-1307 (IT)

Ebke, Werner F.: Centros - Some Realities and Some Mysteries, American Journal of Comparative Law 2001 p.623-660 (EN)

Garcimartín Alférez, Francisco J.: La sentencia "Centros": el status quaestionis un año después, Noticias de la Unión Europea 2001 nº 195 p.79-95 (ES)

Werlauff, Erik: The Main Seat Criterion in a New Disguise - An Acceptable Version of the Classic Main Seat Criterion?, European Business Law Review 2001 p.2-6 (EN)

Lauterfeld, Marc: "Centros" and the EC Regulation on Insolvency Proceedings: The End of the "Real Seat" Approach towards Pseudo-foreign Companies in German International Company and Insolvency Law? - The Danger of Diverging Developments of the Connecting Factors in Company and Insolvency Law, European Business Law Review 2001 p.79-88 (EN)

Behrens, Peter: Anerkennung, internationale Sitzverlegung und grenzüberschreitende Umstrukturierung von Gesellschaften nach dem Centros-Urteil des EuGH, Juristische Blätter 2001 p.341-355 (DE)

Rotondaro, Carmine: Alcune implicazioni della sentenza Centros ovvero sulla compatibilità dell'istituendo regime CFC italiano con il diritto comunitario, Rivista di diritto tributario internazionale 2001 nº 1 p.387-432 (IT)

Rotondaro, Carmine: Some implications of the Centros judgement and on the compatibility with Community law of the Italian CFC regime to be instituted, Rivista di diritto tributario internazionale 2001 nº 1 p.433-476 (IT)

Behrens, Peter: Die Anerkennung von Gesellschaften nach dem Centros-Urteil des EuGH, Zeitschrift für Europarecht 2001 p.78-83 (DE)

Munari, Francesco ; Terrile, Paolo: The Centros Case and the Rise of and EC Market for Corporate Law, Il diritto dell'Unione Europea 2001 p.1-38 (EN)

Von Halen, Curt Christian: Das Gesellschaftsstatut nach der Centros-Entscheidung des EuGH, Abhandlungen zum Recht der internationalen Wirtschaft 2001 323 p. (DE)

Fierstra, M.A.: Vestigingsvrijheid en venootschappen: veel (prejudiciële) vragen, Nederlands tijdschrift voor Europees recht 2001 p.221-225 (NL)

Maciąg, Marek ; Tereszkiewicz, Piotr: Uwagi na tle wyroku Trybunału Sprawiedliwości Wspólnot Europejskich w sprawie Centros, Transformacje Prawa Prywatnego 2001 Vol.2 p.93-107 (PL)

Barone, Anselmo: Diritto comunitario e disciplina applicabile alle sedi secondarie di società estere, Rivista del notariato 2002 I p.89-102 (IT)

Kessler, Alexander ; Legeais, Dominique ; Grassi, Irene ; Lauser, Karl-Heinz ; González Beilfuss, Christina ; Birds, John: Casebook Europäisches Gesellschafts- und Unternehmensrecht, Casebooks Entscheidungen des EuGH 2002 Bd.3 p.84-100 (DE)

Novacek, Erich: Zur Niederlassungsfreiheit nach dem Centros-Urteil, Ecolex 2002 p.515-517 (DE)

Nelson, Maria: Aktiebolags etableringsrätt i EU - en studie utifrån målen Segers, Daily Mail och Centros, Svensk Skattetidning 2002 p.635-656 (SV)

Ballarino, Tito: From Centros to Überseering. EC Right of Establishement and the Conflict of Laws, Yearbook of private international law 2002 p. 203-216 (EN)

Götz, Ulrike: Der Vorentwurf für einen Richtlinienvorschlag zur Sitzverlegung von Gesellschaften im Lichte des Centros-Urteils des EuGH, Aktuelle Probleme des europäischen und internationalen Wirtschaftsrechts 2002 Bd.4 p.253-297 (DE)

Wulf-Henning, Roth: From Centros to Ueberseering: Free Movement of Companies, Private International law, and Community law, International and Comparative Law Quarterly 2003 p.177-208 (EN)

Weller, Marc-Philippe: Scheinauslandsgesellschaften nach Centros, Überseering und Inspire Art: Ein neues Anwendungsfeld für die Existenzvernichtungshaftung, Praxis des internationalen Privat- und Verfahrensrechts 2003 p.207-210 (DE)

Ballarino, Tito: Sulla mobilità delle società nella Comunità Europea. Da Daily Mail a Überseering: norme imperative, norme di conflitto e libertà comunitarie, Rivista delle società 2003 p.669-698 (IT)

Ballarino, Tito: Les règles de conflit sur les sociétés commerciales à l'épreuve du droit communautaire d'établissement. Remarques sur deux arrêts récents de la Cour de justice des Communautés européennes, Revue critique de droit international privé 2003 p.373-402 (FR)

Gulmann, Claus: Lidt om selskabers etableringsret i lyset af Centros- og Überseering-dommene, Hyldestskrift til Jørgen Nørgaard 2003 p.895-906 (DA)

Colangelo, Margherita: Da Centros a Inspire Art. Libertà d'impresa e competizione regolamentare nella più recente giurisprudenza comunitaria, Contratto e impresa / Europa 2003 p.1220-1242 (IT)

Schurig, Klaus: "Ingmar" und die "international zwingende" Handelsvertreter-Richtlinie oder: Die Urzeugung einer Kollisionsnorm, Festschrift für Erik Jayme 2004 Bd.1 p. 837-847 (DE)

Franzen, Martin: Niederlassungsfreiheit, internationales Gesellschaftsrecht und Unternehmensmitbestimmung, Recht der Arbeit 2004 p.257-263 (DE)

Bitter, Georg: Flurschäden im Gläubigerschutzrecht durch "Centros & Co."?, Wertpapier-Mitteilungen 2004 p.2190-2200 (DE)

Kalss, Susanne: The Transfer of Shares of Private Companies, European Company and Financial Law Review 2004 Vol.1 nº 3 p.340-367 (EN)

Lehmann, Matthias: Fällt die Sitztheorie jetzt auch international? - Zur Vereinbarkeit der kollisionsrechtlichen Anknüpfung an den Gesellschaftssitz mit dem GATS, Recht der internationalen Wirtschaft 2004 p.816-823 (DE)

Vlas, P.: Arresten ondernemingsrecht (Ed. Kluwer - Deventer) 2005 p.1190-1192 (NL)

Triebel, Volker ; Otte, Sabine ; Kimpel, Bert: Die englische Limited Liability Partnership in Deutschland: Eine attraktive Rechtsform für deutsche Beratungsgesellschaften, Betriebs-Berater 2005 p.1233-1241 (DE)

Kirchner, Christian ; Painter, Richard W. ; Kaal, Wulf A.: Regulatory Competition in EU Corporate Law after 'Inspire Art': Unbundling Delaware's Product for Europe, European Company and Financial Law Review 2005 Vol.2 nº 2 p.159-206 (EN)

Priester, Hans-Joachim: Die deutsche GmbH nach "Inspire Art" - brauchen wir eine neue?, Der Betrieb 2005 p.1315-1320 (DE)

Binz, Mark K. ; Mayer, Gerd: Die Rechtsstellung von Kapitalgesellschaften aus Nicht-Eu/EWR/USA-Staaten mit Verwaltungssitz in Deutschland, Betriebs-Berater 2005 p.2361-2368 (DE)

Schacherreiter, Judith: Publizitätsloses Sicherungseigentum im deutsch-österreichischen Grenzverkehr, Zeitschrift für Rechtsvergleichung, internationales Privatrecht und Europarecht 2005 p.173-184 (DE)

Sandrock, Otto: Niederlassungsfreiheit und Internationales Gesellschaftsrecht, Europäisches Wirtschafts- & Steuerrecht - EWS 2005 p.529-538 (DE)

Haselberger, Rudolf: Konkordanzen und Disparitäten des Europarechts, Zeitschrift für Rechtsvergleichung, internationales Privatrecht und Europarecht 2006 p.98-106 (DE)

Giovannopoulos, Rigas G.: "Inspire Art" und die Folgen für das europäische und das nationale Recht aus griechischer Perspektive, Europäisierung des Handels- und Wirtschaftsrechts 2006 p.51-71 (DE)

Йосифова, Таня: Избрани решения по търговско право, Търговско и конкурентно право 2007 p.15-18 (BG)

Baudenbacher, Laura Melusine: Überlegungen zum Verbot des Rechtsmissbrauchs im Europäischen Gemeinschaftsrecht, Zeitschrift für Rechtsvergleichung, internationales Privatrecht und Europarecht 2008 p.205-218 (DE)

Kußmaul, Heinz ; Richter, Lutz ; Ruiner, Christoph: Grenzenlose Mobilität?! - Zum Zuzug und Wegzug von Gesellschaften in Europa, Europäisches Wirtschafts- & Steuerrecht - EWS 2009 p.1-10 (DE)

Roth, Günter H.: Die Bedeutung von Cadbury-Schweppes für die Centros-Judikatur des EuGH, Europäische Zeitschrift für Wirtschaftsrecht 2010 p.607-611 (DE)

Vlas, P.: Ondernemingsrecht: Jurisprudentie en Annotaties, 1897-2010: een selectie (Ed. Ars Aequi Libri - Nijmegen) 2010 p.455-456 (NL)

Nicolau, Simona Florica: Concepţia şi practica Curţii de Justiţie a Uniunii Europene în ceea ce priveşte abuzul de drept, Pandectele Romane: repertoriu trimestrial de jurisprudenta, doctrina si legislatie 2012 Vol.5 p.80-96 (RO)

Gongeta, Sanja: Promjene regulatornog okvira njemačkog društva s ograničenom odgovornošću kao posljedica regulatorne konkurencije u području prava društava među državama članicama Europske unije, Zbornik Pravnog fakulteta Sveučilišta u Rijeci 2014 n° 2 p.819-849 (HR)

Gelter, Martin: Centros, the Freedom of Establishment for Companies and the Court's Accidental Vision for Corporate Law, EU law stories: contextual and critical histories of European jurisprudence (Ed. Cambridge University Press) 2017, p. 309-337 (EN)

Planitzer, Lukas: Niederlassungsfreiheit schützt auch isolierte Satzungssitzverlegungen, Ecolex 2018 p.255-257 (DE)

Ringe, Wolf-Georg: Centros and the Free Movement of Companies, Landmark Cases in EU Law. Volume 2: Substantive Cases (Hart Publishing, Oxford) 2025, p. 187-204 (EN)
