---
title: "HvJ EU, 203/87, arrest van 21 februari 1989 · Zesde richtlijn 77/388 art. 2, EEG-Verdrag art. 169"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 februari 1989, 203/87: zesde richtlijn 77/388 art. 2, EEG-Verdrag art. 169."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-203-87-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-203-87-arret"
---

# Arrest van het Hof van 21 februari 1989, 203/87 · Zesde richtlijn 77/388 art. 2, EEG-Verdrag art. 169

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Voltallige zitting

**Zaak**

203/87

**ECLI**

ECLI:EU:C:1989:74

**Datum**

21 februari 1989

## De zaak

**Procedure**

Beroep wegens niet-nakoming gegrond

**Zaak ingediend op**

3 juli 1987

**Advocaat-generaal**

[Mischo conclusie van 2 december 1988](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-203-87-conclusie)

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Italiaans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1989, blz. 371

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Due

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Fiscale bepalingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10%2C578-4.10) [Harmonisatie van de belastingwetgevingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02%2C578-4.10.02) [Belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01%2C578-4.10.02.01) [Vrijstellingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.02.01.07%2C578-4.10.02.01.07) 257 beslissingen

## Tekst

16 paragrafen

### Arrest

1. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 3 juli 1987, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek, door in de jaren na 31 december 1983 vrijstelling van BTW met teruggave van voorbelasting te verlenen voor bepaalde handelingen ten behoeve van de slachtoffers van de aardbeving in Campania en Basilicata, inbreuk heeft gemaakt op [artikel 2 van de Zesde richtlijn 77/388](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB 1977, L 145, blz. 1, hierna: Zesde richtlijn).

2. De Zesde richtlijn omschrijft in artikel 2 de handelingen die aan BTW onderworpen moeten zijn, te weten „de leveringen van goederen en de diensten, welke in het binnenland door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht”, alsmede „de invoer van goederen”. Hoofdstuk X van de richtlijn voorziet in vrijstellingen voor bepaalde categorieën handelingen.

3. Op 3 november 1981 gaf de Raad op verzoek van de Italiaanse regering beschikking 81/890, waarbij de Italiaanse Republiek werd gemachtigd om in het kader van de steunverlening aan de slachtoffers van de aardbevingen in Zuid-Italië tijdelijk af te wijken van het stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde (PB 1981, L 322, blz. 40).

4. Op grond van deze beschikking was de Italiaanse Republiek gerechtigd om tot en met 31 december 1981 voor bepaalde handelingen vrijstelling met teruggave van voorbelasting te verlenen. Die handelingen waren opgenomen in een lijst in de bijlage bij de beschikking en kwamen overeen met de handelingen genoemd in naar aanleiding van de aardbeving vastgestelde Italiaanse wetten en wetsdecreten. De bijlage bij de beschikking vermeldde ook de voorwaarden voor vrijstelling van deze handelingen. Volgens de beschikking moest de Italiaanse Republiek de nodige voorzieningen treffen om ervoor te zorgen, dat de belastingplichtigen aangifte deden van de gegevens die nodig waren voor de vaststelling van de eigen middelen van de Gemeenschap met betrekking tot de betrokken handelingen.

5. Bij de beschikkingen 82/424 van 21 juni 1982 (PB 1982, L 184, blz. 26) en 84/87 van 6 februari 1984 (PB 1984, L 40, blz. 30) verlengde de Raad de machtiging tot 31 december 1983. Bij jaarlijkse wetsdecreten handhaafde de Italiaanse Republiek deze vrijstelling met teruggave van de voorbelasting echter tot 31 december 1988, waarbij zij wel de eigen middelen van de Gemeenschap met betrekking tot de vrijgestelde handelingen aangaf.

6. Van oordeel dat handhaving van de vrijstelling zonder machtiging van de Raad in strijd was met de Zesde richtlijn, heeft de Commissie de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag ingeleid.

7. Voor een nadere uiteenzetting van de voorgeschiedenis van het geding, het procesverloop alsmede de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

8. De Italiaanse Republiek betoogt, dat de vrijstelling van bepaalde handelingen naar aanleiding van een natuurramp niet valt onder de werkingssfeer van de Zesde richtlijn en dat de bepalingen van hoofdstuk X van deze richtlijn betreffende de vrijstellingen op dit punt derhalve niet uitputtend zijn. Zij voegt hieraan toe, dat volgens de elfde overweging van de richtlijn de bepalingen betreffende de vrijstellingen beogen, een vergelijkbare heffing van de eigen middelen in alle Lid-Staten mogelijk te maken; de omstreden vrijstelling zou overeenkomstig de beschikkingen van de Raad zodanig zijn uitgewerkt, dat iedere invloed op de eigen middelen is uitgesloten. Door de vrijstelling toe te staan, zou de Raad hebben erkend dat deze niet in strijd was met de Zesde richtlijn. Ten slotte betoogt de Italiaanse Republiek dat zij, nu zij gedurende de gehele periode de in de bijlagen bij de beschikkingen van de Raad gestelde voorwaarden volledig heeft geëerbiedigd, geen inbreuk op de richtlijn heeft gemaakt.

9. Deze redenering kan niet worden aanvaard. De vrijstellingsbepalingen van hoofdstuk X van de Zesde richtlijn hebben niet alleen tot doel, een vergelijkbare heffing van de eigen middelen van de Gemeenschap in alle Lid-Staten mogelijk te maken, maar dragen ook bij tot de verwezenlijking van de algemene strekking van de richtlijn, te weten de verzekering van een eenvormige grondslag voor de BTW opdat, aldus met name de vierde overweging, uiteindelijk een gemeenschappelijke markt tot stand wordt gebracht waar een gezonde mededinging bestaat en waarvan de kenmerken analoog zijn aan die van een echte binnenlandse markt. Derhalve zijn de bepalingen van hoofdstuk X uitputtend.

10. Daar in hoofdstuk X niet is voorzien in een vrijstelling als de thans in geding zijnde, vormt deze een afwijking van de algemene regel van [artikel 2](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) van de richtlijn. Tot een dergelijke afwijking kan niet eenzijdig door een Lid-Staat worden besloten. De Raad heeft de litigieuze afwijking in zijn beschikkingen slechts voorlopig toegestaan en daarbij een nauwkeurige vervaldatum aangegeven. Door de vrijstelling zonder toestemming van de Raad na deze datum te verlengen, heeft de Italiaanse Republiek derhalve inbreuk gemaakt op [artikel 2](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) van de richtlijn.

11. Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door voor de periode tussen 1 januari 1984 en 31 december 1988 vrijstelling van BTW met teruggave van voorbelasting te verlenen voor bepaalde handelingen ten behoeve van de slachtoffers van de aardbeving in Campania en Basilicata, inbreuk heeft gemaakt op het bepaalde in [artikel 2 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) (77/388) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag.

### Kosten

12. Volgens artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien verweerster in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

rechtdoende, verklaart:

1) Door voor de periode tussen 1 januari 1984 en 31 december 1988 vrijstelling van BTW met teruggave van voorbelasting te verlenen voor bepaalde handelingen ten behoeve van de slachtoffers van de aardbeving in Campania en Basilicata, heeft de Italiaanse Republiek inbreuk gemaakt op het bepaalde in [artikel 2 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) (77/388) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag.

2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

2

[Zesde richtlijn 77/388 art. 2](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) 5 voorkomens

EEG-Verdrag art. 169 2 voorkomens

## Rechtspraak

6

### Europese Unie

6

Conclusie van advocaat-generaal Sharpston C-132/06 25.10.2007

#### [Verplichtingen in binnenlands verkeer](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-132-06-conclusie)

Hof van Justitie C-287/00 20.06.2002

#### [Zesde richtlijn 77/388 art. 13 en art. 2](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-287-00-arrest)

Conclusie van advocaat-generaal Darmon C-63/92 30.06.1993

#### [Zesde richtlijn 77/388 art. 13 en art. 2](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-63-92-conclusie)

## Rechtsleer

1

E.K.: Droit fiscal 1989 2070
