Arrest van het Hof van 16 december 1986, 200/85 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Voltallige zitting 200/85 ECLI:EU:C:1986:492 16 december 1986

Zoeken

Arrest van het Hof van 16 december 1986, 200/85EEG-Verdrag art. 95 en art. 169

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-200-85-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Voltallige zitting
Zaak
200/85
ECLI
ECLI:EU:C:1986:492
Datum
16 december 1986

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Beroep wegens niet-nakoming ongegrond
Zaak ingediend op
1 juli 1985
Advocaat-generaal
Mischo conclusie van 1 oktober 1986

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Italiaans
Jurisprudentie
Jurispr. 1986, blz. 3953
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Rodríguez Iglesias
Repertorium van het Hof

Tekst

30 paragrafen

ARREST

1.

Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 1 juli 1985, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek, door de invoering en de handhaving van gedifferentieerde BTW-tarieven voor auto's met dieselmotor, die verschillen naargelang van de cilinderinhoud, waardoor het hogere tarief uitsluitend geldt voor— met name uit andere Lid-Staten — ingevoerde auto's, de krachtens artikel 95 EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.

2.

Voor de bepalingen van de betrokken Italiaanse wettelijke regeling en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen uit het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dit noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

I — De ontvankelijkheid

3.

De Italiaanse regering merkt op, dat de Commissie Italië in het met redenen omklede advies verwijt dat zij een inbreuk op artikel 95, eerste alinea, EEG-Verdrag heeft gemaakt, terwijl zij in het verzoekschrift concludeert tot veroordeling wegens niet-nakoming van de uit artikel 95 voortvloeiende verplichtingen. Uit de nadere gegevens die de Commissie in haar repliek heeft verstrekt, blijkt overigens dat de grieven betrekking hebben op de niet-nakoming van artikel 95, tweede alinea. Bijgevolg zou het beroep niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

4.

In dit verband moet worden vastgesteld dat in de conclusie van het met redenen omklede advies inderdaad sprake is van niet-nakoming van artikel 95, eerste alinea, doch dat de tweede alinea van dit artikel in dat advies tweemaal uitdrukkelijk wordt vermeld. Bovendien is in dat advies sprake van het protectionistische karakter van de betwiste Italiaanse wettelijke regeling. Bijgevolg doelt het advies, in zijn geheel genomen, op de twee alinea's van artikel 95.

5.

Er is dus in de loop van de procedure geen wijziging van het onderwerp van het geding geweest, die de niet-ontvankelijkheid van het beroep had kunnen meebrengen.

6.

Onder deze omstandigheden moet de door de Italiaanse regering opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid worden verworpen.

II — Ten gronde

7.

De grief van de Commissie betreft de gedifferentieerde belastingregeling voor dieselauto's, die voortvloeit uit de wijziging, ingevoerd bij het decreto-legge van 26 mei 1978, dat op 24 juli 1978 is omgezet in wet nr. 388. Terwijl voordien alle auto's met een cilinderinhoud van 2000 cm3 of minder aan het normale BTW-tarief waren onderworpen en het verhoogde tarief werd toegepast op auto's met een grotere cilinderinhoud, werd vanaf genoemde wijziging de drempel waarboven auto's met dieselmotor aan het verhoogde tarief zijn onderworpen, van 2000 op 2500 cm3 gebracht, wat volgens de Commissie tot gevolg heeft dat het verhoogde tarief enkel de ingevoerde auto's treft.

8.

Alvorens te onderzoeken of deze regeling zich verdraagt met artikel 95 EEG-Verdrag, dient eraan te worden herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof het gemeenschapsrecht bij de huidige stand van zijn ontwikkeling geen beperking inhoudt van de vrijheid van iedere Lid-Staat om met behulp van objectieve criteria voor bepaalde produkten een systeem van gedifferentieerde belastingen in te voeren. De aan de Lid-Staten gelaten vrijheid inzake de heffing van interne belastingen kan evenwel afwijkingen van het in artikel 95 geformuleerde fundamentele beginsel van non-discriminatie op fiscaal gebied niet rechtvaardigen, doch dient binnen het kader van die bepaling te blijven en de daarin opgenomen verbodsbepalingen te eerbiedigen.

9.

Ter beoordeling van de verenigbaarheid van een bestreden fiscale differentiatie met artikel 95 EEG-Verdrag, moet dus worden onderzocht of zij op een objectief criterium berust, of zij rechtstreeks of indirect discrimineert en of zij van dien aard is, dat zij concurrerende nationale produkten beschermt tegen invoer uit de andere Lid-Staten.

10.

In het onderhavige geval zij om te beginnen opgemerkt, dat een bepaalde cilinderinhoud als drempel voor twee gedifferentieerde belastingtarieven een objectief criterium is, dat los staat van de oorsprong van de produkten. Het feit dat deze differentiële drempel voor dieselauto's hoger is dan voor benzineauto's is in de onderhavige zaak op zichzelf geen geschilpunt.

11.

De Commissie stelt evenwel dat auto's met dieselmotor — ook die met een grote cilinderinhoud — niet op grond van hun bijzondere kenmerken kunnen worden aangemerkt als luxe goederen waarop het verhoogde tarief mag worden toegepast, wat door de Italiaanse regering wordt betwist.

12.

In dit verband kan worden volstaan met de vaststelling dat het verhoogde BTW-tarief voor bepaalde produkten die als luxe goederen worden aangemerkt, deel uitmaakt van de Italiaanse belastingregeling die reeds door het Hof verenigbaar met het Verdrag is verklaard (arrest van 15 maart 1983, zaak 319/81, Commissie/Italiaanse Republiek, Jurispr. 1983, blz. 601), en dát in casu de toepassing van dat criterium op auto's waarvan de cilinderinhoud een bepaald aantal cm3 overschrijdt, niet willekeurig of onredelijk lijkt.

13.

De Commissie geeft trouwens toe dat zij deze regeling niet zou hebben bestreden, indien de zwaardere belasting ook in Italië vervaardigde dieselauto's zou hebben getroffen.

14.

Zij merkt evenwel op, dat in het onderhavige geval de vastgestelde cilinderinhoud tot gevolg heeft, dat enkel ingevoerde auto's aan het verhoogde tarief zijn onderworpen.

15.

Deze vaststelling gaat op voor dieselauto's. Uit de processtukken blijkt evenwel, dat na voormelde wijziging van de Italiaanse wettelijke regeling op de meeste uit de Lid-Staten van de Gemeenschap ingevoerde dieselmodellen het gewone BTW-tarief van toepassing is, terwijl slechts één enkel model door de zwaardere belasting wordt getroffen.

16.

Bovendien staat vast, dat wanneer men niet enkel de auto's met dieselmotor maar de gehele autosector in aanmerking neemt, het verhoogde BTW-tarief niet uitsluitend ingevoerde auto's maar ook Italiaanse auto's blijkt te treffen.

17.

Onder deze omstandigheden kan de betrokken fiscale differentiatie, die zonder onderscheid voor nationale en ingevoerde produkten geldt, niet discriminerend worden geacht.

18.

Thans blijft nog te onderzoeken of de bestreden fiscale differentiatie niet van dien aard is, dat zij concurrerende nationale produkten tegen invoer beschermt.

19.

De Commissie merkt in dit verband op, dat de Italiaanse wettelijke regeling precies op het ogenblik is gewijzigd dat de Italiaanse industrie op het punt stond een dieselauto met een cilinderinhoud van iets minder dan 2500 cm3 op de markt te brengen. De drempel van de differentiatie zou dus zo zijn bepaald, dat dit nationale produkt aan de toepassing van het verhoogde tarief ontsnapt. Hieruit zou overduidelijk het protectionistische oogmerk van de betrokken bepaling blijken.

20.

In dit verband moet rekening worden gehouden met het niet betwiste feit, dat de betrokken wetswijziging niet enkel bepaalde Italiaanse modellen maar ook een groter aantal uit de Lid-Staten van de Gemeenschappen ingevoerde modellen ten goede is gekomen. Bovendien mag de concurrentieverhouding aan de hand waarvan moet worden uitgemaakt of er sprake is van bescherming, niet enkel betrekking hebben op dieselauto's, maar dient zij alle auto's — zowel die met een dieselals die met een benzinemotor — te omvatten.

21.

Nu staat vast, dat het verhoogde tarief ook geldt voor in Italië geproduceerde benzineauto's. Onder deze omstandigheden is het protectionistische karakter van de betwiste belastingregeling niet bewezen.

22.

Tot staving van haar betoog beroept de Commissie zich ten slotte op het arrest van het Hof van 9 mei 1985 (zaak 112/84, Humblot, Jurispr. 1985, blz. 1367), waarvan de beginselen op het onderhavige geval zouden kunnen worden getransponeerd.

23.

In dit arrest heeft het Hof voor recht verklaard dat „artikel 95 van het Verdrag verbiedt, motorrijtuigen met meer dan een bepaald fiscaal vermogen te onderwerpen aan een vaste bijzondere belasting waarvan het bedrag verscheidene malen hoger is dan het hoogste bedrag van de progressieve belasting die verschuldigd is voor motorrijtuigen die dat fiscaal vermogen niet overschrijden, indien door die bijzondere belasting uitsluitend — met name uit andere Lid-Staten — ingevoerde motorrijtuigen worden getroffen”.

24.

Uit het voorgaande volgt, dat de in casu betwiste fiscale differentiatie deel uitmaakt van een algemene belastingregeling, die bovendien niet alleen voor ingevoerde maar ook voor nationale produkten geldt.

25.

Mitsdien moet het beroep worden verworpen.

III — Kosten

26.

Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien de Commissie in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

rechtdoende, verstaat:

1) Het beroep wordt verworpen.

2) De Commissie wordt verwezen in de kosten.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

4
EEG-Verdrag art. 955 voorkomens
EEG-Verdrag art. 1691 voorkomen

Rechtsleer

5
Cartou, Louis: Droit communautaire, Recueil Dalloz Sirey 1987 Som. p.261-262
Casado Ollero, Gabriel: El artículo 95 del Tratado CEE y la diferenciación de los tipos de gravamen en el IVA (comentario a la sentencia de 16 de diciembre 1986, asunto 200/85), Revista de Instituciones Europeas 1987 p.385-412
Aparicio Pérez, Antonio: Impuesto sobre el valor añadido. Tipos de gravamen distintos para los automóviles con motor diesel, Noticias CEE 1988 nº 40 p.121-128
X: La ley - Comunidades Europeas 1988 nº 35 p.7 (PM)
Vallejo Lobete, Ernesto: La fiscalidad del automóvil y el art. 95 TCEE, Gaceta Jurídica de la CEE - Boletín 1990 nº 54 p.11-17