---
title: "HvJ EU, 193/85, Cooperativa Co-Frutta Srl, arrest van 7 mei 1987 · EEG-Verdrag art. 9 en art. 12"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 mei 1987, 193/85, Cooperativa Co-Frutta Srl: EEG-Verdrag art. 9 en art. 12."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-193-85-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-193-85-arret"
---

# Arrest van het Hof van 7 mei 1987, 193/85, Cooperativa Co-Frutta Srl · EEG-Verdrag art. 9 en art. 12

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Voltallige zitting

**Zaak**

193/85

**ECLI**

ECLI:EU:C:1987:210

**Datum**

7 mei 1987

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

Tribunale di Milano, Sezione I civile (Italië) 21207/82

**Zaak ingediend op**

21 juni 1985

**Advocaat-generaal**

Lenz

**Opmerkingen**

Italiaanse regering Commissie

**Nationale beslissing na het arrest**

Tribunale di Milano 7635

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Italiaans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1987, blz. 2085

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

O'Higgins

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Fiscale bepalingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10%2C578-4.10) [Binnenlandse belastingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.01%2C578-4.10.01)

  - [Begrip binnenlandse belasting](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.01.01) 21 beslissingen
  - [Verbod van belastingen die concurrerende nationale producten zijdelings kunnen beschermen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-10.01.03) 16 beslissingen

## Tekst

37 paragrafen

### Arrest

1. Bij beschikking van 17 januari 1985, ten Hove ingekomen op 21 juni daaraanvolgend, heeft het Tribunale te Milaan krachtens artikel 177 EEG-Verdrag vijf prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 9, 12 en 95 EEG-Verdrag en artikel III van de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade).

2. Deze vragen zijn gerezen in een aldaar aanhangig geding tussen Cooperativa Co-Frutta SRL (hierna: Co-Frutta), een coöperatieve vereniging van bananenrijpers, en de Italiaanse Administratie van de staatsfinanciën, betreffende terugbetaling van de verbruiksbelasting op verse bananen, die in casu was geheven over bananen van oorsprong uit Colombia die Co-Frutta uit de Benelux in Italië had ingevoerd.

3.

Van oordeel dat het geschil vragen betreffende de uitlegging van het gemeenschapsrecht deed rijzen, heeft het Tribunale te Milaan de behandeling van de zaak geschorst in afwachting van een uitspraak van het Hof over de navolgende prejudiciële vragen:

> 1)„ Vormt een als verbruiksbelasting aangeduide belasting (‚imposta erariale di consumo’), die formeel zowel op ingevoerde als op binnenlandse produkten rust, maar in feite alleen ingevoerde produkten (in casu bananen) treft omdat wegens het klimaat een nationale produktie ontbreekt, een door de artikelen 9 en 12 EEG-Verdrag verboden heffing van gelijke werking als een douanerecht?
>
> 2) Moet een dergelijke belasting evenwel als een binnenlandse belasting in de zin van artikel 95 EEG-Verdrag worden beschouwd, indien zij, overeenkomstig haar benaming, het verbruik en niet de invoer van het produkt treft, ook al wordt zij in feite geheven bij de inklaring en treft zij alleen bananen, met uitsluiting van alle ander fruit?
>
> 3) Zo de onderhavige belasting als een binnenlandse belasting moet worden beschouwd, is zij dan in strijd met artikel 95, tweede alinea, en derhalve verboden, voor zover zij is gericht op bescherming van de produktie van ander fruit, inzonderheid alle binnenlands fruit?
>
> 4) Voor zover van belang: is artikel 95 alleen van toepassing op produkten van oorsprong uit de Lid-Staten van de Gemeenschap, of ook op produkten die zich in de Gemeenschap in het vrije verkeer bevinden?
>
> 5) Indien artikel 95 niet van toepassing is op produkten van oorsprong uit derde landen, is dan een belasting die in strijd is met artikel 95 voor zover zij betrekking heeft op produkten van de Lid-Staten, tevens in strijd met artikel III van de GATT, voor zover zij produkten treft die afkomstig zijn van het grondgebied van de bij de GATT aangesloten landen?”

4. Blijkens het dossier bedroeg de Italiaanse bananenproduktie, die uitsluitend in Sicilië plaatsvindt, in 1985 120 ton, en werden tijdens hetzelfde jaar 357500 ton bananen in Italië ingevoerd.

5. Verder blijkt uit het dossier dat de Italiaanse belastingregeling in totaal negentien verbruiksbelastingen kent, waarvan er drie, namelijk de belasting op koffie, cacao en bananen, tropische produkten treffen. Andere verbruiksbelastingen op levensmiddelen zijn die op gedistilleerd, bier, suiker, zoetmiddelen, zaadoliën en margarine. Er bestaan nog tien andere verbruiksbelastingen die betrekking hebben op goederen die geen levensmiddelen zijn, zoals tabaksprodukten, lucifers, methaangas, en minerale en andere oliën.

6. Voor de feiten, het procesverloop en de krachtens artikel 20 van's Hofs Statuut-EEG ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

### De eerste en de tweede vraag

7. De eerste en de tweede vraag betreffen de afgrenzing tussen een heffing van gelijke werking als een douanerecht in de zin van de artikelen 9 en 12 EEG-Verdrag en een binnenlandse belasting in de zin van artikel 95 en zijn erop gericht de verwijzende rechter in staat te stellen de verbruiksbelasting op bananen bij de ene of de andere categorie in te delen. Zij dienen dan ook te zamen te worden beantwoord.

8. Volgens vaste rechtspraak van het Hof betreft het verbod van de artikelen 9 en 12 van het Verdrag, wat de heffingen van gelijke werking betreft, iedere bij of vanwege invoer opgelegde belasting welke met name een ingevoerd produkt, met uitsluiting van een gelijksoortig nationaal produkt, treft en door wijziging van de kostprijs op het vrije verkeer van goederen uiteindelijk eenzelfde beperkende werking heeft als een douanerecht.

9. Het wezenlijke kenmerk waardoor een heffing van gelijke werking als een douanerecht zich van een binnenlandse belasting onderscheidt, is derhalve te zoeken in de omstandigheid dat bedoelde heffing uitsluitend het ingevoerde produkt als zodanig treft, terwijl een binnenlandse belasting ingevoerde en nationale produkten gelijkelijk treft.

10. Het Hof heeft evenwel erkend dat zelfs een last, op een uit een andere Lid-Staat ingevoerd produkt gelegd terwijl een gelijk of soortgelijk nationaal produkt ontbreekt, niet als een heffing van gelijke werking, maar als een binnenlandse belasting als bedoeld in artikel 95 van het Verdrag is te beschouwen, wanneer zij behoort tot een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen, waardoor groepen produkten stelselmatig worden getroffen volgens objectieve criteria die onafhankelijk van de oorsprong der produkten worden toegepast.

11. Uit een en ander blijkt dat, ook al moet in sommige gevallen een uiterst beperkte nationale produktie met de afwezigheid van zodanige produktie worden gelijkgesteld, als het erom gaat een last op ingevoerde produkten te kwalificeren, de omstreden heffing nochtans niet als een heffing van gelijke werking als een douanerecht is te beschouwen. Daarvan is met name geen sprake, wanneer zij behoort tot een algemeen systeem van binnenlandse belastingen, waardoor groepen produkten volgens voormelde criteria stelselmatig worden getroffen.

12. Een verbruiksbelasting als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, maakt deel uit van een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen. De negentien verbruiksbelastingen worden geregeld door gemeenschappelijke fiscale bepalingen en treffen bepaalde groepen produkten volgens een objectief, van de oorsprong onafhankelijk criterium, namelijk het behoren tot een bepaalde categorie goederen. Enkele van die belastingen, gelijk de verbruiksbelasting op bananen, treffen levensmiddelen. De omstandigheid dat deze produkten in eigen land dan wel in het buitenland zijn geproduceerd, lijkt niet van invloed te zijn voor het tarief, de grondslag en de wijze van inning. De opbrengst van die belastingen heeft geen specifieke bestemming; zij is een belastingontvangst als alle andere en draagt evenals deze op algemene wijze bij aan de financiering van de overheidsuitgaven in alle sectoren.

13. Derhalve moet de litigieuze verbruiksbelasting worden geacht deel uit te maken van een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen in de zin van artikel 95 EEG-Verdrag en dient de verenigbaarheid ervan met het gemeenschapsrecht aan dat artikel en niet aan de artikelen 9 en 12 van het Verdrag te worden getoetst.

14. Mitsdien moet op de eerste en de tweede vraag worden geantwoord, dat een als verbruiksbelasting aangeduide belasting, die zowel op ingevoerde als op binnenlandse produkten wordt gelegd, maar die in feite nagenoeg uitsluitend de ingevoerde produkten treft omdat er slechts een uiterst kleine binnenlandse produktie bestaat, geen heffing van gelijke werking als een invoerrecht is in de zin van de artikelen 9 en 12 EEG-Verdrag, indien zij deel uitmaakt van een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen, waardoor groepen produkten stelselmatig worden getroffen volgens objectieve criteria die onafhankelijk van de oorsprong der produkten worden toegepast. Zij is derhalve een binnenlandse belasting in de zin van artikel 95.

### De derde vraag

15. Met zijn derde vraag wenst de nationale rechter te vernemen, of de betrokken belasting, indien zij als een binnenlandse belasting moet worden beschouwd, door artikel 95, tweede alinea, wordt verboden voor zover zij van dien aard is, dat zij de produktie van ander, met name inheems, fruit beschermt.

16. Dienaangaande moet vooreerst worden vastgesteld, dat het Hof in een vandaag gewezen arrest (zaak 184/85, Commissie/Italië, Jurispr. 1987, blz. 2013) heeft verklaard, dat „de Italiaanse Republiek, door een verbruiksbelasting op verse bananen in te stellen en te handhaven, die van toepassing is op bananen van oorsprong uit andere Lid-Staten, met name op die uit de Franse overzeese departementen, de krachtens artikel 95, tweede alinea, EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen”.

17. Bij de beoordeling van de gelijksoortigheid waarop het verbod van artikel 95, eerste alinea, is gebaseerd, betrok het Hof in de eerste plaats een samenstel van objectieve kenmerken van twee groepen produkten — te weten bananen en typisch Italiaans tafelfruit —, zoals organoleptische eigenschappen en watergehalte, en onderzocht het vervolgens of de twee categorieën fruit uit verbruikersoogpunt aan dezelfde behoeften kunnen voldoen.

18. Het Hof stelde vast dat de twee groepen produkten, zowel qua organoleptische eigenschappen als wat betreft hun geschiktheid om in dezelfde behoeften van de consumenten te voorzien, verschillende kenmerken vertonen, en concludeerde derhalve, dat de twee groepen produkten niet gelijksoortig zijn in de zin van artikel 95.

19. Wanneer niet wordt voldaan aan de in artikel 95, eerste alinea, gestelde voorwaarde van gelijksoortigheid, dan richt zich de tweede alinea van dit artikel — zoals het Hof in genoemd arrest heeft gezegd — tegen elke vorm van zijdelings fiscaal protectionisme met betrekking tot produkten die, hoewel niet gelijksoortig in de zin van de eerste alinea, toch, zij het gedeeltelijk, indirect of potentieel met elkaar concurreren.

20. Deze bepaling beoogt in het algemeen de fiscale neutraliteit te waarborgen en is erop gericht te voorkomen, dat een Lid-Staat een uit een andere Lid-Staat ingevoerd produkt zou discrimineren door via zijn nationale belastingregeling binnenlandse produkten te begunstigen, en zodoende het vrije verkeer van goederen tussen Lid-Staten zou belemmeren.

21. In voornoemd arrest verklaarde het Hof dat bananen de keuzemogelijkheden van de fruitconsumenten verruimen. Zij moeten derhalve worden geacht gedeeltelijk in concurrentieverhouding te staan met ander fruit. De belasting op bananen mag dan ook geen zijdelingse bescherming van typisch Italiaans tafelfruit tot gevolg hebben.

22. Wat het protectionistische karakter van de bij wet nr. 986 ingevoerde belastingregeling betreft, preciseerde het Hof in hetzelfde arrest, dat deze regeling wordt gekenmerkt door het feit dat de litigieuze verbruiksbelasting niet wordt toegepast op de meest voorkomende inheemse fruitsoorten. Het protectionistische karakter van die belasting wordt nog versterkt door het feit dat zij 525 LIT per kg bedraagt, dat wil zeggen bijna de helft van de prijs bij invoer in 1985. Dit verschil in belasting beïnvloedt de markt van de betrokken produkten door de potentiële consumptie van ingevoerde produkten te verminderen.

23. Mitsdien moet op de derde vraag worden geantwoord, dat artikel 95, tweede alinea, zich verzet tegen een verbruiksbelasting op bepaalde soorten ingevoerd fruit, wanneer die belasting van dien aard is dat zij de binnenlandse fruitproduktie kan beschermen.

### De vierde vraag

24. De vierde vraag strekt ertoe te vernemen, of artikel 95 van toepassing is op alle produkten die afkomstig zijn uit de Lid-Staten, daaronder begrepen produkten van oorsprong uit derde landen, die zich in de Lid-Staten in het vrije verkeer bevinden.

25. Anders dan artikel 9 EEG-Verdrag, waarin uitdrukkelijk sprake is van produkten uit derde landen welke zich in de Lid-Staten in het vrije verkeer bevinden, spreekt artikel 95 alleen over produkten „van de overige Lid-Staten”. Volgens vaste rechtspraak van het Hof evenwel vormen de eerste en tweede alinea van artikel 95 in het stelsel van het Verdrag een aanvulling op de bepalingen betreffende de afschaffing van douanerechten en heffingen van gelijke werking. Zij hebben ten doel, het vrije goederenverkeer tussen de Lid-Staten onder normale mededingingsvoorwaarden te verzekeren door elke vorm van bescherming uit te sluiten die het resultaat kan zijn van de toepassing van binnenlandse belastingen die discriminerend zijn voor produkten uit andere Lid-Staten. Zo gezien waarborgt artikel 95 de volstrekte neutraliteit van de binnenlandse belastingen ten aanzien van de mededinging tussen nationale en uit de overige Lid-Staten geïmporteerde produkten.

26. Artikel 95 kan niet aldus worden uitgelegd dat het ingaat tegen voornoemd doel. Ingevolge artikel 9, lid 1, EEG-Verdrag is de Gemeenschap immers gegrondvest op een douane-unie welke zich uitstrekt over het gehele goederenverkeer en welke de invoering van een gemeenschappelijk douanetarief medebrengt. Gelijk het Hof overwoog in zijn arrest van 15 december 1976 (zaak 41/76, Donckerwolcke, Jurispr. 1976, blz. 1921), zijn volgens het tweede lid van artikel 9 de maatregelen ter liberalisatie van het intracommunautaire handelsverkeer evenzeer van toepassing op produkten van oorsprong uit de Lid-Staten als op produkten uit derde landen welke zich, in overeenstemming met de in artikel 10 gestelde voorwaarden, in de Gemeenschap in het vrije verkeer bevinden. Met betrekking tot het vrije verkeer van goederen binnen de Gemeenschap, preciseerde het Hof dat produkten in het vrije verkeer definitief en volledig zijn gelijkgesteld met produkten van oorsprong uit de Lid-Staten.

27. In zijn arrest van 1 juli 1969 (gevoegde zaken 2 en 3/69, Sociaal Fonds voor de Diamantarbeiders, Jurispr. 1969, blz. 211) preciseerde het Hof dat de verbodsbepalingen van de artikelen 9 en 12 EEG-Verdrag van zo groot gewicht zijn, dat het Verdrag iedere mogelijke leemte in de toepassing ervan heeft willen voorkomen, teneinde te vermijden dat de uitvoering zou worden ontdoken door maatregelen van douanetechnische of fiscale aard. Het Hof stelde dat artikel 95 ertoe strekt, de inbreuken te vermijden die langs een fiscale omweg op de verbodsbepalingen zouden kunnen worden gemaakt.

28. Artikel 95 aldus uitleggen, dat het niet van toepassing is op produkten die in het vrije verkeer zijn, zou derhalve leiden tot een resultaat dat zowel in strijd is met de geest van het Verdrag, zoals deze tot uiting komt in de artikelen 9 en 10, als met de opzet ervan. De handelspolitiek ten aanzien van derde landen valt immers onder de uitsluitende bevoegdheid van de Gemeenschap, behoudens de noodzakelijke beschermende maatregelen die onder de voorwaarden van artikel 115 EEG-Verdrag kunnen worden getroffen. Bijgevolg mogen de Lid-Staten niet langer discriminerende belastingen toepassen op produkten van oorsprong uit derde landen die zich in het vrije verkeer bevinden.

29. Mitsdien moet op de vierde vraag worden geantwoord dat artikel 95 EEG-Verdrag alle produkten uit de Lid-Staten betreft, daaronder begrepen produkten van oorsprong uit derde landen, die zich in de Lid-Staten in het vrije verkeer bevinden.

30. Gelet op het antwoord op de vierde vraag, behoeft de vijfde vraag niet te worden beantwoord.

### Kosten

31. De kosten door de Italiaanse regering en door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

uitspraak doende op de door het Tribunale te Milaan bij beschikking van 17 januari 1985 gestelde vragen,

verklaart voor recht:

1) Een als een verbruiksbelasting aangeduide belasting, die zowel op ingevoerde als op binnenlandse produkten wordt gelegd, maar die in feite nagenoeg uitsluitend de ingevoerde produkten treft omdat er slechts een uiterst kleine binnenlandse produktie bestaat, is geen heffing van gelijke werking als een invoerrecht in de zin van de artikelen 9 en 12 EEG-Verdrag, indien zij deel uitmaakt van een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen, waardoor groepen produkten stelselmatig worden getroffen volgens objectieve criteria die onafhankelijk van de oorsprong der produkten worden toegepast. Zij is derhalve een binnenlandse belasting in de zin van artikel 95.

2) Artikel 95, tweede alinea, verzet zich tegen een verbruiksbelasting op bepaalde soorten ingevoerd fruit, wanneer die belasting van dien aard is dat zij de binnenlandse fruitproduktie kan beschermen.

3) Artikel 95 EEG-Verdrag betreft alle produkten uit de Lid-Staten, daaronder begrepen produkten van oorsprong uit derde landen, die zich in de Lid-Staten in het vrije verkeer bevinden.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

5

EEG-Verdrag art. 9 uitgelegd 10 voorkomens

EEG-Verdrag art. 12 uitgelegd 8 voorkomens

EEG-Verdrag art. 95 uitgelegd 7 voorkomens

EEG-Verdrag art. 115 1 voorkomen

EEG-Verdrag art. 177 1 voorkomen

## Rechtspraak

4

### Europese Unie

4

Hof van Justitie C-508/22 28.09.2023

#### [Binnenlandse belastingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-508-22-arrest)

Hof van Justitie C-387/01 29.04.2004

#### [Vrij verkeer van werknemers, invoer van auto](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-387-01-arrest)

Conclusie van advocaat-generaal Jacobs C-230/89 21.02.1991

#### [EEG-Verdrag art. 95](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-230-89-conclusie)

## Rechtsleer

4

Berlin, Dominique: Jurisprudence fiscale européenne, Revue trimestrielle de droit européen 1988 p.347-380 (FR)

Fernández Junquera, Manuela: Aplicación del artículo 95 del Tratado de la CEE; Impuesto especial sobre los plátanos frescos y los plátanos secos así como sobre la harina de plátanos, Noticias CEE 1989 nº 48 p.119-122 (ES)

Lonbay, Julian: A Review of Recent Tax Cases - Wine, Gambling, Fast Cars, and Bananas, European Law Review 1989 p.48-56 (EN)

Rampazzo, Daniele: La "libera circolazione" delle banane nel mercato europeo, Diritto comunitario e degli scambi internazionali 1990 p.33-41 (IT)
