---
title: "HvJ EU, C-17/95, conclusie van advocaat-generaal La Pergola van 9 november 1995"
description: "Conclusie van advocaat-generaal La Pergola bij het Hof van Justitie van de Europese Unie van 9 november 1995, C-17/95."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-17-95-conclusie"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-17-95-conclusions"
---

# Conclusie van advocaat-generaal La Pergola van 9 november 1995, C-17/95

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Zaak**

C-17/95

**ECLI**

ECLI:EU:C:1995:377

**Datum**

9 november 1995

## De zaak

**Procedure**

Beroep wegens niet-nakoming gegrond

**Zaak ingediend op**

18 januari 1995

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1995, blz. I-4895

## Tekst

7 paragrafen

Conclusie van advocaat-generaal

A. La Pergola

van 9 november 1995

1.

Bij op 18 januari 1995 ingediend verzoekschrift heeft de Commissie het Hof verzocht om vast te stellen dat de Franse Republiek de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, aangezien zij niet binnen de gestelde termijnen de maatregelen heeft getroffen die nodig zijn om te voldoen aan de volgende richtlijnen:

—richtlijn 91/67/EEG van de Raad van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten1;

—richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG2

—richtlijn 92/35/EEG van de Raad van 29 april 1992 tot vaststelling van controlevoorschriften en van maatregelen ter bestrijding van paardepest.3

2. De Franse Republiek heeft in haar verweerschrift verklaard, dat zij inmiddels voor de omzetting van richtlijn 91/67 had gezorgd door middel van de vaststelling van een decreet van 26 januari 1995. De Commissie heeft kennis genomen van deze omzetting en heeft het Hof daarna meegedeeld, dat zij overeenkomstig artikel 78 van het Reglement voor de procesvoering afstand deed van instantie voor het gedeelte van het beroep betreffende de vermeende schending van richtlijn 91/67.4

3. Dienaangaande volstaat het op te merken, dat de Franse regering niet betwist, dat zij de richtlijnen 91/628 en 92/35 niet heeft omgezet. In haar opmerkingen heeft zij slechts gesteld, dat de decreten, bedoeld om de nationale wetgeving aan te passen aan deze twee richtlijnen, thans in voorbereiding zijn, hetgeen volgens de rechtspraak van het Hof5 geen rechtvaardiging voor de niet-nakoming vormt.

4. Derhalve geef ik het Hof in overweging, het beroep gegrond te verklaren, voor zover het de schending van de richtlijnen 91/628/EEG en 92/35/EEG betreft, en de verwerende Lid-Staat overeenkomstig artikel 69, leden 2 en 5, van het Reglement voor de procesvoering in de kosten te verwijzen.

### Voetnoten

- \*1 Oorspronkelijke taal: Italiaans.
- 1 PB 1991, L 46, biz. 1.
- 2 PB 1991, L 340, biz. 17.
- 3 PB 1992, L 157, biz. 19.
- 4 Preciezer gezegd gaat het in casu om een gedeeltelijke afstand van instantie, welke niet wordt genoemd in artikel 78 van liet Reglement voor de procesvoering, dat uitsluitend betrekking lijkt te hebben op de afstand van de voortzetting van de gehele instantie. De afstand van instantie wordt immers gevolgd door de „doorhaling van de zaak in het register”. In het jus praetorium van het Hof is niettemin bij eerdere gelegenheden (zie, laatstelijk, arrest van 12 oktober 1995, zaak C-257/94, Commissie/Italië, Jurispr. 1995, blz. I-3041) toegestaan, dat de partijen overgaan tot een zogenoemde gedeeltelijk afstand. Deze praktijk wordt namehjk gerechtvaardigd door het verschil russen het formele petitum, dat bestaat in de uniciteit van de vordering tot vaststelling van de niet-nakoming in één beroep, ook al heeft deze vordering betrekking op meerdere schendingen, en het materiële petitum, dat wordt gekenmerkt door net feitelijk naast elkaar bestaan van meerdere parallelle vorderingen tot niet-nakoming, die formeel alle zijn opgenomen in één inleidend verzoekschrift, doch elk een andere, procedureel onafhankelijke causa petendi hebben.
- 5 Zie, uit de vele arresten, het arrest van 6 april 1995, zaak C-147/94, Commissie/Koninkrijk Spanje, Jurispr. 1995, blz. I-1015.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Rechtspraak

1

### Europese Unie

1

Conclusie van advocaat-generaal La Pergola C-331/94 28.03.1996

#### [Zesde richtlijn 77/388 art. 26, EG-Verdrag art. 189](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-331-94-conclusie)
