Beschikking van het Hof van 13 juni 2012, C-156/12, GREP GmbH · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Unie Zesde kamer C-156/12 ECLI:EU:C:2012:342 13 juni 2012

Zoeken

Beschikking van het Hof van 13 juni 2012, C-156/12, GREP GmbHUitvoering van recht van Unie, beroep tegen verklaring van uitvoerbaarheid van in andere lidstaat gegeven beslissing tot beslaglegging, effectieve rechterlijke bescherming, recht op toegang tot rechter, nationale regeling waarbij rechtsbijstand aan rechtspersonen wordt geweigerd

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-156-12-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Unie
Samenstelling
Zesde kamer
Zaak
C-156/12
ECLI
ECLI:EU:C:2012:342
Datum
13 juni 2012

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Landesgericht Salzburg (Oostenrijk) beslissing van 22 maart 2012 53 R 426/11w
Zaak ingediend op
30 maart 2012
Advocaat-generaal
Mengozzi
Nationale beslissing na het arrest
Landesgericht Salzburg beslissing van 19 juli 2012 53 R 426/11w ; Landesgericht Salzburg beslissing van 28 mei 2013 7 E 4690/11t - 41

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Duits
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Rosas
Repertorium van het Hof

Tekst

13 paragrafen

Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 13 juni 2012 — GREP/Freistaat Bayern

(Zaak C-156/12)

„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering — Handvest van Grondrechten van Europese Unie — Artikelen 47 en 51, lid 1 — Uitvoering van recht van Unie — Beroep tegen verklaring van uitvoerbaarheid van in andere lidstaat gegeven beslissing tot beslaglegging — Effectieve rechterlijke bescherming — Recht op toegang tot rechter — Rechtsbijstand — Nationale regeling waarbij rechtsbijstand aan rechtspersonen wordt geweigerd”

1. Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken — Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken — Verordening nr. 44/2001 — Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen — Doel van betrokken artikelen van die verordening (Verordening nr. 44/2001 van de Raad) (cf. punt 32)

2. Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken — Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken — Verordening nr. 44/2001 — Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen — Beroep tegen verklaring van uitvoerbaarheid van beschikking tot beslaglegging — Beroep dat uitvoering van recht van Unie in zin van artikel 51 van Handvest van grondrechten van Europese Unie vormt — Mogelijkheid om in artikel 47 van dit handvest verankerd beginsel van effectieve rechterlijke bescherming in te roepen (Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, art. 47 en 51; verordening nr. 44/2001 van de Raad, art. 43) (cf. punten 31, 33-35, 37, 43 en dictum)

3. Recht van Europese Unie — Beginselen — Recht op effectieve rechterlijke bescherming — Verankering in Handvest van grondrechten van Europese Unie — Nationale regeling die vordering in rechte afhankelijk stelt van betaling van voorschot op proceskosten en/of van bijstand van advocaat — Rechtspersoon die niet in staat is dit voorschot te betalen, uitgesloten van rechtsbijstand — Toelaatbaarheid — Voorwaarden — Beoordeling door nationale rechter (Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, art. 47) (cf. punten 38-42, 44-47 en dictum)

Voorwerp

Dictum

Een beroep dat wordt ingesteld krachtens artikel 43 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, teneinde op te komen tegen een verklaring van uitvoerbaarheid van een beschikking tot beslaglegging overeenkomstig de artikelen 38 tot en met 42 van die verordening en waarbij conservatoir beslag wordt gelast, vormt een tenuitvoerlegging van het recht van de Unie in de zin van artikel 51 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Het in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde beginsel van effectieve rechterlijke bescherming kan het recht op vrijstelling van betaling van gerechtskosten en/of van de kosten van bijstand door een advocaat in het kader van een dergelijk beroep omvatten.

Het staat echter aan de nationale rechter, na te gaan of de voorwaarden voor verlening van dergelijke bijstand een beperking van het recht op toegang tot de rechter vormen die dit recht in zijn kern aantast, of met die voorwaarden een legitiem doel wordt nagestreefd en of er een redelijke verhouding bestaat tussen de gebruikte middelen en het beoogde doel.

In het kader van deze beoordeling kan de nationale rechter het voorwerp van het geschil, de redelijke kans van slagen van de verzoeker, het belang dat voor deze op het spel staat, de complexiteit van het toepasselijke recht en van de toepasselijke procedure, alsmede het vermogen van de verzoeker om zijn verdediging daadwerkelijk op zich te nemen, in zijn overwegingen betrekken. Voor de evenredigheidsbeoordeling kan de nationale rechter voorts rekening houden met de hoogte van de proceskosten die moeten worden voorgeschoten, en met het antwoord op de vraag of deze een onoverkomelijk obstakel voor de toegang tot de rechter vormen.

Wat meer in het bijzonder rechtspersonen betreft, kan de nationale rechter rekening houden met de situatie waarin deze zich bevinden. Zo kan hij met name de vorm van de betrokken rechtspersoon, het antwoord op de vraag of deze rechtspersoon een winstoogmerk heeft, alsmede de financiële draagkracht van de vennoten of aandeelhouders ervan en de mogelijkheid voor deze vennoten of aandeelhouders om de voor de indiening van de vordering in rechte noodzakelijke bedragen te verkrijgen, in zijn overwegingen betrekken.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

3
verordening 44/2001 art. 43uitgelegd1 voorkomen
verordening 44/2001 art. 471 voorkomen
verordening 44/2001 art. 511 voorkomen

Rechtspraak

3

België

1

Europese Unie

2

Hof van JustitieC-543/1428.07.2016

Geldigheid en uitlegging van de richtlijn

Bekijk de 3 documenten

Rechtsleer

1
Simon, Christian: Anwendbarkeit der Grundrechte-Charta im Verfahren zur Vollstreckbarerklärung nach der EuGVVO, Ecolex 2013 p.537