Beschikking van het Hof van 27 november 2008, C-156/08 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Derde kamer C-156/08 ECLI:EU:C:2008:663 27 november 2008

Zoeken

Beschikking van het Hof van 27 november 2008, C-156/08Begrip omzetbelasting, recht van overgang over onroerende zaken

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-156-08-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Derde kamer
Zaak
C-156/08
ECLI
ECLI:EU:C:2008:663
Datum
27 november 2008

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Niedersächsisches Finanzgericht (Duitsland) beslissing van 2 april 2008 7 K 333/06
Zaak ingediend op
16 april 2008
Advocaat-generaal
Mazák
Nationale beslissing na het arrest
Niedersächsisches Finanzgericht beslissing van 4 juni 2009 7 K 333/06

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Duits
Jurisprudentie
Jurispr. 2008, blz. I-165*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Rosas
Repertorium van het Hof

Tekst

7 paragrafen

Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 27 november 2008 – Vollkommer / Finanzamt Hannover-Land I

(Zaak C‑156/08)

„Artikel 104, lid 3, van Reglement voor procesvoering – Zesde btw-richtlijn – Artikel 33, lid 1 – Begrip ‚omzetbelasting’ – Recht van overgang geheven over onroerende zaken”

Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Verbod op heffing van andere nationale belastingen die karakter van omzetbelasting bezitten (Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 33) (cf. punten 32‑35 en dictum)

Voorwerp

Dictum

Artikel 33 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/680/EEG van de Raad van 16 december 1991, moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling zich niet ertegen verzet dat een lidstaat toekomstige bouwprestaties in het kader van de verwerving van een onbebouwd perceel mede opneemt in de berekeningsgrondslag van belastingen op overgang en transacties met betrekking tot onroerende zaken zoals de in het Duitse recht voorziene „Grunderwerbsteuer”, en aldus een handeling die krachtens voornoemde richtlijn aan de belasting over de toegevoegde waarde is onderworpen, mede aan deze andere belastingen onderwerpt, mits laatstgenoemde belastingen niet het karakter van omzetbelasting hebben.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

4

Rechtsleer

2
Rutemöller, Michael: Mehrfachbelastung von Bauherren mit Grunderwerb- und Umsatzsteuer, Umsatzsteuer-Rundschau 2009 p.109-118
Lohse, W. Christian: Absage an die Wegzugsbesteuerung, Betriebs-Berater 2009 p.652