---
title: "HvJ EU, 153/88, arrest van 7 maart 1990 · EEG-Verdrag art. 177"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 maart 1990, 153/88: EEG-Verdrag art. 177."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-153-88-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-153-88-arret"
---

# Arrest van het Hof van 7 maart 1990, 153/88 · EEG-Verdrag art. 177

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Vierde kamer

**Zaak**

153/88

**ECLI**

ECLI:EU:C:1990:100

**Datum**

7 maart 1990

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

C-153/88, C-154/88, C-155/88, C-156/88, C-157/88 Cour d'appel de Versailles, 15e chambre correctionnelle (Frankrijk) beslissing van 13 juni 1988 N 86 343 0003 7 ; N 86 343 0004 6 ; N 86 337 0062 2 ; N 86 343 0002 8 ; N 86 343 0005 5

**Zaak ingediend op**

27 juni 1988

**Advocaat-generaal**

Jacobs

**Opmerkingen**

Franse regering Commissie

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Frans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1990, blz. I-649

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Díez de Velasco

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B)

  - [Handelspolitiek](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-14) [Communautaire regeling voor handel met derde landen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-14.01) [In- en uitvoerregelingen en kwantitatieve contingenten](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-14.01.02) 4 beslissingen
  - [Vrij verkeer van goederen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-02%2C578-4.02) [Handelsverkeer met derde landen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-02.04) Algemene tariefpreferenties

## Tekst

17 paragrafen

### Arrest

1. Bij arresten van 13 juni 1988, ingekomen ten Hove op 27 juni 1988, heeft de Cour d'appel te Versailles krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de verordeningen (EEG) van de Raad nrs. 2894/79 van 10 december 1979 (PB 1979, L 322, biz. 1), 3589/82 van 23 december 1982 (PB 1982, L 374, biz. 106) en 3762/83 van 19 december 1983 (PB 1983, L 380, biz. 1), betreffende de invoer van texielprodukten van oorsprong uit ontwikkelingslanden.

2. De vragen zijn gerezen in vijf geschillen waarin de Franse douaneadministratie een aantal importeurs voor het Tribunal correctionnel te Nanterre heeft gedagvaard op beschuldiging van frauduleuze verklaringen of handelingen bij de invoer, ontduiking van verbodsbepalingen en niet-betaling van douanerechten, BTW en andere belastingen ten gevolge hebbende, met betrekking tot importen, in 1983, van kampeertenten van oorsprong uit Zuid-Korea.

3. De hoofdzaken zijn ontstaan doordat in de communautaire verordeningen kwantitatieve maxima en plafonds waren voorzien voor onder meer kampeertenten. Die maxima en plafonds waren uitgedrukt in gewicht (ton); wanneer derhalve bij de berekening het gewicht in aanmerking werd genomen van de toebehoren die normalerwijze het stoffen gedeelte van een kampeertent vergezellen, dat wil zeggen de stokken, pennen, spanners en dergelijke, werden de kwantitatieve maxima en plafonds sneller bereikt. Iedere overschrijding van die maxima en plafonds moet derhalve ontoelaatbaar worden verklaard respectievelijk worden toegestaan tegen het normale douanetarief.

4. Bij vonnis van 25 juni 1987 besloot het Tribunal correctionnel te Nanterre, de behandeling van de vijf zaken te beschorsen. Op 2 juli 1987 stelde de Direction nationale des enquêtes douanières, civiele partij, tegen dat vonnis hoger beroep in bij de Cour d'appel te Versailles, die, alvorens recht te doen in de zaak Shin (154/88), het Hof als aanvulling (op de reeds door het Tribunal correctionnel gestelde vraag) heeft gevraagd „of voor de bepaling van de invoerrechten op tenten van oorsprong uit Korea moest worden uitgegaan van het gewicht van het tentdoek alleen of van het gewicht van de tent met toebehoren”.

5. Voor een nadere uiteenzetting van het rechtskader en de feiten van de hoofdzaken, het procesverloop alsmede de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover zulks noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

6. De onderhavige zaken hebben in hoofdzaak betrekking op de vraag, of voor de berekening van het gewicht dat bepalend is voor het invoerquotum en de douanerechten bij invoer, al dan niet rekening moet worden gehouden met de toebehoren die normalerwijze het stoffen gedeelte van een kampeertent vergezellen. Kühne et Nagel, civiel aansprakelijke partij in de zaken C-156/88 en C-157/88, en Daewoo Sari, civiel aansprakelijke partij in zaak C-154/88, betogen dat de in geding zijnde invoerregeling in het kader van de multi-vezelregeling moet worden gezien, zodat het beslissende element het gewicht van de betrokken textielprodukten is en niet dat van de uit ander materiaal bestaande toebehoren. Volgens de Commissie daarentegen moet voor de bepaling zowel van de kwantitatieve maxima als van de preferentiële tariefplafonds het gewicht van de tenten worden berekend met inachtneming van de toebehoren. De Franse regering neemt een overeenkomstig standpunt in.

7. Dienaangaande moet worden opgemerkt dat ten tijde van de litigieuze importen, dat wil zeggen in februari 1983, de situatie werd beheerst door verordening nr. 3589/82 van de Raad van 23 december 1982 betreffende de gemeenschappelijke regeling van toepassing op de invoer van bepaalde textielprodukten van oorsprong uit derde landen, en door verordening nr. 3378/82 van de Raad van 8 december 1982 (PB 1982, L 363, biz. 92) houdende toepassing van algemene tariefpreferenties voor 1983 voor textielprodukten van oorsprong uit ontwikkelingslanden; bijgevolg moet ook deze laatste verordening worden uitgelegd, ook al wordt zij in de prejudiciële vraag niet vermeld.

8. In de eerste plaats moet worden vastgesteld, dat noch verordening nr. 3589/82 noch verordening nr. 3378/82 specifieke bepalingen bevat ten aanzien van de vraag, of bij de berekening van het gewicht van de tenten rekening moet worden gehouden met de toebehoren. Niettemin volgt uit de bepalingen ervan, dat de definitie van een produkt voor de toepassing van de kwantitatieve maxima en van de preferentiële tariefplafonds moet geschieden aan de hand van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief en van de goederennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (Nimexe-code).

9. Bijgevolg moet de ten tijde van de invoer van de onderhavige produkten geldende nomenclatuur worden uitgeglegd. In de destijds geldende versie van het gemeenschappelijk douanetarief, zoals neergelegd in verordening nr. 3000/82 van de Raad van 19 oktober 1982 tot wijziging van verordening nr. 950/68 (PB 1982, L 318, biz. 1), waren tenten ingedeeld onder post 62.04 B II van het gemeenschappelijk douanetarief, en in verordening nr. 3407/82 van de Commissie van 16 december 1982 houdende wijziging van de goederennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel en van de handel tussen de Lid-Staten (PB 1982, L 366, biz. 1) onder code 62.04.73; die posten gaven geen definitie van „tenten”.

10. Er moet aan worden herinnerd, dat volgens de rechtspraak van het Hof het beslissende criterium voor de tarifering van waren in het algemeen moet worden gezocht in hun kenmerken en objectieve eigenschappen, zoals omschreven in de tekst van de posten van het gemeenschappelijk douanetarief en de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken (zie arresten van 8 december 1977, zaak 62/77, Carl-sen-Verlag, Jurispr. 1977, blz. 2343, en 23 maart 1972, zaak 36/71, Henck, Jurispr. 1972, blz. 187).

11. Algemene regel 3 b voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur bepaalt, dat „mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt... worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald”. Vervolgens moet worden opgemerkt, dat een tent steeds, behalve uit een tentdoek, eveneens bestaat uit toebehoren als stokken, pennen of spanners, zonder welke zij niet zou kunnen worden opgezet of gebruikt. Deze elementen vullen elkaar aan en vormen tezamen derhalve één geheel, waarvan de elementen moeilijk afzonderlijk kunnen worden verkocht. Aangezien de stof waaraan de onderhavige produkten hun wezenlijk karakter ontlenen, het tentdoek is, zijn zij ingedeeld onder post 62.04 II B van het gemeenschappelijk douanetarief, die de toebehoren niet van het begrip tent uitsluit.

12. Hier moet nog aan worden toegevoegd, dat de Gemeenschap bij de onderhandelingen over de overeenkomsten betreffende de handel in textielprodukten is uitgegaan van de daadwerkelijke omvang van de importen, zoals blijkend uit de handelsstatistieken vastgesteld op basis van de Nimexe-code en de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief. Hieruit volgt, dat de hoeveelheden waarin de overeenkomsten voorzagen voor de vaststelling van de quota, rekening hielden met het gewicht van de toebehoren.

13. Bijgevolg moet op de gestelde prejudiciële vragen worden geantwoord, dat zowel voor de bepaling van de kwantitatieve maxima voorzien in verordening nr. 3589/82 als voor de bepaling van de preferentiële tariefplafonds voorzien in verordening nr. 3378/82, bij de berekening van het gewicht van uit Zuid-Korea ingevoerde tenten, rekening moet worden gehouden met het gewicht van de toebehoren.

### Kosten

14. De kosten door de Franse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde Kamer),

uitspraak doende op de door de Cour d'appel (Achtste Kamer) te Versailles bij arresten van 13 juni 1988 gestelde vragen, verklaart voor recht:

Zowel voor de bepaling van de kwantitatieve maxima voorzien in verordening (EEG) nr. 3589/82 van de Raad als voor de bepaling van de preferentiële tariefplafonds voorzien in verordening (EEG) nr. 3378/82 van de Raad moet bij de berekening van het gewicht van uit Zuid-Korea ingevoerde tenten, rekening worden gehouden met de toebehoren.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

1

EEG-Verdrag art. 177 1 voorkomen

## Rechtspraak

1

### Europese Unie

1

Conclusie van advocaat-generaal La Pergola C-116/96 17.07.1997

#### [Internationaal personenvervoer](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-116-96-conclusie)
