---
title: "HvJ EU, 14/86, arrest van 11 juni 1987 · EEG-Verdrag art. 177"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 juni 1987, 14/86: EEG-Verdrag art. 177."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-14-86-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-14-86-arret"
---

# Arrest van het Hof van 11 juni 1987, 14/86 · EEG-Verdrag art. 177

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Vijfde kamer

**Zaak**

14/86

**ECLI**

ECLI:EU:C:1987:275

**Datum**

11 juni 1987

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing

**Verwijzende rechter**

Pretura di Salò (Italië) beslissing van 13 januari 1986

**Zaak ingediend op**

21 januari 1986

**Advocaat-generaal**

Mancini

**Opmerkingen**

Italiaanse regering Commissie

**Nationale beslissing na het arrest**

Pretura di Salò beslissing van 30 november 1987 2133 - RG 952/84

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Italiaans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1987, blz. 2545

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Moitinho de Almeida

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B)

  - [Handelingen van de instellingen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-20) [Richtlijnen](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-20.02) [Rechtstreekse werking](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-20.02.01) 41 beslissingen
  - [Procedures voor het Hof](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19) [Prejudiciële verwijzing](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04) [Voorlegging aan het Hof](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04.01)

    - [Begrip nationale rechterlijke instantie](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04.01.01) 19 beslissingen
    - [Uitsluitende bevoegdheid van de nationale rechter](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04.01.03) 49 beslissingen

## Tekst

24 paragrafen

### Arrest

1. Bij beschikking van 13 januari 1986, ingekomen ten Hove op 21 januari daaraanvolgend, heeft de pretura te Salò krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van richtlijn 78/659 van de Raad van 18 juli 1978 betreffende de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft ten einde geschikt te zijn voor het leven van vissen (PB 1978, L 222, biz. 1).

2. Deze vragen zijn gerezen in een strafzaak tegen onbekenden ter zake van bepaalde misdrijven en overtredingen, waardoor verscheidene wettelijke bepalingen op het gebied van de waterbescherming zouden zijn geschonden.

3. De zaak is voortgekomen uit een klacht die door een vissersvereniging is ingediend na een massale vissterfte in de rivier de Chiese, die voornamelijk te wijten zou zijn aan de vele, voor de opwekking van waterkracht en voor bevloeiingsdoeleinden aangelegde stuwdammen, die sterke en plotselinge verschillen in de waterstand zouden veroorzaken. Andere vissersverenigingen hadden reeds over dezelfde feiten geklaagd alsmede over lozingen van schadelijke stoffen in dezelfde rivier, maar aan deze klachten was geen gevolg gegeven.

4.

In het kader van het daarop ingestelde strafrechtelijk onderzoek heeft de pretore te Salò het noodzakelijk geoordeeld het Hof de volgende vragen voor te leggen :

> 1)„ Beantwoordt de huidige Italiaanse wettelijke regeling inzake de bescherming van water tegen verontreiniging aan de beginselen en de kwaliteitsdoelstellingen van richtlijn 78/659/EEG van 18 juli 1978 betreffende de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft ten einde geschikt te zijn voor het leven van vissen ?
>
> 2) Vereisen de in de richtlijn voorziene kwaliteitsdoelstellingen niet een totaalbeheer van het water en daarmee een garantie op het gebied van waterafvoer en -hoeveelheid, met andere woorden de vaststelling van normen voor waterbekkens of -stromen, om te verzekeren dat steeds voldoende water toestroomt om het voor de ontwikkeling van de verschillende vissoorten noodzakelijke minimumpeil te handhaven ?”

5. Voor de feiten, het procesverloop en de opmerkingen van de Italiaanse regering en de Commissie wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

6. Zonder uitdrukkelijk te stellen dat het Hof niet bevoegd is om de vragen te beantwoorden, vestigt de Italiaanse regering wel de aandacht van het Hof op de aard van de in casu door de pretore uitgeoefende functies — vertegenwoordiger van het openbaar ministerie en tegelijkertijd onderzoeksrechter. De pretore leidt het vooronderzoek in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van het openbaar ministerie en indien het onderzoek niets oplevert, besluit hij als onderzoeksrechter tot seponering. Laatstbedoelde beslissing zou geen rechterlijke beslissing zijn, aangezien zij geen kracht van gewijsde kan krijgen of tot een onherroepelijke processituatie kan leiden; zij behoeft ook niet te worden gemotiveerd, terwijl artikel 111 van de Italiaanse grondwet de motiveringsplicht wel kent voor rechterlijke beslissingen.

7. Opgemerkt zij, dat de pretori magistraten zijn die in een procedure zoals die welke tot de onderhavige verwijzing naar het Hof heeft geleid, tegelijkertijd de functie van openbaar ministerie en van onderzoeksrechter vervullen. Het Hof is bevoegd de prejudiciële vraag te beantwoorden, aangezien deze afkomstig is van een rechterlijke instantie die gehandeld heeft in het algemene kader van zijn opdracht om onafhankelijk en naar recht uitspraak te doen in zaken waarvoor de wet hem bevoegdheid verleent, ook al hebben bepaalde functies die hij te vervullen heeft in de procedure die tot de prejudiciële verwijzing heeft geleid, geen strikt rechterlijk karakter.

8. Ter terechtzitting heeft de Italiaanse regering voorts betoogd, dat in de huidige stand van de procedure, waarin de feiten nog niet voldoende zijn opgehelderd en de eventuele daders nog niet zijn geïdentificeerd, de prejudiciële verwijzing prematuur is.

9. De Commissie is van mening, dat het verzoek om een prejudiciële beslissing niet ontvankelijk is, omdat het gaat om een strafzaak tegen onbekenden, waarin het wellicht nooit tot een uitspraak ten gronde zal komen. Daarvoor zou het al voldoende zijn dat de dader of daders nooit worden geïdentificeerd. Ter terechtzitting heeft de Commissie nog een ander argument aangevoerd voor de onbevoegdheid van het Hof: indien de daders na de uitspraak van het Hof bekend zouden worden, dan zouden deze niet in staat zijn geweest om de voor hun belangen meest dienstige uitlegging van het gemeenschapsrecht voor het Hof te verdedigen. Daardoor zou afbreuk worden gedaan aan hun recht van verweer.

10. In de eerste plaats zij erop worden gewezen, dat, zoals het Hof overwoog in zijn arrest van 10 maart 1981 (gevoegde zaken 36 en 71/80, Irish Creamery, Jurispr. 1981, biz. 735), de noodzaak om tot een voor de nationale rechter nuttige uitlegging van het gemeenschapsrecht te geraken, noopt tot een omschrijving van het juridisch kader waarin de gevraagde uitlegging moet passen. Gelet hierop kan het in bepaalde omstandigheden aangewezen zijn, dat de betrokken feiten vaststaan en de problemen van zuiver nationaal recht zijn opgelost op het moment van verwijzing naar het Hof, zodat dit kennis kan nemen van alle gegevens, zowel feitelijk als rechtens, die voor de verlangde uitlegging van het gemeenschapsrecht van belang kunnen zijn.

11. Gelijk het Hof reeds overwoog (zie voornoemd arrest en laatstelijk het arrest van 20 juli 1984, zaak 72/83, Campus Oil, Jurispr. 1984, blz. 2727), houden deze overwegingen evenwel geenszins een beperking in van de beoordelingsbevoegdheid van de nationale rechter, die als enige rechtstreeks kennis heeft van de feiten van het geding en van de argumenten van partijen, die uitspraak zal moeten doen en die derhalve het best in staat is te beoordelen, in welke stand van het geding een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie noodzakelijk is. De keuze van het tijdstip waarop in casu een prejudiciële beslissing krachtens artikel 177 moet worden gevraagd, wordt derhalve bepaald door overwegingen van proceseconomie en -opportuniteit, waarover niet het Hof, doch uitsluitend de nationale rechter heeft te oordelen.

12. Voorts zij opgemerkt, dat volgens vaste rechtspraak de bindende werking van prejudiciële arresten ten opzichte van de nationale rechterlijke instanties geen beletsel vormt voor de nationale rechter tot wie een dergelijk arrest is gericht, om zich opnieuw tot het Hof te wenden zo hij dit nodig oordeelt om uitspraak te doen in het hoofdgeding. Een dergelijke verwijzing is gerechtvaardigd, wanneer de nationale rechter bij de uitlegging of toepassing van het arrest op moeilijkheden stuit, wanneer hij het Hof een nieuwe rechtsvraag stelt of wanneer hij het Hof nieuwe feiten ter beoordeling voorlegt die ertoe kunnen leiden, dat het Hof een vraag waarover eerder uitspraak werd gedaan, anders beantwoordt (zie laatstelijk beschikking van 5 maart 1986, zaak 69/85, Wünsche, Jurispr. 1986, blz. 947 e.V.).

13. Hieruit volgt, dat indien na de prejudiciële verwijzing verdachten worden geïdentificeerd en aan één van bovengenoemde voorwaarden is voldaan, de nationale rechter zich opnieuw tot het Hof zal kunnen wenden en aldus de eerbiediging van de rechten van de verdediging zal kunnen verzekeren.

14. In deze omstandigheden moeten de bezwaren die de Commissie en de Italiaanse regering in casu tegen de bevoegdheid van het Hof hebben ingebracht, worden afgewezen.

### De eerste vraag

15. Volgens vaste rechtspraak kan het Hof zich in het kader van artikel 177 EEG-Verdrag niet uitspreken over de verenigbaarheid van een nationale bepaling met het gemeenschapsrecht (zie laatstelijk arrest van 9 oktober 1984, gevoegde zaken 91 en 127/83, Heineken, Jurispr. 1984, blz. 3435).

16. Het Hof kan evenwel uit de bewoordingen van de door de nationale rechter geformuleerde vragen en gelet op de inlichtingen die hij heeft verschaft, de elementen lichten die onder de uitlegging van het gemeenschapsrecht vallen, ten einde die rechter in staat te stellen de voor hem gerezen rechtsvragen op te lossen. Gelet evenwel op het algmene karakter van de gestelde vraag en het ontbreken van concrete gegevens aan de hand waarvan de punten van twijfel van de verwijzende rechter geïdentificeerd zouden kunnen worden, is het voor het Hof in casu niet mogelijk die vraag te beantwoorden.

### De tweede vraag

17. Volgens de verwijzingsbeschikking van de nationale rechter is de gemeenschapsregeling van belang voor de voor hem gerezen strafrechtelijke vragen, „en wel als belangrijkste premisse voor de onderzoekscriteria, wegens haar doorslaggevende betekenis voor de toepassing van de geldende strafrechtelijke bepalingen, en wegens de onmiskenbare mogelijkheden tot uitbreiding van strafrechtelijke bescherming die uit de richtlijn kunnen voortvloeien”.

18. De nationale rechter wenst in wezen dus te vernemen, of richtlijn 78/659/EEG uit zichzelf en onafhankelijk van een nationale wettelijke regeling bepalend kan zijn voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van degenen die in strijd met haar bepalingen handelen, dan wel deze aansprakelijkheid kan verzwaren.

19. Dienaangaande heeft het Hof reeds in zijn arrest van 26 februari 1986 (zaak 152/84, Marshall, Jurispr. 1986, blz. 723, 737) overwogen, „dat een richtlijn uit zichzelf geen verplichtingen aan particulieren kan opleggen en dat een bepaling van een richtlijn als zodanig niet tegenover een particulier kan worden ingeroepen”. Uit een richtlijn die niet in het nationale recht van een Lid-Staat is omgezet, kunnen bijgevolg geen verplichtingen voortvloeien voor particulieren, niet ten opzichte van andere particulieren en zeker niet ten opzichte van de Lid-Staat zelf.

20. Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat richtlijn 78/659/EEG van de Raad van 18 juli 1978 uit zichzelf en onafhankelijk van een nationale wettelijke regeling ter uitvoering ervan, niet bepalend kan zijn voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van degenen die in strijd met haar bepalingen handelen, noch deze aansprakelijkheid kan verzwaren.

### Kosten

21. De kosten door de Italiaanse regering en door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),

uitspraak doende op de door de pretore te Salò bij beschikking van 13 januari 1986 gestelde vragen, verklaart voor recht:

Uit zichzelf en onafhankelijk van een nationale wettelijke regeling ter uitvoering ervan kan richtlijn 78/659/EEG van de Raad van 18 juli 1978 niet bepalend zijn voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van degenen die in strijd met haar bepalingen handelen, noch deze aansprakelijkheid verzwaren.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

1

EEG-Verdrag art. 177 2 voorkomens

## Rechtspraak

6

### Europese Unie

6

Hof van Justitie C-204/21 05.06.2023

#### [Niet-nakoming door een lidstaat, rechtsstaat](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-204-21-arrest)

Conclusie van de advocaat-generaal C-574/15 13.07.2017

#### [Bescherming van de financiële belangen van de Unie](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-574-15-conclusie)

Conclusie van de advocaat-generaal C-105/14 30.04.2015

#### [Strafprocedure wegens strafbare feiten ter zake van de belasting over de toegevoegde waarde (btw)](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-105-14-conclusie)

## Rechtsleer

6

Fiquet, Alain: Cahiers juridiques de l'électricité et du gaz 1987 p.889-891 (FR)

Constantinesco, Vlad ; Simon, Denys: Chronique de jurisprudence de la Cour de justice des Communautés européennes. I.- Institutions et ordre juridique communautaire, Journal du droit international 1988 p.494-495 (FR)

Rodríguez Ramos, Luis: El Derecho ambiental comunitario y los delitos ecológicos, Noticias CEE 1988 nº 37 p.109-113 (ES)

Arnull, Anthony: The Scope of Article 177, European Law Review 1988 p.40-42 (EN)

Laurent, Philippe: Gazette du Palais 1988 II Som. p.166-168 (FR)

**Bekijk de andere verwijzing**

Ruiz Colomé, María Angeles: La cuestión prejudicial: algunas reflexiones generales en relación al Derecho español, La ley - Comunidades Europeas 1988 nº 2 p.82-108 (ES)
