---
title: "HvJ EU, C-128/97 en C-137/97, beschikking van 30 april 1998 · EG-Verdrag art. 30 en art. 36"
description: "Beschikking van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 april 1998, C-128/97 en C-137/97: EG-Verdrag art. 30 en art. 36."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-128-97-beschikking"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-128-97-ordonnance"
---

# Beschikking van het Hof van 30 april 1998, C-128/97 en C-137/97 · EG-Verdrag art. 30 en art. 36

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Zesde kamer

**Zaken**

C-128/97, C-137/97

**ECLI**

ECLI:EU:C:1998:187

**Datum**

30 april 1998

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing niet-ontvankelijk

**Verwijzende rechter**

C-128/97 Pretura circondariale di Roma, sezione distaccata di Tivoli (Italië) beslissing van 19 februari 1997 ; C-137/97 Pretura circondariale di Roma, sezione distaccata di Tivoli (Italië) beslissing van 5 februari 1997 211/96

**Zaak ingediend op**

28 maart 1997

**Advocaat-generaal**

Cosmas

**Opmerkingen**

Italiaanse regering Commissie

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Italiaans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1998, blz. I-2181

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Kapteyn

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Procedures voor het Hof](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19) [Prejudiciële verwijzing](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04) [Bevoegdheid van Hof](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04.02) 167 beslissingen

## Tekst

42 paragrafen

Beschikking van het Hof (Zesde kamer)

30 april 1998

In de gevoegde zaken C-128/97 en C-137/97,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van de Pretura circondariale di Roma, sezione distaccata di Tivoli, in de aldaar dienende strafzaken tegen

Italia Testa (C-128/97),

M. Modesti (C-137/97),

in aanwezigheid van Società Italiana degli Autori ed Editori (SIAE),

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 30, 36, 85 en 86 EG-Verdrag in verband met een nationale regeling inzake het beheer van auteursrechten,

geeft

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),

samengesteld als volgt: H. Ragnemalm, kamerpresident, G. F. Mancini, P. J. G. Kapteyn (rapporteur), G. Hirsch en K. M. Ioannou, rechters,

advocaat-generaal: G. Cosmas

griffier: R. Grass

de advocaat-generaal gehoord,

de navolgende

### Beschikking

1. Bij beschikkingen van 5 februari en 19 februari 1997, ingekomen bij het Hof op respectievelijk 11 april en 28 maart daaraanvolgend, heeft de Pretura circondariale di Roma, sezione distaccata di Tivoli, krachtens artikel 177 EG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 30, 36, 85 en 86 van het Verdrag in verband met een nationale regeling inzake het beheer van auteursrechten.

2. Die beschikkingen zijn gegeven in het kader van twee strafzaken, de ene tegen Italia Testa (zaak C-128/97), exploitante van een radiozender, en de andere tegen M. Modesti (zaak C-137/97), eigenaar van een radiozender, wegens het uitzenden van muziek zonder daartoe gerechtigd te zijn en wegens het onrechtmatig kopiëren van magneetbanden en platen.

3. In die strafzaken heeft de Pretura circondariale di Roma, sezione distaccata di Tivoli, reeds drie prejudiciële vragen gesteld, waarover het Hof zich heeft uitgesproken bij beschikkingen van 25 juni 1996, Italia Testa (C-101/96, Jurispr. blz. I-3081), en 19 juli 1996, Modesti ([C-191/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-191-96-beschikking), Jurispr. blz. I-3937).

4.

Van oordeel dat het hem voorgelegde geschil vragen van uitlegging van bepalingen van het EG-Verdrag deed rijzen, had de nationale rechter het Hof in die zaken verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

> 1)„ Kan de nationale wetgeving die aan de SIAE \[Società Italiana Autori ed Editori\] een uitsluitend recht toekent voor het beheer van de auteursrechten, de in- of uitvoer verhinderen of beperken van geluidsdragers die in een andere staat rechtmatig in de handel zijn gebracht?
>
> 2) Kan in het kader van de interne markt, die wordt gekenmerkt door het vrij verkeer van goederen en het vrij verrichten van diensten, de SIAE steeds de betaling van bijdragen namens de auteurs verlangen, en daarbij, om haar aanspraken kracht bij te zetten, een beroep doen op de mogelijkheid om strafvervolging te doen instellen?
>
> 3) Zijn de nationale wettelijke regeling en de nationale rechtspraak waarop de SIAE zich beroept in de akte waarin zij zich civiele partij heeft gesteld, van dien aard dat zij een willekeurige discriminatie of een verkapte verlegging van handelsstromen vormen in verband met de commerciële exploitatie van de auteursrechten, van en naar Italië, ten opzichte van de andere lidstaten van de Europese Unie?”

5. In de reeds aangehaalde beschikkingen Italia Testa en Modesti herinnerde het Hof eraan, dat het wegens het vereiste om tot een voor de nationale rechter nuttige uitlegging van het gemeenschapsrecht te komen, noodzakelijk is dat deze een omschrijving geeft van het feitelijk en juridisch kader waarin de gestelde vragen moeten worden geplaatst, of althans de feiten uiteenzet waarop die vragen zijn gebaseerd (zie in het bijzonder arrest van 26 januari 1993, Tclemarsicabruzzo e. a., [C-320/90](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-320-90-arrest), [C-321/90](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-320-90-arrest) en [C-322/90](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-320-90-arrest), Jurispr. blz. I-393, punt 6; beschikkingen van 19 maart 1993, Banchero, [C-157/92](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-157-92-beschikking), Jurispr. blz. I-1085, punt 4; 23 maart 1995, Saddik, [C-458/93](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-458-93-beschikking), Jurispr. blz. I-511, punt 12; 7 april 1995, Grau Gomis e. a., C-167/94, Jurispr. blz. I-1023, punt 8; 21 december 1995, Max Mara, C-307/95, Jurispr. blz. I-5083, punt 6, en 20 maart 1996, Sunino en Data, C-2/96, Jurispr. blz. I-1543, punt 4).

6. Voorts beklemtoonde het Hof, dat de in de verwijzingsbeschikkingen verstrekte gegevens en gestelde vragen niet enkel dienen om het Hof in staat te stellen een bruikbaar antwoord te geven, doch ook om de regeringen der lidstaten en de andere belanghebbende partijen de mogelijkheid te bieden, overeenkomstig artikel 20 van 's Hofs Statuut-EG opmerkingen te maken (beschikking Sunino en Data, reeds aangehaald, punt 5). Het Hof dient erop toe te zien, dat deze mogelijkheid gewaarborgd blijft, nu ingevolge genoemde bepaling alleen de verwijzingsbeschikkingen ter kennis van de belanghebbende partijen worden gebracht (arrest van 1 april 1982, Holdijk e. a., 141/81, 142/81 en 143/81, Jurispr. blz. 1299, punt 6, en de reeds aangehaalde beschikkingen Saddik, punt 13; Grau Gomis, punt 10; Max Mara, punt 8, en Sunino en Data, punt 5).

7. Het Hof merkte op, dat de verwijzingsbeschikkingen in die zaken, wat de feitelijke en juridische context betreft, onvoldoende gegevens bevatten om aan voornoemde eisen te voldoen. De verwijzende rechter had zich er namelijk toe beperkt melding te maken van inbreuken op Italiaanse strafrechtelijke bepalingen inzake auteursrechten, door een persoon die verantwoordelijk is voor een particulier radiostation, en van de in deze context gerezen vraag betreffende de verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht van het monopolie van een onderneming met een uitsluitend recht inzake het beheer van die rechten, die de betaling van bijdragen mag eisen en daarbij bescherming geniet in de vorm van strafrechtelijke sancties. Bovendien had de verwijzende rechter onvoldoende inlichtingen verstrekt over de feitelijke context van het geding, de toepasselijke Italiaanse bepalingen, en de precieze redenen waarom hij twijfelde over de uitlegging van het gemeenschapsrecht en zich genoopt zag prejudiciële vragen aan het Hof voor te leggen.

8. In de onderhavige zaken heeft de nationale rechter twee prejudiciële vragen gesteld die identiek zijn aan de eerste en de tweede vraag in de zaken C-101/96 en [C-191/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-191-96-beschikking).

9. In de verwijzingsbeschikkingen vermeldt de verwijzende rechter, dat tegen Italia Testa en Modesti bij de Pretura strafvervolging is ingesteld omdat zij muziekwerken van verschillende Italiaanse en buitenlandse auteurs zonder de vereiste toestemming of vergunning hebben uitgezonden in strijd met artikel 171, sub B, van wet nr. 633 van 22 april 1941 (hierna: „wet nr. 633/41”) betreffende de bescherming van zowel de rechten van de auteurs en de producenten als van de SIAE, houdster van het uitsluitend recht inzake het beheer van auteursrechten op het nationale grondgebied, en omdat zij in strijd met artikel 1 van wet nr. 406 van 29 juli 1981 (hierna: „wet nr. 406/81”) onrechtmatig en met winstoogmerk muziekwerken van grammofoonplaten, geluidsbanden en soortgelijke geluidsdragers hebben overgenomen en weergegeven door middel van kopieer- en weergaveapparatuur. Volgens de nationale rechter hebben zij aldus artikel 171, sub B, van wet nr. 633/41 geschonden.

10. De verwijzende rechter vraagt zich af, of die bepaling in strijd is met de artikelen 30, 36, 85 en 86 van het Verdrag voor zover zij strekt tot handhaving van een wettelijk monopolie dat kan leiden tot beperking van de economische exploitatie van geluidsdragers die reeds in een andere lidstaat in de handel zijn gebracht. Ofschoon de artikelen 30 en 36 van het Verdrag met name niet in de weg staan aan nationale wetgeving op grond waarvan de auteursrechthebbende kan verlangen dat zijn werken enkel met zijn toestemming openbaar worden gemaakt, gaat de toestemming of het verbod om zijn werken openbaar te maken in dit geval niet uit van de auteur zelf, maar van SIAE, wier beslissingen de auteur mogelijkerwijze niet kent en niet kan controleren.

11. De nationale rechter is voorts van oordeel, dat de bescherming die SIAE voor de handhaving van haar uitsluitend recht op inning van auteursrechten geniet, de economische exploitatie van door auteursrechten beschermde werken op de Italiaanse markt afremt, en dus een maatregel van gelijke werking als een douanerecht en een door de artikelen 85 en 86 van het Verdrag verboden feitelijke gedraging oplevert.

12. Niettemin moet worden vastgesteld, dat de onderhavige verwijzingsbeschikkingen nog steeds onvoldoende gegevens bevatten om aan de hierboven genoemde eisen te voldoen.

13. In de eerste plaats beschrijft de verwijzende rechter niet voldoende duidelijk de Italiaanse regeling in het kader waarvan hij zijn vragen stelt. Hij zegt niets over de rol van artikel 171, sub B, van wet nr. 633/41 en van artikel 1 van wet nr. 406/81 bij de bescherming van het auteursrecht. Verder vermeldt hij enkel, dat SIAE een uitsluitend recht inzake het beheer van auteursrechten heeft en dat zij betaling van bijdragen mag eisen en daarbij bescherming geniet in de vorm van strafrechtelijke sancties, zonder aan te geven welke nationale bepalingen daarin voorzien of welke de inhoud daarvan is. Ten slotte bevatten de verwijzingsbeschikkingen geen gegevens betreffende de leden en de structuur van SIAE, de haar toegewezen taak en de wijze waarop zij die vervult. Zij vermelden met name niet, of het uitsluitend recht van SIAE inzake het beheer van auteursrechten ook geldt voor auteursrechtelijk beschermde muziekwerken van leden van verenigingen die in andere lidstaten auteursrechten beheren.

14. In de tweede plaats vermeldt de nationale rechter niet, waarom hij twijfelt aan de verenigbaarheid met de artikelen 30, 36, 85 en 86 van het Verdrag van het monopolie van SIAE, die een uitsluitend recht inzake het beheer van die rechten heeft en betaling van bijdragen mag eisen en daarbij bescherming geniet in de vorm van strafrechtelijke sancties. Hij verklaart met name niet, welke invloed het uitsluitend recht van SIAE heeft op de mogelijkheid voor in Italië gevestigde gebruikers van muziekopnamen om bij verenigingen die in andere lidstaten auteursrechten beheren, rechtstreeks toegang hebben tot het door die verenigingen beheerde repertoire van muziekwerken, en op de invoer in Italië van geluidsdragers waarop die muziekwerken zijn opgenomen.

15. In de derde plaats zegt de verwijzende rechter niet, waarom hij een antwoord op zijn vragen noodzakelijk acht voor de beslechting van het geschil.

16. Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat in de hoofdgedingen strafvervolging is ingesteld wegens schending van artikel 171, sub B, van wet nr. 633/41 en van artikel 1 van wet nr. 406/81. Nu blijkt dat die bepalingen in wezen enkel een algemeen verbod opleggen om zonder toestemming auteursrechten en naburige rechten van anderen commercieel te exploiteren, en vaststaat dat Italia Testa en Modesti dat verbod hebben overtreden, moet de nationale rechter uitleggen, welke gevolgen de eventuele onverenigbaarheid met het gemeenschapsrecht van het uitsluitend recht van SIAE om de auteursrechten te beheren en haar bevoegdheid om bijdragen te eisen, voor de strafvervolging tegen de verdachten kan hebben.

17. Enkel indien de gevraagde uitlegging van het gemeenschapsrecht van invloed is op de strafvervolging, beantwoordt zij aan een objectieve behoefte voor de beslissing van de nationale rechter. Volgens vaste rechtspraak (arrest van 9 oktober 1997, Grado en Bashir, C-291/96, Jurispr. blz. I-5531, punten 16 en 17, en beschikking van 16 mei 1994, Monin Automobiles, [C-428/93](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-428-93-beschikking), Jurispr. blz. I-1707, punten 15 en 16) is het Hof bij gebreke van een dergelijke behoefte niet bevoegd om een antwoord te geven op de vragen van de Pretura circondariale di Roma, sezione distaccata di Tivoli.

18. Mitsdien moet overeenkomstig de artikelen 92 en 103, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering worden vastgesteld, dat de verzoeken van de nationale rechter kennelijk niet-ontvankelijk zijn.

### Kosten

19. De kosten door de Italiaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer)

beschikt:

De door de Pretura circondariale di Roma, sezione distaccata di Tivoli, bij beschikkingen van 5 februari en 19 februari 1997 ingediende verzoeken om een prejudiciële beslissing, zijn niet-ontvankelijk.

Luxemburg, 30 april 1998.

De griffier

R. Grass

De president van de Zesde kamer

H. Ragnemalm

### Voetnoten

- \*1 Procestaal: Italiaans.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

14

EG-Verdrag art. 30 3 voorkomens

EG-Verdrag art. 36 3 voorkomens

EG-Verdrag art. 85 3 voorkomens

EG-Verdrag art. 86 3 voorkomens

EG-Verdrag art. 177 2 voorkomens

EG-Verdrag art. 30 2 voorkomens

EG-Verdrag art. 36 2 voorkomens

EG-Verdrag art. 85 2 voorkomens

EG-Verdrag art. 86 2 voorkomens

[C-191/96, beschikking van 19 juli 1996](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-191-96-beschikking) 2 voorkomens

[C-157/92, beschikking van 19 maart 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-157-92-beschikking) 1 voorkomen

[C-320/90 e.a., arrest van 26 januari 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-320-90-arrest) 1 voorkomen

[C-428/93, beschikking van 16 mei 1994](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-428-93-beschikking) 1 voorkomen

[C-458/93, beschikking van 23 maart 1995](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-458-93-beschikking) 1 voorkomen

## Rechtspraak

7

### Europese Unie

7

Hof van Justitie C-72/03 09.09.2004

#### [EG-Verdrag art. 23 en art. 14](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-72-03-arrest)

Hof van Justitie C-341/01 29.04.2004

#### [Verpakking en verpakkingsafval, plastic draagtassen](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-341-01-arrest)

Hof van Justitie C-207/01 11.09.2003

#### [EG-Verdrag art. 81, richtlijn 92/12 art. 3](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-207-01-arrest)

## Rechtsleer

1

Ritleng, Dominique: Europe 1998 Juin Comm. nº 186 p. 7-8 (FR)
