---
title: "HvJ EU, C-111/94, arrest van 19 oktober 1995 · EEG-Verdrag art. 177 en art. 55"
description: "Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 oktober 1995, C-111/94: EEG-Verdrag art. 177 en art. 55."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-111-94-arrest"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-111-94-arret"
---

# Arrest van het Hof van 19 oktober 1995, C-111/94 · EEG-Verdrag art. 177 en art. 55

**Rechtscollege**

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

**Samenstelling**

Zesde kamer

**Zaak**

C-111/94

**ECLI**

ECLI:EU:C:1995:340

**Datum**

19 oktober 1995

## De zaak

**Procedure**

Prejudiciële verwijzing niet-ontvankelijk

**Verwijzende rechter**

Tribunale di Milano, Sezione VIII civile (Italië) beslissing van 31 maart 1994

**Advocaat-generaal**

Elmer

**Opmerkingen**

Duitse, Italiaanse regering Commissie

**Nationale beslissing na het arrest**

Tribunale di Milano, Sezione VIII civile beslissing van 18 december 1995 1461/94 vol. ; Corte d'appello di Milano, Sezione I civile 185 - RG 25/1996

## Over het document

**Verzameling**

Europese rechtspraak, andere materies

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Procestaal**

Italiaans

**Jurisprudentie**

Jurispr. 1995, blz. I-3361

**Meer informatie**

**Rechter-rapporteur**

Kapteyn

**Repertorium van het Hof**

- [Europese Gemeenschap (EEG/EG)](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B) [Procedures voor het Hof](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19) [Prejudiciële verwijzing](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04) [Voorlegging aan het Hof](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04.01) [Begrip nationale rechterlijke instantie](https://juriel.be/nl/zoeken?repertoire=577-B-19.04.01.01) 19 beslissingen

## Tekst

16 paragrafen

### Arrest

1. Bij beschikking van 31 maart 1994, ingekomen bij het Hof op 11 april daaraanvolgend, heeft het Tribunale civile e penale di Milano krachtens artikel 177 EG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 48, 55, 59, 60, 66, 86 en 90 EG-Verdrag.

2. Deze vragen zijn gerezen in het kader van een verzoek om goedkeuring van de oprichtingsakte van de vereniging Job Centre (hierna: „JCC”), door haar vertegenwoordigers bij het Tribunale civile e penale di Milano ingediend overeenkomstig artikel 2330, lid 3, van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek.

3. JCC is een coöperatieve vereniging met beperkte aansprakelijkheid in oprichting, gevestigd te Milaan. Volgens haar statuten zal haar activiteit er met name in bestaan te bemiddelen tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en tijdelijk arbeid ter beschikking te stellen van derden. Haar doelstelling is, aan werknemers en aan ondernemingen, die al dan niet bij de vereniging zijn aangesloten, dergelijke diensten aan te bieden op de Italiaanse en op de communautaire arbeidsmarkt.

4. Ingevolge de in Italië geldende regeling zijn inzake bemiddeling op de arbeidsmarkt uitsluitend de officiële arbeidsbemiddelingsbureaus bevoegd. Deze regeling is neergelegd in wet nr. 264 van 29 april 1949. Artikel 11, lid 1, daarvan verbiedt elke bemiddeling tussen vraag en aanbod van bezoldigde arbeid, zelfs indien deze gratis wordt verleend. Artikel 1, lid 1, van wet nr. 1369 van 23 oktober 1960 stelt elke bemiddeling en tussenkomst in arbeidsverhoudingen strafbaar.

5.

Voor het Tribunale civile e penale di Milano heeft JCC gesteld, dat het verbod van particuliere arbeidsbemiddeling en dat van terbeschikkingstelling van werknemers voor uitzendarbeid, strijdig zijn met het gemeenschapsrecht. Daarop heeft de verwijzende rechter het Hof de navolgende vragen gesteld:

> 1)„ Kunnen de nationale voorschriften inzake arbeidsbemiddeling en uitzendarbeid, gelet op hun publiekrechtelijk karakter voor zover zij zijn vastgesteld ter bescherming van de werknemers en de nationale economie, worden geacht onder de uitoefening van het openbaar gezag te vallen in de zin van de artikelen 66 en 55 EEG-Verdrag?
>
> 2) Kunnen de door verzoekers ingeroepen gemeenschapsbepalingen bij gebreke van precieze uitvoeringsbepalingen in deze specifieke materie worden geacht rechtstreeks toepasselijk te zijn (zodat de publiekrechtelijke doelstellingen van de inzake arbeidsbemiddeling en uitzendarbeid geldende Italiaanse wetten in gevaar komen), en kan dientengevolge elke openbare of particuliere rechtspersoon, buiten elke specifieke controle en goedkeuring, elke activiteit van bemiddeling tussen vraag en aanbod van arbeid en/of tijdelijke levering van arbeid aan derden uitoefenen, indien de Lid-Staat met het eigen administratieve apparaat niet in staat is volledig aan de op de arbeidsmarkt gebleken vraag naar diensten te voldoen?”

6. De Commissie en de Italiaanse regering hebben twijfels over de ontvankelijkheid van de vragen, voor zover deze zijn gesteld in het kader van een procedure van „vrijwillige rechtspraak”, die niet de beslechting van een bestaand geschil na een procedure op tegenspraak beoogt. Deze uitspraak zou dan ook een administratief karakter hebben.

7. Blijkens de stukken worden in Italië verzoeken tot goedkeuring van de statuten van een vereniging onderzocht in een procedure van „vrijwillige rechtspraak”. Het onderhavige verzoek is ingediend bij het Tribunale civile e penale di Milano. Overeenkomstig artikel 2330, lid 3, van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek beveelt het Tribunale, zo het vaststelt dat de statuten van de vereniging aan de wettelijke vereisten voldoen en het Openbaar ministerie gehoord, de inschrijving van de vereniging in het register. Ingevolge artikel 2331, lid 1, verkrijgt de vereniging met de inschrijving in het register rechtspersoonlijkheid. De persoon die wettelijk bevoegd is, de goedkeuring of de inschrijving in het register te vragen, kan tegen een afwijzende beschikking beroep instellen op grond van artikel 2330, lid 4, respectievelijk artikel 2189, lid 3, van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek.

8. Luidens artikel 177 van het Verdrag is het Hof bevoegd, bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak te doen over de uitlegging van het Verdrag en de handelingen van de instellingen van de Gemeenschap. De tweede alinea van dit artikel bepaalt voorts: „Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen voor een rechterlijke instantie van een der Lid-Staten, kan deze instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, het Hof verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen.”

9. Deze bepaling verlangt weliswaar niet, dat de procedure waarin de nationale rechter het Hof een prejudiciële vraag stelt van contradictoire aard zij (zie laatstelijk arrest van 17 mei 1994, zaakC-18/93, Corsica Ferries, Jurispr. 1994, blz. I-1783, r. o. 12), maar uit artikel 177 volgt wel, dat de nationale rechter enkel bevoegd is tot verwijzing naar het Hof, indien bij hem een geding aanhangig is gemaakt en hij uitspraak moet doen in het kader van een procedure die moet uitmonden in een beslissing die de kenmerken vertoont van een rechterlijke uitspraak (zie beschikkingen van 18 juni 1980, zaak 138/80, Borker, Jurispr. 1980, blz. 1975, r. o. 4, en 5 maart 1986, zaak 318/85, Greis Unterweger, Jurispr. 1986, blz. 955, r. o. 4).

10. Dit is in casu niet het geval.

11. Wanneer de verwijzende rechter volgens de toepasselijke nationale bepalingen en in het kader van een procedure van „giurisdizione volontaria” uitspraak doet op een verzoek om goedkeuring van de statuten van een vereniging met het oog op de inschrijving van die vereniging in het register, vervult hij een niet-rechtsprekende functie, die bovendien in andere Lid-Staten aan bestuursorganen is opgedragen. Hij treedt immers op als bestuursorgaan, en behoeft niet tegelijkertijd een geschil te beslechten. Enkel wanneer de persoon die ingevolge de nationale wettelijke regeling bevoegd is de goedkeuring te vragen, beroep instelt tegen de afwijzing van het verzoek om goedkeuring, en dus om inschrijving, kan de rechter die van het geschil kennis neemt, worden geacht in de zin van artikel 177 een rechtsprekende taak te vervullen die kan leiden tot nietigverklaring van een handeling waarbij een recht van de verzoeker is geschaad (zie arrest van 12 november 1974, zaak 32/74, Haaga, Jurispr. 1974, blz. 1201).

12. Het Hof is dus niet bevoegd om zich uit te spreken over de door het Tribunale civile e penale di Milano gestelde vragen.

### Kosten

13. De kosten door de Italiaanse en de Duitse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

### Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),

verklaart voor recht:

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is niet bevoegd om te antwoorden op de door het Tribunale civile e penale di Milano bij verwijzingsbeschikking van 31 maart 1994 gestelde vragen.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

## Aangehaalde teksten

11

EEG-Verdrag art. 177 1 voorkomen

EEG-Verdrag art. 55 1 voorkomen

EEG-Verdrag art. 66 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 177 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 48 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 55 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 59 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 60 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 66 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 86 1 voorkomen

EG-Verdrag art. 90 1 voorkomen

## Rechtspraak

10

### Europese Unie

10

Hof van Justitie Beschikking C-344/09 24.03.2011

#### [Begrip ‚rechterlijke instantie’](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-344-09-beschikking)

Hof van Justitie C-14/08 25.06.2009

#### [Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-14-08-arrest)

Hof van Justitie C-165/03 30.06.2005

#### [Indirecte belastingen op bijeenbrengen van kapitaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-165-03-arrest)

## Rechtsleer

15

X: Europe 1995 Décembre Comm. nº 415 p.6-7 (FR)

X: Giustizia civile 1995 I p.2862-2863 (IT)

Berrod, Frédérique: Revue du marché unique européen 1995 nº 4 p. 180-181 (FR)

Nizzo, Carlo: La notion de juridiction au sens de l'article 177: la portée de l'arrêt Job Centre, Rivista di diritto europeo 1995 p.335-343 (FR)

D'Harmant François, Antonio: L'ordinamento italiano del collocamento ed il diritto europeo: brevi note, Massimario di giurisprudenza del lavoro 1995 p.694-698 (IT)

**Bekijk de 10 andere verwijzingen**

Mok, M.R.: Voluntaire jurisdictie en prejudiciële beslissing, TVVS ondernemingsrecht en rechtspersonen 1996 p.27 (NL)

Abele, Roland: Europäische Zeitschrift für Wirtschaftsrecht 1996 p.48-49 (DE)

Cornwell-Kelly, Malachy ; McFarlane, Gavin: Making the Luxembourg Connection, New Law Journal 1996 p.340 (EN)

Meliadò, Giuseppe: Il monopolio pubblico del collocamento e il lavoro interinale in Italia innanzi ai giudici di Lussemburgo: mancate risposte e problemi aperti, Il Foro italiano 1996 IV Col.77-83 (IT)

C.R.: Rivista italiana di diritto del lavoro 1996 II p.3-4 (IT)

Heukels, T.: Onbevoegdheid Hof van Justitie in prejudiciële procedure, Nederlands tijdschrift voor Europees recht 1996 p.23 (NL)

Adobati, Enrica: Il monopolio del collocamento di manodopera, Diritto comunitario e degli scambi internazionali 1996 p.125-126 (IT)

Capelli, Fausto: Il monopolio pubblico italiano del collocamento di manodopera è dannoso e va abolito, Diritto comunitario e degli scambi internazionali 1996 p.126-127 (IT)

Simon, Denys: Chronique de jurisprudence du Tribunal et de la Cour de justice des Communautés européennes. Institutions et ordre juridique communautaire, Journal du droit international 1996 p.488-490 (FR)

M.A.: Rivista italiana di diritto pubblico comunitario 1996 p.466-467 (IT)
