Arrest van het Hof van 19 maart 2009, C-10/08 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Eerste kamer C-10/08 ECLI:EU:C:2009:171 19 maart 2009

Zoeken

Arrest van het Hof van 19 maart 2009, C-10/08EG-Verdrag art. 90, Zesde richtlijn 77/388 art. 17

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-10-08-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Eerste kamer
Zaak
C-10/08
ECLI
ECLI:EU:C:2009:171
Datum
19 maart 2009

De zaak

Procedure
Beroep wegens niet-nakoming gedeeltelijk gegrond
Zaak ingediend op
4 januari 2008
Advocaat-generaal
Sharpston zonder conclusie berecht

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Fins
Jurisprudentie
Jurispr. 2009, blz. I-39*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Ilešič
Repertorium van het Hof

Tekst

18 paragrafen

Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 19 maart 2009 – Commissie / Finland

(Zaak C‑10/08)

„Belastingheffing in Finland op uit andere lidstaten ingevoerde gebruikte voertuigen – Overeenstemming van nationale regeling met artikel 90, eerste alinea, EG, Zesde btw-richtlijn en richtlijn 2006/112/EG”

1. Fiscale bepalingen – Binnenlandse belastingen – Belasting op ingevoerde gebruikte voertuigen (Art. 90, eerste alinea, EG) (cf. punten 26‑32)

2. Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Aftrek van voorbelasting (Art. 90, eerste alinea, EG; richtlijnen van de Raad 77/388, art. 17, lid 1 en 2, en 2006/112, art. 167 en 168) (cf. punten 34‑37)

3. Fiscale bepalingen – Binnenlandse belastingen – Belasting op ingevoerde gebruikte voertuigen (Art. 90, eerste alinea, EG) (cf. punten 42‑45)

Voorwerp

Dictum

1)

Door toe te staan dat de belasting bedoeld in § 5 van de autoverolaki (1482/1994) (wet nr. 1482/1994 over de motorrijtuigenbelasting) van 29 december 1994 overeenkomstig § 102, eerste alinea, punt 4, van de arvonlisäverolaki (1501/1993) (wet nr. 1501/1993 betreffende de belasting over de toegevoegde waarde) van 30 december 1993 wordt afgetrokken van de belasting over de toegevoegde waarde, is de Republiek Finland de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 90, eerste alinea, EG en artikel 17, leden 1 en 2, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, thans de artikelen 167 en 168 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

2)

Door bij de motorrijtuigenbelasting voor voertuigen van minder dan drie maanden oud dezelfde belastbare waarde te hanteren als voor nieuwe voertuigen, is de Republiek Finland de verplichtingen niet nagekomen die krachtens artikel 90, eerste alinea, EG op haar rusten.

3)

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

4)

De Republiek Finland draagt, naast haar eigen kosten, drievierde van de kosten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

5)

De Commissie van de Europese Gemeenschappen draagt haar eigen kosten voor het overige.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

10

Rechtspraak

2

Europese Unie

2

Hof van JustitieC-437/1219.12.2013

Binnenlandse belastingen, registratiebelasting

Conclusie van de advocaat-generaalC-855/1918.03.2021

Verschuldigdheid van de btw

Bekijk de 2 documenten

Rechtsleer

2
Rigaux, Anne: Taxation des véhicules automobiles, Europe 2009, Mai, Comm. nº 202, p. 27-28 (FR)
Carrasco González, Francisco M.: Jurisprudencia del Tribunal de Justicia de las Comunidades Europeas, Revista española de Derecho Financiero 2009 p.1129-1131 (ES)