Arrest van het Hof van 13 december 1989, C-1/89 · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Tweede kamer C-1/89 ECLI:EU:C:1989:648 13 december 1989

Zoeken

Arrest van het Hof van 13 december 1989, C-1/89Gemeenschappelijk douanetarief, tariefposten 49.11 B en 99.02, kunstfoto's

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-1-89-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Tweede kamer
Zaak
C-1/89
ECLI
ECLI:EU:C:1989:648
Datum
13 december 1989

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Finanzgericht Berlin (Duitsland) beslissing van 8 november 1988 VII 372/87
Zaak ingediend op
3 januari 1989
Advocaat-generaal
Van Gerven
Opmerkingen
Commissie
Nationale beslissing na het arrest
Finanzgericht Berlin beslissing van 15 juli 1993 VII 372/87

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Duits
Jurisprudentie
Jurispr. 1989, blz. 4423
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Schockweiler
Repertorium van het Hof

Tekst

31 paragrafen

Arrest

1.

Bij beschikking van 8 november 1988, ingekomen ten Hove op 3 januari 1989, heeft het Finanzgericht Berlin krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de tariefposten 49.11 B „foto's” en 99.02 „originele gravures, originele etsen en originele litho's” van de bijlage bij verordening nr. 3618/86 van de Raad van 24 november 1986 tot wijziging van verordening nr. 3331/85 tot wijziging van verordening nr. 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1986, L 345, blz. 1; hierna: GDT), alsmede van tariefpost 49.11 B „kunstzeefdrukken” van tabel II in bijlage bij verordening nr. 1945/86 van de Raad van 18 juni 1986 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief van een aantal industriële produkten (PB 1986, L 174, blz. 1).

2.

Deze vraag is gerezen in een geding tussen I. Raab, eigenares van een kunstgalerie te Berlijn, en het Haupzollamt Berlin-Packhof (hierna: Hauptzollamt) betreffende de tariefindeling van een partij van 36 foto's van de kunstenaar Robert Mapplethorpe, die Raab voor een totaalbedrag van 66783,30 DM had gekocht en in maart 1987 vanuit de Verenigde Staten in de Bondsrepubliek Duitsland had ingevoerd.

3.

Raab klaarde de foto's in bij het douanekantoor Berlin-Tegel-Flughafen, waarbij zij deze aangaf als „originele gravures, originele etsen en originele litho's” in de zin van codenummer 9902 000 00 van het GDT, die van invoerrechten zijn vrijgesteld.

4.

Het douanekantoor deelde deze goederen in onder codenummer 4911400 90 („foto's”) van het GDT en hief een invoerrecht van 5,8%.

5.

Raab stelde tegen de betrokken beschikking beroep in bij het Finanzgericht Berlin en betoogde dat de betrokken foto's, waarvan een beperkt aantal afdrukken werd gemaakt van een door de kunstenaar bewerkte originele plaat, en waarvan de waarde veel hoger was dan die van het gebruikte materiaal, moesten worden aangemerkt als kunstvoorwerpen in de zin van hoofdstuk 99 van het GDT en onder post 99.02 dienden te worden ingedeeld wegens hun verwantschap met het gebied van de grafische kunst.

6.

Voor het geval het GDT niet aldus kan worden uitgelegd, dat kunstfoto's onder post 99.02 vallen, stelde Raab subsidiair dat op grond van het beginsel dat alle via een mechanisch of fotomechanisch procédé tot stand gekomen kunstwerken op gelijke wijze moeten worden behandeld, kunstfoto's dienden te worden gelijkgesteld met kunstzeefdrukken die, hoewel zij evenals foto's onder post 49.11 B van het GDT vielen, op grond van de schorsing van invoerrechten bij verordening nr. 1945/86 vrij van rechten konden worden ingevoerd.

7.

Daarentegen betoogde het Hauptzollamt, dat op grond van de duidelijke tekst van de bepalingen van het GDT en vanwege het feit dat een op het kunstzinnig karakter van een goed gebaseerd indelingscriterium in de praktijk niet bruikbaar was, de foto's, ongeacht hun artistieke waarde, enkel onder codenummer 4911 400 90 van het GDT konden worden ingedeeld.

8.

Van oordeel dat het geding een probleem van uitlegging van de betrokken gemeenschapsverordening opwierp, heeft het Finanzgericht Berlin de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de navolgende prejudiciële vraag gesteld:

„Moeten 36 foto's van de kunstenaar Robert Mapplethorpe, die te zamen voor 66783,30 DM zijn aangekocht, worden ingedeeld onder codenummer 4911 400 90 (foto's) of onder codenummer 9902 000 00 (originele gravures, originele etsen en originele litho's), dan wel subsidiair onder codenummer 4911 500 10 (douanevrijstelling voor artistieke zeefdrukken) van het gemeenschappelijk douanetarief ?”

9.

Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak in het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dit noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

10.

Met zijn vraag wil de verwijzende rechter in wezen vernemen of de bepalingen van het GDT aldus moeten worden uitgelegd, dat kunstfoto's als originele gravures, etsen en litho's moeten worden ingedeeld onder post 99.02 van het GDT dan wel, subsidiair, kunnen worden beschouwd als kunstzeefdrukken in de zin van tariefpost 49.11 B van tabel II in bijlage bij verordening nr. 1945/86. Wordt deze vraag ontkennend beantwoord, dan vraagt de nationale rechter vervolgens nog, of alle foto's, ongeacht hun eventuele artistieke waarde, onder post 49.11 B van het GDT moeten worden ingedeeld.

11.

Alvorens deze vraag wordt beantwoord, dient te worden opgemerkt dat tariefpost 99.02 voorkomt in hoofdstuk 99 van het GDT, met als opschrift „kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten” en betrekking heeft op „originele gravures, originele etsen en originele litho's”.

12.

Vooraf zij opgemerkt dat de in hoofdstuk 99 van het GDT bedoelde goederen weliswaar van invoerrechten zijn vrijgesteld om aan voortbrengselen van kunst een voorkeursbehandeling te geven (zie arrest van 14 december 1988, zaak 291/87, Huber, Jurispr. 1988, blz. 6449, r. o. 16), doch dat daaruit niet volgt, dat alle voorwerpen waaraan een kunstzinnig karakter kan worden toegekend, onder dit hoofdstuk moeten worden ingedeeld. Immers, volgens algemene bepaling nr. 1 voor de toepassing van de nomenclatuur van het GDT geldt de tekst van de opschriften van de afdelingen, de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken slechts als aanwijzing en zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken bepalend voor de indeling in het GDT.

13.

Volgens aantekening 2 op hoofdstuk 99 van het GDT worden als „originele gravures, etsen en litho's”, in de zin van post 99.02, aangemerkt, die, welke „rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt van één of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproduktietechniek”.

14.

Wat dit aangaat, heeft het Hof reeds geoordeeld (zie vorengenoemd arrest van 14 december 1988, r. o. 17 en 18), dat de in post 99.02 van het GDT bedoelde werken altijd een reproduktie zijn van een door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde tekening, waarbij de originele plaat waarvan de afdrukken worden gemaakt, niet met een mechanisch of fotomechanisch procédé kan zijn vervaardigd.

15.

Volgens deze rechtspraak is het kenmerkende van de originele gravures, etsen en litho's in de zin van post 99.02 van het GDT de eigen en handmatige arbeid van de kunstenaar bij de vervaardiging van het origineel, terwijl enkel de afdruk met behulp van een mechanisch drukprocédé mag zijn vervaardigd.

16.

Foto's, en ook foto's met een kunstzinnig karakter, voldoen niet aan deze voorwaarde. Ofschoon namelijk een foto door de keuze van het onderwerp en de gebruikte technieken het werk een artistieke waarde kan geven, komt het origineel altijd tot stand via een technisch procédé waarbij door de werking van het licht de afbeelding van de voorwerpen op een gevoelig oppervlak wordt vastgelegd. Dit origineel kan dus niet worden geacht geheel met de hand te zijn vervaardigd in de zin van aantekening 2 op hoofdstuk 99 van het GDT.

17.

Zo gezien kunnen foto's niet worden ingedeeld onder post 99.02 van het GDT.

18.

Met betrekking tot de vraag of kunstfoto's voor de tariefindeling als kunstzeefdrukken kunnen worden beschouwd, zij opgemerkt dat het procédé voor het vervaardigen van een kunstzeefdruk in het „feitelijk” deel van het arrest van 27 oktober 1977 (zaak 23/77, Westfälischer Kunstverein, Jurispr. 1977, blz. 1985) door het Hof als volgt is omschreven: „serigrafie is een drukprocédé waarbij gebruik wordt gemaakt van een bedrukte matrijs die bestaat uit een op hout of metaal gespannen speciaal weefsel van natuurlijke (zijde) of synthetische (nylon, enz.) textieldraden of metaaldraden (roestvrijstaal enz.). Dit drukprocédé bestaat uit twee fasen: de voorbereiding van het doek,‚overbrenging’ op het doek van de originele te reproduceren tekening (spanning van het doek op het raam) en de reproduktie op de beelddrager (het eigenlijke drukken)”.

19.

Hoewel het procédé voor het drukken van kunstzeefdrukken zich dus onderscheidt van het procédé dat wordt gebruikt voor de reproduktie van originele gravures, etsen en litho's in de zin van post 99.02 van het GDT, hebben kunstzeefdrukken met de in deze tariefpost bedoelde werken gemeen, dat de af te drukken originele tekening door de kunstenaar met de hand wordt vervaardigd.

20.

Voor de tariefindeling kunnen kunstfoto's dus niet worden gelijkgesteld met kunstzeefdrukken in de zin van tariefpost 49.11 B in tabel II in bijlage bij verordening nr. 1945/86, en wel om dezelfde redenen als waarom zij niet onder post 99.02 van het GDT kunnen worden ingedeeld.

21.

Vervolgens dient dan te worden onderzocht, of alle foto's, ongeacht hun eventueel kunstzinnig karakter, onder post 49.11 B van het GDT moeten worden ingedeeld.

22.

Zoals hierboven reeds is opgemerkt (r. o. 12), behoeven niet alle voorwerpen waaraan een kunstzinnig karakter kan worden toegekend, noodzakelijkerwijs onder hoofdstuk 99 van het GDT te worden ingediend en zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen bepalend voor de indeling in het GDT.

23.

Foto's worden uitdrukkelijk genoemd in post 49.11 B van het GDT. Deze tariefpost maakt voor foto's geen onderscheid tussen foto's met een kunstzinnig karakter en foto's zonder een dergelijk karakter, en is volgens de rechtspraak van het Hof (vorengenoemd arrest van 27 oktober 1977, r. o. 5) een restpost die alle niet onder een andere post van het GDT genoemde of opgenomen produkten van grafisch drukwerk omvat.

24.

Ofschoon volgens algemene bepaling nr. 1 voor de toepassing van de nomenclatuur van het GDT de tekst van de opschriften van de hoofdstukken als aanwijzing kan gelden voor de tariefindeling, is het eventueel kunstzinnig karakter van een voorwerp geen argument om het betrokken artikel dat onder een bepaalde tariefpost is genoemd, onder een post in een ander hoofdstuk van het GDT in te delen.

25.

Dit geldt te meer waar, zoals het Hof heeft opgemerkt (zie vorengenoemd arrest van 27 oktober 1977, r. o. 3), de eventuele artistieke waarde van een voorwerp in wezen wordt bepaald naar subjectieve en onbestendige criteria, terwijl de tariefindeling moet zijn gebaseerd op objectieve maatstaven die in het GDT worden gehanteerd zowel voor zijn doeltreffende werking als ter wille van de rechtszekerheid.

26.

Bijgevolg vallen foto's waaraan een kunstzinnig karakter kan worden toegekend, evenals andere foto's onder post 49.11 B van het GDT.

27.

Uit het voorgaande volgt dat op de vraag van de nationale rechter dient te. worden geantwoord dat de bepalingen van het GDT aldus moeten worden uitgelegd, dat kunstfoto's niet als „originele gravures, originele etsen en originele litho's” moeten worden ingedeeld onder post 99.02 van het GDT, noch beschouwd kunnen worden als kunstzeefdrukken in de zin van tariefpost 49.11 B van tabel II in bijlage bij verordening nr. 1945/86. Ongeacht hun eventueel kunstzinnig karakter moeten alle foto's worden ingedeeld onder post 49.11 B van het GDT.

Kosten

28.

De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),

uitspraak doende op de door het Finanzgericht Berlin bij beschikking van 8 november 1988 gestelde vraag, verklaart voor recht:

De bepalingen van het gemeenschappelijk douanetarief moeten aldus worden uitgelegd, dat kunstfoto's niet als „originele gravures, originele etsen en originele litho's” moeten worden ingedeeld onder post 99.02 van het gemeenschappelijk douanetarief, noch beschouwd kunnen worden als kunstzeefdrukken in de zin van tariefpost 49.11 B van tabel II in bijlage bij verordening (EEG) nr. 1945/86 van de Raad van 18 juni 1986 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op een aantal industriële produkten. Ongeacht hun eventueel kunstzinnig karakter moeten alle foto's worden ingedeeld onder post 49.11 B van het gemeenschappelijk douanetarief.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

1
EEG-Verdrag art. 1771 voorkomen

Rechtspraak

1

Europese Unie

1

Hof van JustitieC-145/1805.09.2019

Verlaagd btw-tarief, kunstvoorwerpen

Bekijk het document