---
title: "Parlementaire vraag M013 · Firmawagen. Autovoertuig. Gelijkstelling met een dienstprestatie. Gebruik van een bedrijfsgoed voor privé-doeleinden"
description: "Firmawagen. Autovoertuig. Gelijkstelling met een dienstprestatie. Parlementaire vraag nr. M013 van 8 juli 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/m013-firmawagen-autovoertuig-gelijkstelling-dienstprestatie-gebruik-15fb"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/m013-taux-reduit-fourniture-placement-bien-08eb"
---

# Firmawagen. Autovoertuig. Gelijkstelling met een dienstprestatie. Gebruik van een bedrijfsgoed voor privé-doeleinden. · Firmawagen. Autovoertuig. Gelijkstelling met een dienstprestatie. Gebruik van een bedrijfsgoed voor privé-doeleinden. Aftrek. Onttrekking. Aanschrijving nr. 4/1996. Voordeel van alle aard. Terbeschikkingstelling autovoertuig aan personeel. Verhuur van een roerend goed. Vervoermiddel

**Nummer**

M013

**Datum**

8 juli 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**B.V.-Com.C 622,Kamer, 08.07.1998,G.Z. 1997-1998, blz. 3-4**

*Firmawagen - Autovoertuig - Gelijkstelling met een dienstprestatie - Gebruik van een bedrijfsgoed voor privé-doeleinden - Aftrek - Onttrekking - Aanschrijving nr. 4/1996 - Voordeel van alle aard - Terbeschikkingstelling autovoertuig aan personeel - Verhuur van een roerend goed - Vervoermiddel*

## **VRAAG**

De heer Luc Willems : Op 1 januari 1997 werd een nieuwe regeling van kracht waarbij het gebruik van een firmawagen door een werknemer als een deel van het loon wordt beschouwd, waarop dus sociale zekerheidsbijdrage dient te worden betaald. Er geldt namelijk een solidariteitsbijdrage van 33 procent op het als loon beschouwde voordeel dat de werknemer geniet door het privé-gebruik van een firmawagen.

## **ANTWOORD**

De BTW-diensten beschouwen dat voordeel echter niet als loon, doch als een dienst aan de werknemer, waarop dus BTW dient te worden betaald. In de praktijk blijkt dit voordeel dus tweemaal te worden belast.

De oplossing bestaat erin dat zowel de sociale zekerheid, die de solidariteitsbijdrage int, als de BTW dezelfde interpretatie hanteren. Hoe zal dit probleem worden verholpen ?

De heer Jean-Jacques Viseur, Minister van Financiën : De terbeschikkingstelling van een autovoertuig door een onderneming aan haar personeelsleden wordt ofwel als een dienstverrichting onder bezwarende titel in de zin van [artikel 18, § 1, tweede lid, 4°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) aangemerkt wanneer een huurvergoeding wordt gevraagd, ofwel met een dienstverrichting onder bezwarende titel gelijkgesteld op grond van artikel 19, § 1, van voornoemd wetboek wanneer dat tot het bedrijf behorend autovoertuig, waarvoor recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de voorbelasting is ontstaan, voor de privé-doeleinden van het personeel van de belastingplichtige wordt gebruikt.

In het eerste geval is die handeling op grond van [artikel 26 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) aan de belasting over het bedrag van de contractuele vergoeding onderworpen, ongeacht of de aftrek van de BTW geheven van de verkrijging van het voertuig door de onderneming of van het gebruik ervan werd beperkt tot een maximum van 50 pct.

In het tweede geval wordt de handeling die met een dienst verricht onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld, overeenkomstig artikel 33, 2°, van het genoemde wetboek aan de belasting over het bedrag van de gedane uitgaven onderworpen. Het bedrag van die uitgave wordt vastgesteld rekening houdend met de werkelijk gemaakte kosten met betrekking tot die handeling. De bijkomstige kosten en uitgaven waarvoor geen recht op aftrek is ontstaan, worden evenwel niet in aanmerking genomen.

De notie "gedane uitgaven" is terug te vinden bij de Europese rechtspraak terzake, die erop gericht is dubbele belastingheffing te vermijden.

Wanneer een belastingplichtige een autovoertuig kosteloos ter beschikking stelt van een personeelslid, verschaft hij een voordeel van alle aard aan laatstgenoemde en wordt hij geacht uitgaven te hebben gedaan voor een bedrag gelijk aan dat voordeel.

Rekening houdend met bovengenoemde rechtspraak en omdat het door de Administratie der directe belastingen vastgestelde voordeel, om een dubbele belastingheffing te voorkomen, derhalve niet integraal met BTW kan worden belast, heeft de Administratie van de BTW, registratie en domeinen in de aanschrijving nr. 4/1996 van 9 mei 1996 een forfaitaire berekening van die gedane uitgaven vastgesteld, uitgaande van het bedrag van het voordeel van alle aard zoals bepaald door de Administratie der directe belastingen, verminderd ten aanzien van de belastingplichtige met de uitgaven waarvoor geen volledig of gedeeltelijk recht op aftrek is ontstaan. Die forfaitaire berekening is nochtans facultatief. Elke belastingplichtige die dat wenst, kan inderdaad aan de hand van bewijskrachtige stukken het juiste bedrag aantonen van de uitgaven die hij heeft gedaan.

De omstandigheden dat de door de Administratie der directe belastingen vastgestelde voordelen van alle aard het voorwerp zijn van sociale bijdragen en onderworpen zijn aan de solidariteitsbijdrage, die een werkgeversbijdrage is, heeft geen enkele invloed op het toepasselijk BTW-regime, noch op de wijze van bepaling van de maatstaf van heffing van de BTW voor de gratis terbeschikkingstelling van autovoertuigen door belastingplichtigen van hun personeelsleden.

Er is dus een verschil tussen het stelsel van de personenbelasting en dit stelsel. Zo wordt dan ook de mogelijkheid van een dubbele belasting geneutraliseerd.

De heer Luc Willems : Het gaat dus om een dubbele belasting.

De voorzitter : Het incident is gesloten.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) 1 voorkomen
