---
title: "Parlementaire vraag M01 · Aanschrijving 13/1997. Uitvoerend kunstenaar. Artiest. Cultureel evenement. Tarief. Harmonieën. Fanfares. Muziekensembles. Amateurgezelschap"
description: "Aanschrijving 13/1997. Uitvoerend kunstenaar. Parlementaire vraag nr. M01 van 5 februari 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/m01-aanschrijving-uitvoerend-kunstenaar-artiest-cultureel-ad53"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/m01-exemption-art-44-artiste-executant-45b5"
---

# Aanschrijving 13/1997. Uitvoerend kunstenaar. Artiest. Cultureel evenement. Tarief. Harmonieën. Fanfares. Muziekensembles. Amateurgezelschap · Aanschrijving 13/1997. Uitvoerend kunstenaar. Artiest. Cultureel evenement. Tarief. Harmonieën. Fanfares. Muziekensembles. Amateurgezelschap (cultuur). Cultuur. Culturele sector

**Nummer**

M01

**Datum**

5 februari 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

10 paragrafen

**B.V.-PLEN,1-163,Senaat,G.Z. 1997-1998, blz. 2425-2426**

[*Aanschrijving 13/1997*](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/13-1997-aanschrijving-artiste-b303) *- Uitvoerend kunstenaar - Artiest - Cultureel evenement - Tarief - Harmonieën - Fanfares - Muziekensembles - Amateurgezelschap (cultuur) - Cultuur - Culturele sector*

## **VRAAG**

De heer Olivier. - Vanaf 1 april vervalt de BTW-vrijstelling voor uitvoerende kunstenaars. Enkel de uitvoerende artiest die solo optreedt en artiesten die kunnen bewijzen niet professioneel bezig te zijn, ontsnappen aan de maatregel. Het bekendmaken van deze maatregel heeft heel wat ongenoegen en onrust veroorzaakt. Wat zijn de motieven voor deze maatregel ? Werd overleg gepleegd met de representatieve verenigingen uit de culturele sector en de gemeenschappen ? Moet de afschaffing van de BTW-vrijstelling niet worden gekoppeld aan de uitwerking van een degelijk sociaal statuut voor de uitvoerende kunstenaar ? Vreest de minister geen verschraling van het culturele landschap en een toename van het zwartwerk ? Vreest hij niet dat het BTW-tarief zal worden doorgerekend aan de toeschouwer met een nog lagere participatiegraad tot gevolg ? Is hij zich bewust van de gevolgen voor de reeds afgesloten contracten en de rendabiliteit van een aantal geplande culturele evenementen ? Indien dan toch BTW verschuldigd is, waarom wordt dan niet geopteerd voor een tarief van 6 pct. ?

## **ANTWOORD**

De heer Maystadt, Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel. - Er is inderdaad ongerustheid ontstaan over de vermelde maatregel. Ten onrechte wordt verondersteld dat de BTW-wetgeving werd gewijzigd. De vrijstelling van [artikel 44, § 2, 8°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) blijft van toepassing voor uitvoerende artiesten die niet handelen via een vennootschap of vereniging.

Er wordt alleen een vroegere administratieve beslissing inzake vrijstelling ingetrokken. De BTW-administratie had sinds 1988 aanvaard dat vennootschappen of verenigingen die prestaties van uitvoerende artiesten verstrekken via hun eigen artiesten, ook als uitvoerende artiest worden aangemerkt. Er werd evenwel vastgesteld dat er terzake ongelijkheid bestond en dat de maatregel willekeurig werd toegepast.

Ook rekening houdend met een vaste Europese rechtspraak kon de administratieve toegeving niet langer worden behouden. Om de betrokkenen voldoende tijd te laten zich te informeren en zich in orde te stellen wordt de administratieve beslissing pas ingetrokken vanaf 1 april 1998. De nieuwe regeling zal slechts gelden voor contracten gesloten vanaf 1 april 1998. Verenigingen en groeperingen zoals harmonieën, fanfares en andere muziekensembles en amateurgezelschappen zijn geen BTW-belastingplichtigen als is voldaan aan bepaalde voorwaarden. Bovendien kan in voorkomend geval beroep worden gedaan op de vrijstellingsregeling van [artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) wanneer de jaaromzet niet meer dan 225.000 frank bedraagt.

Ik zal aan de Ministerraad voorstellen om terzake het tarief van 6 pct. aan te rekenen voor zover de Europese regels dit toelaten. Dit laatste wordt onderzocht.

De heer Olivier. - Ik dank de minister voor zijn uitvoerig antwoord dat veel verduidelijkt, alsmede voor de hoopvolle vooruitzichten.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 1 voorkomen
