Toepassing van artikel 9-2 van de 6de BTW-richtlijn · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

E3528 12 december 1996

Zoeken

Toepassing van artikel 9-2 van de 6de BTW-richtlijn

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/e3528-toepassing-artikel-6de-btw-richtlijn-562f

Nummer
E3528
Datum
12 december 1996

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Vr. en Antw., Europees Parlement

Toepassing van artikel 9-2 van de 6de BTW-richtlijn

VRAAG

Ik verwijs naar artikel 9-2 c en e van de 6de BTW-richtlijn, naast artikel 259 A en B van de Franse algemene belastingwet (Code général des impôts) en de toelichting van de Franse belastingdiensten (adm. doc. 3 A 2132). In het geval van een Franse onderneming die in Frankrijk een laboratorium onderhoudt dat produkten analyseert die toegestuurd worden door klanten van buiten de EEG of uit een andere EU-lid-staat, die ziekenhuizen, industriële bedrijven of farmaceutische of kosmetische laboratoria kunnen zijn: de analyse van de produkten dient soms alleen maar om hun samenstelling vast te stellen, en in andere gevallen ook om na te gaan of ze aan de reglementering of de voorwaarden van een aanbesteding beantwoorden en/of welk effect ze op de gebruikers hebben: is dat soort werkzaamheden te beschouwen als materieel lokaliseerbaar in Frankrijk, of als een immateriële verrichting die niet in Frankrijk belast moet worden?

ANTWOORD

De vraag is of de door het geachte Parlementslid beschreven werkzaamheden moeten worden beschouwd als een «expertise met betrekking tot roerende lichamelijke zaken op de plaats waar die dienst materieel wordt verricht», als bedoeld in artikel 9, lid 2, sub c) van de Zesde Richtlijn betreffende de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) nr. 77/388/EEG PB L 145 van 13.6.1977.

, dan wel of ze kunnen worden gelijkgesteld met een «dienst verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus en andere soortgelijke diensten», die overeenkomstig het bepaalde sub c) van hetzelfde lid belastbaar is, in de Lid-Staat waar degene voor wiens rekening de werkzaamheden worden uitgevoerd, gevestigd is.

In de praktijk blijkt het moeilijk om precies de scheidingslijn tussen de werkingssferen van beide bepalingen te trekken en uit de door het geachte Parlementslid verstrekte gegevens blijkt niet duidelijk wat de juiste aard van de geleverde dienst is.

De Commissie kan het geachte Parlementslid evenwel meedelen dat de lokalisatie van een dienstverrichting die bestaat in een laboratoriumanalyse van monster van farmaceutische producten aan de orde is geweest in het Raadgevend Comité voor de BTW. In de 31e vergadering van dit Comité was een grote meerderheid van de leden het met de Commissie eens dat deze dienstverrichting, gezien het intellectuele karakter ervan, onder artikel 9, lid 2, e), valt.

Aangehaalde teksten

1