Verticaal geïntegreerde bedrijven. Fiscale gevolgen. Drukken. Uitgeven. Boeken, kranten en tijdschriften. BTW-tarieven. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

E3247 6 januari 1993

Zoeken

Verticaal geïntegreerde bedrijven. Fiscale gevolgen. Drukken. Uitgeven. Boeken, kranten en tijdschriften. BTW-tarieven.Verticaal geïntegreerde bedrijven. Fiscale gevolgen. Drukken. Uitgeven. Boeken, kranten en tijdschriften. BTW-tarieven. Toepasselijke regeling in Griekenland

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/e3247-verticaal-geintegreerde-bedrijven-fiscale-gevolgen-b260

Nummer
E3247
Datum
6 januari 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Vr. en Antw., Europees Parlement

BTW-Rev., nr. 108, 393, nr. 3

Verticaal geïntegreerde bedrijven - Fiscale gevolgen - Drukken - Uitgeven - Boeken, kranten en tijdschriften - BTW-tarieven - Toepasselijke regeling in Griekenland

VRAAG

Tot 1 augustus 1992 gold in Griekenland een BTW-tarief van 4% voor alle produktiestadia van een boek, tijdschrift of krant en een BTW-tarief van 4% voor het eindprodukt. Na de veranderingen waartoe de Griekse Regering onlangs is overgegaan blijft het BTW-tarief voor het eindprodukt 4%, maar voor alle afzonderlijke stadia van de totstandkoming van een gedrukt stuk (typografie, het zetten op microfiles, het binden, enz.) geldt een BTW-tarief van 18%. Volgens de Vereniging van boek-en kantoorboekhandelaren en de Vereniging van uitgevers geldt de desbetreffende regeling voor alle producerende bedrijven, behalve voor de verticale, dat wil zeggen de bedrijven die alle produktiestadia van een gedrukt stuk kunnen uitvoeren. Voor de laatste groep bedrijven geldt nog altijd een tarief van 4%.

Kan de commissie mededelen, aangezien deze regeling voor ongelijke concurrentievoorwaarden tussen de grote verticale en de kleine bedrijven zorgt, of zij van plan is de Griekse autoriteiten te verzoeken de regeling in te trekken? Is de Commissie voornemens te benadrukken dat met name de publikatiesector van groot belang is en dat een astronomisch BTW-tarief van 18% aldaar onaanvaardbaar is?

ANTWOORD

Het geachte Parlementslid stelt twee vragen: de eerste betreft de gevolgen van de BTW voor verticaal geïntegreerde structuren; de tweede heeft betrekking op het BTW-tarief dat moet worden toegepast op particuliere goederen en diensten.

Wat verticaal geïntegreerde bedrijven betreft, worden over het algemeen interne transacties niet als leveringen behandeld, zodat de kwestie van de betaling van BTW voor deze bedrijven derhalve niet geldt. Dit is een cashflow voordeel dat inherent is aan de aard van verticaal geïntegreerde bedrijven en dat geen verband houdt met het BTW-tarief dat van toepassing is op soortgelijke activiteiten die door individuele leveranciers worden verricht.

Wat de BTW-tarieven betreft, is in de richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van BTW-tarieven die op 19 oktober 1992 door de Raad van ministers van Economische Zaken en Financiën is goedgekeurd, een lijst opgenomen van de leveringen van goederen en diensten waarvoor de Lid-Staten een lager BTW-tarief mogen berekenen. Op alle overige leveringen moet het standaardtarief worden toegepast.

Leveringen van boeken, kranten en tijdschriften mogen tegen het verlaagde tarief worden belast, aangezien zij op de lijst in de richtlijn zijn opgenomen. Een dergelijke maatregel bestaat niet met betrekking tot de inputs voor deze leveringen, die derhalve tegen het standaardtarief moeten worden belast. Krachtens de Griekse wetgeving mogen alleen leveringen van boeken tegen het verlaagde tarief worden belast en geldt voor intermediaire leveringen die door afzonderlijke leveranciers worden verricht en die niet de levering van het eindprodukt tot gevolg hebben, het standaardtarief.

De Commissie controleert evenwel momenteel de verenigbaarheid van de BTW-tarieven en -structuren in de Lid-Staten met de communautaire wetgeving. De Commissie zal het geachte Parlementslid in kennis stellen van het resultaat van deze werkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op de door hem gestelde vragen.

(P.B., nr. C 195/30 van 19 juli 1993)