Parlementaire vraag nr. E-001777-2023 van de heer Peter van Dalen d.d. 02.06.2023
Vraag
aan de Raad
Artikel 138 van het Reglement
Vraag inzake btw-heffing op duurzame industriële bouwproducten
VRAAG
Voor verduurzaming van de (bestaande) gebouwde omgeving is reductie van de warmtevraag voor gebouwen en woningen noodzakelijk, evenals arbeidsproductiviteitsverhoging, gelet op de beschikbare arbeidskrachten en het verhogen van het tempo om de klimaatdoelen voor zowel 2030 als 2050 te halen. De vereiste opschaling is slechts mogelijk door industriële productie van renovatieconcepten. Er is evenwel btw-ongelijkheid tussen productie in de fabriek (hoog tarief) en op de bouwplaats (laag tarief), waardoor industriële productie een onnodig en ongewenst concurrentienadeel heeft.
Vragen:
1) Is er binnen de vigerende btw-richtlijn ruimte om industrieel geproduceerde verduurzamingsconcepten naar een laag btw-tarief te brengen? Indien niet: is daar op korte termijn ruimte voor te scheppen?
2) Bent u bereid een btw-teruggaaf voor aanschaf en verwerking van duurzame materialen mogelijk te maken?
ANTWOORD
van de heer Gentiloni namens de Europese Commissie d.d. 04.08.2023
Bijlage III bij de btw-richtlijn1 bevat een lijst van de goederen en diensten waarop verlaagde btw-tarieven kunnen worden toegepast. Deze lijst is in april 2022 herzien2 om de lidstaten meer speelruimte te bieden bij de vaststelling van de btw-tarieven. Zo is het nu mogelijk een verlaagd btw-tarief toe te passen op de levering en bouw van in het kader van sociaal beleid verstrekte huisvesting, als omschreven door de lidstaten; renovatie en verbouwing, met inbegrip van afbraak en heropbouw, en herstelling van huisvesting en particuliere woningen; en ten slotte ook de bouw en renovatie van openbare en andere gebouwen die worden gebruikt voor activiteiten van algemeen belang3. Dit tarief hangt niet af van het gebruik van specifieke materialen, omdat dit de uitvoering van de btw-regels zeer moeilijk zou maken. De btw over de materialen die door de betrokken ondernemingen worden aangekocht, is in beginsel aftrekbaar en vormt dus geen kostenpost.
1 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
2 Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 5 april 2022 tot wijziging van Richtlijnen 2006/112/EG en (EU) 2020/285 wat de btw-tarieven betreft (PB L 107 van 6.4.2022, blz. 1).
3 Artikel 98 van de btw-richtlijn en de categorieën 10) en 10 bis) van bijlage III bij die richtlijn.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.