Parlementaire vraag nr. 994 van de heer Brecht Vermeulen dd. 27.05.2016
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/081, dd. 08.07.2016, blz. 71
Achterstal btw en vennootschapsbelastingen bij voetbalclubs
VRAAG
Ik stelde vorig jaar en dit jaar een aantal schriftelijke vragen omtrent achterstallen die voetbalclubs zouden hebben tegenover de btw en de bedrijfsvoorheffing. Opvallend hierbij is dat de clubs uit de eerste en tweede klasse geen btw-achterstand hebben. De meest recente cijfers over bedrijfsvoorheffing heb ik nog niet ontvangen, maar vorig jaar was dit 141.477 euro bij drie clubs in eerste klasse en 138.124,06 euro bij vijf clubs in tweede klasse. Clubs uit de derde en vierde klasse hebben samen 507.090,31 euro btw-achterstand (18 clubs) en hadden vorig jaar samen 348.345,7 euro achterstallige bedrijfsvoorheffing (12 clubs). Er kan dus vastgesteld worden dat er veel meer clubs uit de amateurreeksen een achterstallige betaling hebben, en dat voor hogere bedragen dan hun professionele collega's. De omzet van clubs in de huidige derde en vierde klasse zijn veel beperkter dan die van in de hoogste klassen. De voetbalclubs uit de eerste en tweede klasse moeten al enkele jaren attesten bezorgen bij hun licentieaanvraag bij de Belgische Voetbalbond, waarin ze aantonen geen schulden (zonder goedgekeurd afbetalingsplan) te hebben tegenover btw en andere belastingen. Vanaf dit jaar moest er ook een licentie worden aangevraagd om te kunnen deelnemen aan de competitie in de Eerste Amateurliga. De clubs uit lagere klassen hebben uiteraard hun verplichtingen tegenover de belastingsdiensten, maar moeten geen bewijzen voorleggen aan de Voetbalbond om te kunnen deelnemen aan de competitie.
1. Welke uitleg is er voor het feit dat clubs uit de huidige derde en vierde klasse relatief gezien tegenover hun omzet een veel grotere achterstand hebben bij de btw dan clubs uit de hoogste twee afdelingen?
2. Welke uitleg is er voor het feit dat clubs uit de huidige derde en vierde klasse relatief gezien tegenover hun budget en personeelskost een veel grotere achterstand hebben bij de bedrijfsvoorheffing dan clubs uit de hoogste twee afdelingen?
3. Werden achterstallen tegenover de btw en de vennootschapsbelastingen in het verleden vlot betaald? Of vormden die het voorwerp van lange afbetalingsplannen en eventueel van gerechtelijke discussies?
4. Betreft het achterstallen die zijn ontstaan naar aanleiding van een controle? Zo ja, hoeveel clubs hebben achterstallen na een fiscale controle en wat is het aandeel van die achterstallen tegenover het geheel van de achterstallen?
5. Werd het probleem van die achterstallen al besproken met de Belgische Voetbalbond? En wat was het resultaat daarvan?
6. Wat is uw visie over de noodzaak om nog bijkomende maatregelen nemen in deze zaken?
ANTWOORD
1 en 2. We kunnen u geen globale verklaring geven voor de vele grotere achterstand aan BTW en bedrijfsvoorheffing van de clubs in derde en vierde klasse omdat elk invorderingsdossier uniek is.
3. We kunnen u enkel de gevraagde gegevens verschaffen voor dit seizoen omdat de clubs in derde en vierde klasse elk jaar wijzigen. Voor de clubs uit derde en vierde klasse was er dit seizoen gemiddeld een termijn van 108 dagen tussen de inkohiering en de betaling van de schulden vennootschapsbelasting/rechtspersonenbelasting. Er werd dit seizoen één afbetalingsplan toegestaan voor deze belastingen maar dit werd niet gevolgd. Bovendien is er voor één schuldartikel vennootschapsbelasting/rechtspersonenbelasting een gerechtelijk geschil hangende. Voor de clubs uit derde en vierde klasse was er dit seizoen gemiddeld een termijn van 25 dagen tussen de inkohiering en de betaling van de schulden bedrijfsvoorheffing. Er werd dit seizoen geen enkel afbetalingsplan toegestaan voor deze schulden en bovendien was er ook geen enkel gerechtelijk geschil. Voor de clubs uit derde en vierde klasse was er dit seizoen gemiddeld een termijn van 59 dagen tussen de opmaak van het invorderingsorder en de betaling van de btw-schulden. Momenteel hebben twee clubs een afbetalingsplan voor hun btw-schulden. De gemiddelde looptijd van deze afbetalingsplannen is 6 maanden. Voor één schuldartikel btw is er een gerechtelijk geschil hangende.
4. Elf clubs uit derde en vierde klasse hebben nog een schuld aan vennootschapsbelasting/rechtspersonenbelasting. Deze schulden zijn afkomstig uit een controle. Voor de schulden bedrijfsvoorheffing is het onmogelijk om na te gaan of deze schulden afkomstig zijn uit een controle. Vijf clubs uit derde en vierde klasse hebben een schuld btw ingevolge een controle. Momenteel is 25% van de schulden btw van de clubs in derde en vierde klasse afkomstig uit een controle.
5. Gelet op bovenstaande cijfers leek het niet opportuun om dit te bespreken met de Belgische Voetbalbond.
6. Een verder overleg met de Belgische Voetbalbond zal steeds kunnen worden georganiseerd indien er bijkomende maatregelen, aanvullend aan deze die reeds bestaan, nodig blijken om de achterstand van de clubs in derde en vierde klasse weg te werken.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.