---
title: "Parlementaire vraag 975 · Tarieven. Sierteeltprodukten"
description: "Tarieven. Sierteeltprodukten, tarief, tuinbouw. Parlementaire vraag nr. 975 van 13 februari 1995 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/975-tarieven-sierteeltprodukten-beerden-tarief-tuinbouw-3417"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/975-taux-reduit-tva-produits-agricoles-5a39"
---

# Tarieven. Sierteeltprodukten · BTW. Tarieven. Sierteeltprodukten.

**Nummer**

975

**Datum**

13 februari 1995

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1994-1995, nr. 150, blz. 7935-7936**

*BTW - Tarieven - Sierteeltprodukten.*

## **VRAAG**

Er was voorzien dat de Europese ministers van Financiën een unaniem besluit zouden nemen over het BTW-tarief van de niet-eetbare land- en tuinbouwprodukten. De uitzondering die aan Duitsland, Nederland en Luxemburg werd toegestaan om het verlaagd tarief voor deze produkten toe te passen liep immers van rechtswege af op 31 december 1994, cf. de correcte interpretatie van artikel 1, punt 1, 3d, tweede lid, van de richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992.

Gezien het belang van deze sector voor hogergenoemde lidstaten hadden deze het voornemen uitgedrukt om de niet-eetbare land- en tuinbouwprodukten te laten opnemen in [bijlage H](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/bijlage-h) van de zesde richtlijn.

De eventuele opname van de hogergenoemde produkten in deze lijst creëert echter enkel voor deze lidstaten de mogelijkheid om het verlaagd tarief toe te passen. Dit zou concreet betekenen dat al de ons omringende lidstaten (Nederland, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk) vanaf 1 januari 1995 het verlaagd tarief zouden toepassen.

Wanneer België in die omstandigheden toch het normaal tarief voor de niet-eetbare land- en tuinbouwprodukten zou handhaven zullen een aantal problemen waar de sector nu reeds mee moet afrekenen nog geaccentueerd worden ten gevolgen van het BTW-tariefverschil met de ons omringende lidstaten, alhoewel de BTW neutraal is en in principe geen enkel concurrentieverstorend effect tussen de verschillende lidstaten zou mogen geven.

De praktijk is evenwel anders. Talrijke voorbeelden zijn hiervan bekend vermits vanaf 1 januari 1993 voor particulieren het "oorspronkelijkheidsbeginsel" geldt. Zij illustreren dat het principe dat de BTW toekomt aan het land van verbruik, ten gevolge van het verschillend BTW-tarief, niet wordt toegepast, waardoor de Belgische Schatkist niet krijgt wat haar toekomt. Het plaatst tegelijkertijd de Belgische sierteler in een ongelijke concurrentiepositie die hij onmogelijk kan overbruggen (zie hierover ook de aanbeveling van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad d.d. 5 november 1993 - bijlage 5).

De bezorgdheid met betrekking tot deze problematiek neemt nog toe wanneer op 1 januari 1997 het definitieve BTW-stelsel zou in voege treden waarbij in alle gevallen, ook bij de verkoop aan handelaars het oorspronglandbeginsel zal gelden.

Graag vernam ik dan ook het volgende :

•Is er eind 1994 een beslissing gevallen ?

•En zo ja, werden nog uitzonderingen toegestaan (opnamen in [bijlage H](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/bijlage-h) van de zesde richtlijn) ?

•Indien dit zo zou zijn, welke landen werden opgenomen ? Is België hierbij ?

•Zo er nog geen beslissing is genomen, deelt de minister dan de mening dat ofwel geen uitzonderingen meer worden gegeven, ofwel ook België in de lijst van de uitzonderingen zou moeten opgenomen worden ?

## **ANTWOORD**

In uitvoering van de door aangegane verbintenissen bij de vaststelling op 19 oktober 1992 door de Raad van de Europese Unie van de richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de BTW-tarieven (richtlijn 92/77/EEG) heeft de Europese Commissie op 5 januari 1995 bij de Raad een verslag ingediend over de onderlinge aanpassing van de BTW- tarieven in de Gemeenschap, vergezeld van een voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van de zesde BTW-richtlijn betreffende de belasting op landbouwprodukten.

In haar verslag stelt de Commissie dat zij geen redenen ziet tot wijziging van [bijlage H](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/bijlage-h) van de zesde BTW-richtlijn.

Wat de landbouwprodukten en inzonderheid de sierteeltprodukten betreft heeft de Commissie evenwel vastgesteld dat de toepassing in enkele lidstaten van het verlaagd tarief op sierteeltprodukten aanleiding kan geven tot frauduleuze praktijken, die hierin bestaan dat bepaalde handelaars van lidstaten die het normaal BTW-tarief toepassen zich bevoorraden in lidstaten met een verlaagd BTW-tarief zonder die aankopen kenbaar te maken.

Daarom gaat zij er in bovengenoemd voorstel van uit dat, gedurende de periode waarin de BTW-overgangsregeling geldt - in principe tot 31 december 1996 - alle lidstaten een verlaagd tarief moeten kunnen toepassen op dergelijke produkten.

Het zou dus gaan om een facultatieve en niet om een verplichte toepassing van het verlaagd tarief.

Momenteel wordt dat voorstel besproken in de ad hoc-groep van de Raad.

Uit de reeds gevoerde besprekingen is gebleken dat de ons omringende lidstaten inderdaad aandringen op de verlenging van de mogelijkheid om voor de sierteelt het verlaagd tarief toe te passen en dat zij dat nu trouwens ook effectief doen.

Het is duidelijk dat moet worden gestreefd naar een Europese harmonisatie van het BTW-tarief in de niet-eetbare land- en tuinbouwsector, aangezien het toepassen van verschillende tarieven aanleiding kan geven tot frauduleuze praktijken.

## Aangehaalde teksten

1

[Zesde richtlijn 77/388 bijlage H](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/bijlage-h) 3 voorkomens
