---
title: "Parlementaire vraag 975 · Nieuw artikel 44, § 2, 11° van het btw-Wetboek"
description: "Nieuw artikel 44, § 2, 11° van het btw-Wetboek, vrijstelling. Parlementaire vraag nr. 975 van 25 maart 2022 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/975-nieuw-artikel-44-btw-wetboek-adf0"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/975-nouvel-article-44-code-tva-a5c6"
---

# Nieuw artikel 44, § 2, 11° van het btw-Wetboek

**Nummer**

975

**Datum**

25 maart 2022

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 975 van de heer Josy Arens d.d. 25.03.2022

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/086 d.d. 25.05.2022, blz. 156**

Vraag nr. 975 van De heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 25 maart 2022 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Btw. - Nieuw* [*artikel 44, § 2, 11° van het btw-Wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)*.*

## **VRAAG**

Op grond van [artikel 44, § 2, 11° van het btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zijn bepaalde dienstverrichtingen en leveringen van goederen door bepaalde instellingen die geen winst beogen vrijgesteld van btw. Op grond van een bepaling die bij wet van 27 december 2021 toegevoegd werd mag die vrijstelling echter niet tot concurrentieverstoring leiden.

**1.** Wie moet er beoordelen of die vrijstelling 'tot concurrentieverstoring kan leiden'?

**2.** Op welke economische gegevens of op welke informatie zouden de personen die moeten bepalen of er al dan niet sprake is van concurrentieverstoring zich kunnen baseren?

**3.** Houdt de omschrijving 'kan leiden' in dat er geen bewijs van concurrentieverstoring geleverd moet worden, maar dat aanwijzingen volstaan?

**4.** Zou het mogelijk zijn dat instellingen waarvan de activiteiten thans van btw vrijgesteld zijn met terugwerkende kracht btw op hun activiteiten van voorgaande jaren moeten betalen?

**5.** Zou deze bepaling, die haar oorsprong vindt in richtlijn 2006/112, niet in Belgisch recht omgezet moeten worden (zoals dat in de oude tekst bepaald was), in plaats van ze op te nemen in de btw-richtlijn zoals dat nu gebeurd is?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 12.05.2022:**

**1.** Tot op heden werd de administratie niet geconfronteerd met een mogelijke concurrentieverstoring omwille van de toepassing van de vrijstelling voor politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke instellingen. Dit is ook de reden waarom de mogelijkheid van de koning om bijkomende voorwaarden op te leggen nooit is uitgeoefend.

De wijziging van [artikel 44, § 2, 11°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), die op 10 januari 2022 in werking is getreden, heeft aldus a priori geen praktische gevolgen, maar zorgt wel voor een correcte omzetting van de Europese reglementering.

Wanneer een marktdeelnemer, wegens de aard van de handelingen verricht door een in [artikel 44, § 2, 11° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) bedoeld lichaam, meent door de toepassing van deze btw-vrijstelling te zijn benadeeld en bijgevolg concurrentieverstoring ondervindt, kan hij een klacht indienen bij de centrale diensten van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit. Deze klacht moet gemotiveerd zijn, de identiteit van de betrokken instelling vermelden evenals de identiteit van de benadeelde marktdeelnemer (indien de klacht door een vertegenwoordiger wordt ingediend). De administratie waarborgt de anonimiteit van de benadeelde marktdeelnemer ten opzichte van de betrokken instelling. De btw-vrijstelling kan slechts worden ingetrokken na onderzoek van het dossier waarbij de betrokken partijen afzonderlijk door de administratie worden gehoord.

**2** en **4.** De administratie zal de voorwaarde inzake concurrentieverstoring geval per geval beoordelen in het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De concurrentieverstoring kan uiteraard door de administratie zelf worden opgeworpen, bijvoorbeeld naar aanleiding van een fiscaal toezicht.

De intrekking van de vrijstelling omwille van concurrentieverstoring kan retroactief toegepast worden maar die beslissing wordt genomen op basis van de feitelijke gegevens.

**3.** Het begrip "concurrentieverstoring" heeft niet enkel betrekking op daadwerkelijke concurrentie, maar ook op potentiële concurrentie, voor zover dit reëel en niet zuiver hypothetisch is. De concurrentieverstoring moet bovendien van meer dan een onbeduidende omvang zijn.

**5.** Artikel 132, lid 1, punt l), van richtlijn 2006/112/EG, dat de rechtsgrond vormt voor [artikel 44, § 2, 11°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), verplicht lidstaten om de toepassing van deze vrijstelling afhankelijk te stellen van de voorwaarde dat de vrijstelling niet tot concurrentieverstoring kan leiden. De vroegere formulering van [artikel 44, § 2, 11°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zette de Europese reglementering dus onvoldoende dwingend om in de nationale wetgeving. De vervanging van [artikel 44, § 2, 11°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) bij artikel 3 van de wet van 27 december 2021 houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde, heeft derhalve tot doel gehad om deze vrijstelling in overeenstemming te brengen met de bewoordingen van de Europese reglementering.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 7 voorkomens

## Administratieve doctrine

4

[Fiches van de administratieve commentaar 4](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/975-nieuw-artikel-44-btw-wetboek-adf0/documenten?type=commentaar)

« … 'concurrentieverstoring' heeft niet enkel betrekking op daadwerkelijke concurrentie, maar ook op potentiële concurrentie, voor zover dit reëel en niet zuiver hypothetisch is. De concurrentieverstoring moet bovendien van meer dan een onbeduidende omvang zijn ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 975 van de heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 25.03.2022 ). 2. Instelling zonder winstoogmerk Zoals aangegeven in titel 1, van deze afdeling, zijn de handelingen beoogd in artikel 44, § 2, 11°, van het Btw-Wetboek slechts van de belasting vrijgesteld wanneer ze worden verricht door instellingen die geen … »

[Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben (01.02.2026)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-550e) Administratieve commentaar 20.02.2025

[Bekijk de 4 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/975-nieuw-artikel-44-btw-wetboek-adf0/documenten)
