Inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik. Opheffing. Teruggaaf. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

97 23 september 1988

Zoeken

Inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik. Opheffing. Teruggaaf.Inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik. Opheffing. Teruggaaf. Verjaringstermijn. Stuiting van de verjaring. Moratoire interesten op de ter zake terug te betalen of in te vorderen sommen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/97-inschrijvingstaks-nieuwe-personenauto-auto-dubbel-9ff9

Nummer
97
Datum
23 september 1988

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1988, nr. 033 , blz. 2231

Inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik - Opheffing - Teruggaaf - Verjaringstermijn - Stuiting van de verjaring - Moratoire interesten op de ter zake terug te betalen of in te vorderen sommen

VRAAG

Het arrest van 4 februari 1988 van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen heeft de toepassing van de inschrijvingstaks veroordeeld. Uw departement heeft echter tot op heden geen enkele maatregel genomen om de terugbetaling van deze taks te verzekeren bij toepassing van paragraaf 2 van artikel 15 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

Kan de Minister mij bevestigen dat:

1. zijn departement alle aanvragen tot terugbetaling ingediend per aangetekende brief bij de hoofdcontroleur van de BTW, bij toepassing van artikel 11 van het koninklijk besluit van 3 maart 1927, zal beschouwen als een handeling van stuiting van de verjaringstermijn waarin deze wettelijke bepaling voorziet;

2. de verwijlinteresten zullen beginnen lopen vanaf de dag van de ingebrekestelling ingediend met het oog op de terugbetaling van de taks?

Indien de bovenvermelde wettelijke bepaling niet zou worden toegepast, kan de Minister dan bevestigen dat, aangezien het bovenvermelde Hof van justitie die taks heeft gelijkgesteld met de BTW, de termijn voor de indiening van de aanvragen tot terugbetaling 5 jaar zou moeten bedragen, zoals in het BTW-boek wordt bepaald?

ANTWOORD

De eerste te verrichten benaarstiging ingevolge het arrest van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen, waarnaar het geacht Lid verwijst, bestaat uit een wijziging dienovereenkomstig van de Belgische wetgeving. Alleen een wijziging die de wettelijke bepalingen met betrekking tot de heffing van de inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik opheft, kan op nationaal vlak een recht op teruggave van de betreffende taks rechtvaardigen.

Eerlang zal in dit verband bij het Parlement een wetsontwerp worden ingediend waarover de regering haar akkoord heeft gegeven op 23 september jongstleden.

In het momenteel aan de Raad van State voorgelegde ontwerp is gesteld dat, zoals reeds werd meegedeeld in mijn antwoord op de vraag nr. 18 van de heer Senator Belot , van 15 juni 1988 (bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 1987-1988, nr. 14, blz. 622-623), de verjaringstermijn van twee jaar bepaald in artikel 202K, tweede lid, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, van toepassing zal zijn op de betreffende vordering tot terugbetaling.

Overigens kan ik het geacht Lid verzekeren dat, zodra het recht op teruggave opgenomen is in de Belgische wet, alle aanvragen om teruggave die tot op dat ogenblik werden ingediend, zelfs per gewone brief, zullen gelden als stuiting van verjaring, voor zover wel te verstaan de verjaring niet reeds was ingetreden op het ogenblik van de indiening van de aanvraag. Nochtans zullen, wat de formaliteiten betreft, de personen die schriftelijk een geldige aanvraag om teruggave hebben ingediend, ongeacht overigens of dit onder de vorm van een gewone of aangetekende brief geschiedde, uitgenodigd worden een formulier in te vullen dat hen ter beschikking zal worden gesteld door de administratie, zodat de dienst belast met de behandeling van het dossier over al de nodige gegevens kan beschikken.

Ten slotte zijn krachtens artikel 2043 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, de moratoire interesten op de ter zake terug te betalen sommen, zoals overigens ook op de in te vorderen sommen, verschuldigd volgens de voor de burgerlijke zaken vastgestelde regelen. Een minnelijke aanvraag om teruggave doet bijgevolg deze interesten niet lopen, interesten welke door de Staat slechts verschuldigd zouden zijn in geval van aanmaning of dagvaarding tot teruggave betekend overeenkomstig artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek en te rekenen vanaf deze aanmaning of dagvaarding.