Geestrijke dranken en wijnen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

96 27 april 1978

Zoeken

Geestrijke dranken en wijnen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/96-geestrijke-dranken-wijnen-capoen-9b8a

Nummer
96
Datum
27 april 1978

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Geestrijke dranken en wijnen

VRAAG

De wijziging van het BTW-tarief op wijnen en andere geestrijke dranken op 1 april 1977 heeft volgende moeilijkheden meegebracht. Bepaalde partijen wijnen werden verkocht op voorhand, gefaktureerd en betaald voor 1 april 1977, doch pas na 1 april 1977, hetzij b.v. in de loop van 1978, geleverd.

Naar verluidt is de BTW slechts verschuldigd bij de levering en niet bij de betaling of fakturatie.

Kan de geachte Minister mij mededelen:

1. Welk percent aan BTW precies verschuldigd is op dergelijke verkopen op voorhand (voor 1 april 1977), doch geleverd na 1 april 1977 en ook na die datum ingevoerd? Bepaalde bedrijven maken zich sterk met de bewering dat alleen het BTW-tarief op het ogenblik van de betaling geldig is (daar men door de betaling juridisch eigenaar wordt van de goederen), andere dat het BTW-tarief geldig op het ogenblik van de levering dient toegepast te worden, althans voor verkopen met faktuur;

2. Hoe dient men te handelen bij een verkeerde toepassing van de BTW-wetgeving ter zake (b.v. aanrekening van 14 pct. in plaats van 25 pct. BTW)?

ANTWOORD

1. In de door het geachte lid bedoelde toestand is het toepasselijk BTW-tarief 25 pct., tenzij de leverancier onderworpen was aan het kasstelsel, in welk geval het toepasselijk tarief 14 pct. bedroeg in de mate dat de prijs betaald werd voor 1 april 1977.

Een leverancier is onderworpen aan de kasstelsel wanneer hij goederen levert aan particulieren die deze goederen niet bestemmen voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid,voor zover die leveringen plaatsgrijpen in verkoopsinrichtingen die bijzonder ingericht zijn voor de verkoop in het klein (zie art. 81 - thans art. 8 - van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969). In dit geval is de leverancier ontheven van de factureringsplicht en wordt de belasting verschuldigd naarmate van de incassering van de prijs.

Overigens wordt erop gewezen dat bij invoer het toepasselijke BTW-tarief steeds datgene is welke van kracht is op het tijdstip waarop de goederen ten verbruik worden aangegeven. Wanneer bijgevolg wijn is ingevoerd na 31 maart 1977, bedraagt het toepasselijke BTW-tarief bij invoer 25 pct.

2. Ingeval een leverancier ten onrechte het BTW-tarief van 14 pct. heeft toegepast in de plaats van dat van 25 pct., dient hij de te weinig betaalde belasting te voldoen door opneming van het bedrag ervan, in zijn eerstvolgende in te dienen BTW-aangifte, in kader V, letter a, wanneer hij gehouden is tot de indiening van maandaangiften, of in vak 31 wanneer hij gehouden is tot de indiening van kwartaalaangiften.