Diensten aan buitenlandse afnemers. Bewijs · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

943 16 juni 1997

Zoeken

Diensten aan buitenlandse afnemers. BewijsBTW. Diensten aan buitenlandse afnemers. Bewijs.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/943-diensten-buitenlandse-afnemers-bewijs-fournaux-fd58

Nummer
943
Datum
16 juni 1997

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, nr. 94, 1996-1997, blz. 12873-12874

BTW-Revue nr. 131, blz. 1160

BTW. - Diensten aan buitenlandse afnemers. - Bewijs.

VRAAG

Bepaalde controleurs eisen, naar verluidt, op grond van artikel 21, § 5, van het BTW-wetboek, dat de dienstverleners bedoeld in artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-wetboek het bewijs leveren dat de BTW daadwerkelijk door de buitenlandse medecontractant werd betaald. Anders moet de BTW in België worden betaald.

1. Deelt u die interpretatie ?

2. Denkt u dat een KMO over de nodige materiële en juridische middelen beschikt om na te gaan of haar in het buitenland gevestigde medecontractant inderdaad de wetten van zijn land heeft nageleefd ?

3. Stelt uw administratie de nodige informatie ter beschikking van de Belgische ondernemingen, zodat ze kunnen nagaan of hun in het buitenland gevestigde medecontractanten inderdaad de wetten van hun land naleven ?

ANTWOORD

Artikel 21 § 5, van het BTW-wetboek bepaalt dat, behoudens tegenbewijs, een dienst geacht wordt in België plaats te vinden van zodra één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.

Om dit vermoeden te weerleggen, moet een in België gevestigde belastingplichtige die een dienst verricht die in het buitenland plaatsvindt, derhalve aantonen dat dit laatste, rekening houdend met de toepasselijke BTW-regels terzake, inderdaad het geval is.

Krachtens artikel 5, § 1, 10°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de BTW, moet hij bovendien op de factuur de wettelijke bepaling vermelden krachtens dewelke de BTW in België niet in rekening wordt gebracht, bijvoorbeeld artikel 21, § 3, 7°, van voornoemd wetboek.

Verder mag de administratie niet eisen dat die belastingplichtige het bewijs voorlegt dat zijn buitenlandse medecontractant effectief de BTW heeft voldaan in het land waar de dienst plaatsvindt.

Indien het geacht lid gevallen kent waarin dergelijke eis wordt gesteld, ben ik dadelijk bereid om bij de bevoegde diensten de nodige rechtzettingen te laten doen, voor zover de gegevens van de betrokken belastingplichtigen mij worden medegedeeld.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 213 voorkomens
KB nr. 1 art. 51 voorkomen