Tarief. verlaagd tarief. onroerend goed. werk in onroerende staat. privé-woning · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

93 20 februari 2012

Zoeken

Tarief. verlaagd tarief. onroerend goed. werk in onroerende staat. privé-woning

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/93-tarief-verlaagd-onroerend-goed-werk-7e6d

Nummer
93
Datum
20 februari 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 53 d.d. 20.02.2012, blz. 41 en nr. 58 d.d. 26.03.2012, blz. 99

Tarief

Verlaagd tarief

Onroerend goed

Werk in onroerende staat

Privé-woning

VRAAG

1. Een woning met losstaande schuur, beide ouder dan 50 jaar, wordt aangekocht. De schuur wordt gerenoveerd tot een leefruimte voor het gezin. Kunnen de renovatie- en verbouwingswerken van de losstaande schuur tot leefruimte eveneens onderworpen worden aan het verlaagd btw-tarief van 6%, zoals weergegeven in rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970?

2. Aanschrijving 86/006 van 22 augustus 1986, randnummer 51 stelt dat een garage aan het tarief van 6% onderworpen wordt, zelfs indien ze niet aan de woning grenst, doordat ze deel uitmaakt van de woning door het onmiddellijk nut dat ze voor de eigenaar meebrengt. Kan uw administratie het volgende meedelen?

a) Geldt dit tevens voor losstaande bijgebouwen met een andere functie dan garage, in casu een leefruimte, welke eveneens een onmiddellijk nut aan de eigenaar verschaffen en welke door hun functie niet onafhankelijk van de hoofdwoning kunnen bestaan?

b) Zo neen, wat is de reden van de verschillende behandeling tussen garages en andere bijgebouwen?

c) Schendt het ter zake gemaakte onderscheid in voorkomend geval niet het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet dan wel het door het Europees Hof van Justitie gehanteerde neutraliteitsbeginsel, welke vereist dat soortgelijke goederen en diensten die met elkaar concurreren, vanuit het oogpunt van de btw niet ongelijk mogen worden behandeld?

ANTWOORD

(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling)

De vraag van het geachte lid heeft betrekking op de mogelijkheid van toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 van rubriek XXXI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, inzake btw-tarieven ten aanzien van de verbouwing van een losstaande schuur naast een woning (beide gebouwen ouder dan 50 jaar). Blijkbaar beoogt het geachte lid meer bepaald een concreet geval van verbouwing van een losstaande schuur tot een losstaand bijgebouw dat dient als "leefruimte", zonder dat hierbij evenwel een tweede onderscheiden woning wordt tot stand gebracht. Zoals verduidelijkt onder meer in de punten 52 en 53 van de circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986, is het voordeel van het verlaagd tarief voorbehouden aan onroerende handelingen die betrekking hebben op de eigenlijke woning. Het btw-tarief van 6% van voormelde rubriek XXXI is dus niet van toepassing ten aanzien van werk in onroerende staat dat betrekking heeft op de grond die het gebouw omgeeft of op installaties die geen deel uitmaken van de eigenlijke woning. Om iedere twijfel dienaangaande uit te sluiten, wordt in § 4 van voormelde rubriek XXXI van het verlaagd tarief uitgesloten: - werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen; - werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties. Wanneer het door het geachte lid beoogde losstaande gebouw na de verbouwing geen deel uitmaakt van de eigenlijke woning omdat het bijvoorbeeld dient als sauna of als tuinhuis, zijn de verbouwingswerken dus uitgesloten van de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% van voormelde rubriek XXXI. Op verbouwingswerken die als doel hebben een losstaand gebouw (bijvoorbeeld een losstaande garage) deel te doen uitmaken van de eigenlijke woning, mag het verlaagd btw-tarief van 6% van rubriek XXXI worden toegepast. Het oorspronkelijk losstaande gebouw zal geacht worden deel uit te maken van de eigenlijke woning indien het na de verbouwingswerken een onmiddellijk nut voor de eigenaar of de huurder opbrengt. Rubriek XXXI bevat een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet zijn opdat het verlaagde 6%-tarief van toepassing zou zijn. Zo moet de verbouwing van de oorspronkelijke losstaande schuur een handeling betreffen in de zin van § 1, 1°, van rubriek XXXI. Aangezien alle losstaande gebouwen die deel uitmaken van de eigenlijke woning in de zin van hetgeen voorafgaat, voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6% van voormelde rubriek XXXI op dezelfde wijze behandeld worden, is er geen schending van het gelijkheidsbeginsel.