---
title: "Parlementaire vraag 922 · Btw op cosmetisch-chirurgische ingrepen"
description: "Btw op cosmetisch-chirurgische ingrepen, chirurgische ingreep, esthetische ingreep. Parlementaire vraag nr. 922 van 13 april 2016 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/922-btw-cosmetisch-chirurgische-ingrepen-georges-12f3"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/922-tva-chirurgie-esthetique-georges-gilkinet-47cd"
---

# Btw op cosmetisch-chirurgische ingrepen

**Nummer**

922

**Datum**

13 april 2016

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/090 d.d. 07.10.2016, blz. 328**

*Btw op cosmetisch-chirurgische ingrepen*

## **VRAAG**

Een artikel van het *Journal du Médecin* van 7 maart 2016 bevat een nogal crue beschrijving van de moeilijkheden die de patiënten en ziekenhuizen in het kader van cosmetischchirurgische ingrepen ondervinden.

Meer dan twee maanden na de stemming van de wet weten ze nog altijd niet welke regels er inzake btw gelden en welke ingrepen er al dan niet van btw kunnen worden vrijgesteld. Ze hekelen ook het feit dat het overleg ter zake slechts twee dagen vóór de stemming over de wet werd opgestart. Tot op heden hebben ze nog geen interpretatieve omzendbrief ontvangen.

**1.** Is dat een correcte weergave van de feiten?

**2.** Heeft u ter zake veel klachten ontvangen?

**3.** Waarom werd er tot op heden nog geen interpretatieve omzendbrief over de nieuwe btw- regelgeving voor de sector van de cosmetische chirurgie verspreid?

**4.** Welke regels moeten er bij ontstentenis van een interpretatieve omzendbrief worden toegepast?

**5.** Vanaf welk bedrag zal er voor een cosmetisch-chirurgische ingreep btw worden aangerekend?

**6.** Hoe zal de grens tussen reconstructieve en zuivere cosmetisch- chirurgische ingrepen getrokken worden?

**7.** Wat met ingrepen die zowel reconstructief als cosmetisch- chirurgisch zijn?

**8.** Bij welke instanties kan er in geval van twijfel of een geschil hoger beroep worden ingesteld?

**9**. Zou die situatie een weerslag kunnen hebben op de ontvangsten die men door de invoering van een btw-heffing op cosmetisch-chirurgische ingrepen hoopt te realiseren?

In welke mate?

## **ANTWOORD**

**van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 28.09.2016,**

Met het oog op het bepalen van de praktische modaliteiten van de btw-heffing op esthetische ingrepen en behandelingen hebben mijn kabinet en mijn administratie sinds november 2015 overleg gepleegd met de medische sector en de vertegenwoordigers van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) en de hospitalen. Naar aanleiding hiervan hebben zij kennis genomen van het wetsontwerp en van de tekst van de memorie van toelichting betreffende de invoering van deze btw.

De wet werd gepubliceerd in het *Belgisch Staatsblad* van 30 december 2015 en in januari 2016 heeft mijn kabinet aan al die gesprekspartners een ontwerp van commentaar overhandigd. Meermaals werden opmerkingen uitgewisseld. Alle nuttige informatie ter zake werd hen dus duidelijk overgemaakt. Bij mijn weten heeft mijn administratie geen enkele klacht ontvangen.

Middels genoemd ontwerp en een mededeling die in februari gepubliceerd is op de website van de FOD Financiën, in de rubriek "Actueel", hebben ze kennis kunnen nemen van de volgende overgangsmaatregelen:

\- de aanvragen tot btw-identificatie worden beschouwd als tijdig als deze ten laatste op 31 maart 2016 zijn gebeurd (termijn die vervolgens werd verlengd tot 31 mei 2016, in de [beslissing E.T.127.740 van 22 maart 2016](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-127-740-opheffing-medische-vrijstelling-artsen-verrichte-7d5c), voorbereid in nauwe samenwerking met de sector);

\- de ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter blijven van de btw vrijgesteld indien op ten laatste 29 februari 2016 met de patiënt een overeenkomst is gesloten om de ingreep of behandeling uit te voeren op een welbepaalde datum en indien deze effectief wordt uitgevoerd ten laatste tegen 30 juni 2016;

de bedoelde handelingen, uitgevoerd vanaf 1 maart 2016 mogen, in voorkomend geval, ten laatste nog vermeld worden in de btw-aangifte met betrekking tot de handelingen van juni 2016 of het tweede trimester van 2016, zonder een boete op te lopen wegens laattijdigheid.

Ik verduidelijk dat mijn administratie de tijd heeft genomen om een maximum aantal verduidelijkingen aan te brengen in voornoemde beslissing, gepubliceerd op Fisconet*plus*, op 22 maart 2016 en [beslissing E.T 127.740/2 van 31 mei 2016](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-127-740-2-opheffing-medische-vrijstelling-artsen-verrichte-9acd) waar ik naar verwijs voor meer details.

Kort samengevat, worden onderworpen aan de btw, de ingrepen en behandelingen met een louter esthetisch karakter die uitsluitend de verfraaiing van het uiterlijk tot doel hebben. Hieronder worden begrepen ingrepen en behandelingen zonder enig therapeutisch of reconstructief doel, waarbij vooral beoogd wordt het lichaamsuiterlijk van een patiënt om esthetische redenen te veranderen.

Worden derhalve onderworpen aan de btw de ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter én als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

\- deze ingrepen en behandelingen komen niet voor in de RIZIV-nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering; of

\- deze ingrepen en behandelingen komen wel voor in de RIZIV-nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering maar beantwoorden niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor tegemoetkoming (terugbetaling) overeenkomstig de reglementering betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

In geval van een combinatie van een esthetische ingreep of behandeling en een therapeutische of reconstructieve ingreep of behandeling tijdens eenzelfde periode van hospitalisatie moeten het ereloon en de direct toewijsbare kosten die verband houden met de ingreep of behandeling die van de vrijstelling uitgesloten is, met btw worden belast. Alle handelingen andere dan de direct toewijsbare kosten (ligdagen, verzorging, en andere) als bedoeld in [artikel 44, § 2, 1°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) en die op beide prestaties betrekking hebben, blijven van de btw vrijgesteld.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen
